rijk/zbo/regeling-gespecialiseerde-geestelijke-gezondheidszorg/BWBR0037318/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

70 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg BWBR0037318 zbo geldend 2016-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037318 Regeling gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg

Regeling gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg

Ingevolge artikel 27, 36, 37 en 38 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van gespecialiseerde GGZ.

. Leeswijzer: integratie Nadere Regel en Spelregels

Met ingang van 2016 zijn de Nadere Regel en de Spelregels voor de DBC-systematiek die voorheen apart werden gepubliceerd, samengevoegd tot één document.

In Hoofdstuk 3 van deze Nadere Regel zijn de regels met betrekking tot de Diagnose Behandeling Combinaties (DBCs) weergegeven.

Meer uitgebreide informatie over het hele DBC-registratieproces (registreren-valideren-afleiden) en voorbeelden, nadere toelichting en stroomschemas staan vermeld in Bijlage 1: Toelichting op de nadere regel.

Er zijn in veel gevallen directe koppelingen naar teksten in de bijlagen opgenomen. Deze zijn te herkennen aan het feit dat de tekst onderstreept is, en er een grijs blokje verschijnt als de cursor op de tekst staat.

Tussen tekst en bijlage kan eenvoudig heen en weer geschakeld: door CTRL +muisklik wordt doorgeschakeld naar de gekoppelde toelichting. De toetscombinatie Alt+pijltjestoets (rechts/links) zorgt voor terugschakeling naar de oorspronkelijke tekst.

De bijlagen maken integraal deel uit van deze Nadere Regel.

1. Inleiding

1.1. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (GGZ) als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw), niet zijnde generalistische basis GGZ, hierna verder aangeduid als gespecialiseerde GGZ.

1.2. Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is het stellen van voorschriften voor de gespecialiseerde GGZ op het gebied van registratie, declaratie, informatie en validatie, die zorgaanbieders in acht moeten nemen bij én voorafgaand aan het declareren van DBCs, ZZPs GGZ en OVPs.

1.3. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *afwezigheidsdagen:* dagen waarop een patiënt die verblijft bij een instelling, op basis van DBC of ZZP GGZ, afwezig is;

b. b.

    *AGB-code:* unieke code die aan een zorgaanbieder is toegekend. Met deze code kan de zorgaanbieder en de praktijk of de instelling worden geïdentificeerd;

c. c.

    *algemeen indirecte tijd:* patiëntgebonden tijd, maar de tijd heeft geen betrekking op de uitvoering van een directe behandelactiviteit. Algemeen indirecte tijd wordt geregistreerd bij een multidisciplinair overleg of bij de eindverslaglegging van een behandeltraject;

d. d.

    *audit-trail:* zodanige vastlegging van gegevens dat het spoor van basisgegeven naar eindgegeven en omgekeerd achteraf door een externe accountant of, afhankelijk van de aard van de gegevens, door de medisch adviseur kan worden gevolgd en gecontroleerd;

e. e.

    *basispakket:* de zorg behorend tot het verplicht verzekerd pakket op grond van de Zvw;

f. f.

    *behandelaar DBC:* zorgaanbieder die op de DBC-beroepentabel voorkomt en activiteiten, verrichtingen en deelprestaties verblijf kan registreren. Een behandelaar kan tevens een hoofdbehandelaar zijn;

g. g.

    *crisis-DBC:* een crisis-DBC wordt geopend in een crisissituatie. Een crisissituatie is een acute situatie die direct ingrijpen noodzakelijk maakt teneinde direct gevaar voor de persoon of de omgeving af te wenden, dan wel om ernstige overlast te beëindigen. De crisissituatie kan het gevolg zijn van een geestesstoornis d.w.z. een ernstige stoornis van het oordeelsvermogen, in het bijzonder een psychotische toestand waarbij het handelen voortkomt uit hallucinaties of waanvoorstellingen, acute dreiging van suïcide of ernstige verwardheid als gevolg van een organische hersenaandoening. Alleen instellingen met een 24-uurs crisisdienst met een regionale functie mogen een crisis-DBC openen;

h. h.

    *dagbesteding:* het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de patiënt. Dagbesteding vindt altijd plaats in het kader van de (psychiatrische) behandeling en is terug te vinden in het behandelplan van de patiënt;

i. i.

    *DBC: Diagnose Behandeling Combinatie:* een DBC omvat het traject dat een patiënt doorloopt als hij zorg nodig heeft voor een specifieke diagnose, vanaf het eerste contact bij een gespecialiseerde GGZ-aanbieder tot en met de behandeling die hier eventueel uit volgt. De DBC vormt de basis voor de declaratie van deze geleverde zorg;

j. j.

    *DBC-dataset:* de gegevens die verzameld en aangeleverd moeten worden conform de Regeling Verplichte aanlevering minimale dataset gespecialiseerde GGZ;

k. k.

    *DBC-tarief:* het bedrag dat per DBC in rekening wordt gebracht conform de algemene tariefbeschikking DBC GGZ;

l. l.

    *DBC-traject:* de gehele periode waarin alle activiteiten (openen/typeren/registreren/sluiten van één DBC) in het kader van de behandeling van een patiënt worden uitgevoerd;

m. m.

    *direct patiëntgebonden tijd:* de tijd waarin een behandelaar, in het kader van de diagnostiek of behandeling, contact heeft met de patiënt of met familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten (het systeem) van de patiënt;

n. n.

    *hoofdbehandelaar:* de hoofdbehandelaars in de gespecialiseerde GGZ zijn BIG-geregistreerd en hebben een GGZ-specifieke opleiding gevolgd, te weten: psychiater, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut, specialist ouderengeneeskunde, verslavingsarts in profielregister KNMG, klinisch geriater, verpleegkundig specialist GGZ en GZ-psycholoog. De Minister heeft deze beroepen aangewezen als hoofdbehandelaar;

o. o.

    *hoofdgroepen:* DSM-IV diagnosetyperingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen. Er zijn in totaal 14 hoofdgroepen;

p. p.

    *indirect patiëntgebonden reistijd:* de tijd die de behandelaar besteedt aan het reizen van en naar de patiënt die buiten de instelling behandeling, begeleiding of verpleging ontvangt;

q. q.

    *indirect patiëntgebonden tijd:* de tijd die de behandelaar besteedt aan zaken rondom een contactmoment (de direct patiëntgebonden tijd in het kader van de diagnostiek of behandeling), maar waarbij de patiënt (of het systeem van de patiënt) zelf niet aanwezig is. Onder indirect patiëntgebonden tijd valt bijvoorbeeld: het voorbereiden van een activiteit, verslaglegging in het kader van een activiteit of hersteltijd na een intensieve behandelsessie. Puur administratieve taken (zoals het maken van een afspraak) vallen niet onder indirect patiëntgebonden tijd;

r. r.

    *initiële DBC:* een DBC die wordt geopend voor een eerste of nieuwe primaire zorgvraag van een patiënt. De initiële DBC is altijd de eerste DBC in een zorgtraject;

s. s.

    *lekenomschrijving:* ten behoeve van patiënten in niet-medische terminologie verklarende omschrijving van het in rekening gebrachte DBC-tarief;

t. t.

    *Minimale Dataset (MDS):* via de Minimale Dataset leveren zorgaanbieders gegevens uit de basisregistratie aan, die inzicht geven in de geleverde en gedeclareerde zorg. In de MDS staan zowel data die verplicht moeten worden aangeleverd als ook data die optioneel kunnen worden aangeleverd. De MDS wordt vastgesteld door de NZa;

u. u.

    *nevendiagnose:* als overige stoornissen zorgverzwarend werken, kunnen deze worden geregistreerd als nevendiagnosen;

v. v.

    *niet-patiëntgebonden activiteiten:* activiteiten zoals scholing, algemene vergaderingen, intervisies over het functioneren van collegas, productontwikkeling en het lezen van vakliteratuur;

w. w.

    *onderlinge dienstverlening:* de zorg als bedoeld in artikel 1 onder b van de Wmg, die een zorgaanbieder verleent als onderdeel van een door een andere zorgaanbieder uit te voeren prestatie op het gebied van gespecialiseerde GGZ. De eerstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als uitvoerende zorgaanbieder. De laatstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de opdrachtgevende zorgaanbieder;

x. x.

    *opeenvolgende zorgtrajecten:* er is sprake van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is. Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses in een opeenvolgend zorgtraject;

y. y.

    *overige deelprestatie:* een deelprestatie binnen de DBC-systematiek, niet zijnde een deelprestatie verblijf. Een overige deelprestatie is niet hetzelfde als een overig product;

z. z.

    *overig product (OVP):* vormen van zorg die onder de reikwijdte van de Wmg vallen, maar die zich (nog) niet lenen voor onderbrenging in de reguliere DBC-productstructuur of de ZZP GGZ-zorgproducten. Een overig product is niet hetzelfde als een overige deelprestatie;

aa. aa.

    *parallelle DBC-zorgtrajecten:* hiervan is sprake als er verschillende diagnoses zijn met een gelijkwaardig belang, waarbij de hoofdbehandelaar substantieel verschillende behandelingen in moet zetten;

bb. bb.

    *patiëntgebonden activiteiten:* activiteiten die een behandelaar uitvoert in het kader van de diagnostiek en behandeling van een patiënt;

cc. cc.

    *prestatiebeschrijving:* een gedetailleerde beschrijving van de prestatie die geleverd wordt. De prestatiebeschrijvingen van de DBCs, ZZPs GGZ en OVPs zijn opgenomen in de bijlage van de beleidsregel Prestaties en tarieven gespecialiseerde GGZ;

dd. dd.

    *primaire diagnose:* de hoofdbehandelaar geeft per zorgtraject aan welke van de geregistreerde stoornissen op as I en/of as II de reden voor behandeling is. Dit wordt de primaire diagnose genoemd;

ee. ee.

    *toeslagen:* een toeslag die in combinatie met een ZZP GGZ afgesproken kan worden;

ff. ff.

    *verblijfsdag DBC:* hierbij gaat het om een kale verblijfsdag. In het tarief van de verblijfprestatie is wel de verpleging en verzorging meegenomen, maar niet de behandeling;

gg. gg.

    *vervolg-DBC:* een DBC die volgt op een initiële DBC of een voorgaande vervolg-DBC. Een vervolg-DBC heeft altijd dezelfde primaire diagnose als de eerder afgesloten initiële DBC of vervolg-DBC;

hh. hh.

    *WTZi-zorgaanbieder:* zorgaanbieder die op basis van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) een toelating heeft om zorg te leveren binnen de Zvw;

ii. ii.

    *Zorgtraject:* een zorgtraject omvat de totale zorg die wordt geleverd in het kader van de behandeling van één primaire diagnose. Een initiële DBC, met eventueel één of meerdere vervolg-DBCs, vormen het zorgtraject;

jj. jj.

    *zorgtype:* het zorgtype beschrijft de reden van het (eerste) contact tussen de zorgaanbieder en de patiënt;

kk. kk.

    *zorgvraagzwaarte (DBC):* de patiëntkenmerken die bij aanmelding/intake voorspellend zijn voor wat betreft de zorgzwaarte in termen van behandelinzet (duur, setting, behandelminuten) en zorgkosten;

ll. ll.

    *zorgvraagzwaarte-indicator (DBC):* indicator van de zorgvraagzwaarte van een patiënt. Deze indicator bestaat uit zeven items van 001 tot en met 007. Daarbij is 000 de code indien er geen zorgvraagzwaarte afgeleid kan worden, bijvoorbeeld wanneer de diagnose niet is ingevuld. De laagste zorgvraagzwaarte wordt aangegeven met code 001;

mm. mm.

    *ZZP:* zorgzwaartepakket;

nn. nn.

    *ZZP GGZ-zorgproduct (ZZP GGZ):* Een ZZP GGZ is een volledig pakket van intramurale geestelijke gezondheidszorg met behandeling dat aansluit op de kenmerken van de patiënt en de soort zorg die de patiënt nodig heeft. Een ZZP GGZ bestaat uit een beschrijving van het type patiënt (een patiëntprofiel), het aantal uren zorg dat bij dit patiëntprofiel beschikbaar wordt gesteld en een beschrijving van die zorg. Het betreft de volgende prestaties: ZZPs GGZ B3 t/m B7 inclusief en exclusief dagbesteding en ZZP GGZ Klinische Intensieve Behandeling (KIB).

1.4. Opbouw regeling

Er bestaan drie typen zorgprestaties in de gespecialiseerde GGZ:

Diagnose Behandeling Combinaties (DBCs),

ZZP GGZ-zorgproducten (ZZPs GGZ) en

Overige producten (OVPs).

Deze regeling beschrijft per type zorgprestatie welke voorschriften gelden. In hoofdstuk 2: Algemene bepalingen wordt beschreven hoe de samenloop en afbakening tussen de verschillende typen prestaties is. Verder staan hier alle voorschriften die voor alle zorgprestaties gelden. In hoofdstuk 3, 4 en 5 staan per type zorgproduct specifieke voorschriften.

2. Algemene bepalingen

2.1. Afbakening

Gespecialiseerde GGZ omvat geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Zvw, behalve de generalistische basis-GGZ. Dit omvat behandeling al dan niet gepaard met verblijf.

De gespecialiseerde GGZ die geleverd wordt en valt binnen de kaders van het basispakket wordt in beginsel bekostigd door een DBC of ZZP GGZ. In enkele specifieke gevallen, en op het moment dat GGZ wordt geleverd die niet binnen het basispakket valt, moet een OVP voor de geleverde zorg in rekening worden gebracht.

Verblijf gericht op behandeling valt onder de Zvw totdat sprake is van in totaal 1.095 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling. Voor de berekening of sprake is van 1.095 dagen gaat het zowel om verblijf gericht op GGZ (onder de Zvw)1Voor de telling van de 1.095 dagen telt het aantal dagen verblijf gericht op behandeling die onder andere bekostigingsregimes zijn ontvangen, niet mee. als om verblijf in het kader van een somatische behandeling.

Na deze 1.095 dagen intramurale behandeling met verblijf wordt de zorg niet verder bekostigd onder het regime van de Zvw.

Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1.095 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 1.095 dagen. Voor enkele specifieke bepalingen over de telling, in het bijzonder ten aanzien van het registreren en in rekening brengen van deze dagen, wordt verwezen naar paragraaf 4.1 Algemene registratiebepalingen en paragraaf 4.2 Declaratiebepalingen ZZP GGZ-zorgproducten van deze regeling.

2.2. Bekostigingsonderscheid DBC versus ZZP GGZ

Op het moment dat een patiënt wordt doorverwezen naar de gespecialiseerde GGZ en hier in behandeling wordt genomen, wordt een DBC GGZ geopend. Op het moment dat er sprake is van 365 aaneengesloten dagen verblijf gericht op behandeling, wordt vanaf de 366e dag tot en met de 1095e dag de langdurige intramurale op behandeling gerichte GGZ bekostigd middels een ZZP GGZ.

2.3. Samenloop DBC, ZZP GGZ en OVP

Een zorgaanbieder mag niet tegelijkertijd een ZZP GGZ en een DBC GGZ registreren en in rekening brengen voor één en dezelfde patiënt. Na 365 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling worden dus alle DBCs GGZ gesloten. Een zorgaanbieder mag wel een DBC in het kader van medisch specialistische zorg gelijktijdig met een DBC GGZ of een ZZP GGZ registreren en in rekening brengen.

Een zorgaanbieder mag wel een OVP in combinatie met zowel een DBC GGZ als een ZZP GGZ registreren en in rekening brengen. Uitzondering hierop zijn de OVPs Beeldvormend onderzoek/klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken in opdracht van een GGZ-aanbieder voor patiënten die extramurale gespecialiseerde GGZ ontvangen. Deze OVPs kunnen alleen in rekening worden gebracht als sprake is van een extramurale behandeling. Dit OVP kan dus nooit in rekening worden gebracht in combinatie met een ZZP GGZ of tijdens het verblijf binnen een DBC GGZ.

3. Diagnose Behandeling Combinaties (DBCs)

3.1. Registratieproces

In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de algemene registratiebepalingen, het openen van een DBC, het typeren van een DBC, het registreren op een DBC en het sluiten van een DBC besproken. Meer uitgebreide informatie over het gehele proces (registreren-valideren-afleiden) en voorbeelden, nadere toelichting en stroomschemas staan vermeld in Bijlage 1: Toelichting op de nadere regel.

3.1.1. Algemene registratiebepalingen

    1. De registratie van de geleverde zorg in de administratie van de zorgaanbieder is volledig, juist en actueel.
    1. De hoofdbehandelaar is verantwoordelijk voor de vastlegging van de daadwerkelijk verleende zorg in de door de NZa vastgestelde activiteiten en voor de juistheid van het gehele DBC-traject. Een uitgebreide beschrijving van de (verantwoordelijkheden van de) hoofdbehandelaar is te vinden in Bijlage 2: Hoofdbehandelaar.
    1. Voordat er een DBC geregistreerd kan worden moet er eerst een zorgtraject geopend worden. De registratie van het zorgtraject start op het moment dat een patiënt zich (met een nieuwe zorgvraag) aanmeldt. Het zorgtraject bestaat altijd uit één initiële DBC, en mogelijke vervolg-DBCs. Zie ook Openen DBCs.
    1. Onder voorwaarden kunnen bij één zorgaanbieder (instelling of vrijgevestigde) maximaal *drie *reguliere zorgtrajecten per patiënt open staan. Dit kan als er sprake is van meerdere primaire diagnoses waarvoor gelijktijdig substantieel verschillende behandelingen moeten worden ingezet. Zie ook 3.1.3Typeren van DBCs. N.B.: Daarnaast is het mogelijk om een vierde parallel zorgtraject te openen, wanneer dit een crisis-DBC is2Het openen van een crisis-DBC is alleen toegestaan aan instellingen met een 24-uurs dienst onder bepaalde voorwaarden. Zie voor meer informatie artikel 3.1.6 Crisis-DBC en 3.1.6 Crisis-DBCs in Bijlage I..

3.1.2. Openen DBCs

    1. Het openen van een DBC is een administratieve handeling. Iedereen onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar kan een DBC openen.
    1. De openingsdatum van een DBC is gelijk aan de datum waarop de eerste directe of indirecte patiëntgebonden activiteit door de behandelaar plaatsvindt. Een uitzondering hierop geldt bij enkele vervolg-zorgtypen. Zie onderdeel Wanneer een vervolg-DBC openen in Bijlage I.
    1. Openen initiële DBC De hoofdbehandelaar moet een initiële DBC openen als:

      
      een nieuwe patiënt zich aanmeldt;
      
      
      
      een bekende patiënt voor een andere primaire diagnose in zorg komt;
      
      
      
      een bekende patiënt zich aanmeldt met dezelfde primaire diagnose, maar 365 dagen verstreken zijn sinds het sluiten van de vorige DBC;
      
      
      
      bekostiging van de zorg vanuit een andere bekostigingssystematiek overgaat naar de Zvw.
      

      In het onderdeel 3.1.2 Openen DBCs in Bijlage I staat een verdere uitwerking van de situaties waarin een initiële DBC geopend moet worden. een nieuwe patiënt zich aanmeldt; een bekende patiënt voor een andere primaire diagnose in zorg komt; een bekende patiënt zich aanmeldt met dezelfde primaire diagnose, maar 365 dagen verstreken zijn sinds het sluiten van de vorige DBC; bekostiging van de zorg vanuit een andere bekostigingssystematiek overgaat naar de Zvw.

    1. Openen vervolg-DBC De hoofdbehandelaar opent een vervolg-DBC als:

      
      een (initiële of vervolg-)DBC 365 dagen openstaat en de behandeling nog niet afgerond is;
      
      
      
      een patiënt weer terug in zorg komt voor dezelfde diagnose binnen 365 dagen na afsluiting van de voorgaande DBC. Een alternatief is het heropenen van de DBC;
      
      
      
      als een zorgaanbieder de behandeling van een patiënt overneemt van een andere zorgaanbieder, nadat deze behandelaar een second opinion heeft uitgevoerd.
      

      In het onderdeel 3.1.2 Openen DBCs in Bijlage I staat een meer uitgebreid overzicht van de situaties waarin een vervolg-DBC geopend moet worden. een (initiële of vervolg-)DBC 365 dagen openstaat en de behandeling nog niet afgerond is; een patiënt weer terug in zorg komt voor dezelfde diagnose binnen 365 dagen na afsluiting van de voorgaande DBC. Een alternatief is het heropenen van de DBC; als een zorgaanbieder de behandeling van een patiënt overneemt van een andere zorgaanbieder, nadat deze behandelaar een second opinion heeft uitgevoerd.

    1. Er wordt géén vervolg-DBC geopend als de patiënt in aanmerking komt voor Basis GGZ, en voldoet aan één van de patiëntprofielen daarvan. In dat geval wordt de patiënt verwezen naar de Basis GGZ.

3.1.3. Typeren van DBCs

Het gaat hier om vastleggen van de identificatiegegevens van de patiënt, het zorgtype en het vastleggen van de classificatie van de (primaire) diagnose van de patiënt.

    1. Uitsluitend de hoofdbehandelaar mag typeren. De DBC moet bij het sluiten volledig en juist getypeerd zijn.
    1. Welke gegevens de zorgaanbieder (bij een initiële DBC) in ieder geval moet invullen bij de identificatiegegevens van een patiënt, is gebaseerd op de MDS. Dit zijn de volgende gegevens:

      
      naam patiënt;geboortedatum;
      
      
      
      geslacht;
      
      
      
      postcode (wijkcode);
      
      
      
      burgerservicenummer (BSN);
      
      
      
      unieke identificatie zorgverzekeraar3Unieke ZorgVerzekeraarsIdentificatie is een identificatie van de zorgverzekeraars in Nederland. (conform het UZOVI-register).
      

naam patiënt;geboortedatum; geslacht; postcode (wijkcode); burgerservicenummer (BSN); unieke identificatie zorgverzekeraar3Unieke ZorgVerzekeraarsIdentificatie is een identificatie van de zorgverzekeraars in Nederland. (conform het UZOVI-register).

    1. De hoofdbehandelaar noteert het zorgtype van een initiële of een vervolg-DBC dat het beste de aanleiding tot zorg beschrijft. Zie het onderdeel 3.1.3.3 Vastleggen zorgtype in bijlage I voor meer informatie, en Bijlage 3: Zorgtypen voor een overzicht van alle zorgtypen.
    1. De hoofdbehandelaar registreert de diagnoseclassificatie conform DSM-IV-TR4Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders.. De diagnose moet geregistreerd worden op vijf assen. Zie voor uitgebreide toelichting het onderdeel 3.1.3.4 Vastleggen diagnoseclassificatie in bijlage I.
    1. Nadat de diagnose op alle assen is geregistreerd kan de hoofdbehandelaar aangeven wat de primaire diagnose is die hoort bij het zorgtraject. De primaire diagnose is de belangrijkste reden voor behandeling, en kan alleen uit een diagnose op As 1 of As 2 worden geselecteerd. Niet alle diagnoses op die assen kunnen gekozen worden als primaire diagnose:

      
      De primaire diagnose kan niet een van de volgende codes zijn: 799.9 Diagnose/aandoening uitgesteld of V71.09 Geen diagnose of aandoening op As 2 aanwezig.
      
      
      
      Als er bij een diagnose op As 2 Trekken van. wordt gescoord, kan deze wel dienen als primaire diagnose.
      
      
      
      De code op As 2 voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid kan niet als primaire diagnose geregistreerd worden (hieronder vallen ook de codes voor stoornissen in de kindertijd op As 2).
      

      Zie ook het onderdeel 3.1.3.5 Registreren primaire diagnose in bijlage I. De primaire diagnose kan niet een van de volgende codes zijn: 799.9 Diagnose/aandoening uitgesteld of V71.09 Geen diagnose of aandoening op As 2 aanwezig. Als er bij een diagnose op As 2 Trekken van. wordt gescoord, kan deze wel dienen als primaire diagnose. De code op As 2 voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid kan niet als primaire diagnose geregistreerd worden (hieronder vallen ook de codes voor stoornissen in de kindertijd op As 2).

    1. Er kan sprake zijn van meerdere (primaire) diagnoses. Dit kan leiden tot:

      
      Parallelle zorgtrajecten
      Voorwaarde hiervoor is dat de verschillende diagnoses apart benoemd worden in de lijst met mogelijke parallelle diagnoses én dat te verantwoorden is dat gelijktijdig substantieel verschillende behandelingen worden ingezet.
      
      
      
      Seriële zorgtrajecten
      Hiervan is sprake als er verschillende diagnoses zijn waarvan één het meest dringend is (comorbiditeit) en het eerst behandeld wordt. De voorwaarde voor opeenvolgende DBCs en bijbehorende zorgtrajecten is dat de primaire diagnoses van elkaar verschillen.
      

      Meer gedetailleerde richtlijnen staan in het onderdeel 3.1.3.6 Omgaan met meerdere primaire diagnoses in bijlage I. Parallelle zorgtrajecten Voorwaarde hiervoor is dat de verschillende diagnoses apart benoemd worden in de lijst met mogelijke parallelle diagnoses én dat te verantwoorden is dat gelijktijdig substantieel verschillende behandelingen worden ingezet. Seriële zorgtrajecten Hiervan is sprake als er verschillende diagnoses zijn waarvan één het meest dringend is (comorbiditeit) en het eerst behandeld wordt. De voorwaarde voor opeenvolgende DBCs en bijbehorende zorgtrajecten is dat de primaire diagnoses van elkaar verschillen.

3.1.4. Registreren

Zodra een DBC geopend is kunnen activiteiten en verrichtingen op verschillende categorieën geregistreerd worden: diagnostiek en behandeling, dagbesteding, verblijf en verrichtingen. De codelijst die hiervoor gebruikt moet worden is te vinden in Bijlage 4: Activiteiten en verrichtingen. Daarin zijn ook de meer uitgebreide definities van de activiteiten en verrichtingen beschreven.

    1. Alle behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de DBC is opgenomen in de DBC-beroepentabel (Bijlage 5: DBC-Beroepentabel) kunnen op een DBC registreren.
    1. Behandelaren moeten bij het registreren gebruik maken van de codes die op de registratiedatum in de activiteiten- en verrichtingenlijst staan. Bij het registreren van patiëntgebonden activiteiten moet worden aangeven of het om directe of indirecte (reis)tijd gaat. In de codelijst in Bijlage 4: Activiteiten en verrichtingen staat per activiteit aangegeven welke vormen van tijd geregistreerd mogen worden.
    1. Een behandelaar mag alleen de patiëntgebonden tijd, in het kader van de diagnostiek of behandeling, registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed aan die activiteit. Niet-patiëntgebonden activiteiten, zoals scholing, het lezen van vakliteratuur, algemene vergaderingen en intervisiebijeenkomsten, mag de (hoofd)behandelaar niet op een DBC registreren.
    1. De behandelaar mag alleen reistijd registreren als de reistijd in het teken staat van direct patiëntgebonden activiteiten. Als de patiënt niet verschijnt (no-show), dan mag de behandelaar de reistijd alsnog registreren. De tijd van het ingepland contact mag in geval van een no-show niet worden geregistreerd. Er mag géén reistijd geregistreerd worden als er gereisd moet worden naar een andere locatie binnen de eigen organisatie (WTZi instelling).
    1. Wanneer de behandelaar in het kader van diagnostiek of behandeling van de patiënt tijd besteedt aan het systeem van de patiënt (familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten), moet hij deze tijd registreren op de DBC van de betreffende patiënt.
    1. De behandelaar verdeelt, in geval van meerdere behandelvormen tijdens één sessie met een patiënt, de bestede tijd naar verhouding over deze behandelvormen.
    1. Wanneer een patiënt groepstherapie krijgt waarbij meerdere mensen tegelijkertijd behandeld worden, deelt de behandelaar zijn bestede tijd door het aantal deelnemers. Het maakt daarbij niet uit op grond van welke bekostiging (Forensische Zorg (FZ), Zvw, Wet langdurige zorg (Wlz), Jeugdwet etc.) de behandelingen van die patiënten gefinancierd worden.
    1. In het geval van een open inloopspreekuur verdeelt de behandelaar de tijd die hij in totaal besteedt aan de patiënten evenredig over het aantal patiënten dat hij tijdens het spreekuur heeft gezien.
    1. Zorgaanbieders mogen op hun eigen manier invulling geven aan het registreren van de werkelijk bestede tijd. Het is ook toegestaan om standaardtijden of normtijden5De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de normtijden en het herijken/updaten hiervan. per activiteit vast te stellen.

    In het geval van onderlinge dienstverlening registreert de opdrachtgevende zorgaanbieder de activiteiten die de uitvoerende zorgaanbieder heeft uitgevoerd op de bestaande DBC. De registratievereisten uit deze regeling zijn voor de opdrachtgevende zorgaanbieder onverkort van toepassing op activiteiten in het kader van onderlinge dienstverlening. De opdrachtgever betaalt de opdrachtnemer buiten de DBC-systematiek om. Zie ook het onderdeel 3.1.4.10 Onderlinge dienstverlening in bijlage I.

    Alle behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de DBC is opgenomen in de DBC-beroepentabel, kunnen op de DBC diagnostiek en behandeling registreren.

    In het kader van een behandeling moeten beroepen die onder het beroepencluster somatische beroepen vallen (Zie Bijlage 5: DBC-Beroepentabel), hun tijd ook verantwoorden via activiteiten die het best passen bij de behandelingen die opgenomen zijn in Bijlage 4: Activiteiten en verrichtingen.

    Als behandelaren nog bezig zijn met een vervolgopleiding, registreren zij onder het beroep van de opleiding die zij op het moment van behandelen hebben afgerond (indien dat beroep voorkomt in de DBC-beroepentabel). Er mag niet geregistreerd worden op het beroep waarvoor iemand nog in opleiding is.

    Beroepen die 24-uurscontinuïteitszorg leveren, registreren hun bestede tijd tijdens het verblijf van een patiënt niet, omdat deze tijd is verwerkt in het tarief voor verblijf.

    Iedereen, onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar, kan binnen de DBC dagbesteding registreren.

    Er zijn vijf vormen van dagbesteding te onderscheiden. Deze staan beschreven in onderdeel 3.1.4.16 Vormen van dagbesteding in Bijlage I. Zie voor de te gebruiken codes Bijlage 4: Activiteiten en verrichtingen.

    Er geldt een aantal voorwaarden voor het registreren van dagbesteding:

      
      Dagbesteding is in het kader van de (psychiatrische) behandeling.
    
    
      
      Dagbesteding is terug te vinden in het behandelplan opgesteld door de behandelaar.
    
    
      
      De patiënt is daadwerkelijk aanwezig.
    

Dagbesteding is in het kader van de (psychiatrische) behandeling. Dagbesteding is terug te vinden in het behandelplan opgesteld door de behandelaar. De patiënt is daadwerkelijk aanwezig. 18. 18. Tijdens dagbesteding kan de behandelaar géén direct patiëntgebonden behandelactiviteiten registreren. 19. 19. Dagbesteding mag niet geregistreerd worden met verblijf zónder overnachting.

      
      Voor een nadere toelichting zie het onderdeel 3.1.4.15  3.1.4.19 Dagbesteding registreren in bijlage 1.

Voor een nadere toelichting zie het onderdeel 3.1.4.15 3.1.4.19 Dagbesteding registreren in bijlage 1.

Bij de registratie van verblijf wordt onderscheid gemaakt tussen verblijf met overnachting en verblijf zonder overnachting. Verblijf wordt altijd geregistreerd op basis van dagen aanwezigheid door middel van deelprestaties verblijf. De codes die bij registratie gebruikt moeten worden staan in Bijlage 4: Activiteiten en verrichtingen, een uitgebreide beschrijving van de verschillende verblijfscategorieën staat in onderdeel Bijlage 6: Deelprestaties verblijf.

    Iedereen onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar mag verblijfsdagen registreren.

    Een verblijfsdag met overnachting mag alleen geregistreerd worden als de patiënt op zijn laatst om 20:00 uur is opgenomen en s nachts in de instelling verblijft. De dag van opname en de daarop volgende nacht gelden als één verblijfsdag. De dag waarop de patiënt ontslagen wordt en dus niet s nachts in de kliniek verblijft geldt niet als verblijfsdag.

    Voor de keuze van de deelprestatie verblijf is de zorgvraag van de patiënt leidend. Op basis van de zorgvraag van de patiënt is één van de zeven prestaties van verblijf van toepassing welke het meest overeenkomt met de beschreven verblijfszorg. Declaratie vindt plaats in overeenstemming met de verblijfsdagen die telkens, volgens de zorgvraag van de patiënt, van toepassing zijn.

Een verblijfsdag zonder overnachting wordt geregistreerd, als er sprake is van de aanwezigheid van een patiënt gedurende een groot deel van de dag (gemiddeld tussen 09.00 en 17.00 uur), omdat de patiënt behandeling dan wel diagnostiek krijgt.

    Verblijf zonder overnachting mag alleen geregistreerd worden als aan een aantal voorwaarden is voldaan:

      
      Er zijn niet meer dan vier uren aan direct patiëntgebonden activiteiten6Het gaat hier om daadwerkelijke behandeluren van een patiënt; het gaat dus niet om de geregistreerde patiëntgebonden tijd.* Voorbeeld*: wanneer een patiënt vier uur groepsbehandeling ontvangt (groepsgrootte van 6 personen), worden er voor die patiënt 40 minuten tijd geregistreerd (4 x 10 minuten). Voor het registreren van VZO gaat het echter niet om de tijd die geregistreerd wordt, maar om de daadwerkelijke behandeltijd; namelijk in dit voorbeeld 4 uur. op deze dag uitgevoerd.
    
    
      
      Ondersteuning van VOV-personeel is noodzakelijk voor een goed verloop van diverse behandel- en/of diagnostiekactiviteiten.
    
    
      
      Er is geen sprake van aaneengeschakelde behandeling van de patiënt binnen één dagdeel.
    
    
      
      Er vinden op die dag minimaal twee direct patiëntgebonden activiteiten (diagnostiek en/of behandeling) of een verrichting ECT plaats.
    

    Zie voor meer informatie het onderdeel 3.1.4.20 3.1.4.24 Verblijf registreren in bijlage I. Er zijn niet meer dan vier uren aan direct patiëntgebonden activiteiten6Het gaat hier om daadwerkelijke behandeluren van een patiënt; het gaat dus niet om de geregistreerde patiëntgebonden tijd.* Voorbeeld*: wanneer een patiënt vier uur groepsbehandeling ontvangt (groepsgrootte van 6 personen), worden er voor die patiënt 40 minuten tijd geregistreerd (4 x 10 minuten). Voor het registreren van VZO gaat het echter niet om de tijd die geregistreerd wordt, maar om de daadwerkelijke behandeltijd; namelijk in dit voorbeeld 4 uur. op deze dag uitgevoerd. Ondersteuning van VOV-personeel is noodzakelijk voor een goed verloop van diverse behandel- en/of diagnostiekactiviteiten. Er is geen sprake van aaneengeschakelde behandeling van de patiënt binnen één dagdeel. Er vinden op die dag minimaal twee direct patiëntgebonden activiteiten (diagnostiek en/of behandeling) of een verrichting ECT plaats.

    De op de dag uitgevoerde behandel- en/of diagnostiekactiviteiten maken geen onderdeel uit van de verblijfsdag zonder overnachting en moeten ook geregistreerd worden op de DBC.

Binnen de zorgcategorie verrichtingen wordt een onderscheid gemaakt tussen electroconvulsietherapie (ECT) en de ambulante Methadon verstrekking (AMV).

    Verrichtingen mogen alleen geregistreerd worden door behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de DBC is opgenomen in de DBC-beroepentabel.
    Bij ECT moet de behandelaar de tijd én het aantal behandelingen ECT registreren. Zie onderdeel 3.1.4.26 Electroconvulsietherapie in bijlage I.
    Bij de verstrekking van Methadon aan ambulante patiënten moet de behandelaar de tijd én het aantal verstrekkingen van Methadon per kalendermaand registreren. Zie onderdeel 3.1.4.27 Ambulante verstrekking van Methadon in bijlage I.

3.1.5. Sluiten

    1. De hoofdbehandelaar is verantwoordelijk voor het sluiten van de DBC. De hoofdbehandelaar (of degene die onder zijn of haar verantwoordelijkheid valt) controleert daarbij de volgende punten:

      
      de DBC is ingevuld conform deze regeling;
      
      
      
      de DBC bevat de juiste informatie;
      
      
      
      de typering is juist en volledig ingevuld;
      
      
      
      de diagnose is juist ingevuld7Als er op een DBC alleen pré-intake/intake/diagnostiek en/of crisisopvang is geregistreerd, kan de DBC gesloten worden zonder weergave van een diagnoseclassificatie.;
      
      
      
      de GAF-score is ingevuld.
      

      Zie ook Bijlage 2: Hoofdbehandelaar. de DBC is ingevuld conform deze regeling; de DBC bevat de juiste informatie; de typering is juist en volledig ingevuld; de diagnose is juist ingevuld7Als er op een DBC alleen pré-intake/intake/diagnostiek en/of crisisopvang is geregistreerd, kan de DBC gesloten worden zonder weergave van een diagnoseclassificatie.; de GAF-score is ingevuld.

    1. Als één van de onderdelen onder punt 1. niet, of niet juist is ingevoerd, mag de DBC niet afgesloten worden.
    1. Er zijn verschillende redenen waarom een DBC gesloten moet worden, met bijbehorende code voor de sluitreden. Zie het onderdeel Wanneer moet een DBC afgesloten worden, en met welke sluitreden in bijlage I.

3.1.6. Crisis-DBC

    1. Alleen instellingen met een 24-uurs crisisdienst met een regionale functie mogen in het geval van een crisisinterventie een DBC openen waarop crisisactiviteiten geschreven kunnen worden. De geleverde crisiszorg heeft als doel de crisissituatie van de patiënt zo spoedig mogelijk te stabiliseren.
    1. Alle behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de DBC is opgenomen in de DBC-beroepentabel mogen op de DBC crisisactiviteiten registreren. Zie Bijlage 5: DBC-Beroepentabel.
    1. Een crisis-DBC heeft een maximale duur van 28 dagen.
    1. Er mag per patiënt per instelling maar één crisis-DBC tegelijk openstaan.

In het geval van een crisiscontact wordt een (nieuwe) crisis-DBC geopend of als er nog korter dan 28 dagen geleden een crisis-DBC is geopend in de al geopende crisis-DBC geregistreerd.

    1. Er mag pas een nieuwe crisis-DBC geopend worden, als bij de instelling in de periode van 28 dagen vóór die datum geen crisis-DBC geopend is. Als een crisis-DBC (voortijdig) gesloten is, kan deze heropend worden.
    1. Er moet een nieuwe crisis-DBC geopend worden als:

      
      er sprake is van een nieuwe (crisis)patiënt;
      
      
      
      bij een bekende patiënt na 28 dagen de crisisinterventie nog niet is afgerond;
      
      
      
      een bekende patiënt terugkomt in crisiszorg, en er meer dan 28 dagen verstreken zijn sinds het openen van de vorige crisis-DBC.
      

      Voor een overzicht van de situaties waarin een (nieuwe) crisis-DBC geopend moet worden zie ook het onderdeel 3.1.6.5 Wanneer een crisis-DBC openen in bijlage I. er sprake is van een nieuwe (crisis)patiënt; bij een bekende patiënt na 28 dagen de crisisinterventie nog niet is afgerond; een bekende patiënt terugkomt in crisiszorg, en er meer dan 28 dagen verstreken zijn sinds het openen van de vorige crisis-DBC.

    1. In het geval van een crisisinterventie, heeft een behandelaar de keuze uit twee zorgtypen namelijk Crisisinterventie zonder opname en Crisisinterventie met opname. Zie ook het onderdeel 3.1.6.7 3.1.6.10 Typeren van een crisis-DBC in bijlage I.
    1. Gedurende de looptijd van de DBC mag het zorgtype gewijzigd worden. Het zorgtype moet echter bij het sluiten van de DBC volledig en juist geregistreerd zijn.
    1. De diagnose van de crisis-DBC en een gelijktijdig regulier zorgtraject mag overeenkomen. Zie ook onderdeel Crisis-DBC met een gelijktijdig openstaand regulier zorgtraject in bijlage I.

    Het is niet verplicht om bij een crisis-DBC een diagnose te registreren. Als er bij het openen van een crisis-DBC wél een diagnose wordt geregistreerd, kan dat in de vorm van een zo goed mogelijk passende (werk)diagnose. Als de patiënt opnieuw in crisis raakt hoeft deze diagnose niet te worden aangepast en kan de opvolgende crisis-DBC geregistreerd worden in hetzelfde zorgtraject.

    Behandelaren van een 24-uurs crisisdienst mogen binnen de DBC-systematiek crisiszorg leveren.

    Er mogen alleen activiteiten geregistreerd worden op een crisis-DBC die in verband staan met crisiszorg. Er moeten dan twee zaken geregistreerd worden, namelijk de beschikbaarheidscomponent én de uitgevoerde crisisactiviteiten. Zie ook 3.1.6.11 3.1.6.14 Registeren op een crisis-DBC in bijlage 1.

    Er mogen geen verblijfsdagen (met of zonder overnachting) geregistreerd worden op een crisis-DBC met het zorgtype crisisinterventie zonder opname.

    Als er sprake is van parallelle zorgtrajecten, moet de behandelaar de geboden zorg registreren op de DBC waarop deze betrekking heeft. Het is toegestaan dat de reguliere DBC en de crisis-DBC tegelijk open staan, en dat op dezelfde kalenderdag een activiteit wordt geregistreerd op zowel de crisis-als de reguliere DBC, als dat in het belang is van de continuïteit van de zorg.

3.1.7. Sluiten

    Wanneer een crisis-DBC de maximale looptijd van 28 dagen heeft bereikt, dient deze te worden gesloten. Zie voor een eventuele vervolg-DBC artikel 3.1.2 onder openen.

3.1.8. Heropenen

Een DBC kan worden heropend als blijkt dat de patiënt na het voortijdig sluiten van de DBC opnieuw bij de zorgaanbieder in zorg komt voor dezelfde zorgvraag als waarvan sprake was bij de al afgesloten DBC, én er op het moment dat de patiënt terugkomt nog geen 365 dagen zijn verstreken sinds het openen van de DBC.

3.2. Bepalingen validatie DBCs

    1. De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten te allen tijde de mogelijkheid hebben om DBC-registratie op juistheid te controleren.
    1. De zorgaanbieder neemt ten behoeve van de DBC-registratie en declaratie van DBC's in hun registratie- en declaratiesoftware een validatiemodule op. Het document Toelichting validatieregels GGZ, dat integraal onderdeel uitmaakt van deze regeling, bevat de specificaties waaraan de validatiemodule moet voldoen. Dit document is te downloaden van de website van de NZa (www.nza.nl). De validatiemodule dient zodanig te zijn ingericht dat uitsluitend DBCs in rekening kunnen worden gebracht die niet strijdig zijn met de inhoud van deze regeling.
    1. De zorgaanbieder hanteert de validatiemodule als hulpmiddel om de betrouwbaarheid van DBC's te toetsen en de juistheid van de registratie te verifiëren. Verificatie geschiedt op basis van gegevens in bronbestanden.

3.3. Declaratiebepalingen DBCs

Deze regeling stelt voorschriften, voorwaarden of beperkingen met betrekking tot het declaratieproces in de gespecialiseerde GGZ.

    1. Voor het leveren van zorg aan een patiënt kan de zorgaanbieder een bij deze zorg behorend DBC-tarief declareren indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:

      
      het gehele DBC-traject is afgesloten overeenkomstig deze regeling.
      
      
      
      de stappen die het DBC-traject omvatten, te weten: openen, typeren, registreren, sluiten en valideren, zijn volledig doorlopen.
      
      
      
      de hierboven genoemde stappen, met uitzondering van valideren, vinden plaats door of onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar.
      
      
      
      de DBC bevat niet alleen indirecte tijd.
      
      
      
      de hoofdbehandelaar heeft voor het stellen van een diagnose direct patiëntgebonden tijd besteed aan de patiënt voor wie wordt gedeclareerd. Indien er sprake is van een vervolg-DBCof van een patiënt afkomstig uit de Jeugdwet (zorgtype 147), dan geldt de eis van verplicht directe tijd van de hoofdbehandelaar niet. Voor crisis-DBCs zonder verblijf geldt een uitzondering op deze bepaling: de directe tijd hoeft niet door de hoofdbehandelaar besteed te zijn.
      
      
      
      er zijn geen verblijfsdagen in rekening gebracht dat de patiënt afwezig was.
      
      
      
      het aantal geleverde minuten direct patiëntgebonden tijd is geregistreerd op een dusdanige manier dat effectieve controle door de zorgverzekeraar en de NZa mogelijk is.
      

het gehele DBC-traject is afgesloten overeenkomstig deze regeling. de stappen die het DBC-traject omvatten, te weten: openen, typeren, registreren, sluiten en valideren, zijn volledig doorlopen. de hierboven genoemde stappen, met uitzondering van valideren, vinden plaats door of onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar. de DBC bevat niet alleen indirecte tijd. de hoofdbehandelaar heeft voor het stellen van een diagnose direct patiëntgebonden tijd besteed aan de patiënt voor wie wordt gedeclareerd. Indien er sprake is van een vervolg-DBCof van een patiënt afkomstig uit de Jeugdwet (zorgtype 147), dan geldt de eis van verplicht directe tijd van de hoofdbehandelaar niet. Voor crisis-DBCs zonder verblijf geldt een uitzondering op deze bepaling: de directe tijd hoeft niet door de hoofdbehandelaar besteed te zijn. er zijn geen verblijfsdagen in rekening gebracht dat de patiënt afwezig was. het aantal geleverde minuten direct patiëntgebonden tijd is geregistreerd op een dusdanige manier dat effectieve controle door de zorgverzekeraar en de NZa mogelijk is. 2. 2. De zorgaanbieder kan het DBC-tarief in rekening brengen voor alle afgesloten DBC's die zijn gevalideerd door middel van de validatiemodule. Het DBC-tarief dat wordt gedeclareerd is het tarief dat van toepassing was op de datum van openen van de DBC. 3. 3. Het DBC-tarief wordt gedeclareerd aan de patiënt of aan de zorgverzekeraar. Wanneer de patiënt gedurende het DBC-traject is veranderd van zorgverzekeraar, moet het DBC-tarief worden gedeclareerd bij de zorgverzekeraar bij wie de patiënt verzekerd was op de datum van het openen van de DBC.

    1. Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening, kan de uitvoerende zorgaanbieder de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening brengen aan de zorgaanbieder die de prestatie bij de uitvoerder heeft aangevraagd. Er mag door de uitvoerende zorgaanbieder geen DBC gedeclareerd worden.
    1. Een zorgaanbieder heeft bepaalde verplichtingen als het gaat om transparantie richting de patiënt. Voor wat betreft deze verplichtingen verwijzen we naar de beleidsregel Transparantie zorgaanbieders.

3.4. Informatiebepalingen DBCs

Elke factuur dient in ieder geval de volgende gegevens te bevatten als onderdeel van de prestatiebeschrijving:

    1. Bij initiële DBC's is dit de datum waarop het eerste directe of indirecte patiëntgebonden contact plaatsvindt. Bij vervolg DBC's is dit de startdatum van het vervolg DBC-traject.
    1. De DBC wordt afgesloten zodra de laatste activiteit (direct of indirect patiëntgebonden) voor een patiënt is geleverd8In enkele gevallen hoeft de laatste activiteit niet de einddatum van de DBC te zijn. Dit is bijvoorbeeld wanneer de patiënt overlijdt. In dat geval dient de overlijdensdatum de einddatum van het DBC-traject te zijn..
    1. Dit is de zescijferige code die op basis van de prestatiecode kan worden afgeleid. De declaratiecode is gekoppeld aan de prestatiecode. Meerdere prestatiecodes kunnen afleiden op dezelfde declaratiecode. Aan elke declaratiecode is ook een tarief gekoppeld.
    1. Op de factuur wordt het te declareren DBC-tarief vermeld. Het te betalen bedrag wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.
    1. Voor zelfstandig gevestigde zorgaanbieders: de AGB-zorgverlenerscode en indien van toepassing de AGB-praktijkcode. Voor instellingen: de AGB-instellingscode en indien van toepassing de AGB-zorgverlenerscode.
    1. Naast bovenstaande AGB-code moet ook de AGB-code en het beroep van de hoofdbehandelaar op de factuur vermeld worden. Indien de hoofdbehandelaar in de fase van behandeling een andere hoofdbehandelaar is dan in de fase van de diagnose, dan moet ook de AGB-code van de tweede hoofdbehandelaar en diens beroep op de factuur vermeld worden.
    1. Op de factuur dient ook de volgende informatie met betrekking tot de bestede tijd vermeld te worden:

      
      directe en indirecte tijd van de hoofdbehandelaar(s);
      
      
      
      directe en indirecte tijd van iedere medebehandelaar en vermelding van diens beroep;
      
      
      
      de totaal bestede directe en indirecte tijd van de gehele DBC (optelsom van a en b).
      

directe en indirecte tijd van de hoofdbehandelaar(s); directe en indirecte tijd van iedere medebehandelaar en vermelding van diens beroep; de totaal bestede directe en indirecte tijd van de gehele DBC (optelsom van a en b).

    1. Op de declaratie dient het type verwijzer vermeld te worden naar onderstaande classificatie:

      1.
      verwezen patiënt vanuit de eerste lijn (o.a. huisarts, bedrijfsarts);
      
      
      2.
      verwezen patiënt vanuit een (andere) GGZ-instelling, instelling voor medisch specialistische zorg of GGZ-praktijk;
      
      
      3.
      verwezen patiënt vanuit de crisiszorg of Spoedeisende Hulp;
      
      
      4.
      eigen patiënt (bijvoorbeeld in geval van een vervolg-DBC);
      
      
      5.
      verwezen patiënt, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld in geval van een verwijzing naar de crisiszorg, buitenlandse zorgaanbieder);
      
      
      6.
      zelfverwijzer;
      
      
      7.
      bemoeizorg.
      
    1. verwezen patiënt vanuit de eerste lijn (o.a. huisarts, bedrijfsarts);
      
    1. verwezen patiënt vanuit een (andere) GGZ-instelling, instelling voor medisch specialistische zorg of GGZ-praktijk;
      
    1. verwezen patiënt vanuit de crisiszorg of Spoedeisende Hulp;
      
    1. eigen patiënt (bijvoorbeeld in geval van een vervolg-DBC);
      
    1. verwezen patiënt, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld in geval van een verwijzing naar de crisiszorg, buitenlandse zorgaanbieder);
      
    1. zelfverwijzer;
      
    1. bemoeizorg.
      
    1. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder 3.4.8.1 tot en met 3.4.8.4 moet op de factuur de AGB-code van de verwijzende zorgverlener (natuurlijk persoon) vermeld worden. Dit moet de AGB-code op persoonsniveau zijn.

    Op de factuur dient de activiteitencode waarmee dagbesteding bij de aanbieder wordt geregistreerd en het aantal uren dagbesteding per DBC te worden vermeld.

    De specificatie van het geleverde zorgproduct. De DBC-prestatiecode wordt afgeleid van de gevalideerde DBC-dataset. Deze code bestaat uit 12 alfanumerieke posities, gevuld volgens vier 3-cijferige DBC-componenten en in onderstaande volgorde:

      
      zorgtype;
    
    
      
      diagnoseclassificatie;
    
    
      
      zorgvraagzwaarte;
    
    
      
      productgroep voor behandeling van de DBC-dataset.
    

    De diagnose-informatie op de factuur dient zich te beperken tot de 14 diagnosehoofdgroepen in uitsluitend de langdurende of intensieve behandelgroepen overeenkomstig de productstructuur. Voor de behandelgroepen diagnostiek, crisis en kortdurend is vermelding van diagnose-informatie en de zorgvraagzwaarte op de factuur niet toegestaan. Evenmin is het toegestaan dat uit de factuur blijkt of er ten aanzien van het zorgtype sprake is van een rechterlijke uitspraak. zorgtype; diagnoseclassificatie; zorgvraagzwaarte; productgroep voor behandeling van de DBC-dataset.

    Hiervoor geldt het volgende:

      
      Indien kosten door tussenkomst van VECOZO B.V. in rekening worden gebracht bij een zorgverzekeraar, neemt de zorgaanbieder de zorgvraagzwaarte in de DBC-prestatiecode op. De zorgaanbieder, bedoeld in de vorige zin, verstrekt de gegevens die op grond van art. 3.4 van deze nadere regel moeten worden vermeld op de declaratie, op digitale wijze aan de zorgverzekeraar door tussenkomst van VECOZO B.V. met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 7.2a en 7.2b van de Regeling zorgverzekering. Verdere verwerking van de zorgvraagzwaarte geschiedt conform het bepaalde bij de Regeling zorgverzekering, zoals deze is gewijzigd na inwerkingtreding van de Regeling aanlevering zorgvraagzwaarte cGGZ9Staatscourant d.d. 20-11-2015.
    
    
      
      Indien de kosten op andere wijze dan door tussenkomst van VECOZO B.V. in rekening worden gebracht dan geldt dat de component zorgvraagzwaarte op de factuur dient te worden aangeduid met 000.
    
    
      
      Indien de patiënt en de zorgaanbieder een privacy verklaring als bedoeld in artikel 3.5.1 hebben ondertekend dan geldt dat de component zorgvraagzwaarte dient te worden aangeduid met 999. Dit geldt zowel voor als er door tussenkomst VECOZO B.V. kosten in rekening worden gebracht als indien er op andere wijze dan door tussenkomst van VECOZO B.V. kosten in rekening worden gebracht.
    
    
      
      Voor DBCs die geopend zijn in 2015 en die worden gedeclareerd in 2016 geldt dat het vooralsnog niet verplicht is de zorgvraagzwaarte-indicator aan te leveren. Als voor DBCs geopend in 2015 en gedeclareerd in 2016 de zorgvraagzwaarte wel wordt aangeleverd, dan geldt met betrekking tot de aanlevering van de zorgvraagzwaarte hetgeen in de vorige leden van dit artikel is aangegeven10conform artikel III, tweede lid, Regeling aanlevering zorgvraagzwaarte cGGZ.
    

Indien kosten door tussenkomst van VECOZO B.V. in rekening worden gebracht bij een zorgverzekeraar, neemt de zorgaanbieder de zorgvraagzwaarte in de DBC-prestatiecode op. De zorgaanbieder, bedoeld in de vorige zin, verstrekt de gegevens die op grond van art. 3.4 van deze nadere regel moeten worden vermeld op de declaratie, op digitale wijze aan de zorgverzekeraar door tussenkomst van VECOZO B.V. met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 7.2a en 7.2b van de Regeling zorgverzekering. Verdere verwerking van de zorgvraagzwaarte geschiedt conform het bepaalde bij de Regeling zorgverzekering, zoals deze is gewijzigd na inwerkingtreding van de Regeling aanlevering zorgvraagzwaarte cGGZ9Staatscourant d.d. 20-11-2015. Indien de kosten op andere wijze dan door tussenkomst van VECOZO B.V. in rekening worden gebracht dan geldt dat de component zorgvraagzwaarte op de factuur dient te worden aangeduid met 000. Indien de patiënt en de zorgaanbieder een privacy verklaring als bedoeld in artikel 3.5.1 hebben ondertekend dan geldt dat de component zorgvraagzwaarte dient te worden aangeduid met 999. Dit geldt zowel voor als er door tussenkomst VECOZO B.V. kosten in rekening worden gebracht als indien er op andere wijze dan door tussenkomst van VECOZO B.V. kosten in rekening worden gebracht. Voor DBCs die geopend zijn in 2015 en die worden gedeclareerd in 2016 geldt dat het vooralsnog niet verplicht is de zorgvraagzwaarte-indicator aan te leveren. Als voor DBCs geopend in 2015 en gedeclareerd in 2016 de zorgvraagzwaarte wel wordt aangeleverd, dan geldt met betrekking tot de aanlevering van de zorgvraagzwaarte hetgeen in de vorige leden van dit artikel is aangegeven10conform artikel III, tweede lid, Regeling aanlevering zorgvraagzwaarte cGGZ.

De verplichting tot het verstrekken van de zorgvraagzwaarte op de factuur was tot en met 31 december 2015 niet van toepassing op zorg die in het jaar 2015 door de zorgaanbieder werd gedeclareerd.
De zorgaanbieder was en is verplicht de brongegevens waaruit de zorgvraagzwaarte-indicator is af te leiden te blijven registreren.
In latere instantie zal de NZa bepalen hoe de zorgvraagzwaarte-gegevens van de in 2014 en 2015 geopende DBCs aangeleverd moeten worden bij de zorgverzekeraars. Dit op grond van art. II lid 2 van de Regeling aanlevering zorgvraagzwaarte cGGZ.

    De volgende deelprestaties worden onderscheiden:

      
      verblijf met overnachting (VMO): in totaal worden zeven deelprestaties verblijf onderscheiden (deelprestatie verblijf A t/m G). Deze deelprestaties worden per dag geregistreerd;
    
    
      
      verblijf zonder overnachting (VZO);
    
    
      
      electroconvulsietherapie (ECT);
    
    
      
      ambulante methadon verstrekking (AMV);
    
    
      
      beschikbaarheidcomponent crisis (BCC).
    

    Alle deelprestaties worden altijd in combinatie met een productgroep voor behandeling in rekening gebracht. Op de factuur wordt vermeld welke deelprestaties op welke datum geleverd zijn. verblijf met overnachting (VMO): in totaal worden zeven deelprestaties verblijf onderscheiden (deelprestatie verblijf A t/m G). Deze deelprestaties worden per dag geregistreerd; verblijf zonder overnachting (VZO); electroconvulsietherapie (ECT); ambulante methadon verstrekking (AMV); beschikbaarheidcomponent crisis (BCC).

    Indien een zorgaanbieder aan de patiënt factureert, voegt hij op de factuur een lekenomschrijving met betrekking tot de geleverde zorg toe. Vermelding van de lekenomschrijving blijft achterwege, indien de zorgaanbieder de factuur rechtstreeks aan de zorgverzekeraar zendt.

3.5. Uitzondering in geval van privacybezwaren

    1. De artikelen 3.4.3, 3.4.11, 3.4.12 en 3.4.14, voor zover betrekking hebbend op tot de diagnose herleidbare gegevens, blijven buiten toepassing indien de patiënt en de zorgaanbieder gezamenlijk een verklaring hebben ondertekend overeenkomstig Bijlage 7: Privacyverklaring.
    1. De verklaring bedoeld in artikel 3.5.1 dient vóór, doch uiterlijk op het moment van indiening van de factuur bij de zorgverzekeraar in het bezit te worden gesteld van de zorgverzekeraar van de patiënt.
    1. De zorgaanbieder houdt in zijn administratie een afschrift van de in artikel 3.5.1 bedoelde verklaring.
    1. In aanvulling op de uitzonderingsbepaling van artikel 3.5.1 en zo nodig in afwijking van artikel 3.4.4 zijn patiënt en zorgaanbieder gerechtigd om een tarief, niet hoger dan het geldende maximumtarief, te declareren zodanig dat dit afwijkende tarief niet herleidbaar is naar de diagnose. De zorgaanbieder, al dan niet in gezamenlijkheid met de patiënt, dient in dit geval in overleg met de zorgverzekeraar tot een afwijkende, doch voor beide partijen aanvaardbare betalingsprocedure te komen. De zorgverzekeraar is gehouden om binnen redelijke grenzen medewerking te verlenen aan de totstandkoming van zon betalingsprocedure.
    1. Controle door de zorgverzekeraar op de rechtmatigheid van facturen, die op grond van artikel 3.5.1 door een zorgaanbieder, dan wel een patiënt, ter betaling aan die zorgverzekeraar zijn aangeboden, vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van een medisch adviseur.
    1. De artikelen 3.4.3, 3.4.11, 3.4.12 en 3.4.14, voor zover betrekking hebbend op tot de diagnose herleidbare gegevens, blijven buiten toepassing indien een patiënt aan de zorgaanbieder te kennen geeft de factuur, resp. facturen, met betrekking tot de door hem genoten behandeling(en) zelf te zullen betalen, althans niet ter betaling bij zijn zorgverzekeraar aan te bieden.
    1. Indien een patiënt bedoeld in artikel 3.5.6 zich bedenkt en de factuur op een later moment alsnog ter betaling wil indienen bij zijn zorgverzekeraar, dan dient alsnog een verklaring als bedoeld in artikel 3.5.1 te worden ingevuld en ondertekend. De artikelen 3.5.2 tot en met 3.5.5 zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.

4. ZZP GGZ-zorgproducten

In dit hoofdstuk worden de registratie-, declaratie- en informatiebepalingen van de prestaties en toeslagen in het kader van de langdurige GGZ met behandeling beschreven.

Met prestaties wordt in dit hoofdstuk bedoeld:

ZZP GGZ B 3 t/m 7 inclusief dagbesteding; ZZP GGZ B 3 t/m 7 exclusief dagbesteding; ZZP GGZ Klinisch Intensieve Behandeling.

Met toeslagen wordt in dit hoofdstuk bedoeld:

Toeslag Niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie; Toeslag Vervoer dagbesteding.

4.1. Algemene registratiebepalingen

    1. De registratie van de prestaties en toeslagen in de administratie van de zorgaanbieder is volledig, juist en actueel.
    1. De registratie van de prestaties en toeslagen start wanneer de patiënt langer dan 365 aaneengesloten dagen behandeling inclusief verblijf heeft ontvangen. Voor patiënten met behandeling en verblijf wordt vanaf dag 366 een ZZP GGZ geregistreerd in plaats van een DBC.
    1. De registratie van de prestaties en toeslagen eindigt wanneer de patiënt niet langer verblijft in de instelling.
    1. In uitzondering op artikel 4.1.3 geldt dat de zorgaanbieder, in verband met het beschikbaar houden van de verblijfsplaats, gedurende de tijdelijke afwezigheid van de patiënt de ZZP GGZ mag blijven registreren die ook geregistreerd wordt bij aanwezigheid. Voor registratie bij tijdelijke afwezigheid geldt een maximum van veertien dagen afwezigheid per keer, tellend vanaf de eerste dag na vertrek van de instelling. Dit maximum geldt niet in het geval van ziekenhuisopname. In aanvulling op het gestelde in de vorige alinea geldt het volgende: Voor de registratie bij tijdelijke afwezigheid van patiënten die als leerling voor dagonderwijs staan ingeschreven en die dit onderwijs ook daadwerkelijk volgen, wordt per keer een maximum afwezigheid berekend. Deze loopt vanaf de eerste dag van afwezigheid van de patiënt tot de maximale wettelijke vakantieduur.
    1. De uitzondering als bedoeld in artikel 4.1.4 is niet van toepassing op de toeslagen.
    1. Er kunnen niet meerdere ZZPs GGZ voor één patiënt voor dezelfde datum worden geregistreerd.
    1. De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten te allen tijde de mogelijkheid hebben om vastlegging van de uitgevoerde behandeltrajecten op juistheid te controleren.

4.2. Declaratiebepalingen

    1. De zorgaanbieder declareert de prestatie met het profiel dat overeenkomt met het profiel van de patiënt (zie Bijlage VIII). De declaratie vindt plaats op patiëntniveau.
    1. Er kunnen niet meerdere ZZPs GGZ voor één patiënt voor dezelfde datum worden gedeclareerd.
    1. De toeslagen worden altijd in combinatie met een ZZP GGZ in rekening gebracht.
    1. De declaratieperiode voor de prestaties en toeslagen is een kalendermaand.
    1. Wanneer er een verandering in de zorgvraag van de patiënt optreedt, kan een andere (hoger of lager) ZZP GGZ worden gedeclareerd.
    1. De prestaties en toeslagen worden na afloop van de declaratieperiode in rekening gebracht.
    1. De declaratie bestaat uit het aan de patiënt geleverde aantal ZZP dagen en eventuele toeslagen binnen de declaratieperiode, met inbegrip van het gestelde in artikel 4.1.4.
    1. Een zorgaanbieder heeft bepaalde verplichtingen als het gaat om transparantie richting de patiënt. Voor wat betreft deze verplichtingen verwijzen we naar de beleidsregel Transparantie zorgaanbieders.

4.3. Informatiebepalingen

Elke factuur bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    1. Het gaat hier om de datum van de eerste dag in de betreffende declaratieperiode.
    1. Het gaat hier om de datum van de laatste dag die onderdeel uitmaakt van de betreffende declaratieperiode.
    1. Het gaat hier om de in rekening te brengen ZZPs GGZ. Het moet duidelijk zijn welke ZZPs GGZ gedeclareerd (prestatiecode) worden en in welk aantal.
    1. De volgende toeslagen worden onderscheiden:

      
      Niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie;
      
      
      
      Vervoer dagbesteding.
      

      Alle toeslagen worden altijd in combinatie met een ZZP GGZ in rekening gebracht. Op de factuur wordt vermeld welke toeslagen op welke datum geleverd zijn en tegen welk tarief. Niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie; Vervoer dagbesteding.

    1. Het gaat hier om de tarieven die in rekening worden gebracht voor de ZZPs GGZ en toeslagen en het in totaal gedeclareerde bedrag (pxq).
    1. De AGB-instellingscode en indien van toepassing de AGB-zorgverlenerscode.
    1. Indien een zorgaanbieder aan de patiënt factureert, voegt hij op de factuur een lekenomschrijving met betrekking tot de geleverde zorg toe. Vermelding van de lekenomschrijving blijft achterwege, indien de zorgaanbieder de factuur rechtstreeks aan de zorgverzekeraar zendt.

5. Overige producten (OVPs)

De categorie overige producten (OVPs) heeft geen relatie met het DBC- of ZZP GGZ-traject van een patiënt. De registratieprocessen voor de DBCs en ZZPs GGZ gelden dus ook niet voor de OVPs. De integrale tarieven voor de overige producten kunnen daarom afzonderlijk gedeclareerd worden aan de patiënt, zorgverzekeraar of aan de opdrachtgever. Voor meer informatie over overige producten wordt verwezen naar de beleidsregel Prestaties en tarieven gespecialiseerde GGZ.

Als er aan een patiënt zowel basispakketzorg als niet basispakketzorg wordt geleverd, dan declareert de zorgaanbieder zowel een DBC/ZZP GGZ als een OVP.

    1. Het is zorgaanbieders niet toegestaan om zorg die niet tot het basispakket behoort, in rekening te brengen als zorg die tot het basispakket behoort.
    1. Voor het declareren van zorg die niet onder het basispakket valt, maar wel zorg is zoals omschreven in de Wmg, brengt de zorgaanbieder één van de voor deze zorg vastgestelde OVPs11Zie beleidsregel Prestaties en tarieven gespecialiseerde GGZ. in rekening. Indien er geen aparte prestatie bestaat voor de niet-basispakketzorg, dan kunnen de volgende algemene prestaties gebruikt worden:

      
      OVP niet-basispakketzorg consult
      
      
      
      OVP niet-basispakketzorg verblijf
      

OVP niet-basispakketzorg consult OVP niet-basispakketzorg verblijf 3. 3. Activiteiten en verrichtingen die niet onder de reikwijdte van het begrip zorg als omschreven in artikel 1, onder b, Wmg behoren, worden niet via prestaties of OVPs gedeclareerd. 4. 4. Bij keuringen, rapporten en informatieverstrekkingen kunnen aanbieders bij levering van specifieke prestaties een prestatie (toeslag) in rekening brengen voor additionele directe of indirecte tijd. De zorgverlener dient de patiënt vooraf te informeren wanneer hij verwacht gebruik te maken van deze toeslag bovenop de standaardprestatie.

6. Intrekking oude regels

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de regeling Gespecialiseerde GGZ, met kenmerk NR/CU-556 ingetrokken.

De voorliggende regeling vervangt de reeds vastgestelde maar nog niet in werking getreden regeling Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg met kenmerk NR/CU-562.

7. Overgangsbepaling

De regeling Gespecialiseerde GGZ, met kenmerk NR/CU-556, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen en al dan niet beëindigd in de periode dat die regeling gold. Dit betekent dat voor overlopende DBCs (DBCs gestart voor 2016 en doorlopend in 2016) de op het moment van opening van het DBC-zorgproduct geldende nadere regel van toepassing is.

8. Inwerkingtreding en citeerregel

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016. Ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) zal deze regeling in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 1. : Toelichting op de nadere regel

Bijlage 2. : Hoofdbehandelaar

Bijlage 3. : Zorgtypen

Bijlage 4. : Activiteiten en verrichtingen

Bijlage 5. : DBC-beroepentabel

Bijlage 6. : Deelprestaties verblijf

^1 Onder begeleiding is mede begrepen: verzorging en bescherming/structurering.

^2 VOV personeel staat voor Verzorgend Opvoedkundig en Verplegend personeel en is in deze context uitwisselbaar met de term 24-uurscontinuïteitsdienst.

^3 ADL staat voor Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (bv. wassen, aankleden, eten, toiletgang).

^4 BDL staat voor Bijzondere Dagelijkse Levensverrichtingen (bv. huishoudelijk werk, koken, administratie doen, gebruikmaken van het openbaar vervoer).

^5 Netto staat voor: ingeroosterd zorgverlenend VOV-personeel.

^6 Fte staat voor fulltime-equivalent en staat gelijk aan 1 volledige werkweek.

^1 VZO wordt gezien als een vorm van begeleiding. Het is hierdoor niet toegestaan om VZO in combinatie met specifieke begeleidingsactiviteiten (code 4.x) te registreren. Ook kan VZO, op één kalenderdag, niet met de volgende activiteiten geregistreerd worden: verpleging (code 5.x), prestatie verblijf met overnachting (code 8.8.x), dagbesteding (code 9.x) en een verrichting beschikbaarheidcomponent 24-uurs crisiszorg (code10.3).

^2 Per kalenderdag kan maximaal 1 deelprestatie VZO worden geregistreerd.

Bijlage 7. : Privacyverklaring

verklaren:

Vermelding diagnose-informatie op factuur

Aanlevering gegevens aan DIS

PLAATS: ................................................

DATUM: ...................................................

Bijlage 8. : Profielen zorgzwaartepakketten GGZ