40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
7.2 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit verdachte dieren | BWBR0006829 | AMvB | geldend | 2008-06-05 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0006829 | Besluit verdachte dieren |
Besluit verdachte dieren
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; b. b. ambtenaar: ambtenaar, bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de wet; c. c. richtlijn nr. 2006/88/EG: richtlijn nr. 2006/88/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 oktober 2006, betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PbEG L 328); d. d. EG-maatregel: verordening, richtlijn, onderscheidenlijk beschikking als bedoeld in artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, vastgesteld door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, of de Europese Commissie; e. e. aquacultuurdier: aquacultuurdier, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 2006/88/EG; f. f. waterdier: waterdier, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van richtlijn nr. 2006/88/EG.
Artikel 1a
Dit besluit is niet van toepassing op:
a. a. waterdieren voor sierdoeleinden gekweekt in niet-commerciële aquaria, b. b. waterdieren uit het wild verzameld of gevangen die rechtstreeks voor de voedselketen bestemd zijn, en c. c. waterdieren gevangen voor de productie van vismeel, visvoer, visolie en soortgelijke producten.
Artikel 2
Onze Minister besluit dieren als verdacht aan te merken, indien:
a. a. de ambtenaar bij de dieren verschijnselen meent te bespeuren van een besmettelijke dierziekte, b. b. de dieren zich met zieke of verdachte dieren in dezelfde verblijfplaats bevinden of binnen de in artikel 3 genoemde termijn hebben bevonden dan wel binnen deze termijn daarmee in aanraking zijn geweest, of c. c. Onze Minister redenen heeft om aan te nemen dat de dieren in de gelegenheid zijn geweest om te worden besmet, en de diersoort voor de betreffende besmettelijke dierziekte vatbaar is.
Artikel 3
De in artikel 2, onderdeel b, bedoelde termijn is bij:
a. a. runderpest: 21 dagen; b. b. mond- en klauwzeer: 14 dagen; c. c. brucellose bij kleine herkauwers: 4 maanden; d. d. brucellose bij herten en kameelachtigen: 6 maanden; e. e. brucellose bij varkens: 4 maanden; f. f. brucellose bij runderen: 2 jaar; g. g. tuberculose ten gevolge van Mycobacterium tuberculosis complex: 2 jaar; h. h. endemische runderleukose: 2 jaar; i. i. klassieke varkenspest: 14 dagen; j. j. Afrikaanse varkenspest: 14 dagen; k. k. rabies: 6 maanden; l. l. dourine: 20 weken; m. m. kwade droes: 3 maanden; n. n. virale paardeëncefalomyelitiden: 7 dagen; o. o. infectieuze anemie: 30 dagen; p. p. miltvuur: 14 dagen; q. q. Afrikaanse paardepest: 14 dagen; r. r. vesiculaire stomatitis: 21 dagen; s. s. bovine spongiforme encefalopathie: 5 jaar; t. t. besmettelijke bovine pleuropneumonie: 4 maanden; u. u. Teschener-ziekte: 40 dagen; (besmettelijke varkensverlamming) v. v. vesiculaire varkensziekte: 28 dagen; w. w. blue tongue: 40 dagen; x. x. pest van de kleine herkauwer: 21 dagen; y. y. Rift Valley koorts: 30 dagen; z. z. schape- en geitepokken: 21 dagen; aa. aa. nodulaire dermatose: 28 dagen; bb. bb. enzoötische hemorragische ziekte bij herten: 40 dagen; cc. cc. vogelpest (aviaire influenza): 7 dagen; dd. dd. pseudo-vogelpest (Newcastle disease): 7 dagen; ee. ee. Amerikaans vuilbroed: 1 jaar; ff. ff. de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG genoemde ziekten bij aquacultuurdieren: de door Onze Minister vastgestelde termijn die per geval kan verschillen; gg. gg. andere besmettelijke dierziekten die ter uitvoering van EG-maatregelen bestreden moeten worden: de door Onze Minister vastgestelde termijn; hh. hh. ziekte van Aujeszky: 42 dagen.
Artikel 4
Onze Minister besluit tot de beëindiging van de verdenking, indien:
a. a. de in artikel 2, onderdeel a, bedoelde verschijnselen opgehouden hebben te bestaan, of b. b. Onze Minister de overtuiging heeft gekregen dat de dieren niet aan een besmettelijke dierziekte lijden.
Artikel 5
1.
Dieren die op grond van artikel 2, onderdelen b of c, als verdacht worden aangemerkt, blijven verdacht gedurende een periode van:
a. a. 21 dagen bij runderpest; b. b. 21 dagen bij mond- en klauwzeer; c. c. 21 dagen bij brucellose bij kleine herkauwers, herten en kameelachtigen en varkens; d. d. 14 maanden bij brucellose bij runderen; e. e. 16 maanden bij tuberculose ten gevolge van Mycobacterium tuberculosis complex; f. f. 1 jaar bij endemische runderleukose; g. g. 35 dagen bij klassieke varkenspest; h. h. 21 dagen bij Afrikaanse varkenspest; i. i. 6 maanden bij rabies; j. j. 20 weken bij dourine; k. k. 2 maanden bij kwade droes; l. l. 21 dagen bij virale paardeëncefalomyelitiden; m. m. 30 dagen bij infectieuze anemie; n. n. 14 dagen bij miltvuur; o. o. 21 dagen bij Afrikaanse paardepest; p. p. 21 dagen bij vesiculaire stomatitis; q. q. 4 maanden bij bovine spongiforme encefalopathie; r. r. 14 dagen bij besmettelijke bovine pleuropneumonie; s. s. 40 dagen bij Teschener-ziekte; (besmettelijke varkensverlamming) t. t. 28 dagen bij vesiculaire varkensziekte; u. u. 40 dagen bij blue tongue; v. v. 21 dagen bij pest van de kleine herkauwer; w. w. 30 dagen bij Rift Valley koorts; x. x. 21 dagen bij schape- en geitepokken; y. y. 28 dagen bij nodulaire dermatose (lumpy skin disease); z. z. 40 dagen bij enzoötische hemorragische ziekte bij herten; aa. aa. 21 dagen bij vogelpest (aviaire influenza); bb. bb. 21 dagen bij pseudo-vogelpest (Newcastle disease); cc. cc. 1 maand bij Amerikaans vuilbroed; dd. dd. de door Onze Minister vastgestelde periode bij de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG genoemde ziekten bij aquacultuurdieren, welke periode per geval kan verschillen; ee. ee. de door Onze Minister vastgestelde periode bij andere besmettelijke dierziekten die ter uitvoering van EG-maatregelen bestreden moeten worden.
2. De in het eerste lid bedoelde periode vangt aan op de dag waarop de dieren naar het oordeel van Onze Minister voor het laatst in de gelegenheid zijn geweest om te worden besmet.
3. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister bepalen dat de dieren die op grond van artikel 2, onderdelen b of c, als verdacht worden aangemerkt, verdacht blijven gedurende een andere dan de aldaar genoemde periode.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verdachte dieren.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.