rijk/wet/wijzigingswet-wet-algemene-bepalingen-milieuhygiëne-wet-milieubeheer/BWBR0005584/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.5 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingswet Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Wet milieubeheer) BWBR0005584 wet geldend 1993-03-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005584 Wijzigingswet Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Wet milieubeheer)

Wijzigingswet Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Wet milieubeheer)

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel X

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XIV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVA

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVB

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVI

1. Het nationale milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.3 van de Wet milieubeheer, wordt uiterlijk in 1994 voor het eerst vastgesteld.

2. Het nationale milieuprogramma, bedoeld in artikel 4.7 van die wet, wordt uiterlijk gelijktijdig met de begroting voor het jaar 1995 aan de Staten-Generaal overgelegd.

3. Provinciale staten stellen de provinciale milieuverordening, bedoeld in artikel 1.2 van die wet, en het provinciale milieubeleidsplan en het provinciale milieuprogramma, bedoeld in artikel 4.9, onderscheidenlijk 4.14 van die wet, uiterlijk twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, onderscheidenlijk artikel I, onderdeel A, hoofdstuk 4, van deze wet voor het eerst vast. Bij de eerste vaststelling van de verordening, bedoeld in artikel 1.2 van die wet, is artikel 1.3, tweede lid, van die wet niet van toepassing.

4. De gemeenteraad stelt het gemeentelijke milieuprogramma, bedoeld in artikel 4.20 van de Wet milieubeheer, uiterlijk twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, hoofdstuk 4, van deze wet voor het eerst vast.

5. Het gemeentelijke rioleringsplan, bedoeld in artikel 4.22 van die wet, wordt uiterlijk in 1993 voor het eerst vastgesteld.

Artikel XVII

Vervallen

Artikel XVIII

Vervallen

Artikel XIX

1. Provinciale verordeningen, vastgesteld krachtens artikel 122 van de Wet geluidhinder of artikel 36 of 41 van de Wet bodembescherming, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van de desbetreffende onderdelen van deze wet, alsmede andere provinciale verordeningen in het onderwerp waarvan deze wet voorziet, blijven van kracht tot zij door een verordening op grond van artikel 1.2 van de Wet milieubeheer zijn vervangen, doch uiterlijk tot twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van deze wet. Voor zover provinciale verordeningen betrekking hebben op het onderwerp, geregeld in paragraaf 4.8 van de Wet milieubeheer, en de daarin opgenomen bepalingen met die wet niet in strijd zijn, blijven zij van kracht tot twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I onderdeel A, van deze wet.

2. De ingevolge de artikelen 4 tot en met 14, 21, 25 en 26 van de Afvalstoffenwet, 117 tot en met 121 en 123 van de Wet geluidhinder, 12 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en 33 tot en met 35 en 37 tot en met 40 van de Wet bodembescherming, zoals deze bepalingen luidden voor de inwerkingtreding van de desbetreffende onderdelen van deze wet, geldende bevoegdheden en verplichtingen blijven met betrekking tot een provincie bestaan tot het tijdstip waarop in die provincie een provinciaal milieubeleidsplan als bedoeld in artikel 4.9 van de Wet milieubeheer is vastgesteld.

3. De ingevolge de artikelen 141 van de Wet geluidhinder en 2 tot en met 16 van de Interimwet bodemsanering, zoals deze bepalingen luidden voor de inwerkingtreding van de desbetreffende onderdelen van deze wet, geldende bevoegdheden en verplichtingen blijven met betrekking tot een provincie bestaan tot het tijdstip waarop in die provincie een provinciaal milieuprogramma als bedoeld in artikel 4.14 van de Wet milieubeheer is vastgesteld.

4.

Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan op een daartoe strekkend schriftelijk en met redenen omkleed verzoek van gedeputeerde staten van een provincie:

a. a. een door provinciale staten voor het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van deze wet vastgesteld plan met betrekking waartoe geheel of nagenoeg geheel aan de ingevolge die bepalingen geldende eisen is voldaan, gelijkstellen met een provinciaal milieubeleidsplan of een provinciaal milieuprogramma; b. b. van een ingevolge het tweede of derde lid voor het provinciaal bestuur geldende verplichting ontheffing verlenen, indien aannemelijk gemaakt wordt dat binnen een jaar na het tijdstip waarop aan een zodanige verplichting had moeten zijn voldaan, een provinciaal milieubeleidsplan, onderscheidenlijk een provinciaal milieuprogramma zal worden vastgesteld.

5. Algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen, vastgesteld krachtens artikel 2 van de Wet inzake de luchtverontreiniging, artikel 13 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en artikel 20 van de Wet bodembescherming, zoals deze artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende onderdelen van deze wet, worden gelijkgesteld met algemene maatregelen van bestuur, onderscheidenlijk ministeriële regelingen, vastgesteld krachtens artikel 5.1, onderscheidenlijk artikel 5.4 van de Wet milieubeheer.

Artikel XX

Vervallen

Artikel XXI

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Artikel XXII

De tekst van de Wet milieubeheer, de Kernenergiewet, de Afvalstoffenwet, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet chemische afvalstoffen, de Interimwet bodemsanering, de Wet milieugevaarlijke stoffen, en de Wet bodembescherming wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.