40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
138 lines
6.8 KiB
Markdown
138 lines
6.8 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Tijdelijk besluit Commissie advies- en verwijspunt klokkenluiden
|
||
bwb_id: BWBR0030492
|
||
type: AMvB
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '2012-10-01'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0030492
|
||
citeertitel: Tijdelijk besluit Commissie advies- en verwijspunt klokkenluiden
|
||
---
|
||
|
||
# Tijdelijk besluit Commissie advies- en verwijspunt klokkenluiden
|
||
|
||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||
|
||
### Artikel 1
|
||
|
||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||
|
||
a. a.
|
||
|
||
*Onze Minister:* Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||
b. b.
|
||
|
||
*Commissie:* de Commissie advies- en verwijspunt klokkenluiden bedoeld in artikel 2.
|
||
c. c.
|
||
|
||
*Persoonsgegevens, verwerking van persoonsgegevens onderscheidenlijk verantwoordelijke:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
|
||
|
||
### Artikel 2
|
||
|
||
**1.** Er is een Commissie advies- en verwijspunt klokkenluiden.
|
||
|
||
**2.** De Commissie is gevestigd te ’s-Gravenhage.
|
||
|
||
### Paragraaf 2. Taak
|
||
|
||
### Artikel 3
|
||
|
||
De taak van de Commissie is:
|
||
|
||
a. a.
|
||
op verzoek informatie en advies geven over en ondersteuning bieden bij mogelijke vervolgstappen aan degene die een vermoeden heeft van een mogelijke misstand die raakt aan het algemeen belang bij:
|
||
|
||
|
||
–
|
||
het bedrijf of de organisatie waar hij werkt of heeft gewerkt; of
|
||
|
||
|
||
–
|
||
een ander bedrijf of een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden kennis heeft gekregen van de mogelijke misstand.
|
||
– –
|
||
het bedrijf of de organisatie waar hij werkt of heeft gewerkt; of
|
||
– –
|
||
een ander bedrijf of een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden kennis heeft gekregen van de mogelijke misstand.
|
||
b. b.
|
||
niet tot een persoon te herleiden ontwikkelingen en patronen die zijn af te leiden uit de informatie die de Commissie heeft op grond van haar taak, bedoeld in onderdeel a, mededelen aan organisaties voor wie deze informatie relevant is;
|
||
c. c.
|
||
algemene voorlichting geven over het omgaan met een vermoeden van een mogelijke misstand.
|
||
|
||
### Paragraaf 3. Vertrouwelijkheid
|
||
|
||
### Artikel 4
|
||
|
||
De Commissie is verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens.
|
||
|
||
### Paragraaf 4. Samenstelling en rechtspositie
|
||
|
||
### Artikel 5
|
||
|
||
**1.** De Commissie bestaat uit drie leden, onder wie een voorzitter. Voorts kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd.
|
||
|
||
**2.** De leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie worden door Onze Minister benoemd.
|
||
|
||
**3.** Voor de benoeming van leden en plaatsvervangende leden wordt de Commissie gehoord onder opgave van het profiel van de gezochte kandidaat of kandidaten.
|
||
|
||
### Artikel 6
|
||
|
||
De leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor een goede vervulling van de taken, bedoeld in artikel 3, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
|
||
|
||
### Artikel 7
|
||
|
||
**1.** Een lid of plaatsvervangend lid van de Commissie verricht geen werkzaamheden die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
|
||
|
||
**2.** Een lid of plaatsvervangend lid van de Commissie meldt het voornemen tot het verrichten van werkzaamheden anders dan uit hoofde van zijn functie aan Onze Minister.
|
||
|
||
**3.** De werkzaamheden van een lid of plaatsvervangend lid van de Commissie anders dan uit hoofde van zijn functie worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze werkzaamheden bij de Commissie en bij Onze Minister.
|
||
|
||
**4.** De voorzitter verdeelt de werkzaamheden onder de leden en de plaatsvervangende leden, ermee rekening houdend dat een lid geen werkzaamheden verricht die ongewenst zijn met het oog op de onafhankelijkheid of het vertrouwen in de onafhankelijkheid.
|
||
|
||
### Artikel 8
|
||
|
||
**1.** Onze Minister schorst en ontslaat de leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie.
|
||
|
||
**2.** Schorsing en ontslag vinden slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek.
|
||
|
||
### Artikel 9
|
||
|
||
**1.** De Commissie beschikt over een secretariaat.
|
||
|
||
**2.** De voorzitter van de Commissie geeft leiding aan de werkzaamheden van de Commissie en van het secretariaat.
|
||
|
||
**3.** Het personeel dat werkzaam is bij het secretariaat staat onder het gezag van de Commissie en legt over zijn werkzaamheden uitsluitend aan de Commissie verantwoording af.
|
||
|
||
### Artikel 10
|
||
|
||
**1.** De voorzitter van de Commissie ontvangt een vaste vergoeding per maand, afgeleid van het maximum van schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, met een deeltijdfactor 0,4.
|
||
|
||
**2.** De leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie, niet zijnde de voorzitter, ontvangen een vaste vergoeding per maand, afgeleid van het maximum van schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, met een deeltijdfactor 0,2.
|
||
|
||
**3.** Bij regeling van Onze Minister kan worden afgeweken van de deeltijdfactor, waarbij voor de plaatsvervangende leden een van de leden afwijkende deeltijdfactor kan worden vastgesteld.
|
||
|
||
### Paragraaf 5. Verantwoording
|
||
|
||
### Artikel 11
|
||
|
||
De Commissie zendt jaarlijks voor 1 februari aan Onze Minister de ontwerp-begroting voor het daaropvolgende jaar.
|
||
|
||
### Artikel 12
|
||
|
||
**1.** De Commissie brengt jaarlijks voor 1 april verslag uit van zijn werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
|
||
|
||
**2.** Op verzoek van Onze Minister stelt de Commissie een evaluatieverslag op waarin zij aandacht besteedt aan haar taakvervulling.
|
||
|
||
**3.** Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden gezonden aan Onze Minister, aan de beide kamers der Staten-Generaal, aan de Stichting van de Arbeid en de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid.
|
||
|
||
**4.** Onze Minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal binnen drie maanden in kennis van zijn standpunt over het evaluatieverslag. Indien de vaststelling van het standpunt niet binnen de termijn, bedoeld in de eerste volzin, plaatsvindt, stelt Onze Minister de beide kamers der Staten-Generaal hiervan gemotiveerd in kennis.
|
||
|
||
### Artikel 13
|
||
|
||
Wijzigt het Besluit bestuursorganen WNo en Wob.
|
||
|
||
### Artikel 14
|
||
|
||
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt met ingang van 1 juli 2016 of, indien het bij geleidende brief van 14 mei 2012 ingediende voorstel van wet van de leden Van Raak, Fokke, Schouw, Voortman, Segers, Ouwehand en Klein houdende de oprichting van een Huis voor klokkenluiders (Wet Huis voor klokkenluiders) (33 258) tot wet wordt verheven en eerder in werking treedt dan 1 juli 2016, met ingang van het tijdstip waarop die wet in werking treedt.
|
||
|
||
### Artikel 15
|
||
|
||
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit Commissie advies- en verwijspunt klokkenluiden.
|