rijk/pbo/verordening-gzp-landbouwzaaizaden-2003/BWBR0015179/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.3 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening GZP landbouwzaaizaden 2003 BWBR0015179 pbo geldend 2003-10-05 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015179 Verordening GZP landbouwzaaizaden 2003

Verordening GZP landbouwzaaizaden 2003

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

1.

In deze verordening wordt verstaan onder:

a productschap : Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten;
b. voorzitter onderscheidenlijk secretaris : voorzitter onderscheidenlijk secretaris van het productschap;
c. landbouwzaaizaad : landbouwzaaizaden, omschreven in artikel 7, tweede lid van de lnstellingsverordening akkerbouwproductschappen 1997;
d EG : Europese Gemeenschappen;
e ondernemer : degene die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;
f EG-richtlijnen : 1. Richtlijn nr. 2002/54EG, betreffende het in de handel brengen van bietenzaad (PbEG nr. L 193) en de wijzigingen hierop; 2. Richtlijn nr. 66/401/EEG, betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (PbEG nr. L 125) en de wijzigingen hierop; 3. Richtlijn nr. 66/402/EEG, betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (PbEG nr. L 125) en de wijzigingen hierop; 4. Richtlijn nr. 202/57/EG, betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (PbEG nr. L 193) en de wijzigingen hierop.

2. Voor de toepassing van deze verordening worden voorts, voor zover van belang, de begripsomschrijvingen overgenomen van de EG-richtlijnen.

Paragraaf 2. Bepalingen met betrekking tot het gebruik van eigen zaaizaad

Artikel 2

1. Het is verboden landbouwzaaizaad dat niet conform de in artikel 1 genoemde richtlijnen is goedgekeurd en gecertificeerd voor zaaidoeleinden te gebruiken.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3 en onverminderd beperkingen aan de productie van zaaizaad, die voortvloeien uit het kwekersrecht is het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing, indien het landbouwzaaizaad wordt gebruikt door de landbouwer, die dit landbouwzaaizaad zelf heeft geteeld.

Artikel 3

1. Het is verboden lijnzaad van vezelvlas dat niet conform Richtlijn 2002/57/EG is goedgekeurd en gecertificeerd voor zaaidoeleinden te gebruiken.

2. Onverminderd beperkingen aan de productie van zaaizaad, die voortvloeien uit het kwekersrecht, geldt het verbod, gesteld in het eerste lid, niet ten aanzien van lijnzaad, dat een vlasteler heeft geoogst van cultuurgrond, die hij als eigenaar of anderszins voor langer dan één jaar zonder onderbreking in gebruik heeft, voor zover die vlasteler dat lijnzaad uitzaait op cultuurgrond, als hiervoor bedoeld;

Artikel 4

De ondernemer is verplicht de opslag en bewerking van niet gekeurd, dan wel na keuring te velde niet goedgekeurd landbouwzaaizaad bestemd voor eigen gebruik als bedoeld in artikel 2, tweede lid, zodanig in te richten dat geen vermenging van partijen zaad, van verschillende landbouwers plaats vindt.

Artikel 5

1. De ondernemer die landbouwzaaizaad als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bewerkt, is verplicht zijn dagelijkse administratie zodanig bij te houden dat daaruit blijkt de naam van de opdrachtgever, het aantal, het gewicht en het vochtgehalte van elke aangevoerde, voorhanden en in voorraad zijnde, respectievelijk terug geleverde partij zaad, alsmede van de hoeveelheid uitval van elke bewerkte partij zaad.

2. De ondernemer is verplicht de in het eerste lid bedoelde dagelijkse administratie gedurende vijf jaren in chronologische volgorde te bewaren.

Artikel 6

De ondernemer is verplicht, op verzoek van de secretaris en op de door de secretaris vastgestelde wijze, mededeling te doen van:

  • de voorraad landbouwzaaizaden bij de ondernemer, dan wel bij derden opgeslagen, gespecificeerd naar soort, ras en generatie;
  • de hoeveelheid uit Nederland uitgevoerde, dan wel in Nederland ingevoerde landbouwzaaizaden, gespecificeerd naar soort, ras en generatie;
  • de opslag en de in- of verkoop van landbouwzaaizaden.

Artikel 7

1. De voorzitter kan namens het bestuur, eventueel onder het stellen van nadere bepalingen, besluiten dat andere categorieën landbouwzaaizaad dan genoemd in artikel 2, eerste lid, van het Besluit Categorieën Teeltmateriaal mogen worden verhandeld.

2. De voorzitter kan namens het bestuur bij besluit maatregelen treffen betreffende de handel van landbouwzaaizaad dat weliswaar niet voldoet aan de eisen van de EG-richtlijnen, doch krachtens een daartoe strekkende beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in het verkeer mag worden gebracht.

3. De ondernemer die op grond van de in het tweede lid genoemde beschikking zaaizaad in het verkeer wil brengen dient eventuele aanwijzingen van het productschap die hierop betrekking hebben, op te volgen.

4. Besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Artikel 8

De bepalingen van deze verordening gelden mede voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten, die in de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld, bedrijfsmatig plegen te worden verricht.

Artikel 9

Op overtreding van het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 7 worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld. Een door het bevoegde tuchtgerecht op te leggen geldboete mag niet hoger zijn dan € 450,-- per overtreding.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 10

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

2. De in artikel 9 bedoelde geldboete is van toepassing tot het op 24 februari 2000 ingediende voorstel van wet "Nieuwe regelen inzake tuchtrechtspraak in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002)", Kamerstukken nr. 27025, tot wet wordt verheven en in werking treedt.

Artikel 11

De Verordening GZP landbouwzaaizaden 1997 wordt ingetrokken.

Artikel 12

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening GZP landbouwzaaizaden 2003.