rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-evc-jeugd-en-gezinsprofessional/BWBR0043758/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling EVC Jeugd- en gezinsprofessional BWBR0043758 ministeriele-regeling geldend 2020-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043758 Subsidieregeling EVC Jeugd- en gezinsprofessional

Subsidieregeling EVC Jeugd- en gezinsprofessional

Artikel 1

  • algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV): Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
  • de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
  • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening;
  • EVC: Erkenning Verworven Competenties;
  • EVC-aanbieder: organisatie die een EVC-procedure uitvoert en voor de EVC-standaard is geregistreerd in het register van het Nationaal Kenniscentrum EVC;
  • EVC-procedure: geheel van processtappen en gehanteerde instrumenten waarmee verworven competenties worden beoordeeld ten opzichte van de EVC-standaard;
  • EVC-standaard: de EVC-standaard vakbekwame hbo jeugd- en gezinsprofessional erkend door het Nationaal Kenniscentrum EVC;
  • instelling in het jeugddomein: instelling, dan wel zelfstandige zonder personeel, werkzaam op het terrein als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit Jeugdwet;
  • jeugdprofessional: natuurlijk persoon die ingeschreven staat, of ingeschreven is geweest, in het kwaliteitsregister jeugd;
  • Kaderregeling: de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
  • kwaliteitsregister jeugd: kwaliteitsregister als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit Jeugdwet;
  • minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 2

Op deze regeling zijn de artikelen 1.5, 4.3, eerste lid, 7.2, 7.3, 7.5 tot en met 7.8 en 10.1 van de Kaderregeling niet van toepassing.

Artikel 3

De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling in het jeugddomein of een jeugdprofessional voor het deelnemen aan een EVC-procedure door een jeugdprofessional.

Artikel 4

De subsidie bedraagt € 450 per EVC-procedure.

Artikel 5

1. De minister verstrekt subsidie voor ten hoogste één EVC-procedure per jeugdprofessional.

2.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van een jeugdprofessional die:

a. a. tussen 1 januari 2018 en 31 maart 2018 in de kamer jeugd- en gezinsprofessional van het kwaliteitsregister jeugd is ingeschreven onder de voorwaarden genoemd in artikel 5.1.3 van het Besluit Jeugdwet en uiterlijk 1 maart 2023 is gestart met de EVC-procedure; of b. b. tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 een aanvraag tot inschrijving in de kamer jeugd- en gezinsprofessional van het kwaliteitsregister jeugd heeft ingediend, hierin is ingeschreven onder de voorwaarde dat bij de eerste herregistratie scholing op het niveau van passend hoger beroepsonderwijs is voltooid en uiterlijk 1 maart 2023 is gestart met de EVC-procedure.

3. Een subsidie kan op grond van deze regeling enkel aan een instelling worden verstrekt indien de instelling voldoet aan de voorwaarden uit de de-minimisverordening of de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 6

1. Indien subsidie door een jeugdprofessional wordt aangevraagd, wordt de subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag van € 450, overeenkomstig artikel 7 van de onderhavige regeling.

2. Indien subsidie door een instelling wordt aangevraagd voor activiteiten die reeds hebben plaatsgevonden, wordt de subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd, overeenkomstig artikel 7 van de onderhavige regeling.

3. Indien subsidie door een instelling wordt aangevraagd voor activiteiten die nog plaats zullen vinden en de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt subsidie ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, overeenkomstig artikel 8 van de onderhavige regeling.

4. Indien subsidie door een instelling wordt aangevraagd voor activiteiten die nog plaats zullen vinden en de subsidie meer dan € 25.000 bedraagt, wordt subsidie vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door de minister bij verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal prestatie-eenheden dat door de minister bij de verlening is genoemd, overeenkomstig artikel 9 van de onderhavige regeling.

Artikel 7

1. De aanvrager van een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, toont aan de hand van een opgave van de kosten aan dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zijn verricht.

2. De aanvraag tot vaststelling voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid, gaat tevens vergezeld van een de-minimisverklaring.

3. In aanvulling op het eerste en tweede lid overlegt de aanvrager van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt een verklaring van het bestuur van de betreffende instelling waarin wordt vermeld welke jeugdprofessionals hebben deelgenomen aan de EVC-procedure.

4. De aanvraag tot vaststelling voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, wordt uiterlijk ingediend op 1 augustus 2023.

5. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 8

1.

De aanvraag tot verlening voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, derde lid, gaat vergezeld van:

a. a. een de-minimisverklaring; of b. b. een verklaring waarin de aanvrager aangeeft geen onderneming in moeilijkheden te zijn als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

2. De aanvraag tot verlening wordt uiterlijk 1 maart 2023 ingediend.

3. De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 6, derde lid, toont op de in het besluit tot verlening bepaalde wijze aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht.

4. De minister neemt binnen 22 weken na afloop van de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht, ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.

Artikel 9

1.

De aanvraag tot verlening voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, vierde lid, gaat vergezeld van:

a. a. een de-minimisverklaring; of b. b. een verklaring waarin de aanvrager aangeeft geen onderneming in moeilijkheden te zijn als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

2. De aanvraag tot verlening wordt uiterlijk 1 maart 2023 ingediend.

3. De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 6, vierde lid, toont aan de hand van een opgave van de kosten aan dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zijn verricht.

4. In aanvulling op het derde lid overlegt een aanvrager van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt een verklaring van het bestuur van de betreffende instelling waarin wordt vermeld welke jeugdprofessionals hebben deelgenomen aan de EVC-procedure.

5. Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 6, vierde lid, wordt uiterlijk ingediend op 1 augustus 2023.

6. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 10

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2020 en werkt terug tot en met 1 oktober 2018. De regeling vervalt met ingang van 1 oktober 2023.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling EVC Jeugd- en gezinsprofessional.