rijk/verdrag/stabilisatie-en-associatie-overeenkomst-tussen-de-europese-gemeenschappen-en-hun/BWBV0001546/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

129 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds BWBV0001546 verdrag geldend 2004-04-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0001546 Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds

Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds

Artikel 1

1. Hierbij wordt een associatie ingesteld tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.

2.

Deze associatie heeft ten doel:

een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog met het oog op de ontwikkeling van nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen; steun te verlenen aan de inspanningen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voor de ontwikkeling van de economische en internationale samenwerking, ook door de aanpassing van de wetgeving aan die van de Gemeenschap; harmonieuze economische betrekkingen te bevorderen en geleidelijk een vrijhandelszone in te stellen tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië; regionale samenwerking te bevorderen op alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen.

Titel I. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 2

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, als vastgesteld in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en als omschreven in de slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, eerbiediging van de beginselen van het internationaal recht en de rechtsstaat, en de beginselen van de markteconomie als neergelegd in het document van de CVSE-conferentie van Bonn over economische samenwerking, vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel 3

Internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap staan centraal in het stabilisatie- en associatieproces. De sluiting en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst passen in het kader van de regionale benadering van de Gemeenschap zoals gedefinieerd in de conclusies van de Raad van 29 april 1997, op basis van de verdiensten van de individuele landen in de regio.

Artikel 4

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verbindt zich ertoe samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap met de overige landen van de regio aan te gaan, inclusief een passend niveau van wederzijdse concessies op het gebied van het verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten, alsmede de ontwikkeling van projecten van gemeenschappelijk belang. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale stabiliteit.

Artikel 5

1. De associatie wordt volledig verwezenlijkt in een overgangsperiode van maximaal 10 jaar die in twee fasen uiteenvalt. Deze opsplitsing in twee op elkaar volgende fasen is bedoeld om de bepalingen van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst geleidelijk uit te voeren en de aandacht in de eerste fase toe te spitsen op de hieronder in de titels III, V, VI en VII genoemde gebieden.

2. De krachtens artikel 108 opgerichte Stabilisatie- en Associatieraad onderzoekt op gezette tijden de toepassing van deze overeenkomst en de verwezenlijking door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van de juridische, administratieve, institutionele en economische hervormingen in het licht van de preambule en in overeenstemming met de algemene principes van deze overeenkomst.

3. Vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst zal de Stabilisatie- en Associatieraad de vooruitgang evalueren en een besluit nemen over de overgang naar en de duur van de tweede fase, en over eventueel aan te brengen wijzigingen in de inhoud van de bepalingen inzake de tweede fase. Daarbij wordt rekening gehouden met de resultaten van voornoemde toetsing.

4. De twee fasen als bedoeld in de leden 1 en 3 zijn niet van toepassing op titel IV.

Artikel 6

De overeenkomst moet volledig verenigbaar zijn met de relevante WTO-bepalingen, met name artikel XXIV van de GATT 1994 en artikel V van de GATS.

Titel II. POLITIEKE DIALOOG

Artikel 7

De politieke dialoog tussen de partijen wordt verder ontwikkeld en geïntensiveerd. De dialoog zal de toenadering tussen de Europese Unie en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië begeleiden en consolideren, en zal bijdragen tot het tot stand brengen van solidariteit en nieuwe vormen van samenwerking tussen de partijen.

De politieke dialoog moet met name het volgende bevorderen:

toenemende convergentie van de standpunten van de partijen over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor de partijen kunnen hebben; regionale samenwerking en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap; gemeenschappelijke opvattingen over veiligheid en stabiliteit in Europa, ook op de terreinen die worden bestreken door het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie.

Artikel 8

De politieke dialoog kan plaatsvinden in een multilateraal kader, en als regionale dialoog waarbij andere landen in de regio worden betrokken.

Artikel 9

1. Op ministerieel niveau vindt de politieke dialoog plaats binnen de Stabilisatie- en Associatieraad, die de algemene verantwoordelijkheid draagt voor alle aangelegenheden die de partijen de Associatieraad voorleggen.

2.

Op verzoek van de partijen kan de politieke dialoog ook de volgende vormen aannemen:

indien nodig vergaderingen tussen hoge functionarissen die enerzijds de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en anderzijds het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie en de Commissie vertegenwoordigen; optimaal gebruik van alle diplomatieke kanalen tussen de partijen, met inbegrip van passende contacten in derde landen en binnen de Verenigde Naties, de OVSE en andere internationale fora; alle andere middelen die een nuttige bijdrage leveren tot het consolideren, ontwikkelen en intensiveren van deze dialoog.

Artikel 10

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 114 ingestelde Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité.

Titel III. REGIONALE SAMENWERKING

Artikel 11

In overeenstemming met haar verbintenis op het gebied van vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap zal de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de regionale samenwerking actief bevorderen. De Gemeenschap zal via haar programma's voor technische bijstand ook projecten steunen met een regionale of grensoverschrijdende dimensie.

Telkens wanneer de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van plan is de samenwerking met een van de in onderstaande artikelen 12 tot en met 14 genoemde landen te intensiveren, deelt zij dit mede aan en voert zij overleg met de Gemeenschap en haar lidstaten overeenkomstig de bepalingen van titel X.

Artikel 12

Niet later dan wanneer ten minste één Stabilisatie- en Associatieovereenkomst is ondertekend met een van de andere landen die betrokken zijn bij het stabilisatie- en associatieproces opent de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië onderhandelingen met het betrokken land of de betrokken landen met het oog op de sluiting van een verdrag over regionale samenwerking, waarvan het doel is de samenwerking tussen de betrokken landen uit te breiden.

De hoofdelementen van dit verdrag zijn:

politieke dialoog; de totstandbrenging van een vrijhandelszone tussen de partijen die verenigbaar is met de relevante WTO-bepalingen; wederzijdse concessies betreffende het verkeer van werknemers, vestiging, dienstverlening, lopende betalingen en kapitaalverkeer op een niveau dat equivalent is aan dat van deze overeenkomst; bepalingen inzake samenwerking op andere, al dan niet onder deze overeenkomst vallende terreinen, met name op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

Deze overeenkomst bevat zo nodig bepalingen voor de oprichting van de nodige institutionele mechanismen.

Deze overeenkomst inzake regionale samenwerking moet worden gesloten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van ten minste de tweede Stabilisatie- en Associatieovereenkomst. De bereidheid van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om een dergelijk verdrag te sluiten is een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de EU.

Artikel 13

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gaat regionale samenwerking aan met de andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen op sommige of alle onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen, met name terreinen van gemeenschappelijk belang. Deze samenwerking moet verenigbaar zijn met de beginselen en doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 14

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië kan met elke kandidaat-lidstaat van de EU de samenwerking versterken en een overeenkomst sluiten voor regionale samenwerking op elk van de onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen. Deze overeenkomst zal de bilaterale betrekkingen tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en dat land geleidelijk afstemmen op het relevante deel van de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en dat land.

Titel IV. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel 15

1. De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verbinden zich ertoe in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste tien jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst, geleidelijk een vrijhandelszone in te stellen op grond van deze overeenkomst en overeenkomstig de bepalingen van de GATT 1994 en de WTO. Daarbij houden zij rekening met de hieronder vermelde specifieke eisen.

2. In het handelsverkeer tussen de twee partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

3. Het basisrecht waarop de in de overeenkomst vastgestelde opeenvolgende verlagingen worden toegepast, is voor elk product het recht dat erga omnes daadwerkelijk wordt toegepast op de dag voorafgaand aan de datum van ondertekening van de overeenkomst.

4. Indien na de ondertekening van deze Overeenkomst tariefverlagingen op erga omnes grondslag worden toegepast, in het bijzonder verlagingen die voortvloeien uit de tariefonderhandelingen in de WTO, komen deze verlaagde rechten vanaf de datum waarop de verlagingen toepassing vinden in de plaats van de in lid 3 bedoelde basisrechten.

5. De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië delen elkaar hun respectieve basisrechten mede.

Hoofdstuk I. INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel 16

1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, bedoeld in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur, met uitzondering van de in bijlage I. § I, ii) van de Overeenkomst inzake de landbouw (GATT 1994) genoemde producten.

2. De bepalingen van de artikelen 17 en 18 zijn niet van toepassing op textielproducten of staalproducten, zoals gespecificeerd in de artikelen 22 en 23.

3. De handel tussen de partijen in producten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie vallen, geschiedt in overeenstemming met de bepalingen van dat Verdrag.

Artikel 17

1. De douanerechten bij invoer in de Gemeenschap die van toepassing zijn op producten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden opgeheven bij de inwerkingtreding van de overeenkomst.

2. De kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Gemeenschap en de maatregelen van gelijke werking worden voor de producten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië opgeheven op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Artikel 18

1. De douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, andere dan die bedoeld in de bijlagen I en II, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van de overeenkomst.

2.

De douanerechten bij invoer die in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van toepassing zijn op de in bijlage I opgenomen producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden geleidelijk verlaagd volgens het onderstaande tijdschema:

op 1 januari van het eerste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 90% van het basisrecht; op 1 januari van het tweede jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 80% van het basisrecht; op 1 januari van het derde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 70% van het basisrecht; op 1 januari van het vierde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 60% van het basisrecht; op 1 januari van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht; op 1 januari van het zesde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 40% van het basisrecht; op 1 januari van het zevende jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 30% van het basisrecht; op 1 januari van het achtste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 20% van het basisrecht; op 1 januari van het negende jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 10% van het basisrecht; op 1 januari van het tiende jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden de resterende rechten afgeschaft.

3. De douanerechten bij invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië die van toepassing zijn op de in bijlage II opgenomen producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden geleidelijk verlaagd en afgeschaft volgens het tijdschema in de bijlage.

4. De kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van producten van oorsprong uit de Gemeenschap en maatregelen van gelijke werking worden op de datum van de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

Artikel 19

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst in hun onderlinge handelsverkeer alle heffingen die een gelijke werking hebben als douanerechten bij invoer af.

Artikel 20

1. De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle douanerechten bij uitvoer en heffingen van gelijke werking af.

2. De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst in hun onderlinge handelsverkeer alle kwantitatieve beperkingen bij uitvoer en heffingen van gelijke werking af.

Artikel 21

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verklaart zich bereid haar douanerechten in het handelsverkeer met de Gemeenschap in een sneller tempo te verlagen dan het tempo waarin artikel 18 voorziet, indien de algemene economische situatie en de situatie in de betrokken sector van de economie zulks mogelijk maken.

De Stabilisatie- en Associatieraad doet daartoe strekkende aanbevelingen.

Artikel 22

Protocol 1 bevat de regelingen die op de daarin genoemde textielproducten van toepassing zijn.

Artikel 23

Protocol 2 bevat de regelingen die van toepassing zijn op de daarin genoemde staalproducten.

Hoofdstuk II. LANDBOUW EN VISSERIJ

Artikel 24

1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

2. Met „landbouw- en visserijproducten” worden bedoeld de producten vermeld in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en in Bijlage I, §I, ii) van de overeenkomst inzake de landbouw (GATT, 1994).

3. Deze definitie omvat ook vis en visserijproducten die vallen onder hoofdstuk 3, posten 1604 en 1605, en onderverdelingen 0511 91, 2301 20 00 en ex 1902 201)Ex 1902 20 is „gevulde deegwaren bevattende meer dan 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren”..

Artikel 25

Protocol nr. 3 bevat de handelsregeling voor de daarin genoemde verwerkte landbouwproducten.

Artikel 26

1. Op de datum van de inwerkingtreding van deze overeenkomst gaat de Gemeenschap over tot afschaffing van alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking die van toepassing zijn op de invoer van landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

2. Op de datum van de inwerkingtreding van deze overeenkomst gaat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over tot afschaffing van alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking die van toepassing zijn op de invoer van landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.

Artikel 27

1.

De Europese Unie gaat over tot de afschaffing van de douanerechten en heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn op de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, andere dan die van de posten 0102, 0201, 0202, 1701, 1702 en 2204 van de gecombineerde nomenclatuur.

Voor de producten die vallen onder hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een ad-valoremdouanerecht en een specifiek douanerecht voorziet, is de afschaffing uitsluitend op het ad-valoremdeel van de douanerechten van toepassing.

2.

Met ingang van de inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie, gaat de Europese Unie over tot de vaststelling van de douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in de Europese Unie van de in bijlage III gedefinieerde producten van de categorie „baby beef van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op 20% van het ad-valoremrecht en 20% van het specifieke recht als vastgesteld in het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschappen, binnen een jaarlijks tariefcontingent van 1.650 ton geslacht gewicht.

Producten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van de posten 1701 en 1702 van de gecombineerde nomenclatuur worden binnen een jaarlijks tariefcontingent van 7.000 ton (nettogewicht) rechtenvrij in de Europese Unie ingevoerd.

3.

Vanaf de datum van inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie, dient de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië:

a. a. de douanerechten af te schaffen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit de Europese Unie die worden vermeld in bijlage IV a); b. b. de douanerechten af te schaffen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit de Europese Unie die worden vermeld in bijlage IV b), binnen de grenzen van de tariefcontingenten die voor elk product in die bijlage zijn vermeld; c. c. de douanerechten toe te passen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit de Europese Unie die worden vermeld in bijlage IV c), binnen de grenzen van de tariefcontingenten.

4. De handelsregelingen voor wijn en gedistilleerde dranken worden bij een afzonderlijke overeenkomst inzake wijn en gedistilleerde dranken vastgesteld.

Artikel 28

1. Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst gaat de Gemeenschap over tot de volledige afschaffing van douanerechten op vis en visserijproducten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Op producten vermeld in Bijlage V a) zijn de daarin opgenomen bepalingen van toepassing.

2. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gaat over tot de afschaffing van alle heffingen die een gelijke werking hebben als douanerechten en van de douanerechten van toepassing op de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit de Europese Unie, met uitzondering van de producten die zijn opgenomen in de bijlagen V b) en V c), waarin de tariefverlagingen voor de daarin opgenomen producten worden vastgelegd.

Artikel 29

1. Rekening houdend met de omvang van het handelsverkeer in landbouw- en visserijproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheden, de regels van het gemeenschappelijk beleid van de Gemeenschap voor landbouw en visserij, het landbouwbeleid van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, de rol van de landbouw in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het productie- en exportpotentieel van de traditionele sectoren en markten, en de gevolgen van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de WTO, onderzoeken de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië uiterlijk 1 januari 2003 in de Stabilisatie- en Associatieraad, product per product, systematisch en op basis van passende wederkerigheid, de mogelijkheden die er zijn om elkaar verdere concessies te verlenen, met het oog op een grotere liberalisering van de handel in landbouw- en visserijproducten.

2. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn in geen geval van invloed op de toepassing, op een unilaterale basis, van voordeliger maatregelen door een van de partijen.

Artikel 30

Onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst, met name die van artikel 37, plegen beide partijen, indien, wegens de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouw- en visserijproducten, de invoer van producten van oorsprong uit een partij waarvoor de concessies uit hoofde van de artikelen 25, 27 en 28 zijn verleend, ernstige problemen veroorzaakt op de markt of de binnenlandse regelmechanismen van de andere partij, onverwijld overleg teneinde een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

Hoofdstuk III. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 31

Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk of in de Protocollen 1, 2 of 3 zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel tussen de partijen in alle producten.

Artikel 32

1. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking ingesteld, noch worden de rechten of heffingen die reeds van toepassing zijn verhoogd.

2. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen nieuwe kwantitatieve beperkingen bij invoer of bij uitvoer of maatregelen van gelijke werking ingesteld, noch worden de bestaande beperkingen restrictiever gemaakt.

3. Onverminderd de overeenkomstig artikel 26 verleende concessies vormen de bepalingen van de leden 1 en 2 van dit artikel in geen enkel opzicht een beletsel voor de voortzetting van het respectieve landbouwbeleid van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en van de Gemeenschap, noch voor het nemen van enige maatregel in het kader van dit beleid, voorzover de invoerregeling in de bijlagen III, IV a) b) c) en V a) b) daardoor niet wordt beïnvloed.

Artikel 33

1. Beide partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, direct of indirect, discrimineren tussen de producten van de ene partij en soortgelijke producten van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij, en gaan over tot de afschaffing van dergelijke bestaande maatregelen of praktijken.

2. De teruggave van binnenlandse indirecte belastingen voor producten die naar het grondgebied van één van de partijen worden uitgevoerd mag niet hoger zijn dan de daarop geheven indirecte belastingen.

Artikel 34

De bepalingen betreffende de afschaffing van douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel 35

1. Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze Overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.

2. Tijdens de in de artikelen 17 en 18 vermelde overgangsperioden mag deze overeenkomst geen invloed hebben op de tenuitvoerlegging van de specifieke preferentiële regelingen voor het goederenverkeer die ofwel zijn vastgelegd in grensovereenkomsten die vroeger tussen een of meer lidstaten en de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië, opgevolgd door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, zijn gesloten, ofwel voortvloeien uit de in titel III gespecificeerde bilaterale overeenkomsten die door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië ter bevordering van de regionale handel zijn gesloten.

3. De partijen plegen in de Stabilisatie- en Associatieraad overleg over de in de leden 1 en 2 beschreven overeenkomsten en, desgewenst, over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun respectieve handelspolitiek ten aanzien van derde landen. Een dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, teneinde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als omschreven in deze overeenkomst.

Artikel 36

1. Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de GATT 1994 plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de overeenkomst betreffende de tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT 1994 en haar eigen wetgeving terzake.

2. Met betrekking tot lid 1 van dit artikel wordt de Stabilisatie- en Associatieraad van de dumping in kennis gesteld zodra de autoriteiten van de invoerende partij een onderzoek hebben geopend. Indien de dumping niet is beëindigd in de zin van artikel VI van de GATT of geen andere bevredigende oplossing is gevonden binnen 30 dagen nadat de zaak aan de Stabilisatie- en Associatieraad is voorgelegd, kan de invoerende partij passende maatregelen nemen.

Artikel 37

1.

Indien een product van een partij wordt ingevoerd op het grondgebied van de andere partij in dusdanig grotere hoeveelheden en onder omstandigheden die:

ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten op het grondgebied van de invoerende partij; of ernstige verstoringen veroorzaken of dreigen te veroorzaken in een sector van de economie of moeilijkheden die tot een ernstige verslechtering kunnen leiden van de economische situatie in een regio van de invoerende partij,

kan de invoerende partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van dit artikel.

2.

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië passen vrijwaringsmaatregelen onderling uitsluitend toe in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst. Deze maatregelen mogen niet verder strekken dan hetgeen noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden, en bestaan normaliter uit de opschorting van de verdere verlaging van een heffing of recht krachtens deze overeenkomst voor het betrokken product of een verhoging daarvan voor dat product.

Dergelijke maatregelen bevatten duidelijke elementen waardoor zij uiterlijk aan het einde van de vastgestelde termijn geleidelijk worden opgeheven. Deze termijn mag niet meer dan een jaar bedragen. In zeer uitzonderlijke omstandigheden mogen maatregelen worden genomen voor een totale maximumtermijn van drie jaar. Ten aanzien van de invoer van een product waartegen reeds eerder vrijwaringsmaatregelen werden genomen, worden gedurende een periode van minstens drie jaar na het verstrijken van deze maatregelen geen nieuwe vrijwaringsmaatregelen genomen.

3. In de in dit artikel genoemde gevallen en vooraleer zij de daarin bedoelde maatregelen nemen of, in de gevallen waarop het bepaalde in lid 4, onder b), van dit artikel van toepassing is, zo spoedig mogelijk, verstrekken de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië het Stabilisatie- en Associatiecomité alle relevante informatie teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

4.

Voor de tenuitvoerlegging van het bovenstaande gelden de volgende bepalingen:

a. a. De moeilijkheden die voortvloeien uit de in dit artikel bedoelde situatie worden ter bespreking voorgelegd aan het Stabilisatie- en Associatiecomité, dat alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een oplossing te vinden voor deze moeilijkheden. Indien het Stabilisatie- en Associatiecomité of de exporterende partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden of geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden binnen 30 dagen nadat de kwestie aan het Stabilisatie- en Associatiecomité is voorgelegd, kan de invoerende partij passende maatregelen nemen om het probleem in overeenstemming met dit artikel op te lossen. Bij de keuze van deze vrijwaringsmaatregelen wordt prioriteit gegeven aan die welke de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. b. b. Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen, voorafgaande kennisgeving of onderzoek, al naar gelang van het geval, onmogelijk maken, kan de betrokken partij, in de in dit artikel vermelde omstandigheden, onmiddellijk de nodige voorzorgsmaatregelen nemen, waarvan zij de andere partij onmiddellijk in kennis stelt.

5. De vrijwaringsmaatregelen worden het Stabilisatie- en Associatiecomité onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in dit comité op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder met het doel een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.

6. Wanneer de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de invoer van producten die de in dit artikel bedoelde moeilijkheden kunnen doen rijzen aan een administratieve procedure onderwerpen die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de tendens van de handelsstromen, stellen zij de andere partij daarvan in kennis.

Artikel 38

1.

Wanneer de naleving van de bepalingen van deze titel leiden tot:

a. a. een ernstig tekort of gevaar voor een ernstig tekort aan levensmiddelen of andere producten die voor de exporterende partij van wezenlijk belang zijn; of b. b. wederuitvoer naar een derde land van een product waarop de exporterende partij kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen of heffingen van gelijke werking toepast, en waar de bovengenoemde situaties aanleiding geven of vermoedelijk aanleiding zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan die partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van dit artikel.

2. Bij de keuze van deze maatregelen wordt prioriteit gegeven aan die welke de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Dergelijke maatregelen worden niet toegepast op een wijze die onder dezelfde omstandigheden een arbitraire of onrechtvaardige discriminatie of een verholen beperking van het handelsverkeer zou inhouden, en worden opgeheven zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.

3. Voor zij de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen nemen of zo spoedig mogelijk in de gevallen waarin lid 4 van dit artikel van toepassing is, verstrekken de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië het Stabilisatie- en Associatiecomité alle relevante informatie, teneinde het comité in staat te stellen een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden voor het probleem. De partijen kunnen in het Stabilisatie- en Associatiecomité besluiten tot elke maatregel die een einde maakt aan de moeilijkheden. Indien geen overeenstemming wordt bereikt binnen dertig dagen nadat de zaak aan het Stabilisatie- en Associatiecomité werd voorgelegd, kan de exporterende partij uit hoofde van dit artikel maatregelen toepassen op de uitvoer van het betrokken product.

4. Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen, voorafgaande informatie of voorafgaand onderzoek, al naar gelang van het geval, onmogelijk maken, kunnen de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië onmiddellijk voorzorgsmaatregelen nemen om het probleem op te lossen, waarvan zij de andere partij onmiddellijk in kennis stelt.

5. Alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden het Stabilisatie- en Associatiecomité onmiddellijk ter kennis gebracht en in dit comité op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder met het doel een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.

Artikel 39

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië past alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de lidstaten en van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië geen discriminatie bestaat ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht. De Stabilisatie- en Associatieraad wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel 40

In Protocol nr. 4 zijn de regels van oorsprong voor de toepassing van de in deze overeenkomst vastgestelde tariefpreferenties neergelegd.

Artikel 41

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verbodsbepalingen of beperkingen ten aanzien van invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en de openbare veiligheid; de bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten; de bescherming van het nationale artistieke, historische en archeologische erfgoed, of de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of regels betreffende goud en zilver. Dergelijke verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel 42

Beide partijen komen overeen samen te werken om het risico van fraude bij de toepassing van de handelsbepalingen van deze overeenkomst te verkleinen.

In afwijking van andere bepalingen van deze overeenkomst, met name de artikelen 30, 37 en 88 en Protocol 4, geldt dat, indien een van de partijen oordeelt dat er voldoende bewijs is van fraude, zoals een significante toename van de handel in producten van de ene naar de andere partij boven het niveau dat de economische omstandigheden zoals de normale productie en exportcapaciteit weerspiegelt, of het niet verlenen van de vereiste administratieve medewerking voor de verificatie van het bewijs van oorsprong door de andere partij, de partijen onverwijld overleg voeren om een passende oplossing te vinden. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht. Bij de keuze van deze maatregelen wordt prioriteit gegeven aan die welke de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren.

Artikel 43

De toepassing van deze overeenkomst laat de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden onverlet.

Titel V. HET VERKEER VAN WERKNEMERS, DE VESTIGING EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN

Hoofdstuk I. VERKEER VAN WERKNEMERS

Artikel 44

1.

Met inachtneming van de in elke lidstaat geldende voorwaarden en modaliteiten:

is de behandeling van werknemers die de nationaliteit van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hebben en die legaal op het grondgebied van een lidstaat zijn tewerkgesteld vrij van elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit wat betreft de arbeidsvoorwaarden, de beloning of ontslag in vergelijking met de nationale onderdanen; hebben de legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijvende echtgenoot en kinderen van een legaal op het grondgebied van een lidstaat tewerkgestelde werknemer, met uitzondering van seizoenwerknemers en werknemers die onder bilaterale overeenkomsten in de zin van artikel 45 vallen, tenzij in dergelijke overeenkomsten anders is bepaald, gedurende de periode van het toegestane tewerkstellingsverblijf van die werknemer toegang tot de arbeidsmarkt van die lidstaat.

2. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verleent, met inachtneming van de in dat land geldende voorwaarden en modaliteiten, aan werknemers die onderdaan zijn van een lidstaat en die legaal op zijn grondgebied zijn tewerkgesteld alsmede aan hun echtgenoten en kinderen die aldaar legaal verblijven de in lid 1 vermelde behandeling.

Artikel 45

1.

Rekening houdend met de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten, hun wetgeving en de naleving van de regels die in de lidstaat er gelden op het gebied van de mobiliteit van werknemers:

dienen de door de lidstaten in het kader van bilaterale overeenkomsten verleende tewerkstellingsmogelijkheden voor werknemers uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië behouden te blijven en, zo mogelijk, te worden verbeterd; dienen de overige lidstaten de mogelijkheid van het sluiten van soortgelijke overeenkomsten te overwegen.

2. De Stabilisatie- en Associatieraad onderzoekt de toekenning van andere verbeteringen, zoals bijvoorbeeld toegang tot beroepsopleiding, overeenkomstig de in de lidstaten geldende regels en procedures en met inachtneming van de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten en de Gemeenschap.

Artikel 46

Er worden regels vastgelegd voor de coördinatie van de sociale-zekerheidsstelsels voor op het grondgebied van een lidstaat wettig tewerkgestelde werknemers die onderdaan zijn van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en hun aldaar wettig verblijvende gezinsleden. Hiertoe worden bij een besluit van de Stabilisatie- en Associatieraad, dat alle rechten en verplichtingen uit hoofde van bilaterale overeenkomsten onverlet laat indien deze in een gunstigere behandeling voorzien, de volgende bepalingen ingevoerd:

alle door dergelijke werknemers in de verschillende lidstaten vervulde tijdvakken van verzekering, arbeid of verblijf worden bijeengeteld met het oog op pensioenen en renten uit hoofde van ouderdom, invaliditeit en overlijden, alsmede voor medische verzorging van deze werknemers en hun gezinsleden; alle pensioenen of renten uit hoofde van ouderdom, overlijden, een arbeidsongeval of een beroepsziekte dan wel wegens de daaruit voortvloeiende invaliditeit, met uitzondering van uitkeringen waarvoor geen premie is betaald, kunnen vrij worden overgemaakt tegen de koers die krachtens de wetgeving van de lidstaat of lidstaten die deze verschuldigd zijn, wordt toegepast; de werknemers in kwestie ontvangen gezinsbijslagen voor hun gezinsleden zoals hierboven omschreven.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië kent aan legaal op zijn grondgebied tewerkgestelde werknemers die onderdaan van een lidstaat zijn en aan hun aldaar legaal verblijvende gezinsleden een soortgelijke behandeling toe als die welke in het tweede en derde streepje van lid 1 wordt omschreven.

Hoofdstuk II. VESTIGING

Artikel 47

In de overeenkomst wordt verstaan onder:

a. a. „communautaire vennootschap” of „vennootschap uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië”: een volgens het recht van respectievelijk een lidstaat of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft. Indien een volgens het recht van respectievelijk de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië opgerichte vennootschap uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Slovenië heeft, wordt deze vennootschap als respectievelijk een communautaire vennootschap of als een vennootschap uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië beschouwd indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van respectievelijk een van de lidstaten of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië blijkt; b. b. „dochteronderneming” van een vennootschap: een vennootschap die daadwerkelijk door de eerste vennootschap wordt bestuurd; c. c. „filiaal van een vennootschap”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact dienen te hebben met deze moedermaatschappij doch hun transacties kunnen afhandelen met de genoemde handelszaak die het vorengenoemde agentschap vormt; d. d. „vestiging”:

      i.
      voor onderdanen, het recht op de oprichting van ondernemingen, met name vennootschappen, die zij daadwerkelijk besturen. Handelsactiviteiten door onderdanen strekken zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij en geven evenmin recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere partij;
    
    
      ii.
      voor communautaire of vennootschappen uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië: het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting van dochterondernemingen, filialen in respectievelijk de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of de Gemeenschap;

i. i. voor onderdanen, het recht op de oprichting van ondernemingen, met name vennootschappen, die zij daadwerkelijk besturen. Handelsactiviteiten door onderdanen strekken zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij en geven evenmin recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere partij; ii. ii. voor communautaire of vennootschappen uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië: het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting van dochterondernemingen, filialen in respectievelijk de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of de Gemeenschap; e. e. „activiteiten”: het verrichten van economische handelingen; f. f. „economische activiteiten”: met name activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden; g. g. „communautaire onderdaan” en „onderdaan van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië”: een natuurlijke persoon die een onderdaan is van respectievelijk een van de lidstaten of van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië; h. h. wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III van deze titel eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde onderdanen van respectievelijk de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, en op buiten de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde scheepvaartondernemingen die worden bestuurd door onderdanen van respectievelijk een lidstaat of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, indien hun vaartuigen respectievelijk in die lidstaat of in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in overeenstemming met de respectieve wetgevingen zijn ingeschreven; i. i. „financiële diensten”: de in bijlage VI omschreven activiteiten. De Stabilisatie- en Associatieraad kan de werkingssfeer van die bijlage uitbreiden of wijzigen.

Artikel 48

1.

Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst dient de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië:

i. i. voor de vestiging van communautaire vennootschappen een niet minder gunstige behandeling te verlenen dan die welke zij verleent aan eigen vennootschappen of aan die uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is; ii. ii. voor de activiteiten van in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap een niet minder gunstige behandeling dan die welke aan de eigen vennootschappen en filialen of aan de dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit derde landen wordt verleend, indien deze behandeling gunstiger is.

2. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voert geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die de vestiging van vennootschappen van de Gemeenschap op haar grondgebied of de activiteiten van op zijn grondgebied gevestigde vennootschappen van de Gemeenschap discrimineren in vergelijking met de eigen vennootschappen.

3.

De Gemeenschap en haar lidstaten verlenen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst:

i. i. voor de vestiging van vennootschappen uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een niet minder gunstige behandeling dan die welke de lidstaten aan hun eigen vennootschappen of aan die uit derde landen verlenen, indien deze behandeling gunstiger is; ii. ii. met betrekking tot de activiteiten van op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een niet minder gunstige behandeling dan die welke de lidstaten aan hun eigen vennootschappen en filialen of aan op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit derde landen verlenen, indien deze behandeling gunstiger is.

4. Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zal de Stabilisatie- en Associatieraad, in het licht van de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en van de toestand op de arbeidsmarkt, onderzoeken of de bovenstaande bepalingen moeten worden uitgebreid tot de vestiging van onderdanen van beide partijen bij de overeenkomst met als doel als zelfstandigen activiteiten te ontplooien.

5.

Onverminderd het bepaalde in dit artikel:

a. a. hebben dochterondernemingen en filialen van communautaire vennootschappen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het recht om in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië onroerend goed te gebruiken en te huren; b. b. genieten dochterondernemingen van communautaire vennootschappen hetzelfde recht om eigendomsrechten op onroerend goed te verwerven en te genieten als de vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en, wat betreft openbare goederen en goederen van algemeen belang, met inbegrip van natuurlijke hulpbronnen, landbouwgrond en bossen, genieten zij dezelfde rechten als de vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij zich gevestigd hebben; c. c. aan het eind van de eerste fase van de overgangsperiode onderzoekt de Stabilisatie- en Associatieraad de mogelijkheid de rechten onder b) uit te breiden tot filialen van de communautaire vennootschappen.

Artikel 49

1. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 48 en uitgezonderd de in bijlage VI beschreven financiële diensten kan elke partij de vestiging van en de exploitatie door vennootschappen en onderdanen op haar grondgebied regelen, voor zover deze regelingen vennootschappen en onderdanen van de andere partij niet discrimineren in vergelijking met de eigen vennootschappen en onderdanen.

2. Ten aanzien van financiële diensten vormt geen andere bepaling van deze overeenkomst voor een partij een beletsel om prudentiële maatregelen te treffen, voor het beschermen van investeerders, depositohouders, verzekeringsnemers of diegenen jegens wie een fiduciaire verplichting is aangegaan of om de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem te verzekeren. Dergelijke maatregelen mogen door een partij niet worden aangewend om zich aan de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te onttrekken.

3. Niets in de overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat van een partij bekendmaking kan worden geëist van gegevens over de zaken en rekeningen van individuele klanten of van vertrouwelijke informatie of informatie inzake eigendomsrechten die in het bezit van openbare instanties is.

Artikel 50

1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op diensten in het kader van het luchtverkeer, het vervoer over de binnenwateren en cabotage in het zeevervoer.

2. De Stabilisatie- en Associatieraad kan aanbevelingen doen voor verbetering van de vestiging en het uitoefenen van activiteiten op de in lid 1 vermelde gebieden.

Artikel 51

1. Het bepaalde in de artikelen 48 en 49 vormt geen beletsel voor de toepassing door een partij, met betrekking tot de vestiging en activiteiten op haar grondgebied van filialen van vennootschappen van een andere partij die niet op het grondgebied van de eerste partij zijn opgericht, van bijzondere regels die op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en filialen van vennootschappen die op het grondgebied van de eerste partij zijn opgericht, of, wat financiële diensten betreft, om prudentiële redenen gerechtvaardigd zijn.

2. Het verschil in behandeling blijft beperkt tot hetgeen als gevolg van dergelijke juridische of technische verschillen strikt noodzakelijk is of, wat financiële diensten betreft, tot hetgeen om prudentiële redenen noodzakelijk is.

Artikel 52

Teneinde de toegang tot en de uitoefening van gereguleerde activiteiten van de vrije beroepen in respectievelijk de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de Gemeenschap voor onderdanen van de Gemeenschap en onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te vergemakkelijken, onderzoekt de Stabilisatie- en Associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma's. De raad kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel 53

1. Een op het grondgebied van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of de Gemeenschap gevestigde „communautaire vennootschap” respectievelijk „vennootschap uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië” heeft het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, op het grondgebied van respectievelijk de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of de Gemeenschap werknemers die onderdanen zijn van de lidstaten van de Gemeenschap of van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen in dienst te laten nemen, mits dergelijke werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 van dit artikel bekleden en zij uitsluitend door vennootschappen, dochterondernemingen of filialen tewerkgesteld worden. De geldigheidsduur van de verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers is beperkt tot de periode waarin zij als zodanig werkzaam zijn.

2.

Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van bovengenoemde vennootschappen, hierna „organisaties” genoemd, zijn „binnen de onderneming overgeplaatste personen”, als omschreven onder c) van dit lid, van de hierna volgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon is en de betrokkenen gedurende ten minste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsparticipatie) waren:

a. a. leden van het hogere kader van een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht en de leiding van met name de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen; deze personeelsleden:

        
        geven leiding aan een afdeling of onderafdeling van de vestiging;
      
      
        
        houden toezicht op en controleren de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers;
      
      
        
        zijn persoonlijk bevoegd werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;

geven leiding aan een afdeling of onderafdeling van de vestiging; houden toezicht op en controleren de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers; zijn persoonlijk bevoegd werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen; b. b. binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over uitzonderlijke kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van de vestiging, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management. Afgezien van de voor het functioneren van de betrokken vestiging vereiste specifieke kennis, kan deze kennis bestaan in de bekwaamheid bepaalde werkzaamheden uit te voeren of een bepaald beroep uit te oefenen waarvoor specifieke technische vaardigheden vereist zijn, evenals, in voorkomend geval, het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep; c. c. een „binnen de onderneming overgeplaatste persoon” is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een partij werkzaam is en die tijdelijk, voor het verrichten van economische handelingen naar het gebied van de andere partij wordt overgeplaatst; de betrokken organisatie dient haar belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van een partij te hebben en de overplaatsing dient te geschieden naar een vestiging (dochteronderneming, filiaal) van deze organisatie die op het grondgebied van de andere partij daadwerkelijk soortgelijke economische handelingen verricht.

3.

Toegang tot het grondgebied van de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van respectievelijk onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en van de Gemeenschap, wordt verleend en tijdelijk verblijf is toegestaan voor vertegenwoordigers van vennootschappen die deel uitmaken van het hogere kader, als in lid 2, onder a,) gedefinieerd, van een vennootschap, en die belast zijn met het opzetten van een dochteronderneming of filiaal in de Gemeenschap van een vennootschap van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, dan wel een dochteronderneming of filiaal in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van een communautaire vennootschap, mits:

die vertegenwoordigers niet betrokken zijn bij de rechtstreekse verkoop of het verstrekken van diensten; de vennootschap haar belangrijkste handelsactiviteit buiten respectievelijk de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft, en geen andere vertegenwoordiger, kantoor, filiaal of dochteronderneming in respectievelijk de betrokken lidstaat van de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft.

Artikel 54

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië kan in de eerste vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst ten aanzien van de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen maatregelen invoeren die van de bepalingen van dit hoofdstuk afwijken, indien bepaalde industrieën:

herstructureringen ondergaan of met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze ernstige sociale gevolgen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hebben, of geconfronteerd worden met de eliminatie of een drastische reductie van het totale marktaandeel dat vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of onderdanen hebben in een bepaalde sector of bedrijfstak in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, of recente opkomende industrieën in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn. Dergelijke maatregelen:

      i.
      gelden tot uiterlijk twee jaar na het verstrijken van de eerste fase van de overgangsperiode,
    
    
      ii.
      zijn redelijk en noodzakelijk voor het oplossen van de situatie, en
    
    
      iii.
      mogen niet tot discriminatie leiden met betrekking tot de activiteiten van ten tijde van de invoering van een bepaalde maatregel reeds in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap ten opzichte van vennootschappen of onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

i. i. gelden tot uiterlijk twee jaar na het verstrijken van de eerste fase van de overgangsperiode, ii. ii. zijn redelijk en noodzakelijk voor het oplossen van de situatie, en iii. iii. mogen niet tot discriminatie leiden met betrekking tot de activiteiten van ten tijde van de invoering van een bepaalde maatregel reeds in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap ten opzichte van vennootschappen of onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Bij het ontwerpen en uitvoeren van dergelijke maatregelen verleent de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, wanneer zulks mogelijk is, een voorkeursbehandeling aan vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap en in geen geval een behandeling die minder gunstig is dan die welke aan vennootschappen of onderdanen uit een derde land wordt verleend. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië raadpleegt de Stabilisatie- en Associatieraad vóór de invoering van deze maatregelen en legt deze pas ten uitvoer nadat één maand is verstreken na de kennisgeving aan de Stabilisatie- en Associatieraad van de concrete door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in te voeren maatregelen, behalve wanneer de dreiging van onherstelbare schade het treffen van urgente maatregelen vereist in welk geval de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de Stabilisatie- en Associatieraad onmiddellijk na de invoering hiervan raadpleegt.

Bij het verstrijken van het vierde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst mag de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië dergelijke maatregelen uitsluitend met toestemming van de Stabilisatie- en Associatieraad en onder door deze raad vastgestelde voorwaarden invoeren of handhaven.

Hoofdstuk III. HET VERLENEN VAN DIENSTEN

Artikel 55

1. De partijen verbinden zich ertoe overeenkomstig de hiernavolgende bepalingen de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het verrichten van diensten mogelijk te maken door vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk vennootschappen of onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht.

2. Naargelang de in lid 1 bedoelde liberalisering tot stand komt, staan de partijen de tijdelijke verplaatsing toe van natuurlijke personen die de dienst verlenen of als werknemer voor de dienstverlener een belangrijke functie vervullen zoals omschreven in artikel 53, met inbegrip van de natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een onderneming of onderdaan van de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en tijdelijke toegang wensen te krijgen voor onderhandelingen over de verkoop van diensten of voor het aangaan van overeenkomsten over de verkoop van diensten namens de dienstverlener, voor zover deze vertegenwoordigers niet zelf betrokken zijn bij de openbare directe verkoop of bij de eigenlijke dienstverlening.

3. Met ingang van de tweede fase van de overgangsperiode neemt de Stabilisatie- en Associatieraad de nodige maatregelen voor de geleidelijke tenuitvoerlegging van de bepalingen van lid 1. Hierbij wordt rekening gehouden met de vorderingen die de partijen maken bij de onderlinge aanpassing van hun wetgeving.

Artikel 56

1. De partijen treffen geen maatregelen en ondernemen geen acties die de voorwaarden voor het verrichten van diensten door vennootschappen of onderdanen uit de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht duidelijk restrictiever maken ten opzichte van de situatie die bestond op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst.

2. Indien een partij van mening is dat door de andere partij sedert de inwerkingtreding van de overeenkomst genomen maatregelen leiden tot een situatie die ten aanzien van het verrichten van diensten duidelijk restrictiever is dan die welke op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst bestond, kan eerstgenoemde partij de andere partij om overleg verzoeken.

Artikel 57

Met betrekking tot de vervoerdiensten tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn de volgende bepalingen van toepassing:

    1. Wat het overlandvervoer betreft worden de betrekkingen tussen de partijen geregeld door de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op het gebied van het vervoer die op 28 november 1997 werd ondertekend. De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de correcte toepassing van deze overeenkomst.
    1. Ten aanzien van het internationaal maritiem vervoer verbinden de partijen zich tot het daadwerkelijk toepassen van het beginsel van onbeperkte toegang tot de markt en vervoer op commerciële basis.

      a.
      Bovenstaande bepaling doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen in het kader van de gedragscode van de Verenigde Naties voor lijnvaartconferences welke voor de ene of de andere van de partijen bij deze Overeenkomst van toepassing zijn. De niet bij conferences aangesloten maatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden; 
      
      
      b.
      De partijen bevestigen dat zij vrije concurrentie beschouwen als een fundamentele noodzaak voor het vervoer van droge en vloeibare bulkgoederen.
      

a. a. Bovenstaande bepaling doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen in het kader van de gedragscode van de Verenigde Naties voor lijnvaartconferences welke voor de ene of de andere van de partijen bij deze Overeenkomst van toepassing zijn. De niet bij conferences aangesloten maatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden; b. b. De partijen bevestigen dat zij vrije concurrentie beschouwen als een fundamentele noodzaak voor het vervoer van droge en vloeibare bulkgoederen. 3. 3. Bij de toepassing van de beginselen van lid 2 verbinden de partijen zich tot:

      a.
      het niet opnemen van bepalingen inzake vrachtverdeling in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere partij bij deze Overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het vervoer van en naar het betrokken land deel te nemen;
    
    
      b.
      het niet toestaan van het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen;
    
    
      c.
      bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer.

a. a. het niet opnemen van bepalingen inzake vrachtverdeling in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere partij bij deze Overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het vervoer van en naar het betrokken land deel te nemen; b. b. het niet toestaan van het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen; c. c. bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer. 4. 4. Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en een geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun respectieve commerciële behoeften zullen de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer en het overlandvervoer worden vastgelegd in een speciale overeenkomst, waarover tussen de partijen na de inwerkingtreding van de overeenkomst zal worden onderhandeld. 5. 5. De partijen nemen voor het sluiten van de in lid 4 bedoelde overeenkomst geen maatregelen welke een meer beperkende of discriminerende situatie tot gevolg hebben dan de situatie op de dag welke voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst. 6. 6. Tijdens de overgangsperiode past de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, aan de op dat ogenblik op het gebied van het luchtvervoer en het overlandvervoer bestaande communautaire wetgeving, voor zover deze gericht is op de liberalisering en op de wederzijdse toegang tot de markten van de partijen en het verkeer van reizigers en van goederen vergemakkelijkt. De Stabilisatie- en Associatieraad onderzoekt, met inachtneming van de stand van zaken betreffende de gezamenlijke verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, de wijze waarop de voor het verbeteren van de vrijheid van dienstverrichting in het luchtvervoer en het overlandvervoer noodzakelijke voorwaarden tot stand kunnen worden gebracht.

Hoofdstuk IV. LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER

Artikel 58

De partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen, in vrije convertibele valuta, in overeenstemming met de bepalingen van artikel VIII van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, tot alle betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 59

1. Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans garanderen vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst zowel de lidstaten als de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in ondernemingen welke in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel V, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan.

2.

Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans garanderen zowel de lidstaten als Slovenië het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot kredieten die verband houden met commerciële transacties of het verrichten van diensten waarbij een ingezetene van een der partijen betrokken is, alsmede op financiële leningen en kredieten met een looptijd van meer dan een jaar.

Bij aanvang van de tweede fase garanderen zij tevens het vrije verkeer van kapitaal dat verband houdt met beleggingsportefeuilles en financiële leningen en kredieten met een looptijd van minder dan een jaar.

3. Onverminderd lid 1 stellen de partijen geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer en de lopende betalingen tussen ingezetenen van de Gemeenschap en van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere restricties aan.

4. Onverminderd de bepalingen van artikel 58 en van dit artikel mogen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in uitzonderlijke gevallen wanneer het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de werking van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, vrijwaringsmaatregelen nemen ten aanzien van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voor een periode van ten hoogste zes maanden indien dergelijke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn.

5. De partijen plegen overleg teneinde het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 60

1. Tijdens de eerste fase nemen de partijen maatregelen voor het creëren van de voorwaarden voor de verdere geleidelijke toepassing van de communautaire voorschriften betreffende het vrije verkeer van kapitaal.

2. Aan het einde van de eerste fase gaat de Stabilisatie- en Associatieraad na op welke wijze de communautaire voorschriften met betrekking tot het kapitaalverkeer volledig kunnen worden toegepast.

Hoofdstuk V. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 61

1. De bepalingen van deze titel worden toegepast behoudens beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.

2. De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van elke partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden.

Artikel 62

Voor de toepassing van deze titel belet geen enkele bepaling van deze overeenkomst de partijen hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, tewerkstelling, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een partij uit een specifieke bepaling van de overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet gedaan of beperkt worden. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 61.

Artikel 63

Vennootschappen die gezamenlijk door vennootschappen of onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn, vallen eveneens onder de bepalingen van deze titel.

Artikel 64

1. De overeenkomstig de bepalingen van deze titel toegekende meestbegunstigingsbehandeling is niet van toepassing op de belastingvoordelen waarin de partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing of andere fiscale regelingen.

2. Geen van de bepalingen van deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de vaststelling of tenuitvoerlegging door de partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvlucht of belastingontduiking overeenkomstig de belastingvoorschriften van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing en andere fiscale regelingen of de nationale fiscale wetgeving.

3. Geen van de bepalingen van deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de lidstaten of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, in het bijzonder met betrekking tot hun woonplaats.

Artikel 65

1. De partijen vermijden zoveel mogelijk het opleggen om redenen verband houdende met de betalingsbalans van beperkende maatregelen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer. Indien dergelijke maatregelen worden genomen, verstrekt de partij die ze heeft genomen de andere partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing ervan.

2. Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer lidstaten of van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor direct gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de WTO-overeenkomst bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer. Deze maatregelen zijn van beperkte duur en mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. De Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië stellen de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis.

3. De beperkende maatregelen mogen geen betrekking hebben op overmakingen in verband met investeringen, inzonderheid de repatriëring van geïnvesteerde of geherinvesteerde bedragen en om het even welke daaruit voortvloeiende inkomsten.

Artikel 66

De bepalingen van deze titel worden geleidelijk aangepast, met name in het licht van de eisen die voortvloeien door artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS).

Artikel 67

De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de uitvoering door elke partij van alle maatregelen die nodig zijn ter voorkoming van ontduiking van de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van toegang van derde landen tot haar markt via de bepalingen van deze Overeenkomst.

Titel VI. HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN EN RECHTSHANDHAVING

Artikel 68

1. De partijen erkennen het belang van de harmonisatie van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië met die van de Gemeenschap. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië streeft ernaar haar wetgeving geleidelijk aan te passen aan die van de Gemeenschap.

2. Deze geleidelijke harmonisatie van de wetgeving zal in twee fasen plaatsvinden.

3.

Beginnend op de datum van ondertekening van de overeenkomst en met een duur die in artikel 5 wordt uiteengezet, heeft de aanpassing van wetgeving ook betrekking op bepaalde fundamentele elementen van het acquis betreffende de interne markt en op andere met de handel verband houdende terreinen, volgens een in coördinatie met de Commissie van de Europese Gemeenschappen op te stellen programma. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië definieert ook, in coördinatie met de Commissie van de Europese Gemeenschappen, de modaliteiten voor het toezicht op de tenuitvoerlegging van de harmonisatie van de wetgeving en de te treffen rechtshandhavingsmaatregelen, inclusief hervorming van het justitieel apparaat.

Er zullen tijdslimieten worden vastgesteld voor de mededingingswetgeving, de wetgeving inzake de intellectuele eigendom, de wetgeving inzake normen en certificering, de wetgeving inzake overheidsopdrachten en de wetgeving inzake gegevensbescherming. Harmonisatie van de wetgeving in andere sectoren van de interne markt is een verplichting waaraan aan het einde van de overgangsperiode zal moeten zijn voldaan.

4. Tijdens de tweede fase van de in artikel 5 vermelde overgangsperiode heeft de aanpassing van de wetgeving ook betrekking op de elementen van het acquis die niet door het vorige lid worden gedekt.

Artikel 69

1.

Onverenigbaar met de goede werking van deze overeenkomst voorzover zij de handel tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië nadelig kunnen beïnvloeden zijn:

i. i. alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst; ii. ii. het misbruik maken van een machtspositie door één of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of op een wezenlijk deel daarvan; iii. iii. alle steunmaatregelen van de staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde goederen vervalsen of dreigen te vervalsen.

2. Alle handelwijzen die met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld op grond van de criteria die voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 81, 82 en 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

3. a. a. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, onder iii, komen de partijen overeen dat tijdens de eerste vier jaren na de inwerkingtreding van de overeenkomst alle door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië wordt beschouwd als een regio overeenkomend met de in artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap. b. b. Elke partij garandeert met betrekking tot overheidssteun transparantie door met name ieder jaar aan de andere partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Op verzoek van een van de partijen verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid. Elke partij zal erop toezien dat deze bepalingen van dit artikel binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden toegepast.

4.

Met betrekking tot de producten vermeld in hoofdstuk II van titel IV:

is het bepaalde in lid 1, onder iii), niet van toepassing; dienen alle praktijken die in strijd zijn met lid 1, onder i), te worden beoordeeld aan de hand van de criteria die door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 37 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en specifieke communautaire instrumenten die op deze basis zijn vastgesteld.

5.

Indien de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 van dit artikel en:

indien de praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen, kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg binnen de Stabilisatie- en Associatieraad of na een termijn van 30 werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.

Met betrekking tot handelwijzen die onverenigbaar zijn met lid 1, onder iii), kunnen, indien de WTO-overeenkomst daarop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld in overeenstemming met de procedures en voorwaarden bepaald in die overeenkomst of de desbetreffende interne wetgeving van de Gemeenschap.

6. De partijen wisselen gegevens uit, rekening houdend met de beperkingen uit hoofde van het zaken- en beroepsgeheim.

Artikel 70

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet elke partij erop toe dat met ingang van het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid artikel 86, worden nageleefd.

Artikel 71

1. Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel en bijlage VII bevestigen de partijen het belang dat zij hechten aan een adequate en efficiënte bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten.

2. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië treft de nodige maatregelen om te garanderen dat uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de bescherming van de intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten op een niveau is dat overeenkomt met het niveau in de Gemeenschap, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten af te dwingen.

3.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verbindt zich ertoe binnen bovengenoemde periode toe te treden tot de in bijlage VII bedoelde multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten.

Indien zich op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendom problemen voordoen die de handelsvoorwaarden ongunstig beïnvloeden, dan worden zij, op verzoek van een der partijen, onverwijld aan de Stabilisatie- en Associatieraad voorgelegd om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.

Artikel 72

1. De partijen beschouwen het openbaar maken van de aanbesteding van overheidsopdrachten op grond van non-discriminatie en wederkerigheid, vooral in het kader van de WTO, als een na te streven doel.

2.

De vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië krijgen, ongeacht of zij al dan niet in de Gemeenschap zijn gevestigd, vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, toegang tot aanbestedingsprocedures in de Gemeenschap overeenkomstig de daarvoor in de Gemeenschap geldende regelingen en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan die van de vennootschappen van de Gemeenschap.

Bovenstaande bepalingen zullen ook van toepassing zijn op contracten in de nutssector zodra de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de wetgeving die de communautaire regels op dit terrein invoert, heeft vastgesteld. De Gemeenschap onderzoekt op gezette tijden of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië deze wetgeving daadwerkelijk heeft ingevoerd.

De vennootschappen van de Gemeenschap die niet in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn gevestigd, krijgen, uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, toegang tot aanbestedingsprocedures in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië overeenkomstig de Wet op Aanbestedingen en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan die van de vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. De in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van titel V gevestigde vennootschappen van de Gemeenschap krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan die van vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

De Stabilisatie- en Associatieraad onderzoekt op gezette tijden de mogelijkheid voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om alle vennootschappen van de Gemeenschap toegang te verlenen tot aanbestedingsprocedures in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

3. De artikelen 44 tot en met 67 zijn van toepassing op de vestiging, de activiteiten, de dienstverrichtingen tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië alsmede de tewerkstelling en het verkeer van werknemers in verband met de uitvoering van overheidsopdrachten.

Artikel 73

1. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië neemt de nodige maatregelen om de wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met de technische regelgeving van de Gemeenschap en de Europese procedures voor normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling.

2.

Te dien einde verbinden de partijen zich tot:

de bevordering van de toepassing van communautaire technische voorschriften en Europese normen, tests en conformiteitsbeoordelingsprocedures; sluiting van Europese protocollen voor conformiteitsbeoordeling, waar nuttig; bevordering van de ontwikkeling van een kwaliteitsinfrastructuur: normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling; stimulering van de deelname aan de activiteiten van gespecialiseerde Europese organisaties (CEN, CENELEC, ETSI, EA, WELMEC, EUROMED enz.).

Titel VII. JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Artikel 74

Bij de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken schenken de partijen bijzondere aandacht aan institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij de rechtshandhaving en het justitiële apparaat in het bijzonder. Dit omvat de consolidatie van de rechtsstaat. De samenwerking op justitieel gebied zal vooral gericht zijn op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en een doeltreffender rechtspraak, en op opleiding van rechtsbeoefenaars.

Artikel 75

1. De partijen zullen samenwerken en daartoe een kader in het leven roepen, ook op regionaal niveau, op het gebied van visa, grenscontrole, asiel en migratie.

2.

De samenwerking aangaande in lid 1 genoemde kwesties is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie tussen de partijen, en omvat onder andere technische bijstand voor:

de uitwisseling van informatie over wetgeving en praktijken; het opstellen van wetgeving; grotere efficiëntie van de instellingen; opleiding van personeel; betrouwbaarheid van reisdocumenten en herkenning van valse documenten.

3.

De samenwerking is vooral gericht op:

met betrekking tot asiel: op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving opdat deze voldoet aan de normen van het Verdrag van Genève (1951) zodat gegarandeerd wordt dat niemand wordt teruggestuurd naar het land van vervolging (het principe van non-refoulement). met betrekking tot legale migratie: op toelatingsregels en -rechten en de status van de toegelaten personen. Op het gebied van migratie komen de partijen overeen onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven een billijke behandeling te geven, en een integratiebeleid te bevorderen dat deze onderdanen rechten en plichten geeft die vergelijkbaar zijn met die van hun staatsburgers.

De Stabilisatie- en Associatieraad kan andere onderwerpen voor samenwerking in het kader van dit artikel aanbevelen.

Artikel 76

1.

De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van de preventie van en de controle op illegale immigratie. Hiertoe:

verbindt de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zich ertoe haar onderdanen die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van een lidstaat op verzoek van deze lidstaat en zonder verdere formaliteiten over te nemen wanneer deze met zekerheid als zodanig zijn geïdentificeerd; verbindt elke lidstaat van de Europese Unie zich ertoe haar onderdanen die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op verzoek van deze lidstaat en zonder verdere formaliteiten over te nemen wanneer deze met zekerheid als zodanig zijn geïdentificeerd.

De lidstaten van de Europese Unie en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verstrekken hun onderdanen passende identiteitsdocumenten en de administratieve faciliteiten die voor dit doel noodzakelijk zijn.

2. De partijen komen overeen op verzoek een overeenkomst te sluiten tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de Europese Gemeenschap waarbij specifieke verplichtingen voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en voor de lidstaten van de Europese Unie worden geregeld voor overname, inclusief een verplichting voor de overname van onderdanen van andere landen en statenloze personen.

3. In afwachting van de sluiting van de in lid 2 bedoelde overeenkomst met de Gemeenschap verbindt de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zich ertoe op verzoek van een lidstaat bilaterale overeenkomsten te sluiten met individuele lidstaten van de Europese Unie waarbij specifieke verplichtingen voor overname tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de betrokken lidstaat worden geregeld, inclusief een verplichting voor de overname van onderdanen van andere landen en statenloze personen.

4. De Stabilisatie- en Associatieraad onderzoekt welke gezamenlijke inspanningen gedaan kunnen worden voor de preventie van en de controle op illegale immigratie, met inbegrip van mensenhandel.

Artikel 77

1. De partijen zijn het erover eens dat alle mogelijke inspanningen en samenwerking geboden zijn om te voorkomen dat hun financiële stelsels worden misbruikt voor het witwassen van de opbrengsten van criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.

2. De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de tenuitvoerlegging van voorschriften en de efficiënte werking van de passende normen en mechanismen ter voorkoming van het witwassen van geld die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied.

Artikel 78

1.

De partijen komen overeen samen te werken bij de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, zoals:

mensenhandel; illegale economische activiteiten, en met name corruptie en illegale transacties waarbij goederen zoals industrieel afval, radioactief materiaal en illegale en namaakproducten betrokken zijn; illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen; smokkel; illegale wapenhandel; terrorisme.

Over de samenwerking aangaande voornoemde zaken zullen overleg en nauwe coördinatie tussen de partijen plaatsvinden.

2.

Tot de administratieve en technische bijstand op dit gebied kunnen behoren:

de opstelling van nationale wetgeving op het gebied van het strafrecht; vergroting van de efficiëntie van de instellingen belast met het bestrijden en voorkomen van misdaad; personeelsopleiding en de ontwikkeling van onderzoeksfaciliteiten; het definiëren van maatregelen ter bestrijding van de misdaad.

Artikel 79

1. Partijen werken in het kader van hun respectieve bevoegdheden samen om een evenwichtige en geïntegreerde benadering van de drugskwestie te garanderen. Beleid en activiteiten in verband met drugs zijn gericht op het terugdringen van de levering en de handel van en de vraag naar illegale drugs, en een effectievere controle op precursoren.

2. De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. De activiteiten worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen principes in overeenstemming met het drugsbeleid van de EU.

3. De samenwerking tussen de partijen omvat technische en administratieve bijstand, met name op de volgende terreinen: opstelling van nationale wetgeving en nationaal beleid; oprichting van instellingen en informatiecentra; opleiding van personeel; onderzoek en de preventie van oneigenlijk gebruik van precursoren voor de illegale productie van drugs. De partijen kunnen overeenkomen de samenwerking tot andere terreinen uit te breiden.

Titel VIII. SAMENWERKINGSBELEID

Artikel 80

1. De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gaan nauw samenwerken om de ontwikkeling en het groeipotentieel van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te bevorderen. Die samenwerking versterkt de bestaande economische banden op een zo breed mogelijke basis, ten voordele van beide partijen.

2. Beleid en andere maatregelen zijn erop gericht de economische en sociale ontwikkeling van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië tot stand te brengen. Daarbij dient ervoor te worden gezorgd dat de milieu-aspecten vanaf het begin volledig in het beleid worden geïntegreerd en moet er rekening worden gehouden met de eisen van een harmonische sociale ontwikkeling.

3. Het samenwerkingsbeleid moet in een regionaal samenwerkingskader worden geïntegreerd. Bijzondere aandacht zal moeten worden geschonken aan maatregelen die de samenwerking tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en haar buurlanden, inclusief lidstaten, bevorderen en aldus een bijdrage leveren aan de regionale stabiliteit. De Stabilisatie- en Associatieraad kan prioriteiten vaststellen tussen en binnen onderstaande beleidsterreinen voor samenwerking.

Artikel 81

1. De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door samenwerking die gericht is op het verkrijgen van een beter inzicht in de basisbeginselen van hun respectieve economieën en op het uitstippelen en ten uitvoer leggen van een economisch beleid in het kader van een markteconomie.

2.

Hiertoe zullen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als volgt samenwerken:

informatie uitwisselen over macro-economische prestaties en vooruitzichten en over ontwikkelingsstrategieën; gezamenlijk economische kwesties van wederzijds belang analyseren, met inbegrip van de plannen voor een economisch beleid en de instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan.

3. Op verzoek van de autoriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië naar volledige convertibiliteit van de denar en de geleidelijke aanpassing van haar beleid aan het Europees Monetair Stelsel. De samenwerking op dit gebied omvat onder andere een informele uitwisseling van gegevens over de beginselen en het functioneren van het Europees Monetair Stelsel en het Europese Systeem van centrale banken.

Artikel 82

1. De statistische samenwerking wordt gericht op de ontwikkeling van een efficiënt en duurzaam statistisch stelsel dat in staat is tijdig de betrouwbare, objectieve en nauwkeurige gegevens te leveren die nodig zijn om het overgangs- en hervormingsproces in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te plannen en te volgen. Dit moet het nationale statistische systeem, dat wordt gecoördineerd door het centraal bureau voor de statistiek, in staat stellen beter aan de behoeften van zijn afnemers (overheid en particuliere sector) te voldoen. Het statistische stelsel moet voldoen aan de fundamentele beginselen van de statistiek die door de VN zijn uitgevaardigd en aan de vereisten van de Europese statistiekwetgeving, en het moet worden aangepast aan het acquis communautaire op statistisch gebied.

2.

Met het oog daarop kan de samenwerking vooral gericht zijn op het volgende:

de bevordering van de ontwikkeling van een efficiënte statistische dienst in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, op basis van een geschikt institutioneel kader; de ontwikkeling en het onderhoud van de nationale capaciteit voor het vergaren, verwerken en verspreiden van statistische informatie van hoge kwaliteit waarbij moderne technologie op de meest efficiënte wijze wordt gebruikt; de economische operatoren in de publieke en de particuliere sector en de onderzoeksgemeenschap te voorzien van passende juiste sociaal-economische gegevens om de hervormingen van de overheid te volgen; het nationale statistische systeem in staat stellen de beginselen en normen van het statistisch systeem van de Gemeenschap over te nemen; de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens te garanderen.

3. De samenwerking op dit gebied omvat, doch is niet beperkt tot, informatieverstrekking over methoden, deelname aan bepaalde werkgroepen van Eurostat en uitwisseling van statistische gegevens.

Artikel 83

1.

De partijen werken samen om een passend kader te creëren en te ontwikkelen voor het stimuleren van het bank- en verzekeringswezen en van de financiële dienstverlening in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

De samenwerking is gericht op:

de invoering van een met de Europese normen verenigbaar boekhoudsysteem; de versterking en herstructurering van het bank- en verzekeringswezen en van andere financiële sectoren; de verbetering van het toezicht op en de reglementering van het bankwezen en andere financiële diensten; de uitwisseling van informatie, in het bijzonder in verband met wetsvoorstellen; de opstelling van vertalingen en terminologische glossaria.

2.

De partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van efficiënte systemen op het gebied van boekhoudcontrole, gebaseerd op de geharmoniseerde communautaire methoden en procedures.

De samenwerking is vooral gericht op:

technische bijstand aan de rekenkamer van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië; de oprichting van interne afdelingen voor boekhoudcontrole in overheidsinstanties; de uitwisseling van informatie over boekhoudcontrolesystemen; standaardisering van de documenten voor boekhoudcontroles; opleiding en adviesverlening.

Artikel 84

1. De samenwerking tussen de partijen is gericht op het tot stand brengen van een gunstig klimaat voor binnen- en buitenlandse particuliere investeringen.

2.

De samenwerking is in het bijzonder gericht op de volgende doelstellingen:

het in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië tot stand brengen van een juridisch kader ter bevordering en bescherming van investeringen; het sluiten, waar nodig, van bilaterale overeenkomsten met de lidstaten ter bevordering en bescherming van investeringen; de tenuitvoerlegging van passende regelingen voor de overmaking van kapitaal; betere bescherming van investeringen.

Artikel 85

1. De samenwerking is gericht op het bevorderen van de modernisering en de herstructurering van de industrie en van individuele sectoren in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië alsmede de industriële samenwerking tussen het bedrijfsleven aan beide zijden, in het bijzonder om de particuliere sector te versterken, waarbij de bescherming van het milieu gegarandeerd moet worden.

2. De industriële-samenwerkingsinitiatieven weerspiegelen de door de partijen vastgestelde prioriteiten. Zij zullen rekening houden met de regionale aspecten van industriële ontwikkeling en, zo nodig, transnationale partnerschappen stimuleren. De initiatieven zullen in het bijzonder streven naar het creëren van een passend kader waarbinnen de ondernemingen kunnen functioneren, beter management, bevordering van de markten, de transparantie van de markten en het ondernemingsklimaat.

Artikel 86

De partijen streven ernaar de particuliere sector en het midden- en kleinbedrijf (MKB) te ontwikkelen en te versterken, nieuwe ondernemingen op te richten op terreinen met groeipotentieel en de samenwerking tussen het MKB in de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te vergroten.

Artikel 87

De samenwerking op het gebied van toerisme is gericht op het vergemakkelijken en bevorderen van toerisme en de toeristische sector door kennisoverdracht, deelname van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan belangrijke Europese organisaties voor toerisme, en het bestuderen van de mogelijkheden voor gemeenschappelijke activiteiten, vooral projecten op het gebied van regionaal toerisme.

Artikel 88

1. Het doel van de samenwerking is ervoor te zorgen dat alle op goedkeuring wachtende bepalingen betreffende het handelsverkeer worden nageleefd en dat het douanesysteem van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan dat van de Gemeenschap wordt aangepast, waardoor de in het kader van deze overeenkomst geplande stappen in de richting van liberalisering worden vergemakkelijkt.

2.

Deze samenwerking omvat met name:

uitwisseling van informatie, ook met betrekking tot onderzoeksmethoden; ontwikkeling van grensoverschrijdende infrastructuur tussen de partijen; mogelijke koppeling van het douanevervoersysteem van de Gemeenschap aan dat van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, alsmede overname en gebruik van het enig document; vereenvoudiging van controles op en formaliteiten bij het goederenvervoer; steun bij de invoering van moderne douane-informatiesystemen.

3. Onverminderd de verdere bepalingen inzake samenwerking van deze Overeenkomst en in het bijzonder artikel 76, 77 en 78 vindt de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten op douanegebied van de partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van Protocol 5.

Artikel 89

De partijen stellen samenwerking in op belastinggebied waaronder maatregelen voor de hervorming van het belastingstelsel, en de modernisering van de belastingdiensten om te zorgen voor efficiëntie bij het innen van belastingen, en de bestrijding van belastingfraude.

Artikel 90

1. Op het gebied van de werkgelegenheid heeft de samenwerking tussen de partijen voornamelijk betrekking op het verbeteren van de diensten voor arbeidsbemiddeling en loopbaanadvies, ondersteuningsmaatregelen en het stimuleren van de plaatselijke ontwikkeling om de herstructurering van industrie en arbeidsmarkt te begeleiden. De samenwerking vindt plaats in de vorm van studies, detachering van deskundigen, voorlichting en opleiding.

2. Op het gebied van de sociale zekerheid is de samenwerking tussen de partijen gericht op het aanpassen van de socialezekerheidsstelsels in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan de nieuwe economische en sociale eisen, in hoofdzaak via de terbeschikkingstelling van deskundigen, voorlichting en opleiding.

3. De samenwerking tussen partijen zal de aanpassing van de wetgeving in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aangaande de arbeidsvoorwaarden en gelijke kansen voor mannen en vrouwen omvatten.

4. Op het gebied van de gezondheid en de veiligheid is de samenwerking tussen de partijen erop gericht het peil van de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers te verbeteren, met als referentiepunt de mate van bescherming die in de Gemeenschap bestaat.

Artikel 91

1. De partijen werken samen met het oog op het optrekken van het peil van het onderwijs en de academische kwalificaties in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, rekening houdend met de prioriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

2. Het Tempus-programma zal bijdragen aan versterking van de samenwerking tussen de twee partijen op het gebied van onderwijs en opleiding, bevordering van de democratie, de rechtsstaat en economische hervorming.

3. De Europese Stichting voor Opleiding zal eveneens bijdragen aan de verbetering van de opleidingsstructuren en -activiteiten in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 92

De partijen verbinden zich ertoe de culturele samenwerking te bevorderen. Deze samenwerking beoogt ondermeer het wederzijds begrip en de wederzijdse achting tussen personen, gemeenschappen en mensen te vergroten.

Artikel 93

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zullen de maatregelen nemen die nodig zijn om de onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Prioriteit wordt verleend aan programma's die basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken aan het algemene publiek en meer gespecialiseerde informatie aan professionele doelgroepen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 94

De partijen werken samen aan de bevordering van de audiovisuele industrie in Europa en stimuleren coproducties voor film en televisie.

De partijen coördineren en, waar nodig, harmoniseren hun beleid inzake de regelgeving met betrekking tot inhoudelijke aspecten van grensoverschrijdende uitzendingen, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan gebieden die verband houden met de verwerving van intellectuele-eigendomsrechten voor satelliet- of kabeluitzendingen.

Artikel 95

De partijen versterken de samenwerking op het gebied van elektronische communicatie-infrastructuur, met inbegrip van klassieke telecommunicatienetwerken en de relevante elektronische netwerken voor audiovisuele overdracht, en de geassocieerde diensten, met als doel de uiteindelijke aanpassing aan het acquis door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst.

Deze activiteiten worden toegespitst op de volgende prioritaire terreinen:

beleidsontwikkeling; wettelijke aspecten en aspecten van de reglementering; institutionele opbouw ter ondersteuning van een geliberaliseerd klimaat; de modernisering van het elektronische infrastructuur van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de integratie ervan in de Europese en wereldwijde netwerken waarbij vooral de verbeteringen op regionaal niveau aandacht krijgen; internationale samenwerking; samenwerking binnen Europese structuren, in het bijzonder op het gebied van standaardisering; coördinatie van standpunten in internationale organisaties en fora.

Artikel 96

De partijen spreken af de samenwerking te intensiveren om de informatiemaatschappij in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verder te ontwikkelen. Algemene doelstellingen zijn: voorbereiding van de maatschappij als geheel op het digitale tijdperk, het aantrekken van investeringen en de interoperabiliteit van netwerken en diensten.

De autoriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië evalueren met hulp van de Gemeenschap zorgvuldig alle politieke verbintenissen die in de Europese Unie worden aangegaan met het doel haar beleid aan dat van de Unie aan te passen. De autoriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië stellen een plan op voor de overname van de communautaire wetgeving op het gebied van de informatiemaatschappij.

Artikel 97

De partijen zullen samenwerken om de normen van de consumentenbescherming in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan te passen aan die van de Gemeenschap. Een effectieve consumentenbescherming is noodzakelijk voor een goed functionerende markteconomie, en deze bescherming is afhankelijk van de ontwikkeling van administratieve infrastructuren voor markttoezicht en wetshandhaving.

Daartoe en ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen zullen partijen zorgen voor:

de harmonisatie van de wetgeving en de aanpassing van de consumentenbescherming in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan die van de Gemeenschap; een beleid gericht op actieve bescherming van de consument, betere voorlichting en het opzetten van onafhankelijke organisaties; efficiënte wettelijke bescherming van de consument teneinde de kwaliteit van verbruiksgoederen te verbeteren en passende veiligheidsnormen in stand te houden.

Artikel 98

1.

In aanvulling op de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zullen de partijen de samenwerking op vervoergebied ontwikkelen en versterken teneinde de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in staat te stellen om:

het vervoer te herstructureren en te moderniseren; het verkeer van personen en goederen en de toegang tot de vervoermarkt te verbeteren door het wegwerken van administratieve, technische en andere belemmeringen; bedrijfsnormen tot stand brengen die vergelijkbaar zijn met die in de Gemeenschap; een vervoerstelsel te ontwikkelen dat verenigbaar en vergelijkbaar is met dat van de Gemeenschap; betere milieubescherming in verband met vervoer, minder schadelijke effecten en vervuiling.

2.

De volgende gebieden zijn prioritair:

de ontwikkeling van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur en andere belangrijke routes van gemeenschappelijk belang en trans- en pan-Europese verkeersassen; het beheer van spoorwegen en luchthavens, samenwerking tussen de relevante nationale autoriteiten; het wegvervoer, waaronder fiscale, sociale en milieu-aspecten; het gecombineerde rail-wegvervoer; de harmonisatie van internationale vervoerstatistieken; de modernisering van technische vervoersinstallaties overeenkomstig communautaire normen, bijstand bij het verkrijgen van financiering daarvoor, vooral voor het rail-wegvervoer, het multimodaal vervoer en de overslag; de bevordering van gezamenlijke technologische en onderzoeksprogramma's; het opzetten van een samenhangend vervoerbeleid dat verenigbaar is met dat van de Gemeenschap.

Artikel 99

1. De samenwerking gaat uit van de beginselen van de markteconomie en het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest en is gericht op de geleidelijke integratie van de Europese energiemarken.

2.

Deze samenwerking omvat met name:

formulering en planning van het energiebeleid, modernisering van de infrastructuur, verbetering en diversificatie van de voorziening, de verbetering van de toegang tot de energiemarkt, inclusief vergemakkelijking van de doorvoer; beheer en opleiding in de energiesector, de overdracht van technologie en know-how; de bevordering van energiebesparing en een efficiënt energiegebruik, duurzame energie en onderzoek naar de milieu-effecten van energieproductie en -verbruik; het uitstippelen van kadervoorwaarden voor de herstructurering van energiebedrijven en samenwerking tussen bedrijven in de sector.

Artikel 100

De samenwerking op dit terrein is gericht op de modernisering van de landbouw en de agro-industriële sector, waterbeheer, plattelandsontwikkeling, de geleidelijke harmonisatie van de wetgeving op sanitair en fytosanitair gebied aan de communautaire normen, en de ontwikkeling van de visserij en de bosbouw in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 101

De partijen versterken hun regionale ontwikkelingssamenwerking om bij te dragen aan de economische ontwikkeling en de regionale verschillen te verkleinen.

Specifieke aandacht wordt besteed aan grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking. Daartoe kunnen deskundigen en informatie worden uitgewisseld.

Artikel 102

1. De partijen bevorderen de bilaterale samenwerking op het gebied van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (OTO) op basis van het wederzijdse voordeel daarvan, en met inachtneming van de omvang van de beschikbare middelen, van de nodige toegankelijkheid van hun respectieve programma's en van de passende regelingen voor een doeltreffende bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten (IER).

2.

De samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie heeft betrekking op:

de uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie; organisatie van gezamenlijke wetenschappelijke bijeenkomsten; gezamenlijke OTO-activiteiten; opleidingsactiviteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit ten behoeve van aan beide zijden bij OTO betrokken wetenschappers, onderzoekers en technici.

3. Deze samenwerking wordt ten uitvoer gelegd via afzonderlijke akkoorden waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen overeenkomstig de door elke partij vastgestelde procedures en waarin onder andere de passende IER-bepalingen worden opgenomen.

Artikel 103

1. De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking bij de essentiële taak om de achteruitgang van het milieu te bestrijden en een duurzaam milieubeleid te steunen.

2.

De samenwerking kan op de volgende prioriteiten worden toegespitst:

bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende vervuiling (lucht, waterkwaliteit, de behandeling van afvalwater vervuiling drinkwater) en het instellen van efficiënte controle; de ontwikkeling van strategieën ten aanzien van wereldwijde en klimatologische problemen; efficiënte, duurzame en schone energieproductie en -verbruik, de veiligheid van industriële installaties; classificatie van en veilige omgang met chemische producten; het verminderen, recycleren en veilig verwijderen van afval en de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Bazel van 1989 inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan; de milieu-effecten van de landbouw; bodemerosie en verontreiniging door landbouwchemicaliën; de bescherming van bossen, flora en fauna; behoud van biodiversiteit; ruimtelijke ordening, met inbegrip van bouw- en stadsplanning; milieu-effectbeoordeling en strategische milieubeoordeling; voortdurende harmonisatie van wetgeving en reglementering aan communautaire normen; internationale milieuverdragen waarbij de Gemeenschap partij is; samenwerking in regionaal verband en in het kader van het Europees Milieu-agentschap; onderwijs, voorlichting, bewustmaking over milieukwesties.

3.

De samenwerking heeft ook tot doel te zorgen voor de bescherming van mensen, dieren, eigendommen en het milieu tegen natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen. Hiertoe kan de samenwerking de volgende terreinen bestrijken:

uitwisseling van resultaten van wetenschappelijke en onderzoeksprojecten; wederzijdse oplettendheid en tijdige kennisgeving van en waarschuwing voor gevaren en rampen en hun gevolgen; reddings- en hulpverleningssystemen in geval van rampen; uitwisseling van ervaring op het gebied van rehabilitatie en wederopbouw na rampen.

4.

De samenwerking op het gebied van de nucleaire veiligheid kan de volgende terreinen bestrijken:

verbetering van de wetten en regelgeving van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over nucleaire veiligheid en versterking van de toezichthoudende instanties en hun middelen; stralingsbescherming, inclusief de meting van de straling in het milieu; beheer van radioactief afval: de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zegt toe de Stabilisatie- en Associatieraad te informeren over elk voornemen om radioactief afval te importeren of op te slaan; actieve stimulering van overeenkomsten tussen de EU-lidstaten, of EURATOM, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over vroegtijdige kennisgeving bij nucleaire ongevallen en waar nodig over nucleaire veiligheidskwesties in het algemeen; versterking van het toezicht op en de controle van het vervoer van radioactief verontreinigde stoffen.

Titel IX. FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel 104

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 3, 108 en 109 komt de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap in de vorm subsidies en leningen, waaronder leningen van de Europese Investeringsbank.

Artikel 105

Financiële bijstand in de vorm van subsidies wordt gedekt door de operationele maatregelen waarin de relevante Verordening van de Raad voorziet binnen een indicatief meerjaren-kader dat door de Gemeenschap wordt opgesteld na overleg met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

In het algemeen draagt de bijstand in de vorm van institutionele versterking bij tot de democratische, economische en institutionele hervormingen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, in overeenstemming met het stabilisatie- en associatieproces. De financiële bijstand kan alle terreinen van de harmonisatie van wetgeving en beleid samenwerking van deze overeenkomst bestrijken, waaronder justitie en binnenlandse zaken.

De volledige uitvoering van de in de vervoerovereenkomst vastgestelde infrastructuurprojecten van gemeenschappelijk belang moet worden overwogen.

Artikel 106

De Gemeenschap kan op verzoek van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, in het geval van bijzondere nood, in overleg met de internationale financiële instellingen, de mogelijkheid onderzoeken van het verlenen, bij wijze van uitzondering, van macrofinanciële bijstand, op bepaalde voorwaarden met inachtneming van de beschikbaarheid van alle ter beschikking staande financiële middelen.

Artikel 107

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen partijen ervoor dat de bijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen, zoals de lidstaten, andere landen en internationale financiële instellingen.

Hiertoe wisselen de partijen geregeld informatie uit over alle soorten bijstand.

Titel X. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 108

Hierbij wordt een Stabilisatie- en Associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de toepassing en de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. De Raad komt op passend niveau bijeen met regelmatige tussenpozen en wanneer de omstandigheden dat vereisen. De Raad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 109

1. De Stabilisatie- en Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit leden van de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.

2. De Stabilisatie- en Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

3. De leden van de Stabilisatie- en Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde vast te leggen voorwaarden.

4. De Stabilisatie- en Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap en door een vertegenwoordiger van de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, overeenkomstig de in zijn reglement van orde neer te leggen bepalingen.

5. De Europese Investeringsbank neemt voor aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen als waarnemer deel aan de werkzaamheden van de Stabilisatie- en Associatieraad.

Artikel 110

Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, krijgt de Stabilisatie- en Associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. Zijn besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Bij het nemen van een besluit over de overgang naar de tweede fase, volgens de bepalingen van artikel 5, kan de Stabilisatie- en Associatieraad ook besluiten nemen over eventuele inhoudelijke veranderingen in de bepalingen die gelden voor de tweede fase.

In zijn reglement van orde bepaalt de Stabilisatie- en Associatieraad de taken van het Stabilisatie- en Associatiecomité, waaronder de voorbereiding van de vergaderingen van de Stabilisatie- en Associatieraad, en stelt hij de werkwijze van dit comité vast.

De Stabilisatie- en Associatieraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Stabilisatie- en Associatiecomité delegeren. In dat geval neemt het Stabilisatie- en Associatiecomité zijn beslissingen volgens de voorwaarden van dit artikel.

De Stabilisatie- en Associatieraad mag ook passende aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen partijen.

Artikel 111

Elk van de partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst aan de Stabilisatie- en Associatieraad voorleggen. De Stabilisatie- en Associatieraad kan het geschil door middel van een bindend besluit beslechten.

Artikel 112

De Stabilisatie- en Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Stabilisatie- en Associatiecomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de Raad van de Europese Unie en van vertegenwoordigers van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië anderzijds.

Artikel 113

De Stabilisatie- en Associatieraad kan subcomités oprichten. Het in het kader van de vervoerovereenkomst opgerichte vervoercomité zal het Stabilisatie- en Associatiecomité terzijde staan.

Artikel 114

Er wordt een Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Parlement van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en het Europees Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hem zelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds, en uit leden van het Parlement van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië anderzijds.

Het Parlementaire Stabilisatie- en Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door het Europees Parlement en het parlement van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, overeenkomstig de in zijn reglement van orde neer te leggen bepalingen.

Artikel 115

Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst beijvert elk van beide partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten.

Artikel 116

Niets in de Overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

a. a. die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten; b. b. die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn; c. c. die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid heeft aangegaan.

Artikel 117

1.

Voor de door de overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel in de overeenkomst neergelegde bijzondere bepalingen geldt het volgende:

de regelingen die de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië ten opzichte van de Gemeenschap toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de lidstaten, hun onderdanen dan wel hun bedrijven of firma's; de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië dan wel haar bedrijven of firma's.

2. Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de terzake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in identieke situaties verkeren ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 118

1. De partijen treffen alle algemene of specifieke maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in de overeenkomst genoemde doelstellingen worden verwezenlijkt.

2.

Indien één van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in speciaal dringende gevallen, verstrekt zij de Stabilisatie- en Associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij de keuze van de maatregelen moet voorrang worden gegeven aan die welke de goede werking van de Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Stabilisatie- en Associatieraad gebracht; op verzoek van de andere partij wordt daaromtrent in de Stabilisatie- en Associatieraad overleg gepleegd.

Artikel 119

De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.

De bepalingen van dit artikel hebben geen invloed op en gelden onverminderd de artikelen 30, 37, 38 en 42.

Artikel 120

Totdat krachtens deze overeenkomst gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemers, doet de overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande, bindende overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.

Artikel 121

De Protocollen 1, 2, 3, 4, en 5 en de bijlagen I tot en met VII vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.

Artikel 122

De overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van genoemde kennisgeving.

Artikel 123

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.

Artikel 124

De overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn en onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 125

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel 126

Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in elk van de officiële talen van de partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 127

De overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

De overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de overeenkomstsluitende partijen elkander kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze overeenkomst de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië die op 29 april 1997 door middel van een briefwisseling werd ondertekend.

Artikel 128

De partijen komen overeen dat indien, in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van bepaalde gedeelten van deze overeenkomst, met name die met betrekking tot het vrije verkeer van goederen, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië tot uitvoering worden gebracht, in dergelijke omstandigheden voor de toepassing van titel IV, de artikelen 69, 70 en 71, van deze overeenkomst en van de Protocollen 1 tot en met 5 daarbij, onder „datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst” wordt verstaan: de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen en protocollen zijn opgenomen.