40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
888 lines
26 KiB
Markdown
888 lines
26 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Wet op de Sociaal-Economische Raad
|
||
bwb_id: BWBR0002058
|
||
type: wet
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '1950-02-15'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002058
|
||
citeertitel: Wet op de Sociaal-Economische Raad
|
||
---
|
||
|
||
# Wet op de Sociaal-Economische Raad
|
||
|
||
## Hoofdstuk Eerste. Van de Sociaal-Economische Raad
|
||
|
||
### Titel I. Van de zetel en de taak
|
||
|
||
### Artikel 1
|
||
|
||
**1.** Er is een Sociaal-Economische Raad, hierna genoemd Raad.
|
||
|
||
**2.** De Raad heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.
|
||
|
||
**3.** De Raad is rechtspersoon.
|
||
|
||
### Artikel 2
|
||
|
||
De Raad heeft, onverminderd de hem bij de vijfde titel van dit hoofdstuk opgedragen adviserende functie, tot taak een het algemeen belang dienende werkzaamheid van het bedrijfsleven te bevorderen, alsmede het belang van het bedrijfsleven en de daartoe behorende personen te behartigen.
|
||
|
||
### Titel II. Van de samenstelling en inrichting
|
||
|
||
#### Paragraaf 1. Algemene bepaling
|
||
|
||
### Artikel 3
|
||
|
||
De Raad heeft een voorzitter, een dagelijks bestuur, een algemeen secretaris en, bij toepassing van artikel 19, een of meer commissies uit zijn midden.
|
||
|
||
#### Paragraaf 2. Van de Raad
|
||
|
||
### Artikel 4
|
||
|
||
**1.** De Raad bestaat uit ten minste dertig en ten hoogste vijf en veertig leden.
|
||
|
||
**2.** Van de leden worden ten minste twee derden benoemd door de door Ons aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers en de overige door Ons. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar Ons oordeel algemeen erkende centrale en andere representatieve organisaties van ondernemers en naar Ons oordeel algemeen erkende centrale organisaties van werknemers.
|
||
|
||
**3.** Voor elk lid kan tevens een plaatsvervanger worden benoemd.
|
||
|
||
**4.** Door organisaties van werknemers worden evenveel leden benoemd als door organisaties van ondernemers.
|
||
|
||
**5.**
|
||
|
||
Door Ons wordt bepaald:
|
||
|
||
a. a.
|
||
het aantal leden van de Raad;
|
||
b. b.
|
||
het aantal leden, dat elke door Ons aangewezen organisatie kan benoemen.
|
||
|
||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de benoeming van de leden en hun plaatsvervangers.
|
||
|
||
**7.** De Raad wordt gehoord, alvorens Ons een voordracht tot aanwijzing van een organisatie, als bedoeld in het tweede lid, of tot een besluit, als bedoeld in het vijfde lid, wordt gedaan.
|
||
|
||
### Artikel 5
|
||
|
||
**1.** Lid of plaatsvervangend lid van de Raad kunnen alleen zijn zij die niet van de verkiesbaarheid bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen zijn ontzet, noch van de uitoefening van het kiesrecht bij zodanige verkiezingen zijn uitgesloten.
|
||
|
||
**2.** Van het lidmaatschap zijn uitgesloten zij, die zijn ontzet van het recht ambten of bepaalde ambten te bekleden, dan wel bepaalde beroepen of functies uit te oefenen.
|
||
|
||
### Artikel 6
|
||
|
||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent de onverenigbaarheid van het lidmaatschap van de Raad met andere werkzaamheden.
|
||
|
||
**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||
|
||
### Artikel 7
|
||
|
||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter verzekering van de naleving van het bepaalde in artikel 5 en de krachtens artikel 6 gestelde regelen.
|
||
|
||
### Artikel 8
|
||
|
||
**1.** De leden van de Raad en hun plaatsvervangers treden om de twee jaren tegelijk af en kunnen terstond opnieuw worden benoemd.
|
||
|
||
**2.** De leden van de Raad en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag bekomen door een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van de Raad.
|
||
|
||
**3.** Hij, die tot lid of plaatsvervangend lid is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degeen, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
|
||
|
||
**4.** Hij, die in het geval van zeteluitbreiding tot lid of plaatsvervangend lid is benoemd, treedt tegelijk met de overige leden van de Raad en hun plaatsvervangers af op het tijdstip, genoemd in het eerste lid.
|
||
|
||
### Artikel 9
|
||
|
||
De leden van de Raad en hun plaatsvervangers kunnen een vergoeding genieten volgens regelen, door de Raad bij verordening te stellen.
|
||
|
||
### Artikel 10
|
||
|
||
De leden van de Raad en hun plaatsvervangers zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken- en bedrijfsgeheimen, welke zij in hun hoedanigheid vernemen, en voorts van alle aangelegenheden, ten aanzien waarvan de Raad of de voorzitter geheimhouding heeft opgelegd, of waarvan zij het vertrouwelijke karakter moeten begrijpen.
|
||
|
||
#### Paragraaf 3. Van de voorzitter
|
||
|
||
### Artikel 11
|
||
|
||
**1.** De voorzitter wordt door Ons uit de leden van de Raad benoemd en kan door Ons worden geschorst en ontslagen. De Raad wordt gehoord, alvorens Ons een voordracht tot benoeming of ontslag wordt gedaan.
|
||
|
||
**2.** De voorzitter heeft twee plaatsvervangers, die door de Raad uit zijn midden worden benoemd en door deze kunnen worden geschorst en ontslagen.
|
||
|
||
**3.** De benoeming van de plaatsvervangende voorzitters geschiedt in dier voege, dat uit elk van de groepen: leden, benoemd door organisaties van ondernemers, leden, benoemd door organisaties van werknemers, en overige leden, met uitzondering van de groep, waaruit de voorzitter is benoemd, een hunner wordt benoemd.
|
||
|
||
### Artikel 12
|
||
|
||
**1.** De benoeming van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters geschiedt telkens voor ten hoogste twee jaren. Zij zijn terstond weder benoembaar.
|
||
|
||
**2.** De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters kunnen te allen tijde als zodanig ontslag bekomen door een schriftelijke kennisgeving aan Ons, onderscheidenlijk aan de voorzitter.
|
||
|
||
### Artikel 13
|
||
|
||
De artikelen 9 en 10 zijn ten aanzien van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters van overeenkomstige toepassing.
|
||
|
||
#### Paragraaf 4. Van het dagelijks bestuur
|
||
|
||
### Artikel 14
|
||
|
||
**1.** Behoudens het bepaalde in het volgende lid benoemt de Raad uit zijn midden de leden van het dagelijks bestuur.
|
||
|
||
**2.** De voorzitter van de Raad is lid en voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters zijn lid van het dagelijks bestuur.
|
||
|
||
**3.** Het dagelijks bestuur wordt zodanig samengesteld, dat het een afspiegeling vormt van de samenstelling van de Raad.
|
||
|
||
### Artikel 15
|
||
|
||
De artikelen 9 en 10 zijn ten aanzien van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.
|
||
|
||
#### Paragraaf 5. Van het secretariaat
|
||
|
||
### Artikel 16
|
||
|
||
**1.** De Raad heeft een secretariaat, dat bestaat uit een algemeen secretaris, een of meer secretarissen en ander personeel.
|
||
|
||
**2.** De algemeen secretaris en de secretarissen worden in dienst genomen en kunnen worden ontslagen door de Raad.
|
||
|
||
**3.** Het personeel is in dienst op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
|
||
|
||
### Artikel 17
|
||
|
||
**1.** De algemeen secretaris en de secretarissen kunnen noch zelf een onderneming drijven, noch in dienst zijn van een natuurlijke of rechtspersoon, die een onderneming drijft, noch enige andere functie ten behoeve van zulk een natuurlijke of rechtspersoon vervullen, tenzij naar het oordeel van de Raad daardoor een goede vervulling van hun functie niet wordt belemmerd. Onder onderneming wordt mede verstaan een bedrijf, waarmede niet wordt beoogd het maken van winst.
|
||
|
||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld omtrent de onverenigbaarheid van een functie bij het secretariaat met andere werkzaamheden.
|
||
|
||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter verzekering van de naleving van het bepaalde in het eerste lid en de krachtens het tweede lid gestelde regelen.
|
||
|
||
### Artikel 18
|
||
|
||
Artikel 10 is ten aanzien van het personeel van het secretariaat van overeenkomstige toepassing.
|
||
|
||
#### Paragraaf 6. Van de commissies uit het midden van de Raad
|
||
|
||
### Artikel 19
|
||
|
||
**1.** De Raad is bevoegd voor bepaalde onderwerpen commissies uit zijn midden in te stellen.
|
||
|
||
**2.** De artikelen 9 en 10 zijn ten aanzien van deze commissies van overeenkomstige toepassing.
|
||
|
||
### Titel III. Van de werkwijze
|
||
|
||
### Artikel 20
|
||
|
||
De Raad vergadert niet, indien blijkens de presentielijst niet meer dan de helft van de zitting hebbende leden is opgekomen. Nadat tweemaal tot een vergadering is opgeroepen, zonder dat meer dan de helft van de zitting hebbende leden is opgekomen, wordt de daarna uitgeschreven vergadering gehouden, ongeacht het aantal opgekomen leden.
|
||
|
||
### Artikel 21
|
||
|
||
De leden van de Raad zijn niet gerechtelijk vervolgbaar voor hetgeen zij in de vergaderingen hebben gezegd of aan haar schriftelijk hebben overgelegd.
|
||
|
||
### Artikel 22
|
||
|
||
De leden van de Raad stemmen zonder last of ruggespraak.
|
||
|
||
### Artikel 23
|
||
|
||
De leden van de Raad onthouden zich van medestemmen over zaken, die hun, hun echtgenoten of hun geregistreerde partners of hun bloed- of aanverwanten tot de derde graad ingesloten, persoonlijk aangaan.
|
||
|
||
### Artikel 24
|
||
|
||
**1.** Over zaken wordt mondeling en bij hoofdelijke oproeping, over personen bij gesloten en ongetekende briefjes gestemd.
|
||
|
||
**2.** Indien bij het nemen van een besluit over een zaak geen der leden stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.
|
||
|
||
### Artikel 25
|
||
|
||
**1.** Een stemming is nietig, indien niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, die zich niet van medestemmen moeten onthouden, aan de stemming heeft deelgenomen.
|
||
|
||
**2.** Bij stemming over personen worden leden, die blanco briefjes hebben ingeleverd, voor de toepassing van dit artikel geacht aan de stemming te hebben deelgenomen.
|
||
|
||
**3.** In geval van een nietige stemming vindt in een volgende vergadering herstemming plaats. Deze is geldig, ongeacht het aantal leden, dat er aan heeft deelgenomen.
|
||
|
||
**4.** Een stemming, gehouden in een vergadering, als bedoeld in de tweede volzin van artikel 20, is geldig, ongeacht het aantal leden, dat aan de stemming heeft deelgenomen.
|
||
|
||
### Artikel 26
|
||
|
||
**1.** Ieder lid kan één stem uitbrengen.
|
||
|
||
**2.** Voor de vaststelling van een verordening is een meerderheid van twee derden, voor het tot stand komen van een ander besluit de volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.
|
||
|
||
### Artikel 27
|
||
|
||
**1.** Bij staking van stemmen in een voltallige vergadering wordt, indien het zaken betreft, het voorstel geacht niet te zijn aangenomen, en beslist, indien het personen betreft, het lot.
|
||
|
||
**2.** Bij staking van stemmen in een andere dan een voltallige vergadering wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen dan opnieuw staken, is het voorgaande lid van overeenkomstige toepassing.
|
||
|
||
### Artikel 28
|
||
|
||
**1.** Onze Ministers zijn bevoegd de door de Raad en de commissies uit zijn midden te houden vergaderingen bij te wonen en zich daarin door een of meer door hen aan te wijzen personen te doen bijstaan, dan wel zich daarin door een of meer zodanige personen te doen vertegenwoordigen. Zowel zij als hun vertegenwoordigers hebben in deze vergaderingen een raadgevende stem.
|
||
|
||
**2.** Aan Onze Ministers wordt tijdig kennis gegeven van de in dat lid bedoelde vergaderingen.
|
||
|
||
### Artikel 29
|
||
|
||
De artikelen 20 tot en met 27 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het dagelijks bestuur.
|
||
|
||
### Artikel 30
|
||
|
||
De Raad vraagt de adviezen, welke hij voor de vervulling van zijn taak nodig acht.
|
||
|
||
### Artikel 31
|
||
|
||
De Raad kan bij verordening nadere regelen stellen betreffende zijn werkwijze.
|
||
|
||
### Titel IV. Van de vervulling van de taak
|
||
|
||
### Artikel 32
|
||
|
||
**1.** De Raad maakt ten aanzien van de onderwerpen, waarvan de regeling of nadere regeling bij de wet aan hem is overgelaten, de verordeningen, die hij ter vervulling van zijn in artikel 2 omschreven taak nodig oordeelt.
|
||
|
||
**2.** Bij deze verordeningen kunnen overtredingen van het bij of krachtens haar bepaalde worden aangewezen als strafbare feiten.
|
||
|
||
### Artikel 33
|
||
|
||
De wet bepaalt, voor wie de verordeningen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, bindende regelen kunnen inhouden.
|
||
|
||
### Artikel 34
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 35
|
||
|
||
De Raad kan met betrekking tot de vervulling van zijn in artikel 2 omschreven taak, bij verordening zijn bevoegdheden - met uitzondering van de bevoegdheid tot het maken van verordeningen en die tot het vaststellen ingevolge artikel 52, derde lid, van het bedrag der inkomsten en uitgaven -, delegeren aan de voorzitter, het dagelijks bestuur of een commissie uit zijn midden.
|
||
|
||
### Artikel 36
|
||
|
||
De Raad verleent de bij of krachtens een wet tot uitvoering daarvan gevorderde medewerking. Tot de gevorderde medewerking kan mede behoren het stellen van nadere regelen bij verordening.
|
||
|
||
### Artikel 37
|
||
|
||
Tenzij het voorschrift, waarbij de medewerking wordt ingeroepen, anders bepaalt, kan de Raad bij verordening zijn bevoegdheden, voortvloeiend uit de gevorderde medewerking, met uitzondering van het stellen van nadere regelen bij verordening, delegeren aan een commissie uit zijn midden.
|
||
|
||
### Artikel 38
|
||
|
||
**1.** Tenzij naar zijn oordeel dringende redenen zich daartegen verzetten, geeft de Raad kennis van de ontwerpen van verordeningen welke algemeen bindende regelen inhouden, in de Staatscourant en geeft hij gedurende vier weken gelegenheid daartegen schriftelijk bedenkingen aan te voeren.
|
||
|
||
**2.** Over de vaststelling van verordeningen beraadslaagt en beslist de Raad in het openbaar.
|
||
|
||
**3.** Verordeningen als bedoeld in het eerste lid behoeven de goedkeuring van Onze betrokken Ministers.
|
||
|
||
### Artikel 38a
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 39
|
||
|
||
De voorzitter vertegenwoordigt de Raad in en buiten rechte.
|
||
|
||
### Artikel 40
|
||
|
||
De Raad dient desgevraagd Onze Ministers van bericht over alle aangelegenheden de Raad betreffende.
|
||
|
||
### Titel V. Van de adviezen van de Raad
|
||
|
||
### Artikel 41
|
||
|
||
De Raad adviseert op schriftelijk verzoek van Onze Ministers of van een van beide Kamers der Staten-Generaal en kan Onze Ministers uit eigen beweging adviseren over de uitvoering van deze wet en andere aangelegenheden van sociale of economische aard. Indien Onze Ministers de Raad advies vragen, geven zij daarbij aan binnen welke termijn het advies wordt verwacht. Artikel 20, tweede, vijfde en zesde lid, alsmede artikel 23, van de Kaderwet adviescolleges is voor de toepassing van deze titel niet van toepassing.
|
||
|
||
### Artikel 42
|
||
|
||
**1.** De Raad kan commissies, waarin ook personen buiten de Raad zitting kunnen hebben, instellen ter voorbereiding van door hem uit te brengen adviezen.
|
||
|
||
**2.** De artikelen 9, 10 en 28 zijn ten aanzien van deze commissies van overeenkomstige toepassing.
|
||
|
||
### Artikel 43
|
||
|
||
**1.** In afwijking van de Kaderwet adviescolleges stelt de Raad, op verzoek van Onze betrokken Ministers, commissies ter behandeling van bepaalde onderwerpen in. De samenstelling van deze commissies, waarin ook personen buiten de Raad zitting kunnen hebben, geschiedt in overleg met Onze Ministers.
|
||
|
||
**2.** De Raad legt desgevraagd bij zijn advies dat van een overeenkomstig het voorgaande lid ingestelde commissie over.
|
||
|
||
**3.** Indien Onze betrokken Ministers het advies van een zodanige commissie hebben gevraagd, brengt zij dit rechtstreeks aan hen uit. Van het advies wordt kennis gegeven aan de Raad.
|
||
|
||
**4.** De artikelen 9, 10 en 28 zijn ten aanzien van deze commissies van overeenkomstige toepassing.
|
||
|
||
### Artikel 44
|
||
|
||
De Raad kan de commissies, bedoeld in de artikelen 42 en 43, machtigen namens hem van advies te dienen. Zodanige machtiging wordt niet verleend voor een op verzoek van een Onzer Ministers uit te brengen advies, waarvan deze bepaaldelijk heeft verzocht, dat het door de Raad zelf wordt uitgebracht.
|
||
|
||
### Artikel 45
|
||
|
||
**1.** De adviezen van de Raad en zijn commissies worden opgesteld overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid der vergadering.
|
||
|
||
**2.** In de adviezen wordt van afwijkende gevoelens van de minderheid desverlangd melding gemaakt.
|
||
|
||
**3.** De leden zijn bevoegd minderheidsnota’s bij het advies te voegen, indien het daarin uitgesproken gevoelen is verdedigd in de vergadering, waarin het uit te brengen advies werd behandeld.
|
||
|
||
### Titel VI. Van de geldmiddelen
|
||
|
||
#### Paragraaf 1. Van de begroting
|
||
|
||
### Artikel 46
|
||
|
||
**1.** Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks voor 1 October aan de Raad een begroting der inkomsten en uitgaven in het komende kalenderjaar aan, vergezeld van de nodige toelichting en bescheiden.
|
||
|
||
**2.** De begroting wordt, zodra zij is aangeboden, ten kantore van het secretariaat voor een ieder ter lezing nedergelegd en, tegen betaling der kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
|
||
|
||
**3.** Van de nederlegging en verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving, welke tenminste twee weken voorafgaat aan de behandeling der begroting in de Raad.
|
||
|
||
### Artikel 47
|
||
|
||
De begroting wordt vastgesteld door de Raad en behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||
|
||
### Artikel 48
|
||
|
||
**1.** De door de Raad vastgestelde begroting wordt Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor 15 November ter goedkeuring aangeboden.
|
||
|
||
**2.** Indien zij niet voor de aanvang van het jaar, waarvoor zij moet dienen, is goedgekeurd, kan de Raad door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden gemachtigd uitgaven te doen uit die posten, alsmede die inkomsten te innen, waartegen bij Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geen bedenking bestaat.
|
||
|
||
### Artikel 49
|
||
|
||
**1.** Indien de Raad weigert de hem bij de wet opgelegde uitgaven op de begroting te brengen, geschiedt dit door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||
|
||
**2.** Indien in dat geval de geraamde inkomsten niet toereikend zijn en de Raad weigert nieuwe middelen tot dekking voor te dragen, worden de overige niet bij de wet aan de Raad opgelegde uitgaven door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in zodanige reden verminderd, dat tussen de inkomsten en uitgaven evenwicht is.
|
||
|
||
### Artikel 50
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
#### Paragraaf 2. Van het beheer en de rekening en verantwoording
|
||
|
||
### Artikel 51
|
||
|
||
Het dagelijks bestuur beheert het vermogen en de inkomsten en uitgaven van de Raad, met dien verstande, dat de Raad ter zake bij verordening regelen kan stellen.
|
||
|
||
### Artikel 52
|
||
|
||
**1.** Het dagelijks bestuur doet aan de Raad rekening en verantwoording van het beheer over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de rekening der inkomsten en uitgaven.
|
||
|
||
**2.** De jaarrekening wordt, met alle daarbij behorende bescheiden en met vermelding van hetgeen het dagelijks bestuur tot zijn verantwoording dienstig acht, aan de Raad overgelegd voor 1 april van het jaar volgend op het jaar, waarop zij betrekking heeft. Zij wordt ten kantore van het secretariaat voor een ieder ter lezing nedergelegd en, tegen betaling der kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de nederlegging en verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving, welke ten minste twee weken voorafgaat aan de beraadslagingen, bedoeld in het vierde lid.
|
||
|
||
**3.** De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Raad aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen.
|
||
|
||
**4.** De Raad onderzoekt de rekening en stelt het bedrag der inkomsten en uitgaven vast. De beraadslagingen en de stemming geschieden in het openbaar. De leden van het dagelijks bestuur kunnen bij de beraadslagingen tegenwoordig zijn, doch onthouden zich van medestemmen.
|
||
|
||
**5.** Het besluit van de Raad tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||
|
||
### Artikel 53
|
||
|
||
De Raad is verplicht aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de door hem aangewezen deskundigen alle door hen met betrekking tot de inkomsten en uitgaven gevraagde inlichtingen te verstrekken en desgevraagd inzage in de boeken te geven.
|
||
|
||
#### Paragraaf 3. Middelen
|
||
|
||
### Artikel 54
|
||
|
||
**1.** De middelen ter dekking van uitgaven van de Raad, voor zover die niet door andere inkomsten worden gedekt, komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen.
|
||
|
||
**2.** De Raad stelt in de begroting het bedrag dat ten laste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds, vast.
|
||
|
||
**3.** De Raad verstrekt voor 1 juli van het kalenderjaar, voorafgaande aan het jaar waar de begroting betrekking op heeft, een raming van de inkomsten en uitgaven van de Raad aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||
|
||
**4.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen nadere regels worden gesteld voor dit artikel.
|
||
|
||
### Artikel 55
|
||
|
||
**1.** De Raad kan beschikken over de financiële middelen in de rekening-courant die de Raad aanhoudt bij Onze Minister van Financiën.
|
||
|
||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen nadere regels worden gesteld voor dit artikel.
|
||
|
||
### Titel VII. Van het toezicht op de Raad
|
||
|
||
### Artikel 56
|
||
|
||
**1.** Indien een verordening of een ander besluit van de Raad Onze goedkeuring of die van Onze betrokken ministers behoeft, kan de goedkeuring worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
|
||
|
||
**2.** Het niet tijdig bekendmaken van een besluit omtrent goedkeuring of een besluit tot verdaging van goedkeuring heeft niet tot gevolg dat een besluit tot goedkeuring geacht wordt te zijn genomen.
|
||
|
||
### Artikel 57
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 58
|
||
|
||
De besluiten van de Raad, de voorzitter, het dagelijks bestuur en de commissies uit het midden van de Raad kunnen bij koninklijk besluit worden vernietigd.
|
||
|
||
### Artikel 59
|
||
|
||
Het koninklijk besluit tot vernietiging of tot schorsing, dan wel tot verlenging of opheffing van een schorsing wordt in het Staatsblad geplaatst.
|
||
|
||
### Artikel 60
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 61
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 62
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 63
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 64
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 65
|
||
|
||
**1.** De Raad brengt jaarlijks voor 1 april aan Onze Ministers verslag uit omtrent zijn werkzaamheden en die van de commissies, bedoeld in de artikelen 19, 42 en 43, in het afgelopen kalenderjaar.
|
||
|
||
**2.** Het verslag wordt, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
|
||
|
||
**3.** De Raad houdt het verslag gedurende ten minste twee jaren op elektronische wijze ter inzage.
|
||
|
||
## Hoofdstuk Tweede. Van de bedrijfslichamen
|
||
|
||
### Titel I. Van de instelling en de taak
|
||
|
||
### Artikel 66
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 67
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 68
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 69
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 70
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 70A
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 71
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Titel II. Van de samenstelling en inrichting
|
||
|
||
#### Paragraaf 1. Algemene bepaling
|
||
|
||
### Artikel 72
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
#### Paragraaf 2. Van het bestuur
|
||
|
||
### Artikel 73
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 74
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 75
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 76
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 77
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
#### Paragraaf 3. Van de voorzitter
|
||
|
||
### Artikel 78
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 79
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 80
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 81
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 82
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 83
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
#### Paragraaf 4. Van het dagelijks bestuur
|
||
|
||
### Artikel 84
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 85
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
#### Paragraaf 5. Van het secretariaat
|
||
|
||
### Artikel 86
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 87
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
#### Paragraaf 6. Van de commissies uit het midden van het bestuur en van de andere organen, bedoeld in artikel 72, eerste lid
|
||
|
||
### Artikel 88
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 88a
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Titel III. Van de werkwijze der organen
|
||
|
||
### Artikel 89
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 90
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 91
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 92
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 92a
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Titel IV. Van de vervulling van de taak
|
||
|
||
### Artikel 93
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 94
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 95
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 96
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 97
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 98
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 99
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 100
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 101
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 102
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 103
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 104
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 105
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 106
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 106a
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 107
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 108
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Titel V. Van de voorzieningen tot gemeenschappelijke behartiging van belangen van bedrijfslichamen
|
||
|
||
### Artikel 109
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 110
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 111
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 112
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 113
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 114
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 115
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 116
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 117
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Titel VI. Van de geldmiddelen
|
||
|
||
#### Paragraaf 1. Van de begroting
|
||
|
||
### Artikel 118
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 119
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 120
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 121
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 122
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 122a
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
#### Paragraaf 2. Van het beheer en de rekening en verantwoording
|
||
|
||
### Artikel 123
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 124
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 125
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 125a
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
#### Paragraaf 3. Van de inkomsten
|
||
|
||
### Artikel 126
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 127
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 127a
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Titel VII. Van het toezicht op de bedrijfslichamen
|
||
|
||
### Artikel 128
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 128a
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 129
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 130
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 131
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 132
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 133
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 134
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 135
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 136
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 137
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 137a
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
## Hoofdstuk Derde. Slotbepalingen
|
||
|
||
### Artikel 138
|
||
|
||
Voor oprichting van of deelneming in andere rechtspersonen behoeft de Raad de toestemming van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||
|
||
### Artikel 139
|
||
|
||
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt zorg voor de elektronische toegankelijkheid van de teksten van verordeningen die op grond van artikel 106a van deze wet, zoals dat artikel luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop het is vervallen, in geconsolideerde vorm voor een ieder beschikbaar zijn gesteld door middel van plaatsing op internet.
|
||
|
||
### Artikel 140
|
||
|
||
Het beroep tegen besluiten en handelingen van de Raad wordt door de wet geregeld.
|
||
|
||
### Artikel 142
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 143
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 144
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 145
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 146
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 147
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 148
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 149
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 150
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 151
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 152
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 153
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 154
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 155
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 156
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 157
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 158
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 159
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 160
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 161
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 162
|
||
|
||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter bevordering van een goede uitvoering van deze wet.
|
||
|
||
### Artikel 163
|
||
|
||
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de Sociaal-Economische Raad.
|
||
|
||
### Artikel 164
|
||
|
||
Vervallen
|