rijk/wet/wet-stichting-industrieel-garantiefonds/BWBR0002250/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

3.1 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wet Stichting Industrieel Garantiefonds BWBR0002250 wet geldend 1957-08-07 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002250 Wet Stichting Industrieel Garantiefonds

Wet Stichting Industrieel Garantiefonds

Artikel 1

1. Onze Minister van Economische Zaken wordt gemachtigd ten behoeve van de industrialisatie een stichting met een stichtingskapitaal van dertig millioen gulden in het leven te roepen overeenkomstig de bij deze wet gevoegde ontwerp-acte van oprichting.

2.

Onze genoemde Minister wordt tevens gemachtigd, ter aanvulling van dit kapitaal, telkens wanneer hij zulks nodig oordeelt, ten laste van het Rijk bedragen tot een totaal van ten hoogste zeventig millioen gulden ter beschikking van de stichting te stellen.

Ten minste twee maanden, voordat hij tot het ter beschikking stellen van een bedrag overgaat, brengt hij zijn voornemen daartoe ter kennis van de beide Kamers der Staten-Generaal.

Artikel 2

1.

De bedragen, welke de stichting over enig jaar moet betalen:

a. a. in de vorm van vergoedingen, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de statuten der stichting, b. b. ter zake van beheerskosten, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder d, van die statuten, c. c. in de vorm van aflossingen van door haar bij derden opgenomen geldleningen en ter voldoening van renten en andere kosten ter zake van zodanige geldleningen,

worden zo mogelijk voldaan uit de geldmiddelen van de stichting, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van haar statuten.

2. Indien deze bedragen over enig jaar niet ten volle overeenkomstig het eerste lid kunnen worden gedekt, wordt het tekort door het Rijk aan de stichting voorgeschoten.

3. Indien over enig jaar de som van de aan de stichting toevloeiende dividendopbrengsten en de bedragen die zij ontvangt als rente en aflossing ter zake van geldleningen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder e, van haar statuten, de in het eerste lid bedoelde bedragen overtreft, wordt het batig saldo in de eerste plaats aangewend tot terugbetaling aan het Rijk van de bedragen, die in dat jaar of in voorgaande jaren krachtens het tweede lid aan de stichting zijn voorgeschoten of door het Rijk zijn betaald uit hoofde van voor het nakomen van verplichtingen van de stichting aan derden verstrekte garanties.

Artikel 3

Het Rijk is tegenover derden niet aansprakelijk voor andere geldelijke verplichtingen van de stichting dan die, voor de nakoming waarvan het garanties heeft verstrekt.

Artikel 4

De bepalingen van de Successiewet (Stb. 1859, 36) zijn ten aanzien van de stichting niet van toepassing.

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Onze Minister van Economische Zaken verleent goedkeuring tot wijziging van de statuten of tot opheffing van de stichting niet dan na daartoe bij de wet te zijn gemachtigd.

Artikel 7

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet Stichting Industrieel Garantiefonds.

Artikel 8

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst.