rijk/amvb/tijdelijk-besluit-sociaal-flankerend-beleid-sector-rijk-2004/BWBR0017859/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

142 lines
9.6 KiB
Markdown
Raw Blame History

This file contains ambiguous Unicode characters

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Tijdelijk besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2004
bwb_id: BWBR0017859
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2005-02-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017859
citeertitel: Tijdelijk besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2004
---
# Tijdelijk besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2004
### Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
b. b.
ARSG: het Ambtenarenreglement Staten-Generaal;
c. c.
RDBZ: het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken;
d. d.
BBRA 1984: het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
e. e.
VKB 1989: het Verplaatsingskostenbesluit 1989;
f. f.
ambtenaar: de ambtenaar in de zin van het ARAR, ARSG of RDBZ die werkzaam is bij een dienstonderdeel waarvan het bevoegd gezag het voornemen tot reorganisatie bekend heeft gemaakt aan het betrokken medezeggenschapsorgaan;
g. g.
FPU-reglement: het FPU-reglement basisuitkering en aanvullende uitkering.
### Artikel 2
Voordat het bevoegd gezag besluit tot de aanwijzing van een herplaatsingskandidaat, neemt het een periode van drie maanden in acht waarin het tracht via bevordering van vrijwillige mobiliteit deze aanwijzing te voorkomen. Deze periode neemt een aanvang op het moment dat het bevoegd gezag het voornemen tot reorganisatie bekend heeft gemaakt aan het betrokken medezeggenschapsorgaan.
### Artikel 3
Bij een herplaatsing in het kader van een reorganisatie op een functie waarvan de salarisschaal lager is dan de salarisschaal die geldt voor de ambtenaar, spant het bevoegd gezag zich in om, zodra een vacature beschikbaar is op het schaalniveau dat voor de ambtenaar geldt, hem in aanmerking te laten komen voor benoeming in deze vacature.
### Artikel 4
Aan de in het kader van een reorganisatie herplaatste ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in de artikelen 14, 17a, 17b en 18a van het BBRA 1984, een blijvende verlaging ondergaat van ten minste 3% van de som van het salaris en een periodieke toeslag, wordt een aflopende toelage die een onderdeel vormt van de bezoldiging toegekend onder de voorwaarde dat eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder onderbreking van langer dan twaalf maanden is genoten. De aflopende toelage bedraagt gedurende het eerste jaar 75%, het tweede jaar 50% en het derde jaar 25% van de verlaging van de bezoldiging.
### Artikel 5
Bij toepassing van artikel 18 van het BBRA 1984 in het kader van een reorganisatie kan het bevoegd gezag een hogere aflopende toelage toekennen dan die berekend overeenkomstig dat artikel.
### Artikel 6
Het bevoegd gezag kan de ambtenaar aan wie ontslag wordt verleend ontheffing verlenen van de terugbetalingsverplichting met betrekking tot de vergoeding voor de kosten van verhuizing.
### Artikel 7
Indien een functie waarin een herplaatsingskandidaat is geplaatst alsnog binnen een jaar niet passend blijkt te zijn, kan de ambtenaar één keer opnieuw worden aangewezen als herplaatsingskandidaat. In dat geval is de redelijke termijn, bedoeld in artikel 96, tweede lid, van het ARAR, artikel 126, tweede lid, van het ARSG respectievelijk artikel 99, tweede lid, van het RDBZ, gelijk aan de nog niet verstreken duur van de voor hem oorspronkelijke geldende herplaatsingstermijn van voor de herplaatsing.
### Artikel 8
De herplaatsingskandidaat aan wie op zijn aanvraag ontslag is verleend wegens het aanvaarden van een functie buiten de sector Rijk, en die buiten zijn schuld binnen twee maanden daarna ontslagen wordt, kan met ingang van de datum van dat ontslag opnieuw worden aangesteld in vaste dienst, in welk geval hij herplaatsingskandidaat is voor de nog niet verstreken duur van de voor hem oorspronkelijke geldende herplaatsingstermijn. Indien de ambtenaar niet gedurende die periode kan worden herplaatst in een voor hem passende functie kan hem ontslag worden verleend. Bij een ontslagverlening op grond van dit artikel geldt geen opzegtermijn.
### Artikel 9
**1.** Tot 1 januari 2005 kan een secretaris-generaal een FPU-arrangement als bedoeld in het tweede lid aanbieden aan een FPU-gerechtigde ambtenaar, mits daardoor het gedwongen reorganisatieontslag van een niet FPU-gerechtigde ambtenaar wordt voorkomen. Het FPU-ontslag dient in te gaan uiterlijk 1 december 2005.
**2.**
Het FPU-arrangement bestaat uit één van de of beide volgende onderdelen:
a. a.
een aanvulling op de FPU-uitkering tot 70% van de FPU-berekeningsgrondslag, genoemd in artikel 1, onderdeel o, van het FPU-reglement;
b. b.
een 50% voortzetting van de pensioenopbouw gedurende maximaal vier jaar:
volgens artikel 16.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP voor degenen die geboren zijn vóór 2 april 1947;
volgens artikel 16.2 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP voor degenen die geboren zijn tussen 1 april 1947 en 1 januari 1948.
volgens artikel 16.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP voor degenen die geboren zijn vóór 2 april 1947;
volgens artikel 16.2 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP voor degenen die geboren zijn tussen 1 april 1947 en 1 januari 1948.
**3.** De aanvulling, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt aangepast overeenkomstig artikel 12.1 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.
**4.** De looptijd van het FPU-arrangement bedraagt maximaal acht jaar.
**5.** Het FPU-arrangement eindigt met ingang van de dag dat het recht op FPU-uitkering vervalt.
**6.** Bij ontslag onder toekenning van een FPU-arrangement kan een diensttijdgratificatie worden toegekend conform artikel 79 van het ARAR, artikel 114 van het ARSG respectievelijk artikel 85 van het RDBZ.
**7.** Voorzover het FPU-arrangement wordt aangeboden aan een ambtenaar werkzaam bij de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de Raad van State dan wel de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal, dient in het eerste lid voor secretaris-generaal te worden gelezen: de daarmee vergelijkbare functionaris.
### Artikel 10
In afwijking van artikel 49n, eerste lid, van het ARAR, artikel 84n, eerste lid, van het ARSG respectievelijk artikel 58m van het RDBZ bedraagt het in die artikelen genoemde bedrag € 13 025,31. Dit bedrag wordt aangepast overeenkomstig de algemene salarisontwikkeling van het burgerlijk rijkspersoneel.
### Artikel 11
Aan de ambtenaar die in het kader van een reorganisatie wordt verplaatst en daardoor voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling reiskosten heeft die uitgaan boven de vergoeding waarop hij krachtens het VKB 1989 aanspraak heeft, kan een aflopende tegemoetkoming worden toegekend in de niet voor vergoeding in aanmerking komende kosten.
### Artikel 12
Als de ambtenaar daarom verzoekt, kan hem begeleiding worden aangeboden door een onafhankelijke psycholoog of arbeidskundige ten behoeve van de emotionele verwerking van de reorganisatie. De kosten daarvan komen tot een maximum van € 3 000 (inclusief BTW) voor rekening van het bevoegd gezag.
### Artikel 13
Aan de ambtenaar aan wie op zijn aanvraag eervol ontslag is verleend om een functie buiten de sector Rijk te gaan vervullen, kan gedurende maximaal drie jaar een gehele of gedeeltelijke voortzetting van vergoeding van de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang worden toegekend indien de nieuwe werkgever of de werkgever van de partner daartoe geen regeling kent.
### Artikel 14
**1.** Aan de ambtenaar aan wie op zijn aanvraag eervol ontslag is verleend voor het aanvangen van eigen bedrijfsactiviteiten, kan onmiddellijk voorafgaand aan de ingangsdatum van zijn ontslag buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging worden verleend gedurende maximaal drie maanden.
**2.** In plaats van het in het eerste lid bedoelde verlof kan op aanvraag van de ambtenaar een premie worden toegekend ter grootte van maximaal drie maandsalarissen.
**3.** In de plaats van een voorziening als bedoeld in het eerste of het tweede lid kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar toestaan dat de ambtenaar gedurende maximaal zes maanden na zijn ontslag gebruik maakt van een voor diens eigen bedrijfsactiviteiten bestemde werkruimte inclusief aanvullende faciliteiten.
**4.**
Voor de toepassing van dit artikel gelden als voorwaarden:
a. a.
de indiening van een degelijk uitgewerkt businessplan,
b. b.
een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
### Artikel 15
In afwijking van artikel 49o van het ARAR, artikel 84o van het ARSG respectievelijk artikel 58n van het RDBZ kan aan de ambtenaar een premie worden toegekend ter grootte van maximaal negen maandsalarissen indien hem op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend.
### Artikel 16
Indien vóór 1 maart 2004 op grond van artikel 113 van het ARAR, artikel 139 van het ARSG respectievelijk artikel 142 van het RDBZ in het overleg met de centrales van verenigingen van ambtenaren een voorziening is overeengekomen die voor een ambtenaar gunstiger is dan een soortgelijke voorziening in dit besluit, dan kan eerstgenoemde voorziening in de plaats treden van die in dit besluit.
### Artikel 17
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2004.
### Artikel 18
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2005, werkt terug tot en met 1 maart 2004 en vervalt met ingang van 1 januari 2008.