rijk/wet/wet-voor-het-reservepersoneel-der-krijgsmacht/BWBR0003883/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

214 lines
5.1 KiB
Markdown
Raw Blame History

This file contains ambiguous Unicode characters

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht
bwb_id: BWBR0003883
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1986-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003883
citeertitel: Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht
---
# Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
### Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. a.
Onze Minister: Onze Minister van Defensie;
b. b.
personeel: de militairen, behorende tot het reserve-personeel der krijgsmacht;
c. c.
werkelijke dienst: dienst gedurende de tijd welke het personeel onder de wapenen doorbrengt;
d. d.
groot verlof: de tijd gedurende welke het personeel zich niet in werkelijke dienst bevindt of moet bevinden.
### Artikel 2
Deze wet is van toepassing op hen, die krachtens bij de wet te stellen regelen verplicht, dan wel volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen vrijwillig tot het personeel behoren.
### Artikel 3
**1.** De autoriteiten, colleges en ambtenaren, daartoe bij koninklijk besluit of door de minister aangewezen, zijn verplicht tot het verstrekken van opgaven, inlichtingen en adviezen en het verlenen van medewerking in verband met de uitvoering van deze wet.
**2.** Alle stukken, welke in verband met de bepalingen van deze wet of van te harer uitvoering gegeven voorschriften worden gevorderd, ingediend, overgelegd of uitgereikt, zijn vrij van legesheffing, van kosten van legalisatie en van griffiekosten.
## Hoofdstuk 2. Werkelijke dienst
### Artikel 4
**1.**
Zij die tot het personeel behoren kunnen onverminderd de verplichtingen op hen rustende krachtens deze of enige andere wet alsmede onverminderd die, welke zij vrijwillig op zich hebben genomen worden verplicht:
a. a.
om in geval van buitengewone omstandigheden in werkelijke dienst te komen of te blijven, zolang Onze Minister dit vanwege die buitengewone omstandigheden nodig oordeelt;
b. b.
om, voorzover zulks door Onze Minister nodig wordt geoordeeld, in elk tijdvak van drie jaren in het belang van hun geoefendheid in werkelijke dienst te komen en te blijven voor ten hoogste zestig dagen, verdeeld over ten hoogste zes perioden;
c. c.
om, voorzover zulks door Onze Minister in het belang van hun verdere vorming nodig wordt geoordeeld, mondelinge of schriftelijke cursussen te volgen, dan wel daartoe in elk tijdvak van drie jaren in werkelijke dienst te komen en te blijven voor een periode van ten hoogste vijf dagen;
**2.** Onze Minister kan een personeelslid vergunning verlenen om in werkelijke dienst te komen of te blijven buiten de tijd, welke verplicht in werkelijke dienst moet worden doorgebracht.
### Artikel 4a
Zij die tot het personeel behoren kunnen zich voorts verplichten tot:
a. a.
het in werkelijke dienst komen en blijven voor het volgen van functietrainingen en opleidingen voor ten hoogste twee weken per jaar;
b. b.
het zich gedurende ten hoogste één jaar beschikbaar houden voor werkelijke dienst in het kader van een crisisbeheersings-, vredes- of humanitaire operatie en tot het voor inzet in een dergelijke operatie in werkelijke dienst komen en blijven voor zolang Onze Minister dit nodig oordeelt.
### Artikel 5
De oproeping in werkelijke dienst geschiedt door Onze Minister.
### Artikel 6
Onze Minister kan op aanvraag ontheffing van de verplichting tot opkomst in werkelijke dienst verlenen, tenzij het dienstbelang, afgewogen tegen het persoonlijk belang, zich om operationele redenen daartegen verzet. Aan de ontheffing is de verplichting verbonden de door Onze Minister in het belang van de dienst te geven voorschriften op te volgen.
## Hoofdstuk 3. Groot verlof
### Artikel 7
**1.** Zij die tot het personeel behoren zijn gedurende het groot verlof verplicht de bij ministeriële regeling te geven administratieve voorschriften na te leven.
**2.** Degenen, die niet aan de in het vorige lid bedoelde verplichting voldoen, kunnen door Onze Minister worden opgeroepen om voor de tijd, nodig om aan die verplichting te voldoen, doch ten hoogste voor een periode van vijf dagen, in werkelijke dienst te verblijven.
### Artikel 8
Het verlenen van groot verlof geschiedt door Onze Minister.
### Artikel 9
Deze wet wordt aangehaald als: Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht.
### Artikel 10
Vervallen
### Artikel 11
Vervallen
### Artikel 12
Vervallen
### Artikel 13
Vervallen
### Artikel 14
Vervallen
### Artikel 15
Vervallen
### Artikel 16
Vervallen
### Artikel 17
Vervallen
### Artikel 18
Vervallen
### Artikel 19
Vervallen
### Artikel 20
Vervallen
### Artikel 21
Vervallen
### Artikel 22
Vervallen
### Artikel 23
Vervallen
### Artikel 24
Vervallen
### Artikel 25
Vervallen
### Artikel 26
Vervallen
### Artikel 27
Vervallen
### Artikel 28
Vervallen
### Artikel 29
Vervallen
### Artikel 30
Vervallen
### Artikel 31
Vervallen
### Artikel 32
Vervallen
### Artikel 33
Vervallen
### Artikel 34
Vervallen
### Artikel 35
Vervallen
### Artikel 36
Vervallen
### Artikel 37
Vervallen
### Artikel 38
Vervallen
### Artikel 39
Vervallen
### Artikel 40
Vervallen
### Artikel 41
Vervallen