rijk/wet/wijzigingswet-wet-inkomstenbelasting-2001-enz-belastingheffing-excessieve-beloni/BWBR0024883/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

59 lines
4.4 KiB
Markdown

---
titel: Wijzigingswet Wet inkomstenbelasting 2001, enz. (belastingheffing excessieve
beloningsbestanddelen)
bwb_id: BWBR0024883
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2008-12-31'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024883
citeertitel: Wijzigingswet Wet inkomstenbelasting 2001, enz. (belastingheffing excessieve
beloningsbestanddelen)
---
# Wijzigingswet Wet inkomstenbelasting 2001, enz. (belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen)
### Artikel I
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
### Artikel II
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
### Artikel III
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
### Artikel IV
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
### Artikel V
Het in artikel III, onderdeel B, genoemde bedrag wordt per 1 januari 2009 bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen.
### Artikel VI
**1.** Voor het bepalen van het resultaat uit een werkzaamheid, bedoeld in artikel 3.94 van de Wet inkomstenbelasting 2001, wordt een vermogensbestanddeel als bedoeld in artikel 3.92b, eerste lid, van die wet welke ten gevolge van de inwerkingtreding van genoemd artikel per 1 januari 2009 is gaan behoren tot het vermogen van een werkzaamheid, op dat tijdstip te boek gesteld volgens de regeling van artikel 3.95b, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**2.** Indien de belastingplichtige een in het eerste lid bedoeld vermogensbestanddeel heeft verkregen van een met hem verbonden persoon als bedoeld in artikel 3.92b, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, wordt, in afwijking van het eerste lid, het vermogensbestanddeel op 1 januari 2009 te boek gesteld op het bedrag dat die persoon op 1 januari 2009 als boekwaarde zou moeten gaan hanteren ingeval die persoon op dat tijdstip het vermogensbestanddeel nog zou houden.
**3.** Indien de belastingplichtige een in het eerste lid bedoeld vermogensbestanddeel heeft verkregen van een lichaam waarin hij of een met hem verbonden persoon als bedoeld in artikel 3.92b, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 een aanmerkelijk belang heeft als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001, wordt, in afwijking van het eerste lid, het vermogensbestanddeel op 1 januari 2009 te boek gesteld op het bedrag dat dat lichaam heeft opgeofferd ter verkrijging van het bestanddeel. Ingeval het lichaam het vermogensbestanddeel eerder had verworven van de belastingplichtige wordt, in afwijking van de eerste volzin, het vermogensbestanddeel op 1 januari 2009 te boek gesteld op het bedrag dat hij op 1 januari 2009 als boekwaarde zou moeten gaan hanteren ingeval hij het vermogensbestanddeel tot dat tijdstip ononderbroken zou hebben gehouden. De tweede volzin is van overeenkomstige toepassing ingeval het lichaam het vermogensbestanddeel eerder had verworven van een met de belastingplichtige verbonden persoon als bedoeld in artikel 3.92b, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**4.** Indien de belastingplichtige een in het eerste lid bedoeld vermogensbestanddeel op 1 januari 2009 middellijk houdt, terwijl hij dat vermogensbestanddeel op enig tijdstip daarvoor onmiddellijk heeft gehouden, wordt, in afwijking van het eerste lid, dat vermogensbestanddeel op 1 januari 2009 te boek gesteld op het bedrag dat hij op 1 januari 2009 als boekwaarde zou moeten gaan hanteren ingeval hij op dat tijdstip het vermogensbestanddeel nog onmiddellijk zou houden.
**5.** Indien een in het eerste lid bedoeld vermogensbestanddeel op 31 december 2008 behoort tot een aanmerkelijk belang in de zin van hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001, maar dit vermogensbestanddeel ten gevolge van de inwerkingtreding van artikel 3.92b van de Wet inkomstenbelasting 2001 per 1 januari 2009 is gaan behoren tot het vermogen van een werkzaamheid, vindt artikel 4.16, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomstenbelasting 2001 ter zake daarvan geen toepassing.
### Artikel VII
Artikel 32bb van de Wet op de loonbelasting 1964 vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot dienstbetrekkingen die op of na 1 januari 2009 worden beëindigd.
### Artikel VIII
Wijzigt het Belastingplan 2008.
### Artikel IX
**1.** Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.
**2.** In afwijking van het eerste lid treedt artikel VIII in werking met ingang van 31 december 2008.