40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
10 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 | BWBR0044224 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044224 | Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 |
Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
maatregelenpakket: pakket van kosteneffectieve maatregelen of voorzieningen ter voorkoming of beperking van wateroverlast of ter beperking van de gevolgen van droogte of overstromingen;
-
minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
-
specifieke uitkering: specifieke uitkering als bedoeld in artikel 4;
-
werkregio: werkregio als bedoeld in artikel 3.
Artikel 2
Het doel van deze tijdelijke regeling is door middel van het verstrekken van specifieke uitkeringen decentrale overheden in staat te stellen tot het versneld uitvoeren van kosteneffectieve maatregelen en voorzieningen die bijdragen aan het voorkomen of beperken van wateroverlast of het beperken van de gevolgen van droogte of overstromingen in hun werkregio.
Artikel 3
1. Voor de toepassing van deze regeling wordt het grondgebied van Nederland ingedeeld in werkregio’s. De werkregio’s worden aangewezen in de bij deze regeling behorende bijlage, eerste kolom.
2. In de bijlage, tweede kolom, wordt vermeld welke decentrale overheden deel uitmaken van een werkregio.
Artikel 4
1. Op aanvraag van een provincie of gemeente kan de Minister ten behoeve van een werkregio een specifieke uitkering verlenen voor versnelde uitvoering van een maatregelenpakket.
2. Het maatregelenpakket geeft uitvoering aan een plan van aanpak voor het voorkomen of beperken van wateroverlast of het beperken van de gevolgen van droogte of overstromingen in de werkregio.
3. Het plan van aanpak, bedoeld in het tweede lid, is gebaseerd op de uitkomsten van een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen in de werkregio.
Artikel 5
Voor een specifieke uitkering komen niet in aanmerking:
a. a. de kosten van:
1°
regulier en achterstallig onderhoud;
2°
personeel van de eigen organisatie;
3°
maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van hittestress;
4°
subsidies aan burgers en bedrijven;
5°
grondverwerving;
6°
een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen binnen de werkregio en van het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid;
7°
een aanvraag van een specifieke uitkering;
8°
overige voorbereidingskosten;
1° 1° regulier en achterstallig onderhoud; 2° 2° personeel van de eigen organisatie; 3° 3° maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van hittestress; 4° 4° subsidies aan burgers en bedrijven; 5° 5° grondverwerving; 6° 6° een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen binnen de werkregio en van het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid; 7° 7° een aanvraag van een specifieke uitkering; 8° 8° overige voorbereidingskosten; b. b. omzetbelasting over de kosten van een maatregelenpakket voor zover deze omzetbelasting in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of verrekend kan worden; en c. c. kosten die op basis van deze regeling of een andere rijksregeling al zijn gesubsidieerd of langs een andere weg doorberekend kunnen worden.
Artikel 6
Een specifieke uitkering bedraagt ten hoogste een derde van de kosten van een maatregelenpakket.
Artikel 7
1. In de bijlage bij deze regeling, derde kolom, wordt voor elke werkregio bepaald welk percentage van het budget voor specifieke uitkeringen voor de werkregio ten hoogste beschikbaar is.
2. Het budget, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door middel van de begrotingen van het deltafonds voor de jaren 2021 tot en met 2024.
Artikel 8
Specifieke uitkeringen die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 9
1. Een aanvraag van een specifieke uitkering kan worden ingediend vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023.
2. Per werkregio kan gedurende de in het eerste lid genoemde periode ten hoogste eenmaal per kalenderjaar een aanvraag worden ingediend.
3. Het totaalbedrag van de specifieke uitkeringen die per werkregio worden verstrekt, bedraagt niet meer dan het op basis van artikel 7 vastgestelde maximum verminderd met de omzetbelasting over de kosten van een maatregelenpakket die in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
Artikel 10
1.
Een aanvraag gaat vergezeld van:
a. a. een beschrijving van:
1°
het maatregelenpakket waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
2°
het plan van aanpak waaraan het maatregelenpakket uitvoering geeft;
3°
de uitkomsten van de analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen in de werkregio, waarop het plan van aanpak is gebaseerd;
4°
de wijze waarop de aangevraagde specifieke uitkering bijdraagt aan de versnelde uitvoering van het plan van aanpak;
5°
de bijdragen van het maatregelenpakket aan de bestrijding van wateroverlast respectievelijk de gevolgen van droogte en de gevolgen van overstromingen;
6°
de bijdragen van het maatregelenpakket aan andere beleidsdoelen;
1° 1° het maatregelenpakket waarvoor de aanvraag wordt ingediend; 2° 2° het plan van aanpak waaraan het maatregelenpakket uitvoering geeft; 3° 3° de uitkomsten van de analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen in de werkregio, waarop het plan van aanpak is gebaseerd; 4° 4° de wijze waarop de aangevraagde specifieke uitkering bijdraagt aan de versnelde uitvoering van het plan van aanpak; 5° 5° de bijdragen van het maatregelenpakket aan de bestrijding van wateroverlast respectievelijk de gevolgen van droogte en de gevolgen van overstromingen; 6° 6° de bijdragen van het maatregelenpakket aan andere beleidsdoelen; b. b. een specificatie en raming van de kosten van het maatregelenpakket die in aanmerking komen voor een specifieke uitkering; c. c. een overzicht van de bijdragen van de betrokken decentrale overheden aan de kosten die niet door de aangevraagde specifieke uitkering worden gedekt; d. d. een verklaring van instemming met het maatregelenpakket van het bestuur van een provincie of een waterschap en van meer dan de helft van de besturen van de decentrale overheden die deel uitmaken van de werkregio; e. e. een beschrijving van de wijze van samenwerking en de overlegstructuur in de werkregio;
2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.
Artikel 11
1. De minister beslist binnen dertien weken na ontvangst over de aanvraag van een specifieke uitkering.
2.
Een besluit tot verlening vermeldt in ieder geval:
a. a. het maatregelenpakket waarvoor de specifieke uitkering wordt verstrekt; en b. b. het bedrag van de specifieke uitkering.
3. Indien een beschikking niet binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met dezelfde termijn worden verlengd.
Artikel 12
De minister verstrekt bij een besluit tot verlening als bedoeld in artikel 11 een voorschot van 100% van het verleende bedrag.
Artikel 13
1. Een maatregelenpakket waarvoor een specifieke uitkering is verleend, wordt uitgevoerd voor 1 januari 2028.
2. Een maatregel uit een maatregelenpakket kan vervangen worden door een andere maatregel die in overeenstemming is met het doel van de specifieke uitkering, mits dit tijdig aan de Minister wordt gemeld.
3. Decentrale overheden die middelen ontvangen die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, werken mee aan een door de Minister ingesteld evaluatieonderzoek ten behoeve van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de specifieke uitkering in de praktijk als bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. De Minister kan bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 11, tweede lid, ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de specifieke uitkering.
Artikel 14
1. Verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering vindt plaats op de wijze die is bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. Een waterschap dat middelen heeft ontvangen die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, legt over de besteding hiervan verantwoording af met overeenkomstige toepassing van artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
Artikel 15
1. De Minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december van het tweede kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de maatregelen, bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid, volledig zijn uitgevoerd en volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 13, ambtshalve vast.
2. De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021 en vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027.