40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
18 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling Beroepservaringperiode | BWBR0032509 | zbo | geldend | 2012-12-21 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0032509 | Regeling Beroepservaringperiode |
Regeling Beroepservaringperiode
Hoofdstuk I. Definities
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*wet:*
Wet op de architectentitel;
b. b.
*register:* architectenregister als bedoeld in artikel 2 van de wet;
c. c.
*bureau architectenregister:* bureau architectenregister als bedoeld in artikel 2a van de wet;
d. d.
*architect:* in het register als zodanig ingeschreven architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect;
e. e.
*beroepservaringperiode:* periode als bedoeld in artikel 12e van de wet;
f. f.
*kandidaat:* persoon die de beroepservaringperiode doorloopt;
g. g.
*mentor:* architect, blijkens inschrijving in het register ten minste drie jaar beroepsmatig werkzaam in de discipline van de desbetreffende kandidaat, onder wiens begeleiding de kandidaat het beroep van architect uitoefent;
h. h.
*geïntegreerd beroepservaringprogramma:* tweejarig programma waarin werken onder begeleiding van een mentor en het volgen van beroepservaringmodules door één aanbieder worden verzorgd;
i. i.
*beroepservaringmodules:* trainingen, cursussen en andere bijeenkomsten die zijn gericht op de ontwikkeling van de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling.
Hoofdstuk II. Doel en inhoud van de beroepservaringperiode
Artikel 2
1. De beroepservaringperiode moet er toe leiden dat de kandidaat aan het einde van deze periode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling.
2. Om te bevorderen dat de kandidaat beschikt over de in het eerste lid genoemde kennis, inzicht en vaardigheden doorloopt hij een individueel traject, waarin hij gedurende twee jaar het beroep van architect uitoefent onder begeleiding van een mentor, alsmede gelijktijdig een aanvullend traject, waarin hij beroepservaringmodules volgt.
3. De kandidaat doet in het individueel traject beroepsmatig ervaring op in een aantal te onderscheiden fases in het ontwerp- en realisatieproces, welke fases staan genoemd in de bijlage bij deze regeling.
Artikel 3
1. De kandidaat die met goed gevolg een door het bureau architectenregister erkend geïntegreerd beroepservaringprogramma heeft doorlopen, wordt geacht te beschikken over de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling.
2. De kandidaat die deelneemt aan een geïntegreerd beroepservaringprogramma voert het startgesprek, bedoeld in artikel 10 en de in de artikelen 12, tweede lid, en 24, tweede lid, bedoelde gesprekken bij de aanbieder van het programma en levert in dat kader bij die aanbieder, op de door die aanbieder te bepalen momenten, de bescheiden als bedoeld in de artikelen 8, 11 en 24 in.
Hoofdstuk III. Commissie beroepservaringperiode
Artikel 4
1. Er is een commissie beroepservaringperiode voor elk van de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur, die bestaat uit ten minste drie personen.
2. Een commissie als bedoeld in het eerste lid heeft in elk geval tot taak het boordelen van persoonlijke ontwikkelingsplannen van kandidaten, het evalueren en beoordelen van de vorderingen van kandidaten en het adviseren van het bureau architectenregister omtrent de vraag of de kandidaat die niet een geïntegreerd beroepservaringprogramma doorloopt, de beroepservaringperiode met goed gevolg heeft doorlopen.
3. De voorzitter en leden van een commissie als bedoeld in het eerste lid, worden benoemd en ontslagen door het bureau architectenregister. Het bureau architectenregister kan plaatsvervangend leden benoemen. Benoemingen geschieden gehoord de Rijksbouwmeester.
4. Benoemingen gelden voor een periode van ten hoogste vier jaar en kunnen, na het verstrijken daarvan, één keer voor ten hoogste vier jaar worden verlengd.
5. Een commissie als bedoeld in het eerste lid, bestaat in meerderheid uit personen die werkzaam zijn of zijn geweest op het gebied van de desbetreffende discipline.
Hoofdstuk IV. Begin van de beroepservaringperiode
Artikel 5
1. De beroepservaringperiode vangt aan op de dag waarop de kandidaat begint met de uitoefening van het beroep van architect onder begeleiding van de mentor.
2. De kandidaat is zelf verantwoordelijk voor het vinden van een mentor.
Artikel 6
De kandidaat werkt gedurende de beroepservaringperiode op het bureau waar de mentor werkzaam is of met een mentor die elders werkzaam is.
Artikel 7
1. Ten minste vier weken vóór de beoogde aanvang van de beroepservaringperiode dienen de kandidaat en de beoogde mentor gezamenlijk bij het bureau architectenregister een aanmelding in.
2.
Op de in het eerste lid bedoelde aanmelding staan onder meer vermeld:
– – personalia van de kandidaat en van de mentor; – – de datum van ingang van de samenwerking tussen de mentor en de kandidaat; – – het aantal uren dat de kandidaat per week zal werken; – – het door de kandidaat behaalde diploma; – – een verklaring van de beoogde mentor dat deze gedurende zijn begeleiding van de kandidaat zal voldoen aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze regeling.
Artikel 8
Bij de in artikel 7 bedoelde aanmelding dient de kandidaat een door hem opgesteld persoonlijk ontwikkelingsplan in, waarin staat beschreven hoe hij zijn beroepservaringperiode zal inrichten om te bewerkstelligen dat hij aan het einde van de beroepservaringperiode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling.
Artikel 9
1. De in artikel 7 bedoelde aanmelding wordt door het bureau architectenregister geweigerd indien de kandidaat minder dan 20 uur per week als architect werkzaam zal zijn.
2. Indien de kandidaat minder dan 32 uur per week wil werken, verlengt het bureau architectenregister de beroepservaringperiode naar evenredigheid.
Artikel 10
Voor de aanvang van de beroepservaringperiode vindt een startgesprek plaats tussen de kandidaat en de commissie beroepservaringperiode waarin het in artikel 8 bedoelde persoonlijk ontwikkelingsplan van de kandidaat wordt besproken en, indien dit naar het oordeel van de commissie noodzakelijk is, wordt aangepast.
Hoofdstuk V. Verloop van de beroepservaringperiode
Paragraaf 1. Logboek en evaluaties
Artikel 11
De kandidaat houdt tijdens de beroepservaringperiode een logboek bij, waarin hij zijn ontwikkelingen van de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur of interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling, beschrijft.
Artikel 12
1. De mentor brengt halverwege de beroepservaringperiode door middel van een door het bureau architectenregister verstrekt evaluatieformulier aan het bureau architectenregister schriftelijk verslag uit van het verloop van de beroepservaringperiode en de vorderingen van de kandidaat.
2. Na indiening van het in het eerste lid bedoelde evaluatieformulier vindt een tussengesprek plaats tussen de kandidaat, de mentor en de commissie beroepservaringperiode, waarin mede aan de hand van het in artikel 11 bedoelde logboek de vorderingen van de kandidaat worden besproken.
3. Indien het tussengesprek naar het oordeel van de commissie beroepservaringperiode daartoe aanleiding geeft, wordt het persoonlijk ontwikkelingsplan door de kandidaat aangepast overeenkomstig de aanwijzingen van de commissie.
Paragraaf 2. Tussentijds einde en opschorting
Artikel 13
1.
De beroepservaringperiode eindigt tussentijds:
a. a. na opzegging van de begeleiding door de kandidaat aan de mentor, b. b. na opzegging van de begeleiding door de mentor aan de kandidaat, c. c. met beëindiging van de begeleiding met wederzijds goedvinden van de kandidaat en de mentor,
indien niet binnen drie maanden na de opzegging, bedoeld onder a of b, of de beëindiging met wederzijds goedvinden de kandidaat met een andere mentor een aanmelding als bedoeld in artikel 7 indient.
2. Een beëindiging van de samenwerking met een mentor wordt door de kandidaat en de mentor onverwijld schriftelijk doorgegeven aan het bureau architectenregister.
Artikel 14
1. Het bureau architectenregister kan de beroepservaringperiode opschorten gedurende de tijd dat de kandidaat geen mentor heeft.
2. Het bureau architectenregister schort de beroepservaringperiode op verzoek van de kandidaat op indien de kandidaat de beroepservaringperiode om hem moverende redenen tijdelijk wenst te staken.
Paragraaf 3. Verplichtingen mentor en kandidaat
Artikel 15
1. De mentor staat de kandidaat gedurende de gehele beroepservaringperiode bij met voorlichting en raad met betrekking tot de beroepsuitoefening in de breedste zin van het woord.
2. De mentor ziet erop toe en bevordert dat de kandidaat zich dusdanig ontwikkelt dat deze aan het einde van de beroepservaringperiode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
3. De mentor zorgt dat de kandidaat, voor zover die bij hem in loondienst is, gedurende de normale werktijden kan deelnemen aan beroepservaringmodules en voorziet de kandidaat van passend werk.
4. De mentor dient tijdig en zorgvuldig de door hem in te vullen evaluaties van de kandidaat in bij het bureau architectenregister.
Artikel 16
1. De kandidaat dient zich gedurende de beroepservaringperiode zodanig te ontwikkelen dat hij aan het einde van de beroepservaringperiode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
2. De kandidaat volgt tijdens de beroepservaringperiode het door hem opgestelde persoonlijk ontwikkelingsplan, bedoeld in artikel 8.
3. De kandidaat stelt de mentor in staat te voldoen aan zijn verplichting om de kandidaat te begeleiden.
4. De kandidaat stelt de commissie beroepservaringperiode in staat te evalueren op de daartoe bestemde tijdstippen.
Paragraaf 4. Geschillen tussen mentor en kandidaat
Artikel 17
Het bureau architectenregister, althans een door hem aan te wijzen persoon of in te stellen geschillencommissie, bemiddelt of adviseert op verzoek daartoe van de meest gerede partij in geschillen tussen de mentor en de kandidaat.
Paragraaf 5. Aanvullend traject
Artikel 18
1. De kandidaat volgt, naast het in artikel 2, tweede lid, genoemde individueel traject, een aanvullend traject met beroepservaringmodules, voor zover hij daarvan geen vrijstelling als bedoeld in artikel 21 heeft verkregen.
2. Tijdens het in artikel 10 bedoelde startgesprek en, indien dit naar het oordeel van de commissie beroepservaringperiode noodzakelijk is, tijdens het tussengesprek, bedoeld in artikel 12, tweede lid, wordt vastgesteld welke beroepservaringmodules de kandidaat tijdens de beroepservaringperiode doorloopt.
3. De beroepservaringmodules worden gevolgd bij een door het bureau architectenregister overeenkomstig artikel 28 als zodanig erkende aanbieder van beroepservaringmodules.
4. De kandidaat dient zich op de door de aanbieder van beroepservaringmodules voorgeschreven wijze op de modules voor te bereiden.
5. De kandidaat is vrij in de keuze van de volgorde waarin hij de beroepservaringmodules doorloopt, doch dient zich ervan te vergewissen dat deze zoveel mogelijk aansluit bij zijn ontwikkelingen in het individueel traject.
Artikel 19
De kandidaat dient de door hem te volgen beroepservaringmodules te hebben afgerond vóór het in artikel 24, tweede lid, bedoelde eindgesprek.
Artikel 20
Certificaten van deelname aan beroepservaringmodules zijn tot zes jaar na afgifte geldig.
Paragraaf 6. Vrijstellingen
Artikel 21
1. Van de verplichting om deel te nemen aan (een deel van) het individueel traject of (een deel van) het aanvullend traject kan door het bureau architectenregister, nadat deze de commissie beroepservaringperiode heeft gehoord, vrijstelling worden verleend.
2. Het bureau architectenregister beslist binnen zes weken op een verzoek om vrijstelling als bedoeld in het eerste lid.
3. De kandidaat die deelneemt aan een geïntegreerd beroepservaringprogramma vraagt een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, aan bij de aanbieder van dat programma.
Artikel 22
1. Een verzoek om vrijstelling dient door de kandidaat schriftelijk te worden ingediend bij de in artikel 7 bedoelde aanmelding.
2. Het bureau architectenregister kan aan een vrijstelling voorwaarden verbinden.
Artikel 23
Een verzoek om vrijstelling wordt slechts gehonoreerd, indien de kandidaat naar het oordeel van het bureau architectenregister heeft aangetoond op grond van opleiding of opgedane beroepservaring voor aanvang van de beroepservaringperiode reeds te beschikken over (een deel van) de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Hoofdstuk VI. Einde van de beroepservaringperiode
Artikel 24
1. Vier weken vóór het einde van de beroepservaringperiode brengt de mentor door middel van een door het bureau architectenregister verstrekt formulier aan het bureau architectenregister schriftelijk verslag uit van het verloop van de beroepservaringperiode en de vorderingen van de kandidaat.
2. Na indiening van het in het eerste lid bedoelde formulier wordt de kandidaat uitgenodigd voor een eindgesprek met de commissie beroepservaringperiode.
3. De commissie stelt tijdens het in het tweede lid bedoelde eindgesprek, mede aan de hand van de evaluatieformulieren, bedoeld in artikel 12, eerste lid, en in het eerste lid van dit artikel, het ingevulde logboek, bedoeld in artikel 11, en certificaten van deelname aan de door de kandidaat gevolgde beroepservaringmodules, bedoeld in artikel 18, eerste lid, vast of de beroepservaringperiode dusdanig is doorlopen dat de kandidaat geacht kan worden te beschikken over de kennis, het inzicht en de vaardigheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Artikel 25
1. De kandidaat levert uiterlijk twee weken voor het in artikel 24, tweede lid, bedoelde eindgesprek het ingevulde logboek en geldige certificaten van alle door hem gevolgde beroepservaringmodules in bij het bureau architectenregister.
2. Het niet (tijdig) indienen van het ingevulde logboek en de certificaten leidt ertoe dat de kandidaat niet wordt toegelaten tot het eindgesprek.
Artikel 26
Het eindgesprek, bedoeld in artikel 24, tweede lid, vindt in beginsel plaats binnen twee jaar, doch uiterlijk binnen zes jaar na aanvang van de beroepservaringperiode.
Artikel 27
1. De beroepservaringperiode eindigt, buiten de gevallen, bedoeld in artikel 13, zodra het bureau architectenregister aan de kandidaat een certificaat afgeeft waaruit blijkt dat het bureau architectenregister, op basis van het advies van de commissie beroepservaringperiode, vaststelt dat de kandidaat voldoet aan de eisen die in deze regeling aan hem zijn gesteld.
2. De kandidaat die heeft deelgenomen aan een geïntegreerd beroepservaringprogramma als bedoeld in artikel 3, eerste lid, verkrijgt het in het eerste lid bedoelde certificaat indien het bureau architectenregister van de aanbieder van dat programma een schriftelijke verklaring heeft ontvangen dat de kandidaat het programma met goed gevolg heeft doorlopen.
3. De beroepservaringperiode eindigt in elk geval zes jaar na de aanvang daarvan.
4. De periode, bedoeld in het derde lid, wordt geschorst tot door het bureau architectenregister is beslist op een door de kandidaat ingediend bezwaar tegen het besluit om de kandidaat niet het certificaat, bedoeld in het eerste lid, te verstrekken.
Hoofdstuk VII. Erkenning van aanbieders en beroepservaring-modules
Artikel 28
De erkenning van een aanbieder van beroepservaringmodules of van een geïntegreerd beroepservaringprogramma en de erkenning van beroepservaringmodules of van een geïntegreerd beroepservaringprogramma door het bureau architectenregister vindt plaats op verzoek van de aanbieder van de desbetreffende beroepservaringmodules of het desbetreffende beroepservaringprogramma.
Artikel 29
1. Het bureau architectenregister kan aan een erkenning voorwaarden verbinden.
2. Een erkenning kan door het bureau architectenregister te allen tijde worden ingetrokken.
Artikel 30
Het bureau architectenregister stelt regels vast met betrekking tot de erkenning, die in elk geval betrekking hebben op
a. a. eisen waaraan het verzoek, bedoeld in artikel 28, dient te voldoen, b. b. de wijze waarop een verzoek wordt beoordeeld en c. c. de voorwaarden, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
Artikel 31
1. Een erkende aanbieder van beroepservaringmodules of van een geïntegreerd beroepservaringprogramma heeft het recht in eigen publicaties te vermelden dat hij door het bureau architectenregister als zodanig is erkend.
2. Door het bureau architectenregister erkende beroepservaringmodules of programma’s dienen als zodanig door een erkende aanbieder te worden vermeld.
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Artikel 32
Het bureau architectenregister is bevoegd de bijlage bij deze regeling te wijzigen en doet van een wijziging mededeling aan de ministers, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet.
Artikel 33
Het bureau architectenregister stelt de tarieven vast voor een vergoeding van de kosten ter zake van de uitvoering van de hoofdstukken II en IV tot en met VI van deze regeling.
Artikel 34
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 35
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling Beroepservaringperiode.