rijk/ministeriele-regeling/subsidieplafonds-en-beleidsvoornemens-voor-subsidiëring-buitenlandse-zaken-en-on/BWBR0010647/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

3.9 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieplafonds en beleidsvoornemens voor subsidiëring Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking BWBR0010647 ministeriele-regeling geldend 1999-08-14 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010647 Subsidieplafonds en beleidsvoornemens voor subsidiëring Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking

Subsidieplafonds en beleidsvoornemens voor subsidiëring Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking

Artikel 1

1. In dit besluit wordt verstaan onder de regeling: de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken.

2. De subsidieplafonds, vastgesteld in de artikelen 2 tot en met 5 en 11 tot en met 18 gelden tot en met 31 december 1999. De subsidieplafonds, vastgesteld in de artikelen 6 tot en met 10 gelden tot en met 15 september 1999.

Artikel 2

1. Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 1, paragraaf 3, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0.

2.

Het in het eerste lid genoemde plafond geldt niet voor:

a. a. het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid; b. b. incidentele doelbijdragen als bedoeld in artikel 06.06.09 van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 1999.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

1.

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken is het subsidieplafond geldend voor het jaar 1999 als volgt:

a. a. voor het Landenprogramma met betrekking tot kinderen en ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven; b. b. voor bestrijding van kinderarbeid is het subsidieplafond opgeheven; c. c. voor het Landenprogramma met betrekking tot maatschappelijke ontwikkeling is het subsidieplafond opgeheven; d. d. voor Institutionele ontwikkeling: f 0.

2. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.4.1, onderdeel c, van de regeling geldt ten aanzien van subsidiëring van activiteiten gericht op bestrijding van kinderarbeid het in bijlage 1 bij dit besluit opgenomen beleidsvoornemen.

Artikel 6

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 2, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0.

Artikel 7

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 4, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 500.000.

Artikel 8

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 5, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0.

Artikel 9

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 6, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0.

Artikel 10

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 5, van de regeling bedraagt het subsidieplafond:

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 7, paragraaf 1, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0.

Artikel 17

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 10, paragraaf 1, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 200.000.

Artikel 18

1. Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 12, van de regeling met betrekking tot activiteiten gericht op of ter bevordering van intensivering bilaterale betrekkingen West-Europa bedraagt het subsidieplafond: f 200.000.

2. Voor subsidieverlening op grond van het hoofdstuk II, afdeling 12, van de regeling geldt ten aanzien van subsidiëring van activiteiten gericht op of ter bevordering van intensivering bilaterale betrekkingen West-Europa het in bijlage 2 opgenomen beleidsvoornemen.

Artikel 19

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Bijlage 1

Bijlage 2