rijk/zbo/beleidsregels-aanwijzen-en-toezicht-accountantsopleidingen/BWBR0038952/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

28 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Beleidsregels aanwijzen en toezicht accountantsopleidingen BWBR0038952 zbo geldend 2016-12-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0038952 Beleidsregels aanwijzen en toezicht accountantsopleidingen

Beleidsregels aanwijzen en toezicht accountantsopleidingen

Deel . Regels

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a. a.

    *Aanvraag:* een verzoek van een belanghebbende opleiding aan CEA om een aanwijzing op grond van artikel 49, tweede lid, onder b Wab;

b. b.

    *Aanwijzing:* een besluit, als bedoeld in artikel 49, tweede lid, onder a Wab, inhoudende dat een opleiding aan de eindtermen voldoet;

c. c.

    *Adviescommissie:* een door CEA benoemde persoon of ingesteld college, niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van CEA, belast met het adviseren van CEA over het te nemen besluit ter zake van het aanwijzen van een opleiding;

d. d.

    *Awb:*
    Algemene wet bestuursrecht;

e. e.

    *Basisset van informatie:* een periodieke set van informatie die CEA minimaal nodig heeft om te beoordelen of een theoretische opleiding voldoet aan de eindtermen;

f. f.

    *Eindtermen:* de normen zoals bedoeld in artikel 49, tweede lid, onder a Wab waarin is vastgelegd welke kennis, vaardigheden en gedrag vaneen beginnend beroepsoefenaar onderdeel moeten vormen van de accountantsopleiding;

g. g.

    *CEA:* Commissie Eindtermen Accountantsopleiding als bedoeld in artikel 49, eerste lid Wab;

h. h.

    *Doorlopend toezicht:* een voortdurend systematisch proces voor het verzamelen van informatie over, het vormen van een oordeel over en indien daar aanleiding voor is interveniëren bij een opleiding. CEA houdt doorlopend toezicht om te beoordelen of de opleiding aan de eindtermen voldoet;

i. i.

    *Kwaliteitssysteem:* systeem van kwaliteitsborging bestaande uit regelgeving, voorschriften, vastgestelde (beleids)kaders, controleerbare processen en procedures met als doel de eindtermen te borgen;

j. j.

    *Opleiding:* een samenhangend geheel van onder meer onderwijseenheden, docenten, faciliteiten en organisatie van een onderwijsinstelling of andersoortige organisatie die ten doel heeft studenten op te leiden voor (één of meer van de opleidingsoriëntaties van) de theoretische opleiding tot accountant zoals bepaald in artikel 46 Wab;

k. k.

    *Opleidingsoriëntatie:* deel van de opleiding tot accountant dat specifiek opleidt voor de (toekomstige) beroepspraktijk in aanvulling op de brede, gemeenschappelijke basis van kennis, vaardigheden en gedrag die voor iedereen gelijk is. CEA heeft de volgende opleidingsoriëntaties gedefinieerd:
  
    
      a.
      Assurance, gericht op het verschaffen van financiële zekerheid en (de wettelijke) controle;
    
    
      b.
      Accountancy, gericht op bedrijfsvoering en hiermee samenhangende advieswerkzaamheden.

a. a. Assurance, gericht op het verschaffen van financiële zekerheid en (de wettelijke) controle; b. b. Accountancy, gericht op bedrijfsvoering en hiermee samenhangende advieswerkzaamheden. l. l.

    *Studielast:* de studielast uitgedrukt in studiepunten zoals bepaald in artikel 7.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

m. m.

    *Toezichtcategorie:* een vorm van toezicht waarbij onderscheid wordt gemaakt in type, mate en frequentie van de toezichtactiviteiten en -instrumenten die CEA inzet om te beoordelen of de opleiding aan de eindtermen voldoet. CEA onderscheidt de volgende toezichtcategorieën:
  
    
      i.
      Normaal toezicht: de opleiding voldoet aan alle criteria van het toezichtkader en CEA heeft het gefundeerde vertrouwen dat de opleiding de eindtermen borgt;
    
    
      ii.
      Actief toezicht: de opleiding voldoet niet aan één van de criteria in het toezichtkader waarbij CEA het vertrouwen heeft dat de opleiding de bevindingen adresseert
    
    
      iii.
      Verscherpt toezicht: CEA constateert ofwel dat er niet op competente wijze leiding wordt gegeven aan de opleiding en/of dat de opleiding niet aan meerdere criteria in het toezichtkader voldoet waarbij CEA gerede twijfel heeft of de opleiding de bevindingen zelfstandig kan adresseren.

i. i. Normaal toezicht: de opleiding voldoet aan alle criteria van het toezichtkader en CEA heeft het gefundeerde vertrouwen dat de opleiding de eindtermen borgt; ii. ii. Actief toezicht: de opleiding voldoet niet aan één van de criteria in het toezichtkader waarbij CEA het vertrouwen heeft dat de opleiding de bevindingen adresseert iii. iii. Verscherpt toezicht: CEA constateert ofwel dat er niet op competente wijze leiding wordt gegeven aan de opleiding en/of dat de opleiding niet aan meerdere criteria in het toezichtkader voldoet waarbij CEA gerede twijfel heeft of de opleiding de bevindingen zelfstandig kan adresseren. n. n.

    *Toezichtkader:* kader waarin CEA de door haar vastgestelde criteria en instrumenten en het proces van toezicht uiteenzet dat zij hanteert bij de beoordeling of een opleiding voldoet aan de eindtermen;

o. o.

    *Vaststellingsgesprek:* een gesprek met de opleiding om aan te geven dat en waarom de opleiding onder verscherpt toezicht is geplaatst;

p. p.

    *Wab:*
    Wet op het accountantsberoep.

Artikel 2

1. CEA stelt een toezichtkader vast met daarin de criteria, de instrumenten en het proces die CEA hanteert bij de beoordeling van een aanvraag van een aanwijzing en het toezicht op de eindtermen van reeds aangewezen opleidingen.

2. Het toezichtkader vormt onderdeel van deze beleidsregels.

3. De beleidsregels en het toezichtkader voor een aanvraag van een aanwijzing en het toezicht op de eindtermen van reeds aangewezen opleidingen worden gepubliceerd op de website van CEA en in de Staatscourant. Ze worden voorts op verzoek beschikbaar gesteld.

Hoofdstuk 2. Bepalingen m.b.t. de aanwijzing van een theoretische opleiding

Artikel 3

1. CEA stelt via haar website informatie beschikbaar over het aanwijzen van opleidingen. Op de website wordt tenminste informatie gegeven over CEA, over de relevante wettelijke bepalingen, over het verstrekken, wijzigen of intrekken van een aanwijzing en over de daarbij gehanteerde procedure, criteria en rechtsmiddelen.

Artikel 4

1. CEA neemt een aanvraag in behandeling indien en zodra die is ingediend door middel van het voorgeschreven formulier als bedoeld in lid 2.

2.

De CEA stelt de volgende aanvraagformulieren beschikbaar:

a. a. een aanvraagformulier voor een nieuwe aanwijzing van een nieuwe en/of nog niet eerder aangewezen opleiding; b. b. een aanvraagformulier voor wijziging van een verleende aanwijzing.

3. De aanvraagformulieren als bedoeld in lid 2 zijn op verzoek verkrijgbaar bij het secretariaat van CEA.

4. Een aanvraag voor een aanwijzing kan zowel schriftelijk, in drievoud, als elektronisch bij CEA worden ingediend. Een aanvraag moet worden voorzien van een dagtekening en de handtekening van de aanvrager.

5.

Een aanvraag bevat alle gegevens en bescheiden die CEA nodig heeft voor het beoordelen van de aanvraag zoals vermeld op het aanvraagformulier, waaronder in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:

a. a. Algemene gegevens van de (organisatie van de) opleiding en een algemene beschrijving van de instelling; b. b. Beschrijving van de toelatingsvoorwaarden en instroomvereisten voor de opleiding en eventuele vrijstellingsregelingen; c. c. Beschrijving van het programma van de opleiding inclusief de opleidingsoriëntatie(s), waaronder in elk geval een beschrijving van de onderwijseenheden die deel uitmaken van de opleiding, de voor te schrijven literatuur, de gehanteerde onderwijsvormen en het examenprogramma/-examenreglement (ten minste de exameneisen en de wijze van toetsing); d. d. Beschrijving van de overeenstemming van het opleidings-/examenprogramma van de opleiding met de door CEA vastgestelde eindtermen, via de modellen zoals door CEA beschikbaar gesteld; e. e. Beschrijving van het kwaliteitssysteem van de opleiding ter borging van de eindtermen in het curriculum en het toetsprogramma; f. f. Overzicht van de docenten per onderwijseenheid, inclusief recent CV (of profielschets indien nog geen docenten zijn aangesteld); g. g. Indien de opleiding slechts gedeeltelijk aan de eindtermen voldoet: de wijze waarop en de opleidingen waarmee de studenten aan de overige door CEA gestelde eindtermen kunnen gaan voldoen; h. h. Beschrijving van de voorwaarden en het proces voor de uitstroom om te borgen dat een student aan alle eindtermen heeft voldaan bij uitgifte van een getuigschrift.

6. Na indiening van de aanvraag verstrekt CEA aan de aanvrager zo spoedig mogelijk een overzicht van de voor behandeling van deze specifieke aanvraag benodigde (aanvullende) informatie.

Artikel 5

1. CEA kan voor de beoordeling van de aanvraag een adviescommissie inschakelen.

2. CEA en de door CEA ingestelde adviescommissie kunnen de aanvrager ook na de aanvankelijk verzochte informatie om aanvullende gegevens en bescheiden verzoeken indien dit voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is. CEA kan ten behoeve van de beoordeling van en het besluit over de aanvraag externe deskundigen inschakelen.

Artikel 6

1.

CEA beoordeelt een aanvraag voor een aanwijzing aan de hand van de volgende criteria. De aanvrager:

a. a. toont aan dat de door CEA vastgestelde eindtermen op eindniveau in het curriculum en de examinering van de opleiding heeft opgenomen, en b. b. toont aan dat de opleiding minimaal de kennis en vaardigheden omvat die nodig zijn om het eindniveau van de eindtermen van de kernvakken en het profielvak van de desbetreffende opleidingsoriëntatie te bereiken, en c. c. toont aan dat de opleiding voldoet aan de criteria van het toezichtkader theoretische opleidingen, en d. d. voornemens is de opleiding binnen een jaar na het moment van de aanvraag van de aanwijzing aan te bieden en daadwerkelijk te verzorgen, en e. e. voldoende waarborgen biedt voor het in continuïteit verzorgen van de opleiding zodat ingeschreven studenten in staat worden gesteld alle kennis en vaardigheden op te doen die voor het bereiken van de eindtermen nodig zijn, en f. f. de geldigheidsduur van tentamens, examens en studiefasen heeft geregeld en wel zodanig dat deze geldigheid voor de eindtermen op eindniveau van de kern- en de profiel vakken voor de desbetreffende opleidingsoriëntaties maximaal 6 jaar bedraagt, en g. g. participeert in een systeem van landelijke examens met een landelijk examenreglement voor het vak Audit & Assurance uitsluitend bij de opleidingsoriëntatie Assurance, waarop naar het oordeel van CEA adequaat toezicht wordt gehouden, en h. h. een theoretisch getuigschrift uitreikt aan studenten die met goed gevolg de opleiding als bedoeld in artikel 46 Wab met uitzondering van de eindtermen van de praktijkopleiding hebben voltooid, en i. i. toezegt haar medewerking te verlenen aan het doorlopende toezicht op de opleiding, waaronder periodieke toezichtactiviteiten door de CEA en periodieke gesprekken tussen de opleiding en CEA.

2. Indien de aanbieder van een opleiding het volledige onderwijsprogramma op meerdere locaties verzorgt dan dient voor elke locatie afzonderlijk een aanwijzing aangevraagd te worden, tenzij de opleiding op alle locaties identiek is. Een opleiding op meerdere locaties wordt als identiek aangemerkt indien het onderwijsprogramma en de toetsing identiek zijn, docenten van gelijke kwaliteit en competenties zijn en de organisatorische aansturing door dezelfde persoon of groep van personen plaatsvindt.

3.

CEA neemt alleen aanvragen voor aanwijzing van Nederlandse accountants-opleidingen in behandeling.

a. a. Er is in ieder geval geen sprake van een Nederlandse accountantsopleiding als:

        i.
        de instelling die de accountantsopleiding aanbiedt en verzorgt niet in Nederland gevestigd is;
      
      
        ii.
        de accountantsopleiding niet (specifiek) gericht is op het voldoen aan de door CEA vastgestelde eindtermen;
      
      
        iii.
        de studenten van de accountantsopleiding niet zijn ingeschreven bij de instelling in Nederland respectievelijk die instelling niet het theoretisch getuigschrift uitreikt.

i. i. de instelling die de accountantsopleiding aanbiedt en verzorgt niet in Nederland gevestigd is; ii. ii. de accountantsopleiding niet (specifiek) gericht is op het voldoen aan de door CEA vastgestelde eindtermen; iii. iii. de studenten van de accountantsopleiding niet zijn ingeschreven bij de instelling in Nederland respectievelijk die instelling niet het theoretisch getuigschrift uitreikt. b. b. Voorts bepaalt CEA of sprake is van een Nederlandse accountantsopleiding op grond van onder meer de volgende relevante aspecten:

        i.
        de mate waarin de instelling in Nederland formele zeggenschap heeft over de accountantsopleiding;
      
      
        ii.
        de mate waarin de instelling in Nederland verantwoordelijk is voor en aanspreekbaar op de kwaliteitsborging van de accountantsopleiding;
      
      
        iii.
        de mate waarin de instelling in Nederland bijdraagt aan het verzorgen van het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;
      
      
        iv.
        de mate van betrokkenheid van docenten van de instelling in Nederland bij het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;
      
      
        v.
        de mate waarin het onderwijs en de examens tot doel hebben om studenten voor te bereiden op de beroepsuitoefening in Nederland.

i. i. de mate waarin de instelling in Nederland formele zeggenschap heeft over de accountantsopleiding; ii. ii. de mate waarin de instelling in Nederland verantwoordelijk is voor en aanspreekbaar op de kwaliteitsborging van de accountantsopleiding; iii. iii. de mate waarin de instelling in Nederland bijdraagt aan het verzorgen van het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding; iv. iv. de mate van betrokkenheid van docenten van de instelling in Nederland bij het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding; v. v. de mate waarin het onderwijs en de examens tot doel hebben om studenten voor te bereiden op de beroepsuitoefening in Nederland.

4. Het is in een specifieke situatie de combinatie van de verschillende aspecten zoals genoemd in lid 4 van dit artikel die bepaalt of er sprake is van een Nederlandse accountantsopleiding die in aanmerking kan komen voor een aanwijzing door CEA.

Artikel 7

1. Het aanwijzingsbesluit vermeldt de datum van inwerkingtreding van het besluit, de voorwaarden die van toepassing zijn op het aanwijzingsbesluit en een nauwkeurige beschrijving van de opleiding inclusief de opleidingsoriëntatie(s) in termen van vakgebieden en studielast, ter identificatie van de opleiding.

2. Een besluit tot aanwijzing van een opleiding heeft een onbepaalde geldigheidsduur; CEA combineert de aanwijzing voor onbepaalde duur met de uitvoering van doorlopend toezicht.

3. De aanwijzing van een nieuwe en/of een eerder niet aangewezen opleiding valt direct in de toezichtcategorie verscherpt toezicht. CEA zal uiterlijk 3 jaar na verlening van de aanwijzing onderzoeken of de opleiding voldoet aan de eindtermen en bepalen of de aanwijzing voor onbepaalde duur wel in stand kan blijven.

4.

Een opleiding:

a. a. kan een aanvraag voor een nieuwe aanwijzing als bedoeld in artikel 4, tweede lid, sub a vanaf 12 maanden en bij voorkeur vóór 6 maanden voor de datum van de benodigde aanwijzing, bij CEA indienen; b. b. kan een aanvraag voor een wijziging van de aanwijzing als bedoeld in artikel 4, tweede lid, sub b vanaf 12 maanden en bij voorkeur vóór 6 maanden voor de datum van de benodigde wijziging, bij CEA indienen;

5.

Aan de aanwijzing worden in elk geval de volgende voorwaarden verbonden:

a. a. dat de opleiding voldoende maatregelen neemt om er voor te zorgen dat zij gedurende de aanwijzing blijft voldoen aan de criteria van het toezichtkader; b. b. dat de opleiding alle medewerking aan CEA verleent die nodig is om te controleren of de criteria zoals genoemd in artikel 6 van deze beleidsregels en de aan de aanwijzing verbonden voorwaarden worden nageleefd. Deze medewerking omvat in ieder geval het op verzoek van de CEA verstrekken van alle relevante gegevens en bescheiden over de opleiding die een aanwijzing heeft; c. c. dat de aanwijzing kan worden ingetrokken indien de opleiding een jaar na de datum van aanwijzing de opleiding niet verzorgd heeft; d. d. dat de opleiding alle wijzigingen die relevant (kunnen) zijn voor de verstrekte aanwijzing terstond aan CEA kenbaar maakt, voorzien van alle informatie die CEA nodig heeft om de gevolgen van de wijziging(en) te kunnen beoordelen; e. e. dat de opleiding incidenten en bijzondere gebeurtenissen die van wezenlijke invloed kunnen zijn op de kwaliteit en/of samenstelling van de opleiding zoals bepaald in het toezichtkader terstond bij CEA meldt. De melding omvat in ieder geval een aanduiding van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de datum van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de maatregel(en) die de opleiding heeft getroffen of zal gaan treffen, inclusief het tijdstip van de maatregel(en). Nadere informatie over het melden van incidenten en bijzondere gebeurtenissen is te vinden op de website van CEA www.ceaweb.nl.

6. Een aanwijzing is niet overdraagbaar.

Artikel 8

1. CEA kan, ambtshalve of op verzoek van de houder van een aanwijzing, de reikwijdte van een reeds verleende aanwijzing wijzigen.

2. CEA kan bij een reeds verstrekte aanwijzing aanvullende algemene of opleidingspecifieke voorwaarden bepalen en reeds bestaande voorwaarden wijzigen.

Artikel 9

1. Een besluit tot aanwijzing van een opleiding kan door CEA geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, indien CEA van oordeel is dat de opleiding niet voldoet aan de eindtermen.

2. De aanwijzing wordt in beginsel ingetrokken indien de opleiding of de opleidingsoriëntatie twee achtereenvolgende studiejaren een opleiding tot accountant niet aangeboden en/of verzorgd heeft.

3. CEA kan bij intrekking van de aanwijzing vermelden aan welke voorwaarden de opleiding moet voldoen om weer aangewezen te worden. Dit laat onverlet dat CEA bij de behandeling van de nieuwe aanwijzing zal beoordelen of aan de eindtermen wordt voldaan.

4. Indien CEA voornemens is een aanwijzing in te trekken stelt zij de opleiding in beginsel in de gelegenheid hier haar zienswijze op te geven, tenzij de betrokken belangen zich daartegen verzetten.

5. Tegen een besluit tot intrekken van een aanwijzing kan overeenkomstig de bepalingen van de hoofdstukken 6 en 7 Awb bezwaar worden gemaakt. Tegen een uitspraak op een bezwaarschrift kan overeenkomstig de bepalingen van de hoofdstukken 6 en 8 Awb beroep worden ingesteld.

Artikel 10

1. CEA maakt een besluit over de verlening of de intrekking van een aanwijzing openbaar.

2. CEA kan besluiten de voorwaarden verbonden aan een aanwijzing te publiceren.

3. CEA verbindt in beginsel steeds voorwaarden aan de aanwijzing die zien op uitingen door de opleiding omtrent de verleende aanwijzing, welke voorwaarden tenminste inhouden dat het een opleiding is toegestaan bekendheid te geven aan een besluit tot aanwijzing van die opleiding door CEA, mits de hiernavolgende bepalingen daarbij in acht worden genomen.

4. Uit de publicatie moet duidelijk blijken welke opleiding is aangewezen. De uiting mag niet de indruk wekken dat de aanwijzing zich uitstrekt tot andere opleidingen, vooropleidingen en/of vervolgopleidingen.

5. De uitingen dienen nauwkeurig en in overeenstemming met de wet en de tekst van het aanwijzingsbesluit te zijn. De opleiding mag geen onjuiste verwachtingen wekken bij (potentiële) studenten of anderen over de reikwijdte van het besluit tot aanwijzing of de mogelijkheden tot inschrijving in het accountantsregister van NBA na voltooiing van de opleiding, welke inschrijving volledig voorbehouden is aan het bestuur van de NBA.

6. Indien CEA van mening is dat een publieke uiting in strijd is met de bepalingen van deze beleidsregels kan zij de opleiding verzoeken de uiting aan te passen en/of ongedaan te maken dan wel te (doen) rectificeren. De opleiding dient aan een dergelijk verzoek van CEA terstond gevolg te geven.

7. Indien CEA een eerder verstrekte aanwijzing geheel of gedeeltelijk heeft ingetrokken, dient de opleiding alle uitingen ter zake van het besluit tot aanwijzing terstond te staken en (potentiële) studenten en/of andere betrokkenen te informeren dat de aanwijzing niet meer van kracht is en welke gevolgen dit heeft voor betreffende (potentiële) studenten.

8. Het gebruik van het CEA-logo bij uitingen over een aanwijzingsbesluit is niet toegestaan.

Hoofdstuk 3. Bepalingen m.b.t. het toezicht op aangewezen theoretische opleidingen

Artikel 11

1. CEA combineert de verlening van een aanwijzing voor onbepaalde duur met de uitoefening van doorlopend toezicht. In het kader van het doorlopend toezicht beoordeelt zij of aangewezen opleidingen (nog steeds) voldoen aan de eindtermen en of de voorwaarden die aan een aanwijzing zijn verbonden (tijdig) zijn of worden vervuld.

2. CEA maakt in het kader van haar doorlopend toezicht onderscheid in drie toezichtcategorieën. CEA differentieert aard, inhoud en intensiteit van haar toezichtactiviteiten op basis van risicoanalyse en bevindingen al naar gelang de indeling in één van de volgende toezichtcategorieën, te weten normaal, actief en verscherpt toezicht.

3. CEA kan bij het bepalen van aard, inhoud en intensiteit van haar toezicht de mate waarin zij kan vertrouwen op de maatregelen die de opleiding en/of de samenwerking van opleidingen zelf neemt betrekken.

Artikel 12

1. Ten behoeve van het toezicht van CEA zoals bedoeld in artikel 11, vraagt CEA periodiek en indien nodig gericht informatie op bij de aangewezen opleidingen. Voorts kan CEA de vertegenwoordigers van die opleidingen mondeling om inlichtingen of toelichtingen vragen.

2. De periodieke informatie omvat in ieder geval een basisset van informatie die de opleiding jaarlijks op een door CEA nader te bepalen termijn aan CEA toe stuurt.

3. CEA kan ook na de aanvankelijk verzochte informatie om aanvullende gegevens en bescheiden verzoeken indien dit voor het toezicht noodzakelijk is. CEA kan de opleidingen mondeling en/of schriftelijk om inlichtingen of toelichtingen vragen.

4. Een opleiding is verplicht CEA onverwijld op eigen initiatief in kennis te stellen van alle wijzigingen die voor de verleende aanwijzing relevant (kunnen) zijn.

5. Een opleiding meldt alle incidenten en bijzondere gebeurtenissen na verlening van de aanwijzing die van wezenlijke invloed kunnen zijn op de kwaliteit en/of samenstelling van de opleiding terstond bij CEA. De melding omvat in ieder geval een aanduiding van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de datum van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de maatregel(en) die de opleiding heeft getroffen of zal gaan treffen, inclusief het tijdstip van de maatregel(en). Nadere informatie over het melden van incidenten en bijzondere gebeurtenissen is te vinden op de website van CEA www.ceaweb.nl.

Artikel 13

1.

Om te toetsen of een opleiding voldoet aan de eindtermen hanteert CEA de volgende criteria:

a. a. de opleiding heeft in opzet, bestaan en werking een adequaat functionerend kwaliteitssysteem ter borging van de eindtermen; b. b. de opleiding voorziet CEA tijdig van adequate informatie over de voortgang van de opleiding, belangrijke veranderingen in de organisatie van de opleiding en/of incidenten zoals bedoeld in artikel 12, vijfde lid die zich eventueel hebben voorgedaan; c. c. de leiding van de opleiding geeft op effectieve en competente wijze sturing en uitvoering aan de opleiding, passend bij de risicos en omstandigheden; d. d. er worden voldoende waarborgen geboden voor het in continuïteit en stabiliteit verzorgen van de opleiding zodat ingeschreven studenten in staat worden gesteld alle kennis en vaardigheden op te doen die voor het bereiken van de eindtermen nodig zijn; e. e. de kwaliteit van de docenten is geborgd en de opleiding omvat minimaal de kennis en vaardigheden die nodig zijn om het eindniveau van de eindtermen van de kernvakken en het profielvak van de desbetreffende opleidingsoriëntatie te bereiken; f. f. De omvang van het docentencorps is geborgd en de kwaliteit van het onderwijs is gegarandeerd door voldoende capaciteit van het docentencorps; g. g. de door CEA vastgestelde eindtermen zijn op eindniveau in het curriculum en de examinering van de opleiding opgenomen; h. h. de opleiding heeft het niveau en de kwaliteit van toetsing van de eindtermen gewaarborgd; i. i. de opleiding beschikt over een gecontroleerd en gedocumenteerd proces met criteria en voorwaarden voor toelating tot en afsluiting van de opleiding en kan aantonen dat een student alle eindtermen heeft gerealiseerd; j. j. studenten die met goed gevolg de opleiding als bedoeld in artikel 46 Wab met uitzondering van de eindtermen van de praktijkopleiding hebben voltooid krijgen een theoretisch getuigschrift uitgereikt; k. k. de opleiding toont aan dat het voldoet aan de criteria van het toezichtkader; l. l. de opleiding zegt toe haar medewerking te verlenen aan het doorlopende toezicht op de opleiding, waaronder periodieke toezichtactiviteiten door de CEA en periodieke gesprekken tussen de opleiding en CEA.

Artikel 14

1. CEA kan de toezichtcategorie van een opleiding wijzigen, indien CEA van oordeel is dat de opleiding op onderdelen niet of niet meer voldoet aan de eindtermen en/of de criteria zoals bepaald in artikel 13 van deze beleidsregels;

2.

De bepaling van de toezichtcategorie en daarmee dus de bepaling van de aard, inhoud en intensiteit van haar toezichtactiviteiten is afhankelijk van de door CEA geconstateerde tekortkoming. Bij het bepalen van de toezichtcategorie houdt CEA rekening met alle relevante omstandigheden van het geval en weegt zij de betrokken belangen af. Dit betekent dat CEA bij de beoordeling onder meer met de volgende zaken rekening houdt:

a. a. of eerder sprake was van een tekortkoming; b. b. in welke mate de tekortkoming verwijtbaar is; c. c. wat de ernst en de duur van de tekortkoming is; d. d. in hoeverre betrokkenen medewerking hebben verleend aan het onderzoek door CEA; e. e. in welke mate door de tekortkoming de student niet heeft voldaan aan de gestelde eindtermen. Deze opsomming is niet uitputtend en de weging van de genoemde factoren verschilt van geval tot geval.

3. Indien de opleiding onder verscherpt toezicht valt informeert CEA de opleiding hierover middels een vaststellingsgesprek en geeft aan aan welke criteria bedoeld in artikel 12 niet is voldaan. In het gesprek wordt de intensivering van het toezicht besproken waarin wordt aangekondigd wat de aard, inhoud en omvang van de toezichtactiviteiten zullen zijn.

Hoofdstuk . Slotbepalingen

Artikel 15

De Beleidsregels aanwijzen accountantsopleidingen zoals vastgesteld op 25 maart 2013 en gepubliceerd in de Staatscourant nr. 10074 op 17 april 2013 worden ingetrokken.

Artikel 16

Deze beleidsregels zijn vastgesteld op 14 december 2016 en zijn van kracht met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.

Artikel 17

Deze beleidsregels liggen ter inzage bij het secretariaat van CEA en zijn beschikbaar via de website van de CEA: www.ceaweb.nl De beleidsregels zijn bekend gemaakt door publicatie in de Staatscourant.

Artikel 18

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als Beleidsregels aanwijzen en toezicht accountantsopleidingen.

Bijlage . Toezichtkader CEA voor het beoordelen van de theoretische Accountantsopleidingen