rijk/ministeriele-regeling/vrijstellingsregeling-bovengronds-aanwenden-2014/BWBR0034838/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.2 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden 2014 BWBR0034838 ministeriele-regeling geldend 2014-02-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0034838 Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden 2014

Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden 2014

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *bedrijf:* bedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Meststoffenwet;

b. b.

    *besluit:*
    Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

c. c.

    *runderdrijfmest:* drijfmest als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit gebruik meststoffen, afkomstig van runderen;

d. d.

    *RVO.nl:* Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit baten-lastenagentschap Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

e. e.

    *tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond:* tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Meststoffenwet.

Artikel 2

Vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen, wordt verleend, voor zover het gaat om de aanwending van runderdrijfmest, waarbij de runderdrijfmest:

a. a. geproduceerd is op het eigen bedrijf; b. b. op grasland van het eigen bedrijf wordt aangewend; c. c. niet wordt aangewend op een afstand van ten minste twee meter vanaf de insteek van een watergang.

Artikel 3

Aan de in artikel 2 bedoelde vrijstelling zijn de volgende voorwaarden verbonden:

a. a. In het jaar 2013:

      1°.
      bestond minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland;
    
    
      2°.
      bedroeg de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland;
    
    
      3°.
      was het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare;
    
    
      4°.
      was de melkproductie van het bedrijf niet hoger dan 14.000 kilogram per hectare, indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kon worden geplaatst op het eigen bedrijf;
    
    
      5°.
      was het gemiddelde gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tussen 1 januari en 1 mei en tussen 1 november en 1 januari geproduceerde melk lager dan 21 milligram per 100 gram melk;
    
    
      6°.
      werd het melkvee op het bedrijf minimaal 150 dagen per kalenderjaar minimaal 6 uur per dag geweid.

1°. 1°. bestond minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland; 2°. 2°. bedroeg de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland; 3°. 3°. was het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare; 4°. 4°. was de melkproductie van het bedrijf niet hoger dan 14.000 kilogram per hectare, indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kon worden geplaatst op het eigen bedrijf; 5°. 5°. was het gemiddelde gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tussen 1 januari en 1 mei en tussen 1 november en 1 januari geproduceerde melk lager dan 21 milligram per 100 gram melk; 6°. 6°. werd het melkvee op het bedrijf minimaal 150 dagen per kalenderjaar minimaal 6 uur per dag geweid. b. b. Uiterlijk 7 dagen voordat van de vrijstelling gebruik gemaakt wordt, meldt de landbouwer het bedrijf voor de toepassing van artikel 2 aan bij RVO.nl waarmee de landbouwer verklaart te voldoen aan de onder a genoemde voorwaarden. c. c. De landbouwer bewaart de stukken waarmee aannemelijk kan worden gemaakt dat aan de onder a genoemde voorwaarden is voldaan, en een afschrift van de melding, als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32 van het besluit.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden 2014.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 september 2014.