rijk/ministeriele-regeling/meerjarige-regeling-specifieke-uitkeringen-voor-huisvesting-aandachtsgroepen/BWBR0046932/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

196 lines
13 KiB
Markdown
Raw Blame History

This file contains invisible Unicode characters

This file contains invisible Unicode characters that are indistinguishable to humans but may be processed differently by a computer. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Meerjarige regeling specifieke uitkeringen voor huisvesting aandachtsgroepen
bwb_id: BWBR0046932
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2022-07-19'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0046932
citeertitel: Meerjarige regeling specifieke uitkeringen voor huisvesting aandachtsgroepen
---
# Meerjarige regeling specifieke uitkeringen voor huisvesting aandachtsgroepen
### Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- *aandachtsgroepen:* dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, statushouders, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, arbeidsmigranten, ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, woonwagenbewoners en uitwonende studenten;
- *bijlage:* bijlage bij deze regeling;
- *college:* college van burgemeester en wethouders;
- *minister:* Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
*woonruimte:* ruimte die ter bewoning voor verhuur wordt aangeboden tegen een prijs:
die niet hoger ligt dan de bedragen, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag;
die niet hoger ligt dan de maximaal redelijke aanvangshuurprijs voor die woonruimte op basis van de bij of krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bepaalde waardering; en
waarvan het maximale huurverhogingspercentage bedraagt het bij of krachtens artikel 10, derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde maximale huurverhogingspercentage.
die niet hoger ligt dan de bedragen, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag;
die niet hoger ligt dan de maximaal redelijke aanvangshuurprijs voor die woonruimte op basis van de bij of krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bepaalde waardering; en
waarvan het maximale huurverhogingspercentage bedraagt het bij of krachtens artikel 10, derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde maximale huurverhogingspercentage.
### Artikel 2
**1.**
De minister kan op aanvraag van een college een specifieke uitkering verstrekken aan een gemeente voor een project:
a. a.
waarbij woonruimten voor aandachtsgroepen gerealiseerd worden die aan de bestaande voorraad woonruimten worden toegevoegd en die gedurende ten minste tien jaar na voltooiing geheel voor aandachtsgroepen bestemd zijn;
b. b.
waarvan aannemelijk is gemaakt dat het binnen vijf jaar na de datum van toekenning van de uitkering gerealiseerd is; en
c. c.
waarbij de woonruimten verhuurd zullen worden op basis van een schriftelijk huurcontract tussen huurder en verhuurder.
**2.** De specifieke uitkering wordt slechts toegekend indien er sprake is van een financieel tekort bij het project en de bijdrage aantoonbaar bijdraagt en noodzakelijk is voor het realiseren van woonruimten voor aandachtsgroepen, bedoeld in het eerste lid.
**3.** De specifieke uitkering bedraagt maximaal het in de bijlage vastgestelde bedrag per te realiseren woonruimte.
**4.** Kosten mogen alleen opgevoerd worden indien deze voor minimaal 85% toerekenbaar zijn aan de bouw van woonruimten voor aandachtsgroepen.
### Artikel 3
**1.** De plafonds voor het totaal van de aanvragen voor specifieke uitkeringen zijn de bedragen, genoemd in de bijlage.
**2.** De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor activiteiten voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
### Artikel 4
**1.** Een specifieke uitkering kan worden aangevraagd binnen de aanvraagperiode, bedoeld in de bijlage.
**2.**
Een aanvraag bevat:
a. a.
een beschrijving van het project en de locatie waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en van de wijze waarop het project voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2;
b. b.
een beschrijving van de wijze waarop het project wordt uitgevoerd en welke partijen daarbij betrokken zijn, waarbij middels processtappen inzichtelijk wordt gemaakt hoe het project uitgevoerd zal worden;
c. c.
een overzicht van de aantallen te realiseren woonruimten voor aandachtsgroepen;
d. d.
een projectbegroting met een toelichting indien het een aanvraag betreft aangaande honderd woonruimten of meer, en enkel een toelichting indien het een aanvraag betreft aangaande minder dan honderd woonruimten, waaruit de benodigde bijdrage per woonruimte en het BTW-deel van het aangevraagde bedrag blijkt;
e. e.
de verwachte begin- en einddatum van het project; en,
f. f.
een risicoanalyse die ingaat op de risicos aangaande de planvorming, juridische procedures, draagvlak in de omgeving en afspraken met de markt, medeoverheden en corporaties;
**3.** Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
**4.** Indien een aanvraag onvolledig is en niet al bij voorbaat duidelijk is dat deze na herstel zou moeten worden afgewezen omdat het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, anders wordt overschreden, biedt de minister de mogelijkheid om dit verzuim binnen een redelijke termijn te herstellen.
**5.** De minister kan, indien de binnengekomen aanvragen cumulatief het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, reeds overschrijden, de aanvraagperiode, bedoeld in het eerste lid, vroegtijdig beëindigen, zulks in afwijking van de in de bijlage genoemde aanvraagperiode.
**6.** De minister kan, in aanvulling op het gestelde in het tweede lid, aanvullende bescheiden vragen voor het indienen van een aanvraag die hij nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag of het monitoren van de effecten van deze regeling.
### Artikel 5
**1.** De minister stelt een rangschikking op van de binnengekomen volledige aanvragen voor woonruimten voor studentenhuisvesting en behandelt de aanvragen volgens die rangschikking.
**2.**
De rangschikking van aanvragen voor uitwonende studenten vindt plaats aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van toekenning:
a. a.
een aanvraag met uitsluitend onzelfstandige woonruimten voor studentenhuisvesting;
b. b.
een aanvraag met onzelfstandige en zelfstandige woonruimten voor studentenhuisvesting waarvan ten minste 25% van de woonruimten uit onzelfstandige woonruimten bestaat;
c. c.
een aanvraag met minder dan 25% en meer dan 0% onzelfstandige woonruimten voor studenten;
d. d.
een aanvraag met zelfstandige woonruimten voor studentenhuisvesting waarvan ten minste 25% van de woonruimten toegang heeft tot een gemeenschappelijke ruimte;
e. e.
een aanvraag met uitsluitend zelfstandige woonruimten voor studentenhuisvesting.
**3.** Indien het plafond, bedoeld in artikel 3, is bereikt en meerdere aanvragen op basis van de criteria, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking komen voor de subsidie, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
**4.** De minister behandelt de binnengekomen aanvragen voor woonruimten voor dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, statushouders, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, arbeidsmigranten, ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en woonwagenbewoners op volgorde van binnenkomst. Een aanvraag geldt als binnengekomen op het moment dat de aanvraag, bedoeld in artikel 4, volledig is binnengekomen. Indien de minister op het tijdstip dat het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
### Artikel 6
**1.** De gerealiseerde woonruimten zijn ten minste tien jaar na voltooiing bestemd voor aandachtsgroepen.
**2.** Woonruimten dienen te worden verhuurd op basis van een schriftelijk huurcontract tussen huurder en verhuurder.
**3.** Binnen drie jaar na de datum van toekenning van de uitkering wordt gestart met de aanvang van de bouwwerkzaamheden van de woningen.
**4.** Het college besteedt de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december van het vijfde jaar nadat de uitkering verstrekt is aan de projecten waarvoor de uitkering is verstrekt.
**5.** Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor de datum, bedoelde in het vorige lid, niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van het college eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
**6.** Het college informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.
**7.** Het college verleent op verzoek van de minister medewerking en verstrekt informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling.
**8.** Aan een uitkering kunnen in de uitkeringsbeschikking nadere verplichtingen worden verbonden.
### Artikel 7
**1.**
De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering af indien:
a. a.
de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels;
b. b.
het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan leidt tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
c. c.
toewijzing van de aanvraag wegens onvoorziene omstandigheden niet ten goede zou komen aan projecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid; of
d. d.
toewijzing van de aanvragen volgens de rangschikking zou leiden tot een bovenmatige concentratie van de toewijzingen in een of enkele regios.
**2.** De minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering gedeeltelijk afwijzen, voor zover de volledige toekenning zou leiden tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
**3.** De minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering afwijzen indien de aanvraag ziet op activiteiten waarvoor op grond van andere regelingen reeds een specifieke uitkering is verstrekt.
### Artikel 8
**1.** De minister neemt binnen acht weken na de datum van ontvangst van een aanvraag een besluit over de verlening van de specifieke uitkering voor woonruimten voor dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, statushouders, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, arbeidsmigranten, ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en woonwagenbewoners. Indien de beschikking niet binnen deze termijn kan worden gegeven, deelt de minister dit aan de aanvrager mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn van uiterlijk acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
**2.** De minister neemt binnen acht weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode voor woonruimten voor studentenhuisvesting een besluit over de verlening van de specifieke uitkering. De minister kan deze termijn eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen.
**3.**
De verleningsbeschikking vermeldt:
a. a.
welke projecten worden uitgevoerd en hoeveel woonruimten daarmee worden gerealiseerd;
b. b.
het bedrag van de uitkering;
c. c.
de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering, en
d. d.
de wijze waarop kan worden aangetoond dat de projecten zijn uitgevoerd.
### Artikel 9
De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 8, eerste lid, een voorschot van 100% en betaalt dat voorschot in één keer uit.
### Artikel 10
**1.** De minister stelt de specifieke uitkering vast nadat het college de eindverantwoording aan de minister heeft verstrekt op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
**2.** Het college kan een wijzigingsaanvraag indienen voor een vervangend project wanneer één of meerdere projecten waarvoor de uitkering is verstrekt niet kan worden uitgevoerd. Het vervangende project dient minimaal dezelfde hoeveelheid woonruimten te realiseren als met het niet uitgevoerde project beoogd was.
**3.** Artikel 4, 6, 7, 8 en 9 en het verder bepaalde in dit artikel is op deze wijzigingsaanvraag van overeenkomstige toepassing.
**4.** Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de minister de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel terugvorderen. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger.
### Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
### Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Meerjarige regeling specifieke uitkeringen voor huisvesting aandachtsgroepen.
## Bijlage . bij de