rijk/amvb/besluit-regels-export-uitkeringen/BWBR0011049/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8.9 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit regels export uitkeringen BWBR0011049 AMvB geldend 2000-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011049 Besluit regels export uitkeringen

Besluit regels export uitkeringen

Hoofdstuk 1. Begripsbepaling

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder werkzaamheden die in het algemeen belang worden verricht verstaan werkzaamheden verricht door degene die:

a. a. in dienstbetrekking staat tot een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon dan wel uit anderen hoofde loon geniet van een zodanige rechtspersoon; b. b. is uitgezonden om werkzaamheden te verrichten voor door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan te wijzen organisaties voor ontwikkelingssamenwerking; c. c. werkzaam is bij een door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen volkenrechtelijke organisatie; d. d. werkzaamheden verricht die worden bekostigd door het Rijk en die tevens in opdracht van het Rijk worden verricht in het kader van een wettelijke taakomschrijving of ter uitvoering van een internationaal verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie.

Hoofdstuk 2. Recht op uitkering bij werken in het algemeen belang en het niet in Nederland wonen

Artikel 2

De persoon die verzekerd is op grond van de Ziektewet uit hoofde van een dienstbetrekking tot het verrichten van werkzaamheden in het algemeen belang en zijn in hetzelfde land wonende gezinslid hebben recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet.

Artikel 3

De verzekerde, bedoeld in artikel 19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, of zijn in hetzelfde land wonende gezinslid heeft recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel van die verzekerde of zijn in hetzelfde land wonende gezinslid wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken, indien de verzekerde werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

Artikel 3a

Voor de verzekerde, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, of zijn in hetzelfde land wonende gezinslid ontstaat of herleeft het recht op een uitkering op grond van die wet dan wel eindigt een dergelijke uitkering niet, indien de verzekerde werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

Artikel 4

Een verzekerde als bedoeld in de artikelen 7a, eerste lid, onderscheidenlijk 19a, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of zijn in hetzelfde land wonende gezinslid heeft recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel voor die verzekerde of zijn in hetzelfde land wonende gezinslid eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering niet indien de verzekerde werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

Artikel 5

1. De pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft recht op een toeslag indien deze pensioengerechtigde werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

2. Een pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die niet in Nederland woont en werkzaamheden in het algemeen belang verricht heeft recht op ouderdomspensioen alsof hij in Nederland woont.

Artikel 6

De verzekerde, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, heeft recht op kinderbijslag, indien hij werkzaamheden in het algemeen belang verricht en het eigen kind, het aangehuwde kind of het pleegkind woont in hetzelfde land of indien de verzekerde recht op kinderbijslag zou hebben indien hij in Nederland zou wonen.

Artikel 7

1. Voor de nabestaande, bedoeld in artikel 32a, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, ontstaat recht op nabestaandenuitkering, indien de nabestaande werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

2. Voor het kind, bedoeld in artikel 32a, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, ontstaat recht op wezenuitkering, indien het kind werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

3. Voor de nabestaande, bedoeld in artikel 32b, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, eindigt niet het recht op nabestaandenuitkering, indien de nabestaande werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

4. Voor het kind, bedoeld in artikel 32b, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, eindigt het recht op wezenuitkering niet, indien het kind werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

Hoofdstuk 3. Recht op uitkering in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba

Artikel 8

De verzekerde, bedoeld in artikel 19a van de Ziektewet, heeft recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet, indien deze verzekerde in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

Artikel 9

De verzekerde, bedoeld in artikel 19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, heeft recht op toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel van die verzekerde wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken, indien deze verzekerde in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

Artikel 9a

Voor de verzekerde, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, ontstaat of herleeft het recht op een uitkering op grond van die wet dan wel eindigt een dergelijke uitkering niet, indien de verzekerde in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

Artikel 10

Een verzekerde als bedoeld in de artikelen 7a, eerste lid, onderscheidenlijk 19a, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen heeft recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel voor die verzekerde eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering niet indien de verzekerde in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

Artikel 11

1. De pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft recht op een toeslag indien deze pensioengerechtigde in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

2. Een pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont heeft recht op ouderdomspensioen alsof hij in Nederland woont.

Artikel 12

De verzekerde, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, heeft recht op kinderbijslag, indien hij dan wel het eigen kind, het aangehuwde kind of het pleegkind in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont dan wel in Nederland, of indien de verzekerde woont in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba en hij recht op kinderbijslag zou hebben indien hij in Nederland zou wonen.

Artikel 13

1. Voor de nabestaande, bedoeld in artikel 32a, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, ontstaat recht op nabestaandenuitkering, indien de nabestaande in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

2. Voor het kind, bedoeld in artikel 32a, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, ontstaat recht op wezenuitkering, indien het kind in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

3. Voor de nabestaande, bedoeld in artikel 32b, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, eindigt niet het recht op nabestaandenuitkering, indien de nabestaande in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

4. Voor het kind, bedoeld in artikel 32b, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, eindigt het recht op wezenuitkering niet, indien het kind in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

Hoofdstuk 4. Recht op uitkering in Aruba

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

Artikel 15a

Vervallen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.

2. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst wordt uitgegeven na 31 december 1999, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2000.

Artikel 23

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit regels export uitkeringen.