40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
24 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Circulaire uniformering aanvraag- en uitgifteproces niet-ingezetenen | BWBR0050551 | circulaire | geldend | 2024-12-13 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0050551 | Circulaire uniformering aanvraag- en uitgifteproces niet-ingezetenen |
Circulaire uniformering aanvraag- en uitgifteproces niet-ingezetenen
1. Inleiding
Deze circulaire heeft als doel om meer uniformiteit aan te brengen in het aanvraag- en uitgifteproces van Nederlandse paspoorten en identiteitskaarten aan niet-ingezetenen door aangewezen gemeenten en Nederlandse posten in het buitenland (met inbegrip van de externe dienstverleners (EDV’s)) en door de Kabinetten van de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten wat paspoorten betreft, en de vestigingen van de Nederlandse regering (namens de burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer) in Aruba, Curaçao en Sint Maarten wat identiteitskaarten betreft.1Aanleiding zijn aanbevelingen van de Nationale ombudsman betreffende signalen dat de wachttijden bij grensgemeenten voor een aanvraag te lang zijn en klachten van burgers dat de aangewezen gemeenten onderling verschillende voorwaarden stellen en dat deze ook anders zijn dan bij Nederlandse posten in het buitenland (met inbegrip van externe dienstverleners (EDV’s)); Nationale Ombudsman, Rapport over de wachttijden voor het aanvragen van reisdocumenten door Nederlanders die in het buitenland wonen, d.d. 23 december 2015, Rapportnummer: 2015/173.Met niet-ingezetenen worden personen bedoeld die geen inschrijving hebben in het ingezetenendeel van de Basisregistratie Personen (BRP)2De BRP kent een ingezetenen-deel en een niet-ingezetenen-deel. Niet-ingezetenen in de context van deze circulaire kunnen een inschrijving hebben in het niet-ingezetenen-deel van de BRP, maar ze kunnen ook geen inschrijving in de BRP hebben. De PIVA kent alleen ingezetenen. of in de Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba (PIVA). Doelstelling is dat de burger, los van waar hij een reisdocument aanvraagt, een soortgelijke werkwijze kan verwachten en dezelfde documenten dient te overleggen. De circulaire beoogt enerzijds het aanvraag- en uitgifteproces meer te structureren en anderzijds duidelijker te specificeren welke documenten in welke gevallen noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Het betreft een instructie waarin bestaande wet- en regelgeving nader geduid wordt. Het betreft zowel de Paspoortwet, het Paspoortbesluit als de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN), de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 (PUB) en de Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen (PuCAR).
Deze circulaire is eveneens van toepassing op de afgifte van reguliere reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten aan personen die ingezetene zijn in de BRP of PIVA, maar die een aanvraag doen op een andere locatie dan de gemeente van inschrijving, het openbaar lichaam van inschrijving of het Caribisch land van inschrijving.
2. Doelgroep
Hoofden burgerzaken, medewerkers burgerzaken, medewerkers in de frontoffice bij Nederlandse posten in het buitenland, medewerkers van EDV’s, medewerkers van de consulaire serviceorganisatie (backoffice) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ), de medewerkers van de consulaire afdeling van de Kabinetten van de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de medewerkers van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
3. Reikwijdte
De circulaire heeft betrekking op reguliere paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten.3Paspoortwet, artikel 2, eerste lid, onder a, en tweede lid.
4. Indeling
De circulaire bestaat uit twee delen. In de circulaire zelf worden de procesinrichting van het aanvraag- en uitgifteproces en het juridisch kader van het aanvraagproces beschreven. De bijlage bevat een werkinstructie voor de uitgevende instanties. Hierin worden alle te volgen stappen van het aanvraagproces van een reisdocument aan een niet-ingezetene doorgelopen.
5. Procesinrichting
Op de websites rijksoverheid.nl en nederlandwereldwijd.nl is informatie te vinden die Nederlanders die geen ingezetenen zijn, nodig hebben om een reisdocument aan te vragen. Op de website nederlandwereldwijd.nl kunnen burgers aan de hand van een vragenlijst (‘paspoorttool’/persoonlijke checklist) de voor hen geldende situatie bepalen en een overzicht genereren van documenten die zij bij het indienen van een aanvraag moeten overleggen. Dit laat onverlet dat u te allen tijde burgers extra informatie of documenten kunt vragen, bijvoorbeeld als u twijfelt aan de echtheid van bepaalde overgelegde documenten.4Indien van toepassing, is informatie over het legaliseren van buitenlandse documenten per land te raadplegen op nederlandwereldwijd.nl. Echter, voor het grootste deel van de aanvragen is de informatie zoals deze op rijksoverheid.nl en nederlandwereldwijd.nl staat voldoende.5www.nederlandwereldwijd.nl/paspoort-id-kaart/buitenland U wordt dringend verzocht op uw eigen website naar deze uniforme informatie te linken. Op uw website kunt u, indien gewenst, aanvullend locatie-specifieke informatie over openingstijden, het maken van afspraken en dergelijke publiceren. In de bijlage van deze circulaire is een werkinstructie opgenomen voor de medewerkers die de aanvragen behandelen. Deze bijlage en de vragenlijst (‘paspoorttool’/persoonlijke checklist) op de website nederlandwereldwijd.nl zijn op elkaar afgestemd. U wordt derhalve verzocht om in uw eigen procedures ter beoordeling van de aanvraag deze werkinstructie aan te houden.
Burgers hechten er veel waarde aan vooraf zoveel mogelijk zekerheid te krijgen over de vraag of zij de juiste documenten bij zich hebben als ze verschijnen om een reisdocument aan te vragen. Ook voor het werkproces bij de uitgevende instantie is het wenselijk dat hierover bij de burger zoveel mogelijk vooraf duidelijkheid bestaat. U kunt duidelijkheid creëren door burgers erop te wijzen voorafgaand aan het maken van een afspraak of voorafgaand aan het digitaal indienen van de benodigde documenten voor het maken van een afspraak6Een aantal gemeenten werkt met een proces waarbij de aanvrager eerst de benodigde documenten om de aanvraag te kunnen beoordelen digitaal moet indienen, waarna de gemeente contact opneemt met de aanvrager om een afspraak te maken. de vragenlijst (‘paspoorttool’/persoonlijke checklist) op nederlandwereldwijd.nl in te vullen. De burger krijgt een checklist te zien met voor de aanvraag relevante documenten. Deze werkwijze voorkomt dat de burger naar huis moet om alsnog andere documenten op te halen. Dit is een voordeel voor de burger en voor de uitgevende instantie. De burger kan, afhankelijk van de innamelocatie, per email, online of telefonisch een afspraak maken voor het indienen van een aanvraag en ontvangt hiervan een bevestiging. Bij de afspraakbevestiging wordt u geadviseerd de burger nogmaals te wijzen op de in te vullen vragenlijst (‘paspoorttool’/persoonlijke checklist) op nederlandwereldwijd.nl.
Indien de aanvraag incompleet is, bestaat de mogelijkheid om bewijsstukken op een later tijdstip alsnog te overleggen. De wettelijke termijn voor het behandelen van een aanvraag is vier weken vanaf het moment van indiening van de aanvraag (artikel 41, eerste lid, Paspoortwet). Indien bij de aanvraag stukken ontbreken, dient u een verzuimtermijn aan te bieden. Gedurende de periode dat de burger aanvullende stukken mag indienen, wordt de behandeltermijn tijdelijk stopgezet.7Artikel 4:15, eerste lid, onder a, Algemene wet bestuursrecht. Als de aanvraag compleet is, gaat de termijn van vier weken weer lopen. De termijn kan in bijzondere gevallen met vier weken worden verlengd (artikel 41, tweede lid, Paspoortwet). Uiteraard wordt de aanvrager hierover schriftelijk geïnformeerd.
Door de wachttijden op nederlandwereldwijd.nl te publiceren blijkt het in veel gevallen mogelijk om duidelijker te communiceren over de wachttijden bij de aangewezen gemeenten voor het kunnen indienen van een aanvraag. In dit verband worden de aangewezen gemeenten verzocht om de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) (info@rvig.nl) te informeren of de wachttijd voor het maken van een afspraak tussen de 0-2, 2-4 of 4-6 weken enz. bedraagt. De verstrekte informatie zal door het Ministerie van BZ op nederlandwereldwijd.nl worden gepubliceerd, zodat burgers hiermee rekening kunnen houden bij de keuze van de aanvraaglocatie (de RvIG verwijst op rijksoverheid.nl naar nederlandwereldwijd.nl voor de actuele wachttijden). Zodra de wachttijd verandert, melden de aangewezen gemeenten dit zodat de informatie op de website kan worden aangepast.
Elke Nederlander heeft recht op een nationaal paspoort en/of een Nederlandse identiteitskaart als geen weigeringsgrond van toepassing is. De Nederlander dient voor de aanvraag en uitreiking in persoon te verschijnen.
Als een aanvrager stelt langdurig niet in staat te zijn persoonlijk te verschijnen bij de aanvraagbalie van uw grensgemeente en aangeeft een aanvraag voor een paspoort of een identiteitskaart te willen indienen, kunt u deze persoon adviseren contact op te nemen met de dichtstbijzijnde Nederlandse post in het buitenland met een aanvraagbalie. Indien de bewegingsvrijheid van de aanvrager wettelijk beperkt is (detentie), dient de aanvrager in het buitenland ook contact op te nemen met de dichtstbijzijnde Nederlandse post in het buitenland. Indien de aanvrager een verklaring omtrent het bewijs van Nederlanderschap wil aanvragen, kunt u hem voor de aanvraag verwijzen naar nederlandwereldwijd.nl.
Bij aanvraag van een reisdocument voor een minderjarige moet worden vastgesteld wie het gezag heeft en wie op basis daarvan toestemming moet(en) geven. Hiertoe moet een originele geboorteakte worden getoond.10In het kader van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 dienen de lokale wetgeving omtrent gezag in het land van hoofdverblijf van het kind en eventueel het gezagsregister, de BRP of een uitspraak van een buitenlandse rechter apart te worden gecontroleerd. Vervolgens dien(t)en de pers(o)n(en) met gezag toestemming te verlenen om een aanvraag in te dienen.11In een aantal gevallen, bijvoorbeeld bij overlijden van (één van) de ouders of scheiding van de ouders, dient een afwijkende procedure te worden gevolgd. Zie hiervoor onderdeel 4.3 van de werkinstructie in de bijlage van deze circulaire. Bij aanvraag van een reisdocument voor een onder curatele gestelde (meerderjarige) persoon dient de curator toestemming te verlenen om een aanvraag in te dienen.12Voor de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart heeft een onder curatele gestelde geen toestemming nodig.
Bij de aanvraag van een reisdocument voor een minderjarige is toestemming nodig van alle personen met gezag. Er is bij de aanvraag van een reisdocument voor een minderjarige geen toestemming van een persoon met gezag nodig indien er vervangende toestemming is van de bevoegde rechter. Bij de aanvraag van een reisdocument voor een onder curatele gestelde (meerderjarige) persoon is eveneens geen toestemming van de curator nodig indien er vervangende toestemming is van de bevoegde rechter. Dit kan zowel een Nederlandse als een buitenlandse rechter13HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3070. betreffen. Bovenstaande geldt wat betreft minderjarigen bij aanvragen voor Nederlandse identiteitskaarten voor minderjarigen tot 12 jaar en voor het aanvragen van paspoorten voor minderjarigen tot 18 jaar.
Toestemming door de perso(o)n(en) met gezag kan bij een aanvraag verleend worden door ondertekening van (alleen) het aanvraagformulier indien het voor betrokkene(n) voldoende duidelijk is dat daarmee toestemming wordt gegeven voor een aanvraag van een paspoort of Nederlandse identiteitskaart door een minderjarige, dan wel een afzonderlijke toestemmingsverklaring naast het aanvraagformulier. Indien sprake is van een afwezige persoon met gezag, dan dient van die persoon een kopie van het geldige paspoort of de Nederlandse identiteitskaart te worden overgelegd met daarop een originele handtekening en de datum waarop de kopie is gemaakt. De originele handtekening moet vergeleken kunnen worden met de handtekening op de kopie van het paspoort of de Nederlandse identiteitskaart. Indien dit niet mogelijk is, dienen alle personen met gezag bij de aanvraag aanwezig te zijn. Legalisatie is niet verplicht. Dit laat onverlet dat, indien er aanleiding is tot twijfel, u over kunt gaan tot aanvullend onderzoek. De maximale geldigheidsduur van het formulier/verklaring (tussen toestemming en aanvraag) is drie maanden. De geldigheid van de toestemmingsverklaring eindigt zodra de aanvraag waarvoor de toestemmingsverklaring is gegeven, is afgehandeld.
Een aantal grensgemeenten onderzoekt de mogelijkheid om met DigiD digitaal toestemming te kunnen verlenen. Gemeenten wordt geadviseerd dit alleen aan te bieden op minimaal DigiD midden (sms verificatie) of substantieel niveau in verband met de benodigde zekerheid bij de identiteitsvaststelling.
Nederlanders woonachtig in het buitenland kunnen in bepaalde situaties ongemerkt hun Nederlanderschap verliezen. U wordt daarom verzocht een niet-ingezetene standaard hierover te informeren door middel van het door het Ministerie van BZ opgestelde inlegvel. U verstrekt het inlegvel bij uitgifte van een nieuw reisdocument aan elke niet-ingezetene. Het inlegvel bevat een link naar de in april 2022 op de website van de rijksoverheid gepubliceerde brochure van het Ministerie van Justitie en Veiligheid ‘Brochure Nederlandse nationaliteit automatisch verliezen’.
6. Juridisch kader van het aanvraagproces
Het aanvraagproces is opgedeeld in vijf stappen (zie ook de werkinstructie op pagina 10 en verder) die uiteindelijk bepalen welke documenten een aanvrager moet overleggen om na te kunnen gaan of u de aanvrager een reisdocument kunt verstrekken.
U behandelt de aanvraag aan de hand van de bepalingen in de Paspoortwet, het Paspoortbesluit en de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN), die regels stellen voor de aangewezen gemeenten. Als u werkzaam bent voor één van de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering (namens de burgemeester Haarlemmermeer) in Aruba, Curaçao en Sint Maarten wat identiteitskaarten betreft, behandelt u de aanvraag aan de hand van de bepalingen in de Paspoortwet, het Paspoortbesluit en de PUN. Het Ministerie van BZ behandelt de aanvraag op basis van de bepalingen in de Paspoortwet, het Paspoortbesluit en de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 (PUB) en de Gouverneurs van de Caribische landen aan de hand van de Paspoortwet, het Paspoortbesluit en de Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen (PuCAR):
Artikel 2.1 Paspoortbesluit en de artikelen 22 en 22a PUN zijn relevant voor de vaststelling van de identiteit. Voor de Minister van BZ is artikel 36 PUB en voor de Gouverneurs van de Caribische landen is artikel 34 PuCAR van toepassing.
-
- De bevoegdheid van de aangewezen gemeenten is geregeld in de artikelen 3.2, eerste lid, en 4.2, eerste lid, Paspoortbesluit en artikel 7 van de PUN, van de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering (namens de burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer) in Aruba, Curaçao en Sint Maarten wat identiteitskaarten betreft in de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.2, tweede lid, Paspoortbesluit en artikel 7 van de PUN, van de Minister van BZ in artikel 26 van de Paspoortwet en van de Gouverneurs van de Caribische landen in artikel 26 van de Paspoortwet en artikel 3.3, tweede lid, Paspoortbesluit.
-
- Voor het vaststellen van de nationaliteit baseren aangewezen gemeenten, de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering (namens de burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer) in Aruba, Curaçao en Sint Maarten wat identiteitskaarten betreft, de Minister van BZ en de Gouverneurs van de Caribische landen zich op artikel 2.1 Paspoortbesluit.
-
- Het vaststellen of een aanvrager handelingsonbekwaam is, wordt geregeld in de artikelen 31 en 32 PUN, de artikelen 45 en 46 PUB en de artikelen 43 en 44 PuCAR.
-
- Het vaststellen van de houdergegevens is bepaald in de artikelen 23, 24, 25 en 26 PUN, de artikelen 37, 38, 39 en 40 PUB en de artikelen 35, 36, 37 en 38 PuCAR.
-
- Verzending van een document kan onder voorwaarden op grond van artikel 54 PUN, 67 PUB en 65 PuCAR.
Bij het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten kan de vraag zich voordoen hoe de aanvraag zich verhoudt tot de BRP en de PIVA en welke wet van toepassing is (de Wet BRP, de Landsverordening14De Caribische landen hebben eigen wetgeving voor de registratie van persoonsgegevens. Aruba: Landsverordening op het aanleggen en bijhouden van het bevolkingsregister. Sint Maarten en Curaçao: Landsverordening basisadministratie persoonsgegevens. Een verordening in de Caribische Landen heeft dezelfde status als een wet heeft in Nederland. of de Paspoortwet). Voor aanvragen van een reisdocument door niet-ingezetenen gaat de Paspoortwet (en de onderliggende regelgeving) voor. Slechts indien de Paspoortwet of de onderliggende regelgeving uitdrukkelijk verwijst naar de Wet BRP of de wetgeving over de bevolkingsadministratie van de landen, volgt u deze. Als informatie uit de BRP of de PIVA niet beschikbaar of niet actueel is, dan regelen de Wet BRP, de Landsverordening en de Paspoortwet dat het mogelijk is om op basis van alternatieve documenten voldoende zekerheid te krijgen.
Indien een niet-ingezetene een reisdocument bij u aanvraagt en hij aangeeft niet te beschikken over een adres in het buitenland, dient u deze aanvraag gewoon in behandeling te nemen. In de Grondwet is vastgelegd dat iedere Nederlander recht heeft het land te verlaten (tenzij bij wet anders is bepaald). Een administratieve belemmering voor het verkrijgen van een reisdocument in de vorm van een adresvereiste is daarom niet toegestaan. Denk bijvoorbeeld ook aan de zogenaamde wereldreizigers. De behandeling van een aanvraag voor een reisdocument mag niet als drukmiddel worden gebruikt voor inschrijving in de BRP. Indien de aanvrager als niet-ingezetene in de BRP (RNI) staat, bent u bevoegd en dient u de aanvraag in behandeling te nemen, ook als u het vermoeden heeft dat de als VOW´er in de BRP (RNI) geregistreerde burger in Nederland woont. Indien u vermoedt dat de aanvrager woonachtig is in Nederland, wijst u hem er wel op dat hij verplicht is zich in te schrijven bij de gemeente waar hij feitelijk woonachtig is en dan daar een aanvraag moet doen. Bij behandeling van de aanvraag, doet u op grond van art. 2.34 van de Wet BRP een terugmelding aan het college van de gemeente waar de aanvrager volgens u feitelijk woonachtig is.15Wanneer een VOW-er een aanvraag indient bij de Kabinetten van de Gouverneurs van Curaçao, Aruba of Sint Maarten en het vermoeden bestaat dat iemand feitelijk woonachtig is in één van deze landen, is het – mits de wetgeving en beleid van het land het toelaat – ook mogelijk om een melding te doen aan de afdeling Burgerzaken van het land waar aanvrager vermoedelijk feitelijk woonachtig is. Het is aan deze gemeente om adresonderzoek te doen.
In de Caribische landen zijn de Kabinetten van de Gouverneurs de uitgevende instanties voor reisdocumenten, behoudens Nederlandse identiteitskaarten,16Nederlandse identiteitskaarten kunnen op Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden aangevraagd bij en uitgereikt worden door de Nederlandse Vertegenwoordigingen aldaar (namens de burgemeester van Haarlemmermeer) voor Nederlanders die in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn ingeschreven en een inschrijving in de BRP hebben. Met een inschrijving in de BRP beschikt de aanvrager over een burgerservicenummer (BSN). Een BSN is noodzakelijk om gebruik te kunnen maken van het publiek identificatiemiddel (artikel 3a, derde lid, Paspoortwet) dat op een Nederlandse identiteitskaart is geplaatst (artikel 1.6, eerste lid, Paspoortbesluit). Met dit identificatiemiddel is elektronische dienstverlening op DigiD Hoog-niveau mogelijk. aan Nederlanders die niet ingeschreven staan in de bevolkingsadministratie (PIVA) van de landen. Nederlanders die langer dan 9 maanden in de Caribische landen verblijven zouden zich in moeten laten schrijven in de PIVA. In de praktijk laten Nederlanders zich niet altijd inschrijven. De situatie kan zich voordoen dat een Nederlander die eigenlijk als ingezetene in de PIVA geregistreerd zou moeten staan zich voor het aanvragen van een reisdocument als niet-ingezetene meldt bij het Kabinet van de Gouverneur. In het kader van de goede bijhouding van de bevolkingsadministratie wordt u gevraagd een burger erop te attenderen dat hij dient te voldoen aan de meldplicht (inschrijving in de PIVA) bij een verblijf langer dan 9 maanden (of in geval van Aruba: 3 maanden).17Daarnaast is het – mits de wetgeving en het beleid van het Caribisch land dit toelaat – mogelijk om een melding te doen aan de afdeling Burgerzaken van het land waar aanvrager vermoedelijk feitelijk woonachtig is. De aanvraag voor een reisdocument dient u in behandeling te nemen ongeacht de inschrijving in de PIVA.
7. Een in het buitenland voltrokken rechtsfeit
Soms is er sprake van een in het buitenland voltrokken rechtsfeit (zoals een huwelijk, wijziging van geslacht, etc.) dat niet verwerkt is in een Nederlandse akte. Voor de verstrekking van een reisdocument is het niet verplicht het in het buitenland voltrokken rechtsfeit te laten verwerken in de Nederlandse burgerlijke stand. Indien het rechtsfeit leidt tot gewijzigde houdergegevens én de burger kan dit rechtsfeit aan de hand van een document aantonen, neemt u de gewijzigde houdergegevens op in het reisdocument. Dit volgt uit het feit dat u geacht wordt de identiteit en de nationaliteit van betrokkene vast te stellen aan de hand van het overgelegde reisdocument en eventuele andere bewijsstukken.
Documenten
Voor alle genoemde documenten geldt dat ze moeten voldoen aan de vereisten zoals opgenomen in de *Circulaire legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen, alsmede de toepassing van DNA-onderzoek.*18Zie: Staatscourant 2023, 8509 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl).
De Minister van BZ is aangewezen als bronhouder van de informatie over landspecifieke informatie betreffende mogelijk te overleggen stukken. Deze informatie wordt ontsloten en actueel gehouden via de landeninformatie op nederlandwereldwijd.nl en in de vertrouwelijke database DISCS.
Er geldt geen vereiste dat bij de eerste aanvraag van een reisdocument het brondocument niet langer dan 1 jaar geleden dient te zijn afgegeven.19Wel kan nader onderzoek – bijvoorbeeld door middel van het stellen van vragen of door een onderzoek door Bureau Documenten van de IND – worden verricht wanneer twijfel bestaat over de authenticiteit van het brondocument. Het document mag ouder dan een jaar zijn. Een afschrift van een akte van de burgerlijke stand is een authentiek stuk waarvan alleen dan een nieuw afschrift kan worden gevraagd als de situatie gewijzigd is. Sommige landen verstrekken geboorteakten eenmalig. Het is dan voor de burger ondoenlijk om een recent document te overleggen.
Bijlage . Werkinstructie
Deze werkinstructie geldt voor aanvragen van reguliere paspoorten en identiteitskaarten door niet-ingezetenen en is opgesteld voor de uitgevende instanties van de aangewezen gemeenten, de posten in het buitenland en de Kabinetten van de Gouverneurs.
Voor het indienen van de aanvraag heeft een burger mogelijkerwijs de digitale vragenlijst (‘paspoorttool’) op nederlandwereldwijd.nl ingevuld. Aan de hand daarvan heeft deze burger een ‘checklist’ ontvangen met voor de aanvraag benodigde documenten. Hoewel aan deze lijst geen rechten kunnen worden ontleend, kan de burger in de veronderstelling verkeren alle voor de aanvraag benodigde documenten bij zich te hebben. Hiermee dient u rekening te houden. Dit neemt niet weg dat in geval van gerede twijfel de mogelijkheid bestaat om nader onderzoek te doen.
Het aanvraagproces is opgedeeld in vijf stappen die uiteindelijk bepalen welke documenten een aanvrager moet overleggen om te bepalen of u de aanvrager een reisdocument kunt verstrekken.