40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
10 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tariefbeschikking tweedelijns curatieve GGZ | BWBR0032499 | zbo | geldend | 2013-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0032499 | Tariefbeschikking tweedelijns curatieve GGZ |
Tariefbeschikking tweedelijns curatieve GGZ
1 De term ‘tweedelijns’ is hier bewust gekozen ter onderscheiding van de eerstelijns psychologische zorg, waarvoor vrije tarieven gelden als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van de Wmg. Op laatstgenoemde categorie zorg is deze tariefbeschikking derhalve niet van toepassing. De Nederlandse Zorgautoriteit heeft met inachtneming van Hoofdstuk 4, paragrafen 4.2 en 4.4, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg),
en meer in het bijzonder:
de artikelen 35 en 50, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wmg,
alsmede de beleidsregels:
– – Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) in de curatieve GGZ, kenmerk BR/CU-5064; – – Tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) in de curatieve GGZ, kenmerk BR/CU-5079; – – Tarief- en budgetmaatregel tweedelijns curatieve GGZ 2012, kenmerk BR/CU-5071; – – Invoering DBC-bekostiging voor gebudgetteerde zorgaanbieders van curatieve GGZ, kenmerk BR/CU-5073; – – Afronding tarieven, kenmerk AL/BR-0004;
en de nadere regels:
– – Declaratiebepalingen DBC’s in de curatieve GGZ, kenmerk NR/CU-524; – – Verplichte aanlevering minimale dataset GGZ Zvw, kenmerk NR/CU-519; – – Informatieverstrekking DBC-informatie, kenmerk NR/CU-528;
besloten:
dat rechtsgeldig
door:
gebudgetteerde en niet-gebudgetteerde zorgaanbieders als bedoeld in artikel 4, onder d en e, van de beleidsregel ‘Invoering DBC-bekostiging gebudgetteerde zorgaanbieders in de curatieve GGZ’(BR/CU-5073)
aan:
ziektekostenverzekeraars en (niet-)verzekerden2 Voor de toepassing van deze tariefbeschikking wordt een persoon, die:•krachtens de sociale ziektekostenwetgeving van een andere staat verzekerd is en •in Nederland woont of hier tijdelijk verblijft en •krachtens een Verordening van de Raad van de Europese Unie, dan wel krachtens een door Nederland ondertekend bilateraal of multilateraal verdrag, recht heeft op verstrekkingen overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, gelijkgesteld met een Zorgverzekeringswet-, respectievelijk AWBZ-verzekerde.
in rekening mag worden gebracht:
de prestaties en maximaal de bijbehorende bedragen3 Voor de prestatiebeschrijving ‘onderlinge dienstverlening’ geldt een vrij tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, Wmg. (in euro’s) zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beschikking (Bijlage 1 maakt integraal deel uit van deze beschikking), met inachtneming van de hierna genoemde voorwaarden
. Aanvullende voorschriften
. Maximumtarieven
De in deze tariefbeschikking weergegeven tarieven zijn maximumtarieven4 Met uitzondering van de prestatiebeschrijving ‘onderlinge dienstverlening’, waarvoor een vrij tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, Wmg, geldt. als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder c, van de Wmg.
. Bandbreedte
Hetgeen in artikel 5.8 van de beleidsregel ‘Invoering DBC-bekostiging voor gebudgetteerde zorgaanbieders in de curatieve GGZ’ is vastgelegd over de mogelijkheid voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars om met ingang van 1 januari 2013 binnen een bandbreedte van 10% prijsafspraken te maken boven het geldende maximumtarief en de daaraan gekoppelde voorwaarden, is van overeenkomstige toepassing op (de tarieven voor) DBC’s, met uitzondering op de normatieve huisvestingscomponent.
In dit verband wordt ook wel gesproken van een max-max tarief. Vanzelfsprekend kunnen ook prijsafspraken worden gemaakt onder het maximumtarief met een ondergrens van € 0,-. Aldus is sprake van zogenaamde asymmetrische bandbreedtetarieven. Gebruikmaking van het zogenaamde max-max tarief is uitsluitend mogelijk, indien daarover overeenstemming bestaat tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder die tot uitdrukking komt in een overeenkomst tussen beiden.
. Onderlinge dienstverlening
Voor zorg die in het kader van de prestatiebeschrijving ‘onderlinge dienstverlening’ wordt verleend, geldt een vrij tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van de Wmg.
. Normatieve huisvestingscomponent
Voor de zeven deelprestaties voor verblijf in de curatieve GGZ geldt dat het bijbehorende tarief een component voor zorg en een component voor de NHC bevat. Voor de zorgcomponent geldt dat dit een maximumtarief is als hierboven genoemd, inclusief de zogenaamde bandbreedteoptie en de daaraan gekoppelde voorwaarden. De NHC-component is voor gebudgetteerde GGZ-zorgaanbieders niet onderhandelbaar en betreft dus een vast bedrag. Voor niet-gebudgetteerde GGZ-zorgaanbieders is de NHC-component een maximumtarief. In de tariefbeschikking worden beide componenten weergegeven. Het uiteindelijk in rekening te brengen, integrale tarief bestaat derhalve uit de som van de zorgcomponent en de NHC-component. Ten aanzien van de normatieve huisvestingscomponent (NHC), zie verder de beleidsregel ‘Tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) curatieve GGZ’ met kenmerk BR/CU-5065.
. Toeslag op NHC voor Psychiatrisch Medische Unit (PMU)
In aanvulling op de hiervoor genoemde zeven NHC’s geldt voor de PMU een specifieke NHC. Declaratie van deze bijzondere NHC is uitsluitend mogelijk op basis van een overeenkomst tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar. In de bijlage is de NHC van de PMU vergeleken met de 7 daarvoor genoemde “reguliere” NHC’s. Het verschil kan als toeslag op de 7 reguliere NHC’s worden afgesproken, met dien verstande dat de toeslag wordt berekend op basis van een gewogen gemiddelde van de afgesproken productie regulier en PMU per prestatie voor verblijf. Voor de berekening van het gewogen gemiddelde van de toeslag wordt het verschil (NHC PMU minus NHC regulier) vermenigvuldigd met een breuk waarbij de teller wordt gevormd door de PMU productie en de noemer wordt gevormd door de totale productie.
. Toeslag op NHC voor verblijf in een beveiligde setting
In aanvulling op de hiervoor genoemde zeven NHC’s gelden voor verblijf in een beveiligde setting twee specifieke NHC’s voor het beveiligingsniveau 2 en het beveiligingsniveau 3. De beveiligingsniveaus komen overeen met de forensische zorg. Declaratie van deze bijzondere NHC’s is slechts mogelijk op basis van een overeenkomst tussen zorgaanbieder en een zorgverzekeraar. In de bijlage is de NHC van de beveiligde setting vergeleken met de 7 hiervoor genoemde “reguliere” NHC’s. Het verschil kan als toeslag op de 7 reguliere NHC’s worden afgesproken, met dien verstande dat de toeslag wordt berekend op basis van een gewogen gemiddelde van de afgesproken productie regulier en beveiligde setting per prestatie voor verblijf. Voor de berekening van het gewogen gemiddelde van de toeslag wordt het verschil (NHC beveiligingsniveau 2 en 3 minus NHC regulier) vermenigvuldigd met de respectievelijke productie beveiligd 2 en 3 en de som van deze twee bedragen gedeeld door de totale productie van de betreffende prestatie voor verblijf.
. Jaarlijkse indexatie
De tarieven worden in beginsel jaarlijks geïndexeerd. Voor wat betreft de loonkosten wordt de index vastgesteld door het Ministerie van VWS. Deze index houdt verband met de CAO-afspraken. Voor wat betreft de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB).
Het tarief wordt vastgesteld op basis van een voorcalculatie voor jaar t en de definitieve indices van jaar t-1. De op het tarief toe te passen index is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 85% loonkosten en 15% materiële kosten.
. Verrekenpercentage gebudgetteerde zorgaanbieders
Voor DBC’s die vanaf 1 januari 2013 worden geopend, kunnen zorgaanbieders en zorgverzekeraars geen verrekenpercentage meer met elkaar overeenkomen of in rekening brengen. Verrekenpercentages die betrekking hebben op DBC’s die vóór 1 januari 2013 zijn geopend, blijven ook na 1 januari 2013 doorlopen.
. Intrekking oude tariefbeschikking
Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beschikking wordt de tariefbeschikking van 28 november 2011, met kenmerk TB/CU-5046-01, die op 1 januari 2012 in werking is getreden, ingetrokken.
De tariefbeschikking d.d. 4 september 2012 met kenmerk TB/CU-5062-01 met een beoogde datum van inwerkingtreding van 1 januari 2013, komt te vervallen en wordt vervangen door de onderhavige tariefbeschikking d.d. 20 november 2012 met kenmerk TB/CU-5062-02.
. Inwerkingtreding
Deze tariefbeschikking treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel d, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) zal deze tariefbeschikking in de Staatscourant worden gepubliceerd.
. Bezwaar en beroep
Ingevolge artikel 105 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), juncto artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende binnen zes weken na de datum van bekendmaking van dit besluit een bezwaarschrift, per post dan wel per fax (dus niet via e-mail), indienen bij de Nederlandse Zorgautoriteit, Unit Juridische Zaken, Postbus 3017, 3502 GA Utrecht.
Het bezwaar dient conform artikel 6:5, eerste lid, Awb schriftelijk en ondertekend te worden ingediend en moet tenminste de volgende gegevens bevatten:
– – naam en adres van de indiener; – – een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt, en – – de gronden van het bezwaar.
Het verdient aanbeveling om een afschrift van het bestreden besluit bij te voegen.
Bijlage 1
Prestatiebeschrijvingen deelprestaties verblijf (24-uurs verblijf)
^1 Onder begeleiding is mede begrepen: verzorging en bescherming/structurering
^2 VOV personeel staat voor Verzorgend Opvoedkundig en Verplegend personeel en is in deze context uitwisselbaar met de term ‘24-uurs continuïteitsdienst’.
^3 ADL staat voor Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (bv. wassen, aankleden, eten, toiletgang).
^4 BDL staat voor Bijzondere Dagelijkse Levensverrichtingen (bv. huishoudelijk werk, koken , administratie doen, gebruikmaken van het openbaar vervoer).
^5 fte staat voor fulltime-equivalent en staat gelijk aan 1 volledige werkweek.