rijk/pbo/verordening-gzp-structuurversterking-bakkerij-jaar-2003/BWBR0014192/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

11 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening GZP structuurversterking bakkerij jaar 2003 BWBR0014192 pbo geldend 2004-04-04 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014192 Verordening GZP structuurversterking bakkerij jaar 2003

Verordening GZP structuurversterking bakkerij jaar 2003

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

Deze verordening verstaat onder:

Paragraaf 2. Fonds

Artikel 2

1. Er is een fonds, genaamd "Fonds Structuurversterking Bakkerij", zulks ter financiering van de structuurversterking van de Nederlandse bakkerij.

2. Het fonds behoort tot het vermogen van het productschap.

3. De middelen van het fonds komen voort uit de opbrengst van de heffingen, bedoeld in de artikelen 3, 4, 5 en 6.

4. Ten laste van het fonds worden gebracht de kosten van de structuurversterkende maatregelen voor de bakkerij, welke het productschap besluit te verlenen.

Paragraaf 3. heffingen

Artikel 3

1.

Degene, die een onderneming drijft, waarin meel en/of bloem van granen wordt bereid, is verplicht aan het productschap periodiek een heffing te betalen van € 1,00 per 100 kilogram meel en/of bloem van granen, welke hij in Nederland heeft afgeleverd of heeft doen afleveren:

a. a. aan andere bedrijven dan die, waarin meel en/of bloem van granen wordt bereid; b. b. aan andere bedrijven dan die, welke naar het oordeel van het productschap behoren tot de bloemverwerkende industrie; c. c. anders dan in verpakkingen van ten hoogste 2½ kilogram bestemd voor huishoudelijk gebruik.

2. Ter vaststelling van het juiste heffingsbedrag moet een bij het productschap te verkrijgen speciaal daarvoor bestemde afrekeningsstaat worden ingediend.

3. De heffing, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de afnemers doorberekend.

Artikel 4

1.

Degene, die een onderneming drijft, welke naar het oordeel van het productschap behoort tot de bloemverwerkende industrie, is verplicht aan het productschap periodiek een heffing te betalen van € 1,00 per 100 kilogram meel en/of bloem van granen, welke hij in Nederland heeft afgeleverd, of heeft doen afleveren:

a. a. aan andere bedrijven dan die, waarin meel en/of bloem van granen wordt bereid; b. b. aan andere bedrijven dan die, welke naar het oordeel van het productschap behoren tot de bloemverwerkende industrie; c. c. anders dan in verpakkingen van ten hoogste 2½ kilogram, bestemd voor huishoudelijk gebruik.

2. Ter vaststelling van het juiste heffingsbedrag moet een bij het productschap te verkrijgen speciaal daarvoor bestemde afrekeningsstaat worden ingediend.

3. De heffing bedoeld in het eerste lid, wordt aan de afnemers doorberekend.

Artikel 5

1.

Degene, die een onderneming drijft, welke handel drijft in meel en/of bloem van granen, is verplicht aan het productschap periodiek een heffing te betalen van € 1,00 per 100 kilogram meel en/of bloem van granen, waarover noch de in artikel 3 noch de in artikel 4 bedoelde heffing is betaald en welke hij in Nederland heeft afgeleverd, of heeft doen afleveren:

a. a. aan andere bedrijven dan die, waarin meel en/of bloem van granen wordt bereid; b. b. aan andere bedrijven dan die, welke naar het oordeel van het productschap behoren tot de bloemverwerkende industrie, c. c. anders dan in verpakkingen van ten hoogste 2½ kilogram, bestemd voor huishoudelijk gebruik.

2. Ter vaststelling van het juiste heffingsbedrag moet een bij het productschap te verkrijgen speciaal daarvoor bestemde afrekeningsstaat worden ingediend.

3. De heffing bedoeld in het eerste lid, wordt aan de afnemers doorberekend.

4.

Aan hem, die een in het eerste lid bedoelde onderneming drijft en die meel en/of bloem van granen heeft afgenomen tegen een prijs, waarin de in artikel 3, 4 of in het eerste lid omschreven heffing is opgenomen, wordt op zijn verzoek deze heffing geheel of gedeeltelijk door het productschap terugbetaald, indien het terug te betalen bedrag ten minste € 22,50 bedraagt en voor zover ten genoegen van het productschap is aangetoond:

a. a. dat hij meel en/of bloem van granen heeft afgeleverd buiten Nederland; b. b. dat hij meel en/of bloem van granen heeft afgeleverd aan bedrijven, waarin meel en/of bloem van granen wordt bereid, c. c. dat hij meel en/of bloem van granen heeft afgeleverd aan bedrijven, welke naar het oordeel van het productschap behoren tot de bloemverwerkende industrie; d. d. dat hij meel en/of bloem van granen in verpakkingen van ten hoogste 2½ kilogram heeft afgeleverd voor huishoudelijk gebruik.

5. Het in het vierde lid bedoelde verzoek moet worden gedaan met een bij het productschap te verkrijgen formulier. Wanneer de secretaris zulks nodig acht, dient tevens een door de externe accountant afgegeven verklaring ter zake te worden overgelegd.

Artikel 6

1. Degene, die een onderneming drijft, waarin bakkerijproducten worden bereid is verplicht aan het productschap een heffing te betalen van € 1,00 per 100 kilogram meel en/of bloem van granen over die hoeveelheden aan hem geleverd(e) meel en/of bloem van granen, waarover geen der in de artikelen 3, 4 of 5 bedoelde heffingen zijn betaald.

2. Ter vaststelling van het juiste heffingsbedrag moet een bij het productschap te verkrijgen speciaal daarvoor bestemde afrekeningsstaat worden ingediend.

3.

Aan hem, die een in het eerste lid bedoelde onderneming drijft, en die meel en/of bloem van granen heeft afgenomen tegen een prijs, waarin de in het artikel 3, 4 of 5 genoemde heffing is opgenomen dan wel de in het eerste lid bedoelde heffing heeft betaald, wordt op zijn verzoek deze heffing terugbetaald, indien het terug te betalen bedrag tenminste € 22,50 bedraagt en voor zover ten genoegen van het productschap is aangetoond:

a. a. dat hij meel en/of bloem van granen heeft afgeleverd buiten Nederland; b. b. dat hij meel en/of bloem van granen heeft verwerkt in bakkerijproducten, welke zijn afgeleverd buiten Nederland; c. c. dat hij meel en/of bloem van granen in verpakkingen van ten hoogste 2½ kilogram heeft afgeleverd voor huishoudelijk gebruik; d. d. en gedeeltelijk terugbetaald, indien hij in het betrokken budgetjaar meel en/of bloem van granen heeft afgenomen tegen een prijs waarin de in artikel 3, 4 of 5 genoemde heffing is opgenomen of waarover de in het eerste lid bedoelde heffing is betaald, en hij behoort tot die sector die reeds zoveel heffing heeft afgedragen dat het gehele jaarbudget voor die sector is gedekt. In dit kader zijn de sectoren die ieder een eigen jaarbudget hebben het midden- en kleinbedrijf enerzijds en het grootbedrijf anderzijds.

4. Het in het derde lid bedoelde verzoek moet worden gedaan met een bij het productschap te verkrijgen formulier. Wanneer de secretaris zulks nodig acht, dient tevens een door een externe accountant afgegeven verklaring te worden overgelegd.

5. Degene die een in het eerste lid bedoelde onderneming drift waarin meel en/of bloem van granen wordt verwerkt tot bakkerijproducten niet zijnde brood, kan verzoeken om restitutie van de heffing voor het aandeel van het meel en/of bloem van granen dat is verwerkt tot bakkerijproducten niet zijnde brood, indien aan de voorwaarde is voldaan, dat op jaarbasis bezien ten minste 250 ton meel en/of bloem van granen tot bakkerijproducten niet zijnde brood wordt verwerkt.

6. Het in het vijfde lid bedoelde verzoek moet worden gedaan met een bij het productschap te verkrijgen formulier. Wanneer de secretaris zulks nodig acht, dient tevens een door een externe accountant afgegeven verklaring ter zake te worden overgelegd.

Paragraaf 4. Verstrekking van gegevens en invordering van de heffing

Artikel 7

Onder toepassing van de Verordening Algemene Bepalingen GZP 1980 is degene, die een onderneming drijft waarin meel en/of bloem van granen dan wel bakkerijproducten uit meel en/of bloem van granen worden bereid of verhandeld, gehouden aan het productschap al die gegevens te verstrekken die hem ter juiste uitvoering van de onderhavige verordening door of vanwege de secretaris worden gevraagd.

Artikel 8

1. Indien de heffingsplichtige de gegevens, welke hem krachtens artikel 7 zijn gevraagd, ondanks herhaald verzoek van de secretaris niet verstrekt, is de secretaris namens het bestuur bevoegd deze gegevens ambtshalve te bepalen aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens en de krachtens deze verordening verschuldigde heffing op basis van deze gegevens op te leggen.

2. Indien de heffingsplichtige binnen 21 dagen na ontvangst van de heffingsaanslag bedoeld in het eerste lid, alsnog de gevraagde gegevens verstrekt, wordt de aanvankelijk vastgestelde heffing ingetrokken en een nieuwe heffing vastgesteld op basis van de door hem verstrekte gegevens.

Artikel 9

De heffing als bedoeld in de artikelen 3, 4, 5 of 6 is verschuldigd uiterlijk op de achtste dag, volgende op die, waarop deze door het productschap in rekening is gebracht.

Artikel 10

Aan de ondernemer die niet of niet geheel binnen de in artikel 9 gestelde termijn heeft betaald, kan door het productschap de wettelijke, interest over het niet betaalde bedrag in rekening worden gebracht, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling uiterlijk dient te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Artikel 11

1.

Indien een of meerdere afnemers van de in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde ondernemingen weigeren de heffing te betalen dienen deze ondernemingen op hun afrekeningstaten de volgende gegevens te vermelden:

  • de naam, adres en vestigingsplaats van de desbetreffende afnemer(s)
  • de in de perioden waarop de afrekeningstaten betrekking hebben aan de desbetreffende afnemer(s) afgeleverde hoeveelheden meel en/of bloem van granen.

2. In de in het eerste lid bedoelde situatie wordt: de heffing rechtstreeks door het productschap bij de desbetreffende afnemers in rekening gebracht.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Deze verordening is mede verbindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld plegen te worden verricht.

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2003, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van dat Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt terug tot en met 1 januari 2003, met uitzondering van de toepassing van de Verordening Algemene Bepalingen 1980.

Artikel 15

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening GZP structuurversterking bakkerij jaar 2003.