40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
10 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verordening Deelneming in gerechtsdeurwaarderskantoren | BWBR0042512 | pbo | geldend | 2019-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0042512 | Verordening Deelneming in gerechtsdeurwaarderskantoren |
Verordening Deelneming in gerechtsdeurwaarderskantoren
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. a.
*‘deelneming’:* deelneming als omschreven in artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, ook als deze deelneming wordt gehouden door een natuurlijk persoon;
b. b.
*‘gerechtsdeurwaarder’:* gerechtsdeurwaarder in de zin van artikel 1, onder d, van de Gerechtsdeurwaarderswet of waarnemend gerechtsdeurwaarder in de zin van artikel 23 van de Gerechtsdeurwaarderswet;
c. c.
*‘gerechtsdeurwaarderskantoor’ of ‘kantoor’:* het in artikel 16 van de Gerechtsdeurwaarderswet bedoelde kantoor waar de gerechtsdeurwaarder als zodanig, alleen of met anderen, werkzaam is, met inbegrip van eventuele nevenkantoren.
d. d.
*‘KBvG’:* de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, bedoeld in artikel 56 van de Gerechtsdeurwaarderswet;
e. e.
*‘vennootschap’:* vennootschap, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, of andere rechtspersoon
Hoofdstuk 2. Interne zeggenschap
Artikel 2
De gerechtsdeurwaarder zorgt ervoor dat alle beslissingen over het beleid van het kantoor, het beheer van de derdengelden en de behandeling van alle opdrachten, zowel in de minnelijke fase als in de ambtelijke fase, uitsluitend worden genomen door een gerechtsdeurwaarder, dan wel onder directe verantwoordelijkheid van een gerechtsdeurwaarder.
Artikel 3
1. De gerechtsdeurwaarder draagt er zorg voor dat het bestuur van de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort, geheel of in meerderheid bestaat uit gerechtsdeurwaarders, alsmede dat deelnemingen in de vennootschap door personen die geen gerechtsdeurwaarder zijn, gezamenlijk slechts een minderheidsbelang vormen.
2. Personen die geen gerechtsdeurwaarder zijn, mogen op geen enkele wijze een doorslaggevende invloed hebben in het bestuur of in vergaderingen van aandeelhouders, leden of vennoten.
3.
De gerechtsdeurwaarder draagt er zorg voor dat van het bestuur van de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort, personen die geen gerechtsdeurwaarder zijn slechts deel uitmaken, indien:
a. a. zij bij aanvang van hun bestuursfunctie beschikken over een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens die niet ouder is dan drie maanden; b. b. zij niet betrokken zijn bij opdrachten aan het kantoor of anderszins werkzaamheden verrichten of diensten aanbieden op een wijze die aan de gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt.
4. De gerechtsdeurwaarder draagt er zorg voor dat als een persoon die geen gerechtsdeurwaarder is deel uitmaakt van het bestuur, diens taken en bevoegdheden als bestuurder eindigen zodra hij niet langer in aanmerking zou komen voor een verklaring omtrent het gedrag.
Artikel 4
De gerechtsdeurwaarder draagt er zorg voor dat personen die niet gerechtsdeurwaarder zijn, slechts deelnemen in de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort, indien:
a. a. zij bij aanvang van hun deelneming beschikken over een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens die niet ouder is dan drie maanden; b. b. zij niet betrokken zijn bij opdrachten aan het kantoor of anderszins werkzaamheden verrichten of diensten aanbieden op een wijze die aan de gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of die schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt. c. c. Zij zich jegens de gerechtsdeurwaarder hebben verbonden zich te onderwerpen en medewerking te verlenen aan toezicht overeenkomstig artikel 30 en artikel 31 van de Gerechtsdeurwaarderswet, teneinde het Bureau Financieel Toezicht, genoemd in artikel 110 van de Wet op het Notarisambt, in staat te stellen effectief toezicht uit te oefenen op de financiële positie van de gerechtsdeurwaarder en zijn gerechtsdeurwaarderskantoor
Artikel 5
1. Ten einde te waarborgen dat aan deze verordening wordt voldaan, sluit de gerechtsdeurwaarder een aandeelhouders- of vergelijkbare overeenkomst met allen die als aandeelhouders, vennoten of anderszins deelnemen in de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort.
2.
De in het eerste lid bedoelde overeenkomst houdt ten minste in:
a. a. de verplichting voor een partij om haar deelneming te beperken of te beëindigen op zodanige wijze dat voldaan wordt aan deze verordening, indien:
–
deze partij zelf een vennootschap is en door wijziging in het bestuur, overdracht van aandelen of anderszins een deelneming overgaat op een andere persoon en daardoor niet langer wordt voldaan aan de verordening;
–
deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, betrokken is bij opdrachten aan het kantoor of anderszins werkzaamheden verricht of diensten aanbiedt op een wijze die aan een gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of die schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt;
–
deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, niet langer in aanmerking zou komen voor verlening van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
–
deze partij nalaat zich daadwerkelijk te onderwerpen aan en medewerking te verlenen aan toezicht als bedoeld in artikel 4, onderdeel c.
– – deze partij zelf een vennootschap is en door wijziging in het bestuur, overdracht van aandelen of anderszins een deelneming overgaat op een andere persoon en daardoor niet langer wordt voldaan aan de verordening; – – deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, betrokken is bij opdrachten aan het kantoor of anderszins werkzaamheden verricht of diensten aanbiedt op een wijze die aan een gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of die schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt; – – deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, niet langer in aanmerking zou komen voor verlening van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens; – – deze partij nalaat zich daadwerkelijk te onderwerpen aan en medewerking te verlenen aan toezicht als bedoeld in artikel 4, onderdeel c. b. b. een in het economisch verkeer als redelijk te beoordelen en objectieve maatstaf voor de bepaling van de waarde van deelnemingen; c. c. de bepaling dat overnamesommen op redelijk verzoek van de koper in termijnen mogen worden voldaan; d. d. de verplichting om zich te onthouden van het tot stand brengen of uitvoeren van iedere volmacht, stemrechtovereenkomst of andere rechtshandeling waardoor afbreuk kan worden gedaan aan de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder.
3. Van de verplichting, bedoeld in het tweede, derde en vierde gedachtestreepje van het tweede lid, onder a, kunnen worden uitgezonderd gerechtsdeurwaarders, alsmede vennootschappen waarin gerechtsdeurwaarders zeggenschap en invloed hebben als omschreven in artikel 3.
Artikel 6
De gerechtsdeurwaarder is niet in dienst van een persoon die, zonder gerechtsdeurwaarder te zijn, als aandeelhouder, vennoot of anderszins deelneemt in de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort.
Hoofdstuk 3. Externe participate
Artikel 7
Het is de gerechtsdeurwaarder slechts toegestaan om deel te nemen in een vennootschap, niet zijnde zijn eigen of een ander gerechtsdeurwaarderskantoor, of daarin als bestuurder werkzaam te zijn, indien:
a. a. deze vennootschap niet is verbonden met opdrachten aan het gerechtsdeurwaarderskantoor of anderszins werkzaamheden verricht of diensten aanbiedt op een wijze die aan een gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of die schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt; b. b. de deelneming of bestuursfunctie op geen enkele wijze afbreuk doet of kan lijken te doen aan de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder of het aanzien van het ambt kan schaden.
Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
Artikel 8
1.
De gerechtsdeurwaarder doet van de navolgende gegevens en van alle wijzigingen daarin onverwijld opgave aan het bestuur van de KBvG:
a. a. de voor het gerechtsdeurwaarderskantoor gekozen rechtsvorm en de inrichting daarvan, de aandeelhouders, vennoten of anderszins deelnemende personen, de omvang van hun deelnemingen en de aan elk van hun toekomende rechten; b. b. of de onder a bedoelde personen betrokken zijn bij opdrachten aan het kantoor of anderszins werkzaamheden verrichten of diensten aanbieden op een wijze die aan een gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of die schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt; c. c. deelnemingen door de gerechtsdeurwaarder in andere vennootschappen, alsmede zijn bevoegdheden in dat verband.
2. De gerechtsdeurwaarder voorkomt zoveel mogelijk dat bij derden misverstand kan bestaan over de in het eerste lid bedoelde gegevens.
3. Het bestuur van de KBvG draagt er zorg voor dat in het Register Gerechtsdeurwaarders ® deelnemingen als bedoeld in het eerste lid, alsmede de omvang daarvan, worden vermeld.
Artikel 9
1. De gerechtsdeurwaarder zorgt ervoor dat als het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort aan een vennootschap van een andere rechtsvorm of inrichting dan gebruikelijk, alsmede in geval van gebruikmaking van concernstructuren, te allen tijde recht wordt gedaan aan de strekking van deze verordening.
2. Artikel 15, tweede tot en met vierde lid, van de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Deelneming in gerechtsdeurwaarderskantoren.
Artikel 12
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand na die van de dag van de bekendmaking door plaatsing in de Staatscourant en vervangt op dat moment de Verordening Onafhankelijk gerechtsdeurwaarder (Stcrt. 2010, nr. 8276).