40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.6 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Panama tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot ondernemingen die schepen of luchtvaartuigen exploiteren in het internationale verkeer | BWBV0001317 | verdrag | geldend | 1997-12-31 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0001317 | Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Panama tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot ondernemingen die schepen of luchtvaartuigen exploiteren in het internationale verkeer |
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Panama tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot ondernemingen die schepen of luchtvaartuigen exploiteren in het internationale verkeer
Artikel 1
1.
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist,
a. a. betekent de uitdrukking „Verdragsluitende Staat" het Koninkrijk der Nederlanden (dat deel van het Koninkrijk dat in Europa ligt, de Nederlandse Antillen en Aruba) of de Republiek Panama, afhankelijk van de context; verwijst de uitdrukking „Verdragsluitende Staten" naar het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Panama; b. b. omvat het woord „persoon" een natuurlijke persoon, een onderneming en elk ander lichaam of vereniging van personen; c. c. betekent de uitdrukking „inwoner van een Verdragsluitende Staat" iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die Staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van werkelijke leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid; d. d. betekent de uitdrukking „onderneming van een Verdragsluitende Staat" een onderneming die wordt gedreven door een inwoner van een Verdragsluitende Staat; e. e. betekent de uitdrukking „internationaal verkeer" alle vervoer met een schip of een luchtvaartuig, in eigendom, gehuurd of gecharterd, dat wordt geëxploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van werkelijke leiding in een Verdragsluitende Staat is gelegen, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen; f. f. betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit":
i.
in het Koninkrijk der Nederlanden, voor dat deel dat in Europa is gelegen, de Minister van Financiën aldaar of zijn bevoegde vertegenwoordiger, voor de Nederlandse Antillen, de Minister van Financiën aldaar of zijn bevoegde vertegenwoordiger en voor Aruba de Minister van Financiën aldaar of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
ii.
in de Republiek Panama het Ministerie van Financiën.
i. i. in het Koninkrijk der Nederlanden, voor dat deel dat in Europa is gelegen, de Minister van Financiën aldaar of zijn bevoegde vertegenwoordiger, voor de Nederlandse Antillen, de Minister van Financiën aldaar of zijn bevoegde vertegenwoordiger en voor Aruba de Minister van Financiën aldaar of zijn bevoegde vertegenwoordiger; ii. ii. in de Republiek Panama het Ministerie van Financiën.
2. Voor de toepassing van dit Verdrag door een Verdragsluitende Staat heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet nader omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving die in die Verdragsluitende Staat van kracht is met betrekking tot de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is.
Artikel 2
1. De onderneming van een Verdragsluitende Staat die schepen of luchtvaartuigen exploiteert in het internationale verkeer is in de andere Verdragsluitende Staat vrijgesteld van belasting van elke soort en benaming naar inkomsten of winst, ongeacht de wijze van heffing.
2. De onderneming van een Verdragsluitende Staat die schepen of luchtvaartuigen exploiteert in het internationale verkeer is in de andere Verdragsluitende Staat vrijgesteld van belasting van elke soort en benaming naar het vermogen dat wordt vertegenwoordigd door deze schepen of luchtvaartuigen en door de roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van de schepen of luchtvaartuigen, ongeacht de wijze van heffing.
3. De onderneming van een Verdragsluitende Staat die schepen of luchtvaartuigen exploiteert in het internationale verkeer is in de andere Verdragsluitende Staat vrijgesteld van belasting van elke soort en benaming naar de winst verkregen uit de vervreemding van deze schepen of luchtvaartuigen of van de roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van de schepen of luchtvaartuigen, ongeacht de wijze van heffing.
4. De bepalingen van het eerste en derde lid van dit artikel zijn ook van toepassing op inkomsten, voordelen en winst verkregen door een onderneming van een Verdragsluitende Staat uit de deelneming in een „pool", een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap.
Artikel 3
1. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten trachten alle moeilijkheden of twijfels die mochten rijzen bij de uitlegging of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen. Het overleg waar de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat om heeft verzocht, vangt aan binnen 90 dagen na de datum van ontvangst van het desbetreffende verzoek.
2. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde een overeenstemming als bedoeld in het voorgaande lid te bereiken.
Artikel 4
Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste dag na de datum waarop het Koninkrijk der Nederlanden de Republiek Panama schriftelijk heeft meegedeeld dat aan de grondwettelijke vereisten is voldaan, en de bepalingen ervan zijn van toepassing op de belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin dit Verdrag in werking is getreden.
Artikel 5
1. Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door één van de Verdragsluitende Staten wordt beëindigd. Elk van beide Staten kan het Verdrag langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste 6 maanden voor het einde van enig kalenderjaar en na het verstrijken van een periode van 5 jaar na de datum van inwerkingtreding een kennisgeving van beëindiging te zenden. In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn voor de belastingjaren of -tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van beëindiging is gedaan.
2. Elk van beide Verdragsluitende Staten is gerechtigd de toepassing van dit Verdrag met betrekking tot elk deel van het Koninkrijk der Nederlanden afzonderlijk te beëindigen.