40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
19 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NMa 2009 | BWBR0033310 | zbo | geldend | 2009-10-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0033310 | Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NMa 2009 |
Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NMa 2009
Paragraaf 1. Organisatie
Artikel 1
De Nederlandse Mededingingsautoriteit is samengesteld uit:
a. a. de Raad van Bestuur en de rechtstreeks aan de Raad van Bestuur verbonden adviseurs en ondersteunende medewerkers; b. b. de stafafdeling Strategie en Communicatie; c. c. de directie Juridische Dienst; d. d. de directie Mededinging, waarvan deel uitmaakt het clementiebureau; e. e. de directie Regulering Energie en Vervoer; f. f. de directie Bedrijfsvoering; g. g. het Economisch Bureau.
Artikel 2
De Raad van Bestuur voert overleg over de algemene gang van zaken binnen de Nederlandse Mededingingsautoriteit en over de uitvoering van zijn daarop betrekking hebbende leidinggevende taken met de directeuren en hoofden.
Artikel 3
De stafafdeling Strategie en Communicatie is met name belast met taken van initiërende en coördinerende aard inzake de positie en het functioneren van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en met de interne en externe communicatie.
Artikel 4
De directie Juridische Dienst is binnen het kader van de uitvoering van de Mededingingswet, de Wet op het financieel toezicht, de Telecommunicatiewet, de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Wet onafhankelijk netbeheer2Wijzigingswet Elektriciteitswet 1998 en Gaswet (nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer)., de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie, de Spoorwegwet, de Loodsenwet, de Wet luchtvaart, de Wet personenvervoer 2000 en de Scheepvaartverkeerswet met name belast met de behandeling van aangelegenheden inzake de oplegging van sancties, de behandeling van bezwaren en beroep, en het optreden als Amicus Curiae. De directie Juridische Dienst treedt op als juridische adviseur en verricht uit dien hoofde juridische werkzaamheden van algemene aard ten behoeve van de gehele Nederlandse Mededingingsautoriteit.
Artikel 5
De directie Mededinging is belast:
-
- binnen het kader van de uitvoering van de Mededingingswet, met name met de behandeling van aangelegenheden inzake concentraties van ondernemingen, mededingingsbeperkende afspraken, misbruik van economische machtsposities en de toepassing van hoofdstuk 4a, inzake financiële transparantie;
-
- met het toezicht op de naleving van artikel 5:88 van de Wet op het financieel toezicht en van artikel 6.20a van de Telecommunicatiewet;
-
- Binnen het kader van de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden met de uitvoering van artikel 16, tweede lid, van die wet.
Artikel 6
De directie Regulering Energie en Vervoer is belast met:
a. a. taken ter uitvoering van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet; b. b. het toezicht op de naleving van de artikelen VIa, vierde lid, VII, eerste lid, IX, tweede lid, IXa, eerste en tweede lid en IXb, eerste tot en met derde lid, vijfde, zesde, zevende en negende lid, van de Wet onafhankelijk netbeheer en artikel 69, eerste en vijfde lid, van de Wet personenvervoer 2000; c. c. het toezicht als bedoeld in de artikelen 70 en 71 van de Spoorwegwet, artikel 11.14a, eerste lid, van de Wet luchtvaart en de artikelen 45b, eerste lid, en 45i, eerste lid, van de Loodsenwet; d. d. de uitvoering van de artikelen 14a, tweede lid, en 15ba, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet; e. e. de uitvoering van de artikelen 19, 21 en 22 van de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie.
Artikel 7
Het Economisch Bureau verricht zaaksgebonden en algemeen economisch onderzoek ten behoeve van de gehele Nederlandse Mededingingsautoriteit. Het Economisch Bureau adviseert de Raad van Bestuur. Het Economisch Bureau participeert in internationale gremia en publiceert wetenschappelijk gefundeerde artikelen op het gebied van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.
Artikel 8
De directie Bedrijfsvoering is belast met taken van respectievelijk personele en organisatorische, financiële en facilitaire aard ten behoeve van het goed functioneren van de Nederlandse Mededingingsautoriteit met inachtneming van de daaraan bij of krachtens de wet gestelde eisen.
Artikel 9
De onderdelen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit verrichten hun taken, met inachtneming van de daaraan bij de wet gestelde grenzen, in onderlinge samenwerking en afstemming.
Paragraaf 2. Mandaat, volmacht en machtiging
Artikel 10
Aan de leden van de Raad van Bestuur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de Mededingingswet, de Wet op het financieel toezicht, de Telecommunicatiewet, de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Wet onafhankelijk netbeheer, de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie, de Spoorwegwet, de Loodsenwet, de Wet luchtvaart, de Wet personenvervoer 2000, de Scheepvaartverkeerswet en de Wet openbaarheid van bestuur en voor alle andere aangelegenheden de Nederlandse Mededingingsautoriteit betreffende, indien:
a. a. niet gewacht kan worden op een besluit van de Raad; b. b. het de schriftelijke afdoening en ondertekening van stukken betreft die voortvloeien uit door de Raad genomen besluiten.
Artikel 11
1. Aan de directeuren van de directie Juridische Dienst, de directie Mededinging, en de directie Regulering Energie en Vervoer en hun plaatsvervangers wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met de Mededingingswet, de Wet op het financieel toezicht, de Telecommunicatiewet, de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Wet onafhankelijk netbeheer, de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie, de Spoorwegwet, de Loodsenwet, de Wet luchtvaart, de Wet personenvervoer 2000, de Scheepvaartverkeerswet en de Wet openbaarheid van bestuur.
2.
De mandaatverlening, bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op:
a. a. besluiten betreffende het opleggen van een bestuurlijke sanctie, een voorlopige last onder dwangsom of een bindende aanwijzing, met uitzondering van besluiten die in ondermandaat namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie worden genomen; b. b. besluiten op grond van artikel 37 van de Mededingingswet, waarin een vergunning wordt vereist, en besluiten op grond van de artikelen 40, 41, 44, 45 en 46 van de Mededingingswet; c. c. beslissingen op bezwaar; d. d. regelgeving; e. e. besluiten en handelingen inzake de strategische koers en het communicatiebeleid.
3. In afwijking van het tweede lid, onder c, wordt aan de directeur van de directie Juridische Dienst en zijn plaatsvervanger mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beslissingen op bezwaar niet zijnde een beslissing op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, een beslissing inzake geschilbeslechting, een beslissing betreffende het opleggen van een bestuurlijke sanctie, een voorlopige last onder dwangsom of een bindende aanwijzing.
Artikel 12
1. Aan de clustermanagers bij de directie Juridische Dienst, de directie Mededinging en de directie Regulering Energie en Vervoer en hun plaatsvervangers wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met de Mededingingswet, de Wet op het financieel toezicht, de Telecommunicatiewet, de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Wet onafhankelijk netbeheer, de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie, de Spoorwegwet, de Loodsenwet, de Wet luchtvaart, de Wet personenvervoer 2000 en de Scheepvaartverkeerswet met betrekking tot aangelegenheden behorende tot het werkterrein van de betrokken directie.
2.
De mandaatverlening als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op:
a. a. besluiten betreffende het opleggen van een bestuurlijke sanctie, een voorlopige last onder dwangsom of een bindende aanwijzing; b. b. besluiten op grond van artikel 37 van de Mededingingswet, waarin een vergunning wordt vereist, en besluiten op grond van de artikelen 40, 41, 44, 45 en 46 van de Mededingingswet; c. c. beslissingen op bezwaar; d. d. regelgeving; e. e. besluiten en handelingen inzake de strategische koers en het communicatiebeleid.
Artikel 13
Machtiging voor de uitoefening van de bevoegdheden van artikel 7 van de Elektriciteitswet 1998 en van artikel 35 van de Gaswet wordt verleend aan:
a. a. het hoofd en zijn plaatsvervanger van de stafdienst Bedrijfsvoering van de directie Regulering Energie en Vervoer; b. b. de clustermanager en zijn plaatsvervanger van het cluster Energie en Vervoer van de directie Juridische Dienst; c. c. de clustermanager en zijn plaatsvervanger van het cluster Onderzoek en Informatiemanagement van de directie Regulering Energie en Vervoer.
Artikel 14
Aan de directeur van de directie Regulering Energie en Vervoer en zijn plaatsvervanger wordt machtiging verleend voor:
a. a. ondertekenen van een voornemen als bedoeld in artikel 95, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000; b. b. opmaken van een rapport als bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht voor overtreding van de artikelen VIa, vierde lid, VII, derde lid, IX, tweede lid, IXa, eerste en tweede lid en IXb, eerste tot en met derde lid, vijfde, zesde, zevende en negende lid, van de Wet onafhankelijk netbeheer.
Artikel 14a
Aan de directeur Bedrijfsvoering, zijn plaatsvervanger en de clustermanager FEZ wordt mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen als bedoeld in de artikelen 4:86, eerste lid, 4:94, eerste lid, 4:96, 4:99, 4:112, eerste lid, en 5:10, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 15
Aan de directeur van de directie Juridische Dienst en zijn plaatsvervanger wordt machtiging verleend om beslissingen te nemen inzake het optreden als Amicus Curiae.
Artikel 16
1. Het clementiebureau is belast met de toepassing van de Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken tot vermindering van geldboetes betreffende kartels.
2. Aan de clementiefunctionaris wordt mandaat en machtiging verleend voor het voorbereiden en het doen van clementietoezeggingen als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van deze beleidsregels.
Artikel 17
1. Er is een klachtenfunctionaris die klachten behandelt als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Aan de klachtenfunctionaris wordt mandaat en machtiging verleend voor handelingen in het kader van het behandelen van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van het toepassen van artikel 9:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 18
1. Er is een functionaris verschoningsrecht als bedoeld in artikel 1, onder 11, van de Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren.
2. Aan de functionaris verschoningsrecht wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van aangelegenheden op zijn werkterrein als bedoeld in artikel 7 van de Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren.
Artikel 19
Aan de in de onderstaande tabel vermelde functionarissen en hun plaatsvervangers wordt volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen zoals benoemd in de tabel, voor zover deze per verplichting het in de tabel aangegeven bedrag niet te boven gaan, alsmede voor het nemen van beslissingen op verzoeken om betaling voortvloeiend uit eerder door hen aangegane verplichtingen voor zover deze per betaling het aangegeven bedrag niet te boven gaan, binnen het door de Raad vastgestelde werkplan en binnen het door de Raad daartoe vastgestelde budget.
Artikel 20
Aan de medewerkers van de Nederlandse Mededingingsautoriteit werkzaam bij de directie Juridische Dienst, met uitzondering van secretariële en ondersteunende medewerkers, wordt machtiging verleend de Raad van Bestuur te vertegenwoordigen bij gerechtelijke procedures.
Artikel 21
1. Aan de directeuren en hoofden van de in artikel 1, onderdeel b tot en met g, genoemde onderdelen, wordt, binnen het door de Raad vastgestelde werkplan en binnen het door de Raad daartoe vastgestelde budget, voor de onder hen ressorterende medewerkers, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het verlenen van ontslag, bedoeld in artikel 94 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
2.
Aan de directeuren en hoofden van de in artikel 1, onderdeel b tot en met g, genoemde onderdelen, en hun plaatsvervangers, wordt, binnen het door de Raad vastgestelde werkplan en binnen het door de Raad daartoe vastgestelde budget, voor de onder hen ressorterende medewerkers mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
1°. 1°. het aanstellen van medewerkers; 2°. 2°. het goedkeuren van aanvragen tot wijzigingen in de arbeidsduur van medewerkers met uitzondering van aanvragen bedoeld in artikel 21, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement; 3°. 3°. het verlenen van toestemming voor interim functievervulling en het aangaan van desbetreffende overeenkomsten; 4°. 4°. het beslissen op een aanvraag in het kader van de geldende regels inzake scholingsfaciliteiten, inclusief het verlenen van studieverlof; 5°. 5°. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van medewerkers; 6°. 6°. verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van medewerkers; 7°. 7°. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel; 8°. 8°. verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het inhuren van tijdelijk personeel; 9°. 9°. het aangaan van stageovereenkomsten; 10°. 10°. het doen van uitgaven voor aardigheidjes; 11°. 11°. het doen van uitgaven ten behoeve van representatie; 12°. 12°. het toekennen van eenmalige toeslagen van maximaal € 500 netto aan medewerkers in het kader van ‘bewust belonen’; 13°. 13°. het nemen van beslissingen inzake het woon-werkverkeer.
Artikel 22
Aan de directeuren en hoofden van de in artikel 1, onderdelen b tot en met g genoemde onderdelen, hun plaatsvervangers en de bij de onderdelen werkzame clustermanagers, en hun plaatsvervangers, wordt voor de onder hen ressorterende medewerkers, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. a. het verlenen van vakantie; b. b. het verlenen van kort buitengewoon verlof; c. c. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof; d. d. het accorderen van binnen- en buitenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties binnen- en buitenland.
Artikel 22a
De artikelen 10, 11, 12, 21 en 22 van dit besluit omvatten, met inachtneming van artikel 6 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, ook de door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aan de Raad van Bestuur gemandateerde bevoegdheden.
Paragraaf 3. Aanwijzing bevoegde ambtenaren
Artikel 23
1.
De ambtenaren werkzaam bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit, met uitzondering van de ambtenaren werkzaam bij de directie Juridische Dienst, zijn aangewezen als:
a. a. ambtenaren als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Mededingingswet, belast met toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens die wet; b. b. personen als bedoeld in artikel 1:25a, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel 1:72, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, belast met toezicht op de naleving van artikel 5:88 van die wet; c. c. ambtenaren als bedoeld in artikel 15.1, tweede lid, van de Telecommunicatiewet, belast met het toezicht op de naleving van artikel 6a.20, derde lid, van die wet; d. d. ambtenaren als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden belast met de uitvoering van het onderzoek als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van die wet; e. e. ambtenaren als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de Gaswet en artikel 5, vierde lid, van de Elektriciteitswet 1998, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens die wetten; f. f. ambtenaren als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie, belast met het toezicht op de naleving van de artikelen 2, 4, 5, 6, 7, derde lid, en 9 van die wet. g. g. ambtenaren als bedoeld in artikel 70, tweede lid, van de Spoorwegwet, belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen genoemd in artikel 76, tweede lid, van die wet; h. h. ambtenaren als bedoeld in de artikelen 45b, eerste lid, en 45i, eerste lid, van de Loodsenwet, belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen genoemd in de artikelen 45f, eerste lid, en 46, tweede lid, en 45h, eerste lid, van die wet; i. i. ambtenaren als bedoeld in artikel 11.14a, eerste lid, van de Wet luchtvaart, belast met het toezicht op de naleving van de artikelen 8.25d tot en met 8.25h van die wet; j. j. ambtenaren als bedoeld in artikel 87, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000, belast met het toezicht op de naleving van artikel 69, eerste, vijfde en zevende lid, van die wet.
2.
De ambtenaren werkzaam bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit zijn aangewezen als:
a. a. functionarissen als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, van de Verordening 1/20033Verordening 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, PbEU 2003, L 001., belast met het verlenen van bijstand aan door de Europese Commissie gemachtigde functionarissen en andere begeleidende personen; b. b. functionarissen als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Verordening 1/2003, belast met het verrichten van een inspectie op verzoek van de Europese Commissie of andere mededingingsautoriteiten.
Artikel 23a
De Programmamanager Inlichtingen, de Inlichtingenrechercheurs en de Informatiespecialist werkzaam bij het cluster Recherche en Inlichtingen van de directie Mededinging, zijn aangewezen als toezichthoudende ambtenaren als bedoeld in paragraaf 3.3 van de Beleidsregel van de Nederlandse Mededingingsautoriteit met betrekking tot (anonieme) informanten.
Artikel 24
Aan de voorzitter van de Raad van Bestuur wordt machtiging verleend tot het ondertekenen van de legitimatiebewijzen van de toezichthoudende ambtenaren en functionarissen als bedoeld in artikel 23 van dit besluit.
Paragraaf 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 25
Het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NMa 2005 wordt ingetrokken.
Artikel 26
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2009.
Artikel 27
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NMa 2009.
Bijlage
Niet opgenomen.