rijk/wet/mijnwerkersinvaliditeitswet/BWBR0001960/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

2.2 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mijnwerkersinvaliditeitswet BWBR0001960 wet geldend 1996-04-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0001960 Mijnwerkersinvaliditeitswet

Mijnwerkersinvaliditeitswet

Artikel 1

Vervallen

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

1. De mijnarbeider, bedoeld in artikel 3, letters a en b, die niet ook uit anderen hoofde dan wegens het lidmaatschap van de pensioenkas van het Fonds niet-verzekeringsplichtig is krachtens de Invaliditeitswet, en bij diens overlijden zijn nagelaten betrekkingen, hebben tegenover het Fonds ten minste dezelfde aanspraken, welke zij krachtens de bepalingen der Invaliditeitswet in verbindig met die der Liquidatiewet invaliditeitswetten, ingeval van invaliditeit, ouderdom en overlijden tegenover de Bank zouden kunnen doen gelden, indien artikel 3 met betrekking tot dien arbeider niet zou hebben gegolden.

2. De in het voorgaand lid bedoelde mijnarbeider wordt voor de toepassing van dat lid geacht voor zijn verzekering in rekening te kunnen doen brengen zooveel maal rentezegels ter waarde van 60 centen als het aantal kalenderweken - een deel van een kalenderweek voor een volle week gerekend - bedraagt van den duur van zijn lidmaatschap van de pensioenkas van het Fonds voor 1 januari 1965.

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

1. Het Rijk verleent aan het Fonds gedurende 75 jaren een uitkeering van € 181 512 per jaar als bijdrage in de lasten der verzekering van de mijnarbeiders, die op 31 December 1919 lid waren van de pensioenkas van het Fonds.

2. De storting der Rijksbijdrage heeft voor het eerst plaats in de maand, volgende op die, waarin deze wet in werking is getreden, en geschiedt verder jaarlijks in de maand Juli.

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vervallen