40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
8.9 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling Veilig Verkeer Nederland 2006 | BWBR0020783 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-12-23 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020783 | Subsidieregeling Veilig Verkeer Nederland 2006 |
Subsidieregeling Veilig Verkeer Nederland 2006
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat; b. b. Veilig Verkeer Nederland: vereniging Veilig Verkeer Nederland, gevestigd te Huizen; c. c. prestatie-indicatoren: de in kwantitatieve of kwalitatieve termen weergegeven streefcijfers voor bepaalde prestaties van Veilig Verkeer Nederland per boekjaar, een en ander zoals door de Minister vastgesteld; d. d. wet: Algemene wet bestuursrecht; e. e. controleprotocol: door de Minister vastgesteld controleprotocol.
Artikel 2
1.
De Minister kan op aanvraag per boekjaar een subsidie verstrekken aan Veilig Verkeer Nederland voor het uitvoeren van activiteiten op het gebied van verkeersveiligheid gericht op:
a. a. beleidsbeïnvloeding en onderzoek; b. b. voorlichting, educatie en communicatie, of c. c. actieve gedragsbeïnvloeding door acties.
2. Geen subsidie wordt verstrekt voorzover voor een activiteit, bedoeld in het eerste lid, reeds een subsidie is verstrekt door een ander bestuursorgaan dan wel andere inkomsten van derden zonder tegenprestatie zijn verkregen.
Artikel 3
Afdeling 4.2.8 van de wet is van toepassing.
Artikel 4
1. De subsidie bedraagt per boekjaar ten hoogste € 4.090.000,00 (prijspeil 2005).
2. Het in het eerste lid genoemde bedrag is exclusief de compensatie voor de arbeidskostenontwikkeling, bedoeld in artikel 8, eerste lid.
3. Veilig Verkeer Nederland stelt van het in het eerste lid genoemde bedrag aan het begin van ieder boekjaar € 20.420,11 ter beschikking aan de Stichting Verkeersbrigadiers.
4. De Stichting Verkeersbrigadiers legt rekening en verantwoording af omtrent de besteding van de gelden aan Veilig Verkeer Nederland, die vervolgens de Minister hieromtrent informeert bij de aanvraag tot subsidievaststelling ingevolge artikel 14.
Paragraaf 2. De subsidieverlening
Artikel 5
1. Uiterlijk zeven weken voor de aanvang van het boekjaar dient Veilig Verkeer Nederland de aanvraag tot subsidieverlening in bij de Minister, feitelijk geadresseerd aan de Contract- en Subsidiebeheersorganisatie van DGMo.
2.
De aanvraag gaat, naast de in paragraaf 4.2.8.2 van de wet genoemde bescheiden, vergezeld van:
a. a. het bedrag van de aangevraagde subsidie; b. b. een overzicht van de mate waarin de prestatie-indicatoren zijn gerealiseerd, en c. c. de overige bescheiden die de Minister voor de behandeling van de aanvraag noodzakelijk acht.
Artikel 6
1. De Minister kan op aanvraag een voorschot verlenen per kwartaal tot ten hoogste 95 procent van het bedrag, genoemd in artikel 4, eerste lid.
2. De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een liquiditeitsprognose waarbij de liquiditeitsbehoefte per kalenderkwartaal wordt aangegeven.
3. De aanvraag wordt ingediend gelijktijdig met de aanvraag tot subsidieverlening.
Artikel 7
1. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt, voor zover van toepassing, eveneens de voorschotverlening, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
2.
Naast de gronden, genoemd in de wet, kan de Minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren indien:
a. a. de Minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat Veilig Verkeer Nederland zich niet voldoende inspant of heeft ingespannen om de prestatie-indicatoren te realiseren; b. b. het activiteitenplan niet voldoet aan artikel 2, eerste lid; c. c. het activiteitenplan niet in voldoende mate aansluit bij de door Minister geformuleerde beleidsdoelstellingen op het gebied van de verkeersveiligheid; d. d. het bedrag van de aangevraagde subsidie naar het oordeel van de Minister e. e. onevenwichtig is in verhouding tot de te subsidiëren activiteiten, of f. f. de omvang van de reserve, bedoeld in artikel 13, meer bedraagt dan 25% van de vastgestelde subsidie.
3. De subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat voor het deel van de subsidie dat ten laste van een nog niet vastgestelde begroting komt, voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
Artikel 8
1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan de Minister ambtshalve het maximale subsidiebedrag, genoemd in artikel 4, eerste lid, verhogen met een bedrag dat ten hoogste bedraagt het bedrag dat wordt verkregen door het bedrag van de looncomponent in de subsidie te indexeren met het percentage voor de arbeidskostenontwikkeling, genoemd in de desbetreffende loonbijstellingsbrief van het Ministerie van Financiën met betrekking tot compensatie voor de arbeidskostenontwikkeling van instelllingen in de g&g-sector (code 935).
2. De beschikking, bedoeld in het eerste lid, vermeldt tevens het bedrag van de looncomponent in de subsidie voor het volgende boekjaar. Voor het boekjaar 2007 bedraagt de looncomponent € 2.520.000,00 (prijspeil 2005).
Paragraaf 3. De verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 9
De Minister kan Veilig Verkeer Nederland bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:
a. a. het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde activiteiten van Veilig Verkeer Nederland, alsmede aan de resultaten ervan; b. b. het zonder vergoeding aan de Minister of een door de Minister aangewezen derde verstrekken van door de Minister benodigde, op gesubsidieerde activiteiten van Veilig Verkeer Nederland gerichte informatie; c. c. het verkrijgen van andere financiële middelen, of d. d. andere verplichtingen die de Minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.
Artikel 10
Veilig Verkeer Nederland voert een administratie die zodanig is ingericht dat een gescheiden administratie wordt gevoerd voor de gesubsidieerde activiteiten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds.
Artikel 11
Veilig Verkeer Nederland verschaft de Minister op diens verzoek te allen tijde inlichtingen omtrent de voortgang en de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 12
Veilig Verkeer Nederland behoeft toestemming van de Minister voor:
a. a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon; b. b. het wijzigen van de statuten; c. c. het ontbinden van de rechtspersoon, of d. d. het doen van aangifte tot faillissement of het aanvragen van surséance van betaling.
Artikel 13
1. Veilig Verkeer Nederland vormt een egalisatiereserve.
2. De omvang van de reserve aan het einde van het laatste boekjaar wordt bestemd ten gunste van de egalisatiereserve ingeval van een opvolgende subsidieregeling.
Paragraaf 4. De subsidievaststelling
Artikel 14
1. Veilig Verkeer Nederland dient de aanvraag tot subsidievaststelling in bij de Minister, feitelijk geadresseerd aan de Contract- en Subsidiebeheersorganisatie van DGMo.
2. De aanvraag gaat, naast de in paragraaf 4.2.8.5 van de wet genoemde bescheiden, vergezeld van een rapportage over de realisering van de prestatie-indicatoren.
3. De accountantsverklaring, bedoeld in artikel 4:78, derde lid, van de wet, behelst tevens een schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving door Veilig Verkeer Nederland van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen. Deze verklaring wordt opgesteld overeenkomstig het controleprotocol.
Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 15
1. Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze regeling publiceert de Minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.
2. Veilig Verkeer Nederland verleent op verzoek van de Minister alle medewerking die nodig is voor de opstelling van het verslag.
Artikel 16
Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn belast de directeur en medewerkers van de accountantsdienst van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en, zonodig, andere bij besluit van de Minister aangewezen personen.
Artikel 17
De subsidies die voor 2005 en 2006 zijn verleend op grond van de Subsidieregeling vereniging 3VO, bij beschikking van 22 december 2004, nr. DGP/B&C/CSBO/u.04.04047 en van 21 december 2005, nr. DGP/BV/CSBO/u.05.02991, berusten vanaf 1 januari 2006 op de artikelen 2, 6, 7 en 8 van deze regeling.
Artikel 18
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2010, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.
Artikel 19
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Veilig Verkeer Nederland 2006.