rijk/verdrag/verdrag-tussen-het-koninkrijk-der-nederlanden-en-de-verenigde-staten-van-amerika/BWBV0005675/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

7.9 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot wederzijdse hulpverlening inzake verdediging BWBV0005675 verdrag geldend 1950-01-27 https://wetten.overheid.nl/BWBV0005675 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot wederzijdse hulpverlening inzake verdediging

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot wederzijdse hulpverlening inzake verdediging

Artikel I

1. Elke Regering zal, overeenkomstig het beginsel dat het economisch herstel een noodzakelijke voorwaarde is voor internationale vrede en veiligheid en duidelijke voorrang moet hebben, aan de andere, en aan andere Regeringen, uitrusting, grondstoffen, diensten of andere militaire hulp ter beschikking stellen of blijven stellen, welke de Regering, die deze hulp verleent, kan goedkeuren en volgens nader overeen te komen voorwaarden en bepalingen. Het verlenen van alle hulp, goedgekeurd door een van beide Partijen, moet in overeenstemming zijn met het Handvest van de Verenigde Naties en met de verplichtingen krachtens Artikel 3 van het Noord-Atlantisch Verdrag. Deze hulp moet van die aard zijn, dat zij een geïntegreerde verdediging van het Noord-Atlantisch gebied bevordert en de ontwikkeling vergemakkelijkt van de verdedigingsplannen ingevolge Artikel 9 van het Noord-Atlantisch Verdrag, welke zijn goedgekeurd door elke Regering, of dat zij daarmede in overeenstemming is. De hulp, welke door de Verenigde Staten van Amerika ingevolge dit Verdrag beschikbaar zal worden gesteld, zal worden verleend overeenkomstig de bepalingen en alle voorwaarden en beëindigingsbepalingen van de „Mutual Defense Assistance Act” van 1949, van wetten tot wijziging of aanvulling daarvan en van op deze wet berustende toewijzingswetten. De beide Regeringen zullen van tijd tot tijd onderhandelingen voeren inzake nadere regelingen nodig voor de uitvoering van de bepalingen van dit lid.

2.

Elke Regering verbindt zich, een doelmatig gebruik te maken van de hulp, welke zij ingevolge lid 1 van dit Artikel heeft ontvangen

a. a. ten einde een geïntegreerde verdediging van het Noord-Atlantisch gebied te bevorderen en de ontwikkeling te vergemakkelijken van de verdedigingsplannen ingevolge Artikel 9 van het Noord-Atlantisch Verdrag, en b. b. overeenkomstig de verdedigingsplannen, opgesteld door de Organisatie van het Noord-Atlantisch Verdrag, welke zijn aanbevolen door de Verdedigingscommissie en de Raad van het Noord-Atlantisch Verdrag en waarover door beide Regeringen overeenstemming is bereikt.

3. Geen van beide Regeringen zal, zonder voorafgaande toestemming van de andere Regering, hulp, welke haar door die andere Regering is verleend, bestemmen voor andere doeleinden dan waarvoor deze werd verleend.

4. In het belang van de gemeenschappelijke veiligheid van beide Regeringen verbindt elke Regering zich, aan geen andere personen dan ambtenaren of vertegenwoordigers van deze Regering noch aan enig ander volk het recht op of bezit van uitrusting, grondstoffen of diensten, welke zijn verleend op een toewijzingsbasis, over te dragen zonder voorafgaande toestemming van de Regering, welke deze uitrusting, grondstoffen of diensten verleent.

Artikel II

1. Elke Regering zal de nodige maatregelen nemen, voor zover verenigbaar met eisen van veiligheid, teneinde het publiek op de hoogte te houden van de werkzaamheden, verricht krachtens dit Verdrag.

2. Elke Regering zal de veiligheidsmaatregelen nemen, waartoe in elk afzonderlijk geval beide Regeringen besluiten, teneinde te voorkomen, dat aan geheime militaire artikelen, diensten of inlichtingen, door de andere Regering ingevolge dit Verdrag verleend, bekendheid wordt gegevens of dat deze in gevaar worden gebracht.

Artikel III

De beide Regeringen zullen, op verzoek van één van haar, onderhandelen over het aangaan van de nodige overeenkomsten inzake de aansprakelijkheid voor eisen, voortvloeiende uit octrooien of soortgelijke rechten, en berustend op het gebruik van uitvindingen, werkwijzen, technische inlichtingen of andere vormen van eigendom, welke door de wet zijn beschermd, verband houdende met uitrusting, grondstoffen of diensten verleend ingevolge dit Verdrag of ten behoeve van de productie, waartoe de beide Regeringen zich hebben verbonden teneinde haar beloften te vervullen van versterking van eigen macht en wederzijdse hulp, neergelegd in het Noord-Atlantisch Verdrag. Bij deze onderhandelingen zal aandacht worden geschonken aan de opneming van een verplichting, waarbij elke Regering de aansprakelijkheid aanvaardt voor alle eisen op dit gebied van haar onderdanen en de eisen van onderdanen van een land, dat niet Partij is bij dit Verdrag, welke deze binnen haar rechtsgebied kunnen doen gelden.

Artikel IV

1. De Nederlandse Regering verbindt zich, onder voorbehoud van toewijzing van de nodige gelden, guldens ter beschikking te stellen van de Ambassade van de Verenigde Staten te 's-Gravenhage voor administratiekosten in Nederland, verband houdende met de tenuitvoerlegging van dit Verdrag. Beide Regeringen zullen onverwijld besprekingen openen, teneinde het bedrag in guldens vast te stellen en teneinde regelingen te treffen voor het leveren van deze guldens.

2. De Nederlandse Regering zal, tenzij anders wordt overeengekomen, geen rechten of belastingen heffen bij in- of uitvoer van producten, eigendommen, grondstoffen of uitrusting, welke ingevolge dit Verdrag of een ander soortgelijk Verdrag tussen de Verenigde Staten van Amerika en een ander land, dat militaire hulp ontvangt, in haar gebied worden ingevoerd.

Artikel V

1. De beide Regeringen zullen, op verzoek van één van haar, overleg plegen inzake al hetgeen betrekking heeft op de toepassing van dit Verdrag of op werkzaamheden, welke worden verricht, of regelingen, welke worden getroffen ingevolge dit Verdrag.

2. Elke Regering stemt er in toe, personeel van de andere Regering te ontvangen, dat zich binnen haar grondgebied zal kwijten van wat krachtens dit Verdrag tot de verantwoordelijkheid van de andere Regering behoort; aan dit personeel zullen faciliteiten worden verleend ten einde toezicht te kunnen houden op de voortgang van de hulpverlening ingevolge dit Verdrag. De leden van dit personeel, die onderdanen zijn van dat andere land, met inbegrip van tijdelijk benoemd personeel, zullen voor wat betreft hun betrekking tot de Regering van het land, waarvoor zij zijn benoemd, werken als onderdeel van de Ambassade onder leiding en toezicht van het Hoofd van de Diplomatieke Missie van de Regering van het betrokken land.

Artikel VI

1. Dit Verdrag zal in werking treden op de dag van ondertekening en zal van kracht blijven tot één jaar na ontvangst door een der Partijen van een schriftelijke kennisgeving van de bedoeling van de andere Partij het te beëindigen, onder voorbehoud dat, indien kennisgeving van bekrachtiging van dit Verdrag door de Nederlandse Regering niet binnen 45 dagen na de ondertekening van dit Verdrag door de Regering van de Verenigde Staten van Amerika is ontvangen, dit Verdrag zal zijn beëindigd onmiddellijk na ontvangst door de Nederlandse Regering van een schriftelijke kennisgeving, dat de Regering van de Verenigde Staten van Amerika zich niet langer gebonden acht door het Verdrag.

2. De bepalingen van dit Verdrag zullen te allen tijde op verzoek van één der Regeringen worden herzien. Bij zulk een herziening zal, waar nodig, rekening worden gehouden met overeenkomsten, door een der Regeringen aangegaan in verband met de tenuitvoerlegging van Artikel 9 van het Noord-Atlantisch Verdrag.

3. Dit Verdrag kan te allen tijde, wanneer beide regeringen aldus overeenkomen, worden gewijzigd.

4. De bijlagen van dit Verdrag vormen een onafscheidelijk deel ervan.

5. Dit Verdrag zal worden geregistreerd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.