rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-schippersinternaten/BWBR0020459/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

11 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling schippersinternaten BWBR0020459 ministeriele-regeling geldend 2007-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020459 Subsidieregeling schippersinternaten

Subsidieregeling schippersinternaten

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. b. binnenschipper: de schipper die met zijn gezin aan boord van een bedrijfsmatig voor de binnenvaart gebruikt schip woont, alsmede een aldaar met zijn gezin wonende en werkzame werknemer van een zodanige schipper of van een binnenvaartrederij; c. c. kermisexploitant: de ondernemer die het kermisbedrijf uitoefent of een werknemer van een zodanige ondernemer, indien deze ten behoeve van zijn werkzaamheden gedurende ten minste vier maanden per jaar met zijn gezin een trekkend bestaan leidt; d. d. CENSIS: de Centrale Stichting van Internaten voor Schippers- en kermisjeugd; e. e. kind: een kind of pleegkind van een binnenschipper, kermisexploitant of circusartiest; f. f. internaat: een gebouw of een samenstel van gebouwen waarin kinderen huisvesting, verzorging en opvoeding wordt geboden; g. g. exploitant: een persoon of rechtspersoon die een internaat exploiteert; h. h. pleeggezin: een gezin van een ander dan de natuurlijke ouders of de wettelijk vertegenwoordiger van een kind, waarin kinderen huisvesting, verzorging en opvoeding wordt geboden.

2. De Minister kan voor de toepassing van deze regeling een persoon die in vergelijkbare omstandigheden verkeert, gelijk stellen met een binnenschipper of een kermisexploitant.

Artikel 2

1. De Minister verstrekt aan CENSIS een instellingssubsidie voor het in internaten of pleeggezinnen huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen.

2. De Minister verstrekt de voorschotten op de verleende instellingssubsidie aan CENSIS volgens het betalingsschema, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 3

Op de verstrekking van de subsidie, bedoeld in artikel 2 zijn de bepalingen van deze regeling van toepassing en zijn daarnaast artikel 3, artikel 4, artikel 46 en artikel 47, alsmede hoofdstuk III van de Subsidieregeling VWS-subsidies van toepassing met uitzondering van artikel 30, derde lid, artikel 31, artikel 34, eerste lid, artikel 42, tweede lid, en artikel 43, eerste en tweede lid.

Artikel 4

1.

De subsidie, bedoeld in artikel 2, ten behoeve van het kalenderjaar 2007, 2008 en 2009 bestaat uit respectievelijk € 443, € 509 en € 528 per kind in een internaat of pleeggezin, verhoogd met de som van de bedragen die ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal kinderen:

a. a. in een internaat, indien de exploitant:

        1°.
        huurder is, met respectievelijk € 19.104, € 21.980 en € 22.769;
      
      
        2°.
        eigenaar is en in verband met een op of na 1 januari 2001 op het internaat gevestigde hypotheek rente- en aflossingskosten verschuldigd is, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300 vermeerderd met een toeslag van respectievelijk € 4.634, € 5.332 en € 5.524 voor de rente- en aflossingskosten;
      
      
        3°.
        eigenaar is, doch niet of niet langer rente- en aflossingskosten verschuldigd is in verband met een daarop gevestigde hypotheek, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300;
      
      
        4°.
        eigenaar is, doch niet van de onroerende zaak waarop het internaat is gebouwd, met respectievelijk € 17.968, € 20.673 en € 21.416;

1°. 1°. huurder is, met respectievelijk € 19.104, € 21.980 en € 22.769; 2°. 2°. eigenaar is en in verband met een op of na 1 januari 2001 op het internaat gevestigde hypotheek rente- en aflossingskosten verschuldigd is, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300 vermeerderd met een toeslag van respectievelijk € 4.634, € 5.332 en € 5.524 voor de rente- en aflossingskosten; 3°. 3°. eigenaar is, doch niet of niet langer rente- en aflossingskosten verschuldigd is in verband met een daarop gevestigde hypotheek, met respectievelijk € 17.871, € 20.562 en € 21.300; 4°. 4°. eigenaar is, doch niet van de onroerende zaak waarop het internaat is gebouwd, met respectievelijk € 17.968, € 20.673 en € 21.416; b. b. in een pleeggezin met respectievelijk € 2.872, € 3.304 en € 3.423.

2. Voor de toepassing van het eerste lid komen slechts in aanmerking kinderen die op 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, in een internaat of pleeggezin werden gehuisvest, verzorgd en opgevoed.

3. Indien een kind wordt gehuisvest, verzorgd en opgevoed in een internaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2e en dit internaat onderdeel uitmaakt van een in een meerjarig capaciteitsplan opgenomen nieuwbouwplan, wordt de toeslag met betrekking tot de rente- en aflossingskosten slechts verleend, indien dit capaciteitsplan door de Minister is goedgekeurd.

4. Indien een internaat bestaat uit een samenstel van gebouwen en deze gebouwen onder meer dan één categorie vallen, zoals omschreven in het eerste lid, onderdeel a, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van het gebouw waarin het kind overnacht.

5. Met ingang van het kalenderjaar 2009 kan de subsidie, bedoeld in artikel 2, worden verhoogd met maximaal € 1,4 mln. voor verhoging van de kwaliteit en het waarborgen van de continuïteit van de schippersinternaten. Het betreft een jaarlijks met € 0,1 mln aflopend bedrag tot € 1,0 mln in 2013.

Artikel 5

1. De aanvraag van een subsidie als, alsmede de daarbij behorende begroting, wordt ingericht overeenkomstig de als bijlage 1 bij deze regeling gevoegde formulieren.

2.

De aanvraag voor de subsidie gaat vergezeld van een meerjarig capaciteitsplan, waarin in ieder geval is opgenomen:

a. a. de beschikbare capaciteit in internaten; b. b. de naar verwachting benodigde capaciteit voor de huisvesting, verzorging en opvoeding van kinderen in internaten voor de komende 3 jaar; c. c. het verschil per internaat tussen beschikbare en benodigde capaciteit en d. d. het voorgenomen capaciteitsbeleid, waaruit blijkt op welke wijze de beschikbare capaciteit wordt aangepast aan de benodigde capaciteit.

3. Het voorgenomen capaciteitsbeleid geeft aan welke reductie dient plaats te vinden, waar en wanneer deze zal plaatsvinden, welke internaten of panden worden gehandhaafd, welke zullen worden gesloten, waar bestaande panden ten behoeve van andere internaten worden ingezet en waar sprake zal zijn van nieuwe huur-, koop- of erfpachtsituaties dan wel nieuwbouw.

4. Het meerjarig capaciteitsplan behoeft de goedkeuring van de Minister. De Minister verleent geen goedkeuring, indien het capaciteitsplan voorziet in nieuwe internaten of onderdelen van internaten zonder dat tevens wordt voorzien in de afstoting van huisvestingscapaciteit die niet wordt gebruikt voor het huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen zodat doelmatig wordt aangesloten bij een dalende behoefte aan huisvestingscapaciteit.

5. De aanvraag voor de subsidie gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat de gegevens omtrent het aantal gehuisveste kinderen door CENSIS op 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, juist zijn. De accountantsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig het in bijlage 2 opgenomen model.

Artikel 6

CENSIS rapporteert driejaarlijks op basis van een rapportage van een onafhankelijke derde aan de Minister over de kwaliteit en de kwaliteitsontwikkeling van de huisvesting, verzorging en opvoeding van kinderen in internaten en pleeggezinnen, of telkens wanneer dat nodig is voor een beoordeling van de kwaliteit of de kwaliteitsontwikkeling. Indien een exploitant voorziet in de huisvesting, verzorging en opvoeding van kinderen, ziet CENSIS toe op de naleving van haar kwaliteitsbeleid.

Artikel 7

1. CENSIS komt schriftelijk met de ouders of de wettelijke vertegenwoordiger van een kind overeen dat ten behoeve van de huisvesting, verzorging en opvoeding van het kind in een internaat of in een pleeggezin een ouderbijdrage per schooljaar is verschuldigd overeenkomstig bijlage 3. De ouderbijdrage wordt vastgesteld naar evenredigheid van het aantal maanden dat het kind gebruik maakt van de door CENSIS aangeboden huisvesting, verzorging en opvoeding in een internaat of een pleeggezin.

2. CENSIS draagt per kwartaal aan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een bedrag af, dat per subsidiejaar wordt vastgesteld op de som van de in het eerste lid bedoelde ouderbijdragen.

Artikel 8

1. De jaarrekening, als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstig de in bijlage 4 bij deze regeling opgenomen modelaccountantsverklaring.

2. De jaarrekening gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door een accountant overeenkomstig het in bijlage 5 bij deze regeling opgenomen controleprotocol.

Artikel 9

De ontvanger van een instellingssubsidie vormt een egalisatiereserve. Bij de subsidieverlening kan de omvang van de egalisatiereserve in aanmerking worden genomen. In afwijking van artikel 4:72, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht wordt het aan de egalisatiereserve toe te voegen dan wel te onttrekken bedrag berekend door het totaal van de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten, waaronder de vastgestelde instellingssubsidie en de gerealiseerde overige baten, te verminderen met de lasten van de gesubsidieerde activiteiten. Deze uitkomst wordt vervolgens toegerekend naar rato van de vastgestelde instellingssubsidie en de in de ingediende begroting vermelde, met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende overige baten.

Artikel 10

Indien CENSIS het huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen doet uitvoeren door een exploitant, komt CENSIS met hen overeen, dat zij op verzoek van de accountant van CENSIS of op verzoek van de departementale auditdienst van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport alle bescheiden en inlichtingen aan CENSIS verstrekken, die nodig zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De departementale auditdienst van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport richt haar verzoek tot CENSIS.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling schippersinternaten.

Bijlage 1. , behorend bij

Bijlage 2. , behorende bij

Bijlage 3. , behorend bij

Bijlage 4. , behorend bij

Bijlage 5. , behorend bij