rijk/amvb/comptabiliteitsvoorschriften-waterschappen/BWBR0005309/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

12 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen BWBR0005309 AMvB geldend 1992-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005309 Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen

Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. b. kosten- en opbrengstsoorten: de lasten en baten gerangschikt naar hun aard; c. c. (hulp)kostenplaatsen: organisatie-eenheden of administratieve eenheden waarop kosten worden verzameld die rechtstreeks, dan wel via een andere (hulp)kostenplaats, worden toegerekend aan een of meer kostendragers; d. d. kostendrager: een reglementaire waterschapstaak.

Paragraaf 2. De tijdelijke Commissie voor de comptabiliteitsvoorschriften waterschappen

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Hoofdstuk II. De begroting, meerjarenraming, jaarrekening en het dienstjaar

Paragraaf 1. Nadere regels betreffende de inrichting van begroting, wijzigingen van de begroting en de jaarrekening

Artikel 5

1. Onze Minister stelt nadere regels met betrekking tot de inrichting van de begroting, de wijzigingen van de begroting en de jaarrekening van waterschappen vast, waartoe een modelrekeningschema behoort.

2. De in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Paragraaf 2. De begroting

Artikel 6

De begroting bestaat uit:

a. a. de nota betreffende de financiële toestand van het waterschap; b. b. de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten met toelichting; c. c. de kostenverdeelstaat met toelichting; d. d. de begroting naar kostendragers met toelichting.

Artikel 7

De lasten en baten in de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten dienen te worden gerangschikt overeenkomstig de hoofdgroepen van het model-rekeningschema dat is opgenomen in de in artikel 5 bedoelde ministeriële regeling.

Artikel 8

1. De kostenverdeelstaat bevat de verdeling van de kosten- en opbrengstsoorten naar kostendragers, waarbij gebruik wordt gemaakt van (hulp)kostenplaatsen.

2. Binnen de in het eerste lid bedoelde verdeling kan onderscheid gemaakt worden naar kenmerkende onderdelen van kostendragers.

3. Bij de kostenverdeelstaat behoort een toelichting waarin ten minste de kwantitatieve grondslagen worden vermeld aan de hand waarvan de in het eerste en tweede lid bedoelde verdeling heeft plaatsgevonden.

Artikel 9

In de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten en de begroting naar kostendragers dient te worden opgenomen:

    • volgnummer van de begrotingspost;
    • omschrijving van de lasten en baten;
    • raming van de lasten en baten volgens de begroting van het komend dienstjaar;
    • raming van de lasten en baten volgens de primitieve begroting van het lopende dienstjaar;
    • bedrag van de werkelijke lasten en baten uit de jaarrekening van het aan het lopende dienstjaar voorafgaande dienstjaar.

Artikel 10

1. Voor de ramingen in de begroting wordt het stelsel van lasten en baten gehanteerd.

2. In afwijking van het eerste lid worden de lasten wegens salarissen en sociale lasten verantwoord overeenkomstig de bedragen welke dienen als grondslag voor de aan de rijksbelastingdienst te verstrekken opgaven ten behoeve van de inkomsten- dan wel loonbelasting.

Artikel 11

1. De ramingen in de begroting worden zodanig gesteld, dat zij tezamen met de toelichting een getrouw beeld geven van het te voeren beleid en beheer.

2. De ramingen van lasten en baten worden niet gesaldeerd.

Artikel 12

1. In de tot de begroting behorende nota betreffende de financiële toestand van het waterschap wordt een uiteenzetting gegeven over het in het dienstjaar door het waterschap te voeren beleid.

2.

De nota bevat in elk geval:

a. a. beschouwingen omtrent de kwantitatieve uitgangspunten en de gehanteerde normen voor lasten- dan wel batenstijgingen en -dalingen, die aan de geraamde bedragen ten grondslag liggen; b. b. een beschouwing over de lopende en voorgenomen investeringen; c. c. een beschouwing over de financieringspositie op korte en lange termijn; d. d. een beschouwing omtrent de begroting in relatie tot de meerjarenraming, waarbij inbegrepen is een uiteenzetting over de ontwikkeling van de waterschapsbelastingen in de komende jaren.

Artikel 13

De tot de begroting behorende toelichtingen op de lasten en baten bevatten in elk geval:

a. a. gegevens waarop de raming is gebaseerd en, in geval van aanmerkelijk verschil met de raming van lasten en baten van het vorige dienstjaar, de toelichting op de oorzaak daarvan; b. b. voor de geraamde bedragen, waarvan dit mogelijk en van belang is, gegevens omtrent de activiteiten, waarop de lasten en baten betrekking hebben.

Artikel 14

1.

Tot de begroting behoren ten minste de volgende bijlagen:

    • een staat van immateriële, materiële en financiële vaste activa;
      
    • een staat van eigen kapitaal, reserves, voorzieningen en waarborgsommen;
      
    • een staat van vaste schulden;
      
    • een staat van personeelslasten;
      
    • een berekening van het rente-omslagpercentage.
      

2.

In de staat van immateriële, materiële en financiële vaste activa dienen de immateriële vaste activa ten behoeve van de bepaling van de afschrijvingen te worden gewaardeerd op ten hoogste de kosten die het waterschap daaraan heeft besteed.

De materiële vaste activa worden gewaardeerd naar de grondslag van de historische kostprijs. Bij toepassing van andere waarderingsgrondslagen voor de materiële vaste activa dient dit in de toelichting te worden gemotiveerd.

Artikel 15

Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur machtigen tot af- en overschrijving van begrotingsbedragen binnen een kostendrager. Daarbij dient het algemeen bestuur aan te geven tot welk bedrag of percentage af- en overschrijving maximaal is toegestaan.

Artikel 16

Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur machtigen om over de posten onvoorziene uitgaven van de begroting te beschikken.

Daarbij dient het algemeen bestuur per kostendrager aan te geven over welk bedrag of percentage van de posten onvoorziene uitgaven mag worden beschikt.

Paragraaf 3. De wijzigingen van de begroting

Artikel 17

Besluiten tot wijziging van de begroting van een bepaald dienstjaar mogen slechts betrekking hebben op de situatie tot en met 31 december van het desbetreffende dienstjaar.

Paragraaf 4. De meerjarenraming

Artikel 18

1. Voorafgaand aan of bij de begroting wordt een meerjarenraming aan het algemeen bestuur aangeboden.

2. Deze meerjarenraming heeft betrekking op het begrotingsjaar, alsmede op ten minste de vier daarop volgende jaren.

3. De meerjarenraming bevat een beschouwing over het in de komende jaren door het waterschap te voeren beleid.

4. In de meerjarenraming wordt ten minste aandacht besteed aan de investeringen van het waterschap en aan de autonome kostenontwikkeling.

5. De meerjarenraming wordt aan gedeputeerde staten toegezonden.

6. Gedeputeerde staten kunnen op verzoek van het algemeen bestuur ontheffing verlenen van de in het eerste lid bepaalde verplichting.

Paragraaf 5. De jaarrekening

Artikel 19

1.

De jaarrekening bestaat uit:

a. a. de balans met toelichting; b. b. de exploitatierekening naar kosten- en opbrengstsoorten met toelichting; c. c. de kostenverdeelstaat met toelichting; d. d. de exploitatierekening naar kostendragers met toelichting.

2. De rangschikking van de lasten en baten in de jaarrekening geschiedt op dezelfde wijze als in de begroting van het overeenkomstige dienstjaar.

Artikel 20

1. De balans met toelichting dient een getrouw beeld te geven van de financiële positie van het waterschap op het einde van het dienstjaar.

2. De materiële vaste activa worden gewaardeerd naar de grondslag van de historische kostprijs. Bij toepassing van andere waarderingsgrondslagen, dient dit in de toelichting op de balans te worden gemotiveerd.

3. Indien immateriële vaste activa op de balans worden opgenomen, worden zij gewaardeerd op ten hoogste de kosten die daaraan zijn besteed, verminderd met het bedrag van de afschrijvingen.

4. De waardering van de vorderingen op debiteuren geschiedt op basis van de nominale waarde. Indien niet de nominale waarde wordt opgenomen, dient dit in de toelichting op de balans te worden vermeld. Indien rekening gehouden wordt met een voorziening voor dubieuze debiteuren, dient dit eveneens in de toelichting op de balans te worden vermeld.

Artikel 21

In de exploitatierekening naar kosten- en opbrengstsoorten en de exploitatierekening naar kostendragers dient te worden opgenomen:

    • volgnummer van de post;
    • omschrijving van de lasten dan wel baten;
    • totaalbedrag van de werkelijke lasten dan wel baten;
    • raming van de lasten dan wel baten volgens de begroting na alle daarop betrekking hebbende wijzigingen;
    • bedrag van de werkelijke lasten dan wel baten van het vorige dienstjaar.

Artikel 22

1.

De jaarrekening wordt met een verslag ter verantwoording van het financieel beheer aan het algemeen bestuur aangeboden.

Daarin wordt een uiteenzetting gegeven over het in het dienstjaar gevoerde financiële beheer.

2.

Het verslag bevat in elk geval:

a. a. een analyse van belangrijke afwijkingen tussen de primitieve begroting en de jaarrekening; b. b. in geval van een positief saldo op de jaarrekening een voorstel voor de bestemming hiervan of in geval van een negatief saldo op de jaarrekening een voorstel voor de wijze waarop dit tekort zal worden gedekt; c. c. een beschouwing over de lopende investeringen; d. d. een toelichting op de financieringsstructuur van het waterschap.

Artikel 23

De tot de jaarrekening behorende toelichtingen op de lasten en baten bevatten in elk geval:

a. a. gegevens omtrent de samenstelling van de opgenomen bedragen; b. b. een toelichting op de belangrijke afwijkingen tussen de uitkomst van de jaarrekening over het vorig dienstjaar en die van het dienstjaar; c. c. voor de lasten en baten, waarvan het bij de begroting mogelijk en van belang werd geacht, gegevens omtrent de activiteiten waarop de lasten en baten betrekking hebben.

Artikel 24

Tot de jaarrekening behoren ten minste de volgende bijlagen:

    • een staat van immateriële en materiële vaste activa;
    • een staat van eigen kapitaal, reserves, voorzieningen en waarborgsommen;
    • een staat van vaste schulden;
    • een staat van personeelslasten;
    • een berekening van het rente-omslagpercentage.

Paragraaf 6. Het begrotingsjaar

Artikel 25

Het begrotingsjaar is het kalenderjaar.

Hoofdstuk III. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 26

Een besluit tot wijziging van deze regeling of tot vaststelling van de door Onze Minister ingevolge artikel 5 te stellen nadere regels wordt niet genomen dan nadat gedeputeerde staten der provincies en de Unie van Waterschappen daarover zijn gehoord.

Artikel 27

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding der Waterschapswet.

2. Uiterlijk het derde begrotingsjaar na het in werking treden van dit besluit dienen de op dat begrotingsjaar betrekking hebbende begroting en jaarrekening te worden ingericht overeenkomstig de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Voor de daaraan voorafgaande begrotingsjaren blijven de door de provincies gegeven voorschriften van kracht.

3. Voor de waterschappen die op het moment van het in werking treden van dit besluit hun begroting en jaarrekening inrichten volgens provinciale voorschriften die zijn afgeleid van model A zoals bedoeld in de model-Comptabiliteitsvoorschriften van de Unie van Waterschappen geldt, in afwijking van het tweede lid, dat de begroting en jaarrekening uiterlijk het vijfde begrotingsjaar na het in werking treden van dit besluit dienen te worden ingericht overeenkomstig de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Voor de daaraan voorafgaande begrotingsjaren blijven de bedoelde provinciale voorschriften van kracht.

Artikel 27a

De artikelen 2 tot en met 4 vervallen 4 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 28

Dit besluit kan worden aangehaald als "Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen".