rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-pgo/BWBR0024554/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

10 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling PGO BWBR0024554 ministeriele-regeling geldend 2008-10-05 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024554 Subsidieregeling PGO

Subsidieregeling PGO

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. b. instelling: privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid; c. c. instellingssubsidie: per boekjaar verstrekte subsidie in de kosten van structurele activiteiten van een instelling; d. d. projectsubsidie: subsidie met een incidenteel karakter; e. e. subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2; f. f. beleidskader: beleidskader als bedoeld in artikel 3.

Artikel 2

1.

De Minister kan aan instellingen instellingssubsidies en projectsubsidies verstrekken ten behoeve van:

a. a. het, onder meer door middel van belangenbehartiging, voorlichting en lotgenotencontact, op individueel en collectief niveau versterken van de positie, invloed en medezeggenschap van patiënten, gehandicapten en ouderen ten behoeve van gezondheidszorg, gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering en maatschappelijke zorg; b. b. de professionalisering en ondersteuning van die instellingen.

2. De Minister kan voor de toepassing van het eerste lid andere doelgroepen gelijkstellen met patiënten, gehandicapten en ouderen.

Artikel 3

1. De Minister stelt een beleidskader vast voor het verstrekken van subsidies.

2. De Minister kan in het beleidskader onderscheid maken tussen instellingen of categorieën van instellingen.

3.

De Minister bepaalt in het beleidskader in ieder geval:

a. a. de hoofdlijnen van het subsidiebeleid; b. b. aan welke criteria en voorwaarden een instelling moet voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie; c. c. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dat bedrag wordt bepaald; d. d. de wijze waarop de Minister de subsidiëring door de Stichting Fonds PGO voortzet of afbouwt.

Artikel 4

1.

De Subsidieregeling VWS-subsidies is van toepassing op het verstrekken van subsidies met dien verstande dat:

a. a.

      artikel 1 niet van toepassing is;

b. b. ten aanzien van een subsidie waarvan het bedrag ingevolge het beleidskader niet wordt bepaald aan de hand van een activiteitenplan en een begroting:

        1°.
        
          artikel 4, eerste lid, onderdeel b en c, niet van toepassing is;
      
      
        2°.
        indien het een projectsubsidie betreft: de artikelen 14, eerste, derde en vierde lid, 20, eerste lid, laatste volzin, en 26, tweede en derde volzin, niet van toepassing zijn en in afwijking van artikel 17, onderdeel a, de doeleinden van de subsidie op doelmatige wijze worden nagestreefd;
      
      
        3°.
        indien het een instellingssubsidie betreft:
        
          
            
            in afwijking van artikel 30, derde lid, vierde zin, de uitkomst naar rato van de vastgestelde instellingssubsidie en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten wordt toegerekend aan de instellingssubsidie. Het te reserveren bedrag is het aan de instellingssubsidie toegerekende deel;
          
          
            
            in afwijking van artikel 32 de instellingssubsidie uit een door de Minister te bepalen bedrag bestaat;
          
          
            
            in afwijking van artikel 35, onderdeel a, de doeleinden van de subsidie op doelmatige wijze worden nagestreefd;
          
          
            
            in afwijking van artikel 4:76, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het financiële verslag aansluit op het activiteitenverslag in plaats van op de begroting waarvoor subsidie is verleend;

1°. 1°.

          artikel 4, eerste lid, onderdeel b en c, niet van toepassing is;

2°. 2°. indien het een projectsubsidie betreft: de artikelen 14, eerste, derde en vierde lid, 20, eerste lid, laatste volzin, en 26, tweede en derde volzin, niet van toepassing zijn en in afwijking van artikel 17, onderdeel a, de doeleinden van de subsidie op doelmatige wijze worden nagestreefd; 3°. 3°. indien het een instellingssubsidie betreft:

            
            in afwijking van artikel 30, derde lid, vierde zin, de uitkomst naar rato van de vastgestelde instellingssubsidie en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten wordt toegerekend aan de instellingssubsidie. Het te reserveren bedrag is het aan de instellingssubsidie toegerekende deel;
          
          
            
            in afwijking van artikel 32 de instellingssubsidie uit een door de Minister te bepalen bedrag bestaat;
          
          
            
            in afwijking van artikel 35, onderdeel a, de doeleinden van de subsidie op doelmatige wijze worden nagestreefd;
          
          
            
            in afwijking van artikel 4:76, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het financiële verslag aansluit op het activiteitenverslag in plaats van op de begroting waarvoor subsidie is verleend;

in afwijking van artikel 30, derde lid, vierde zin, de uitkomst naar rato van de vastgestelde instellingssubsidie en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten wordt toegerekend aan de instellingssubsidie. Het te reserveren bedrag is het aan de instellingssubsidie toegerekende deel; in afwijking van artikel 32 de instellingssubsidie uit een door de Minister te bepalen bedrag bestaat; in afwijking van artikel 35, onderdeel a, de doeleinden van de subsidie op doelmatige wijze worden nagestreefd; in afwijking van artikel 4:76, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het financiële verslag aansluit op het activiteitenverslag in plaats van op de begroting waarvoor subsidie is verleend; c. c. de artikelen 9, 11, tweede lid, en 20, tweede lid, niet van toepassing zijn; d. d. de Minister op grond van artikel 14, eerste lid, 25, derde lid, 31 en 42, tweede lid, een formulier kan vaststellen dat uitsluitend geldt voor een subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt; e. e. de termijn, bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, en 42, eerste lid, zes maanden bedraagt; f. f. in afwijking van artikel 25, tweede lid, onderdeel b, de subsidiedeclaratie achterwege kan blijven indien de projectsubsidie uitsluitend betrekking heeft op één kalenderjaar en de daarmee te verstrekken informatie reeds afzonderlijk in een aan de Minister gezonden jaarrekening over dat kalenderjaar is opgenomen; g. g. de Minister op grond van artikel 27, eerste lid, en 43, eerste lid, een modelaccountantsverklaring kan vaststellen die uitsluitend geldt voor een subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt; h. h. de Minister op grond van artikel 27, tweede lid, en 43, tweede lid, een controleprotocol kan vaststellen die uitsluitend geldt voor een subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt.

2.

Indien de Minister toepassing geeft aan artikel 7, tweede of vierde lid, van de Subsidieregeling VWS-subsidies:

a. a. stelt de Minister criteria vast voor het vergelijken van de aanvragen; b. b. geeft de Minister in afwijking van artikel 15 of 33 van de Subsidieregeling VWS-subsidies een beschikking op een aanvraag binnen 26 weken na de uiterste datum van indiening van de aanvraag.

Artikel 5

1. Voor de aanvraag van een verlening of vaststelling van een subsidie wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

2. De ontvanger van een subsidie zorgt ervoor dat de onafhankelijke besturing van de instelling en de onafhankelijke uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten aantoonbaar is gewaarborgd.

3. De ontvanger van een subsidie waarvan de hoogte wordt bepaald of mede wordt bepaald door het aantal leden of donateurs, voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde het aantal leden en donateurs kan worden nagegaan.

4. Indien een projectsubsidie is verleend voor een periode die zich uitstrekt over meer dan één kalenderjaar dient de instelling binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar in die projectperiode een tussentijdse rapportage bij de Minister in over de voortgang van het project. Voor de tussentijdse rapportage wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt. De tussentijdse rapportage hoeft niet te worden ingediend over het laatste kalenderjaar van de projectperiode.

Artikel 6

Indien de Minister op grond van artikel 30, tweede lid, van de Subsidieregeling VWS-subsidies vrijstelling of ontheffing heeft verleend, kan de Minister, in afwijking van artikel 34, eerste lid, van de Subsidieregeling VWS-subsidies, na ontvangst van de aanvraag voorschotten verstrekken op de aangevraagde instellingssubsidie.

Artikel 7

De Minister kan indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken.

Artikel 8

1. De Regeling functiefinanciering PGO-organisaties, de Regeling algemene subsidiebepalingen Stichting Fonds PGO alsmede de Tijdelijke regeling ontwikkelingssubsidies 2008 worden ingetrokken, met dien verstande dat deze regelingen van overeenkomstige toepassing blijven ten aanzien van subsidies die door de Stichting Fonds PGO op grond van die regelingen zijn verstrekt en dat de Minister de verstrekking van die subsidies afhandelt.

2. Wijzigt Het Tijdelijk besluit delegatie subsidiebevoegdheid aan Stichting Fonds PGO en Stichting Koppeling.

3. Wijzigt Het Instellingsbesluit Werkgroep Wenkend Perspectief.

Artikel 9

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 8, eerste en tweede lid, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2009.

2. Artikel 8, derde lid, werkt terug tot en met 15 juli 2008.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling PGO.