40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4.1 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wijzigingsregeling Vrijstellingsregeling Wft (aanpassing vrijstellingsbepalingen aanbieden van beleggingsobjecten en aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling) | BWBR0030599 | ministeriele-regeling | geldend | 2011-11-04 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0030599 | Wijzigingsregeling Vrijstellingsregeling Wft (aanpassing vrijstellingsbepalingen aanbieden van beleggingsobjecten en aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling) |
Wijzigingsregeling Vrijstellingsregeling Wft (aanpassing vrijstellingsbepalingen aanbieden van beleggingsobjecten en aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling)
Artikel I
De regeling van de Minister van Financiën van 27 juni 2011 tot wijziging van Vrijstellingsregeling Wft in verband met aanpassing van de vrijstellingsbepalingen betreffende beleggingsobjecten en rechten van deelneming in de Wet op het financieel toezicht (Stcrt. 2011, 11755) wordt ingetrokken.
Artikel II
Wijzigt de Vrijstellingsregeling Wft.
Artikel III
1. Een aanbieder die na 31 december 2011 overeenkomsten inzake beleggingsobjecten beheert of uitvoert is terzake van die overeenkomsten vrijgesteld van artikel 2:55, eerste lid, van de wet, alsmede van de bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet gestelde regels, voor zover de beleggingsobjecten voor 1 januari 2012 werden aangeboden voor een nominaal bedrag per beleggingsobject van ten minste € 50 000 en minder dan € 100 000.
2.
Het eerste lid is slechts van toepassing indien de aanbieder:
a. a. voor 1 februari 2012 aan de Autoriteit Financiële Markten meldt dat hij voornemens is een vergunning als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet aan te vragen, onder gelijktijdige verstrekking van door de Autoriteit Financiële Markten te bepalen gegevens; b. b. voor 1 september 2012 een vergunning als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet aanvraagt.
3. De vrijstelling van artikel 2:55, eerste lid, van de wet eindigt op 31 december 2012 dan wel op het tijdstip waarop de beslissing op de vergunningaanvraag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is bekendgemaakt, indien die bekendmaking op een latere datum geschiedt.
4. De vrijstelling van de bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet gestelde regels eindigt op 31 augustus 2012.
5.
Een aanbieder van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling is tot en met 22 juli 2013 vrijgesteld van artikel 2:65, eerste lid, van de wet, voor zover het betreft rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die voor 1 januari 2012:
a. a. konden worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 50 000 en minder dan € 100 000 per deelnemer; of b. b. een nominale waarde per recht hadden van ten minste € 50 000 en minder dan € 100 000.
6.
De beheerder van een beleggingsinstelling is tot en met 22 juli 2013 vrijgesteld van de bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet gestelde regels, voor zover de rechten van deelneming in de beleggingsinstelling voor 1 januari 2012:
a. a. konden worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 50 000 en minder dan € 100 000 per deelnemer; of b. b. een nominale waarde per recht hadden van ten minste € 50 000 en minder dan € 100 000.
7. Het vijfde lid is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen, voor zover zij rechten van deelneming aanbieden of hebben aangeboden in beleggingsinstellingen die voorzieningen aanhouden in het kader van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.
Artikel IV
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel II, dat op 1 januari 2012 in werking treedt.