rijk/wet/wijzigingswet-wet-op-het-voortgezet-onderwijs-vereenvoudiging-bekostigingsbepali/BWBR0016983/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

54 lines
4.7 KiB
Markdown

---
titel: Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs (vereenvoudiging bekostigingsbepalingen)
bwb_id: BWBR0016983
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2005-04-06'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0016983
citeertitel: Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs (vereenvoudiging bekostigingsbepalingen)
---
# Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs (vereenvoudiging bekostigingsbepalingen)
### Artikel I
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
### Artikel II
De aanspraak op bekostiging op grond van de artikelen 84, 84b, 85b en 86 van de Wet op het voortgezet onderwijs van de scholen voor voortgezet onderwijs voor het schooljaar dat aanvangt in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin deze wet in werking treedt, eindigt met ingang van de inwerkingtreding van deze wet. In de periode tussen de aanvang van het in de vorige volzin bedoelde schooljaar en de inwerkingtreding van deze wet heeft een school aanspraak op 32% van de personele bekostiging onderscheidenlijk 5/12 van de materiële bekostiging die voor dat schooljaar voor de desbetreffende school op grond van de artikelen 84, 84b en 85b respectievelijk 86 van de Wet op het voortgezet onderwijs is vastgesteld.
### Artikel III
Voor scholen waaraan voor de inwerkingtreding van deze wet bekostiging voor administratie, beheer en bestuur is toegekend als bedoeld in artikel 96g1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, eindigt de in het eerste lid van dat artikel bedoelde periode met ingang van het kalenderjaar volgend op de ingang van het negende schooljaar na aanvang van die bekostiging.
### Artikel IV
**1.**
Indien de berekende bekostiging op grond van de artikelen 84, 84b en 85b van de Wet op het voortgezet onderwijs en op grond van de daarop gebaseerde lagere regelgeving zoals luidend nà inwerkingtreding van artikel I van deze wet van de scholen van een bevoegd gezag waarop voor het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze wet in werking treedt, aanspraak zou bestaan, hoger onderscheidenlijk 1,5% of meer lager is dan de berekende bekostiging waarop voor het schooljaar dat aanvangt in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin deze wet in werking treedt aanspraak zou bestaan op grond van genoemde artikelen en op grond van de daarop gebaseerde lagere regelgeving zoals luidend vóór inwerkingtreding van artikel I van deze wet waarbij de leerlingfluctuatiefactor op 1 wordt gesteld, wordt de bekostiging:
a. a.
voor het jaar waarin deze wet in werking treedt, verminderd met 95% van het verschil onderscheidenlijk vermeerderd met 100% van het verschil voorzover dat boven 1,5% uitgaat,
b. b.
voor het eerste jaar volgend op het jaar waarin deze wet in werking treedt, vermeerderd met 80% van het verschil voorzover dat boven 1,5% uitgaat,
c. c.
voor het tweede jaar volgend op het jaar waarin deze wet in werking treedt, vermeerderd met 60% van het verschil voorzover dat boven 1,5% uitgaat,
d. d.
voor het derde jaar volgend op het jaar waarin deze wet in werking treedt, vermeerderd met 40% van het verschil voorzover dat boven 1,5% uitgaat, en
e. e.
voor het vierde jaar volgend op het jaar waarin deze wet in werking treedt, vermeerderd met 20% van het verschil voorzover dat boven 1,5% uitgaat.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van het aantal leerlingen op de peildatum 1 oktober van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarin deze wet in werking treedt.
**3.** De vermeerderingen onderscheidenlijk verminderingen berekend op grond van het eerste lid, onderdelen a tot en met e onderscheidenlijk onderdeel a, vinden plaats in het jaar waarin deze wet in werking treedt.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de overgangssystematiek bij de personele bekostiging zoals neergelegd in het eerste tot en met derde lid.
### Artikel V
Voorzover deze wet daarin niet voorziet, alsmede indien nodig in afwijking van het bij of krachtens deze wet bepaalde, kunnen bij ministeriële regeling voor bepaalde tijd regels worden vastgesteld ten behoeve van een goede invoering van de door deze wet gewijzigde of toegevoegde bepalingen van de Wet op het voortgezet onderwijs. Ten behoeve van de goede invoering van de in de eerste volzin bedoelde gewijzigde of toegevoegde bepalingen kan bij ministeriële regeling voor bepaalde tijd eveneens worden afgeweken van het overigens bepaalde bij of krachtens de in die volzin genoemde wet.
### Artikel VI
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip met dien verstande dat de nieuwe bekostigingsbepalingen in de Wet op het voortgezet onderwijs voor het eerst van toepassing zijn ten aanzien van de bekostiging voor het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin deze wet in het Staatsblad wordt geplaatst.