40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
23 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977 | BWBR0003089 | KB | geldend | 1998-04-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0003089 | Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977 |
Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*suiker:* saccharose;
b. b.
*dextrose:* D-glucose;
c. c.
*fructose:* D-fructose;
d. d.
*invertsuiker:* mengsel van nagenoeg gelijke delen dextrose en fructose;
e. e.
*kandij:* het produkt bestaande uit de grote kristallen, verkregen bij afkoeling van sterk geconcentreerde suikeroplossingen;
f. f.
*basterdsuiker:* een mengsel van fijn-kristallijne saccharose en enig invertsuiker, verkregen als naprodukt van suikerraffinaderijen of door vermenging van fijne suikerkristallen met kleurloze of min of meer gekleurde invertsuikerhoudende stropen;
g. g.
*procenten of %:* aantal grammen per 100 g;
h. h.
*suikergehalte:* de som van saccharose en invertsuiker, de laatste omgerekend tot saccharose;
i. i.
*polarisatie:* de draaiing van gepolariseerd licht door een oplossing;
j. j.
*een punt van het kleurtype:* 0,5 eenheid volgens de methode opgenomen in bijlage I, onder A;
k. k.
*een punt van het asgehalte:* 0,0018% volgens de methode opgenomen in bijlage I, onder B;
l. l.
*een punt van de kleur van de oplossing:* 7,5 eenheden volgens de methode opgenomen in bijlage I, onder C.
Artikel 2
1.
Aangeduid mag uitsluitend en moet worden met een der benamingen:
a. a.
*halfwitte suiker*: gezuiverde gekristalliseerde suiker, waarvan de polarisatie ten minste 99,5°, het gehalte aan invertsuiker ten hoogste 0,10%, en het verlies bij het drogen ten hoogste 0,10% bedragen;
b. b.
*suiker of witte suiker*: gezuiverde gekristalliseerde suiker, waarvan de polarisatie ten minste 99,7°, het gehalte aan invertsuiker ten hoogste 0,04%, het verlies bij het drogen ten hoogste 0,10%, en het kleurtype ten hoogste 12 punten bedragen;
c. c.
*geraffineerde suiker of geraffineerde witte suiker*: gezuiverde gekristalliseerde suiker, waarvan de polarisatie, het gehalte aan invertsuiker en het verlies bij het drogen overeenstemmen met de voor de onder *b* bedoelde waar genoemde gehaltes en waarvan het totaal aantal punten niet meer bedraagt dan 8, met dien verstande dat het kleurtype niet meer dan 4 punten, het asgehalte niet meer dan 6 punten, en de kleur van de oplossing niet meer dan 3 punten bedragen;
d. d.
*vloeibare suiker*: de waterige oplossing van suiker, van welke oplossing het gehalte aan droge stof ten minste 62%, het gehalte aan invertsuiker (verhouding fructose dextrose: 1,0 ± 0,2) ten hoogste 3% van de droge stof, het conductometrisch vastgestelde asgehalte ten hoogste 0,1% van de droge stof, en de kleur van de oplossing ten hoogste 45 ICUMSA-eenheden bedragen;
e. e.
*vloeibare invertsuiker*: de waterige oplossing van suiker, in welke oplossing gedeeltelijk inversie door hydrolyse heeft plaatsgevonden, met een niet-overwegende hoeveelheid invertsuiker en van welke oplossing het gehalte aan droge stof ten minste 62%, het gehalte aan invertsuiker (verhouding fructose dextrose: 1,0 ± 0,1) meer dan 3% en niet meer dan 50% van de droge stof, en het conductometrisch vastgestelde asgehalte ten hoogste 0,4% van de droge stof bedragen;
f. f.
*invertsuikerstroop*: de waterige al dan niet gedeeltelijk gekristalliseerde oplossing van suiker, in welke oplossing gedeeltelijke inversie door hydrolyse heeft plaatsgevonden, met een overwegende hoeveelheid invertsuiker en van welke oplossing het gehalte aan droge stof niet minder dan 62%, het gehalte aan invertsuiker (verhouding fructose dextrose: 1,0 ± 0,1) meer dan 50% van de droge stof, en het conductometrisch vastgestelde asgehalte ten hoogste 0,4% van de droge stof bedragen;
g. g.
*glucosestroop*: de gezuiverde, geconcentreerde, waterige oplossing van eetbare sacchariden verkregen uit zetmeel, van welke oplossing het gehalte aan droge stof ten minste 70%, het dextrose-equivalent ten minste 20% van de droge stof berekend als dextrose, en het gehalte aan sulfaat-as ten hoogste 1% van de droge stof bedragen;
h. h.
*gedehydrateerde glucosestroop, gedroogde glucosestroop of watervrije glucosestroop*: de gezuiverde, geconcentreerde, waterige oplossing van eetbare sacchariden verkregen uit zetmeel, welke oplossing gedeeltelijk is gedroogd, en waarvan het gehalte aan droge stof ten minste 93%, het dextrose-equivalent ten minste 20% van de droge stof berekend als dextrose, en het gehalte aan sulfaat-as ten hoogste 1% van de droge stof bedragen;
i. i.
*dextrose monohydraat, dextrose met kristalwater of druivensuiker met kristalwater*: gezuiverde gekristalliseerde dextrose met een molecule kristalwater, van welke waar het gehalte aan dextrose ten minste 99,5% van de droge stof, het gehalte aan droge stof ten minste 90%, en het gehalte aan sulfaat-as ten hoogste 0,25% van de droge stof bedragen;
j. j.
*watervrije dextrose, dextrose zonder kristalwater of druivensuiker zonder kristalwater*: gezuiverde gekristalliseerde dextrose zonder kristalwater, van welke waar het gehalte aan dextrose ten minste 99,5% van de droge stof, het gehalte aan droge stof ten minste 98%, en het gehalte aan sulfaat-as ten hoogste 0,25% van de droge stof bedragen.
2. In afwijking van het eerste lid mag een der benamingen suiker of witte suiker tevens worden gebezigd voor de in het eerste lid, onder c, bedoelde waar in plaats van de daar genoemde benamingen.
3.
De aanduiding wit mag voor de in het eerste lid bedoelde waren uitsluitend worden toegevoegd aan de benamingen, bedoeld in het eerste lid, onder d, e en f onder onderstaande beperkingen:
a. a. voor de waar, bedoeld in het eerste lid, onder d, waarvan de kleuring van de oplossing ten hoogste 25 ICUMSA-eenheden bedraagt; b. b. voor de waren, bedoeld in het eerste lid, onder e en f, waarvan het asgehalte niet hoger is dan 0,1% en waarvan de kleuring van de oplossing ten hoogste 25 ICUMSA-eenheden bedraagt;
4. De in het eerste lid bedoelde waren mogen niet worden onderworpen aan een blauwingsprocédé.
5. De in het eerste lid bedoelde waren mogen niet kunstmatig zijn gekleurd, tenzij zij bestemd zijn om als grondstof te worden gebruikt voor de bereiding van andere eet- en drinkwaren, waarin kleuring is toegelaten, in welk geval zij mogen zijn gekleurd met een of meer kleurstoffen die ter zake zijn toegelaten krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven onder de daarbij vermelde voorwaarden. Indien de in de vorige volzin bedoelde kleuring heeft plaatsgevonden, moet de aanduiding "gekleurd" aan de in het eerste lid genoemde benamingen worden toegevoegd en mag de in het zesde lid bedoelde aanduiding "wit" niet worden gebezigd.
6. In afwijking van het eerste lid, onder i en j, behoeven de woorden "monohydraat", "met kristalwater", "watervrije" en "zonder kristalwater" in de daar genoemde benamingen niet te worden gebezigd voor de in het eerste lid, onder i en j, bedoelde waren die zijn bestemd voor aflevering aan particulieren.
Artikel 2bis
1.
Aangeduid mag uitsluitend en moet worden met een der benamingen:
a. a.
*ruwe suiker*, waarbij tussen de woorden "ruwe" en "suiker" al dan niet de naam van de plant waaruit de waar is bereid is opgenomen:
gekristalliseerde suiker, welke niet gemalen of geplet is en waarvan de polarisatie tenminste 94 bedraagt, maar lager is dan 99,5 en waarvan het sulfaatasgehalte ten hoogste 2,5%, het invertsuikergehalte ten hoogste 1,5% en het gewichtsverlies bij drogen ten hoogste 1,5% bedraagt;
b. b.
*fructose:* gezuiverde, gekristalliseerde fructose, van welke waar het gehalte aan fructose tenminste 99,5% van de droge stof, het gehalte aan droge stof tenminste 99,5%, het gehalte aan sulfaatas ten hoogste 0,10% van de droge stof en het kleurtype ten hoogste 25 ICUMSA-eenheden bedraagt;
c. c.
*fructosestroop:* de gezuiverde, geconcentreerde, waterige oplossing van eetbare sacchariden, van welke oplossing het gehalte aan fructose tenminste 97% van de droge stof, het gehalte aan droge stof tenminste 70%, het gehalte aan sulfaatas ten hoogste 1% en de kleur van de oplossing ten hoogste 25 ICUMSA-eenheden bedraagt.
2. Het bepaalde in de leden 4 en 5 van artikel 2 is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde waren.
Artikel 3
De in artikelen 4 tot en met 15 bedoelde waren moeten voldoen aan de volgende eisen:
a. a. kleur, geur en smaak moeten normaal zijn; b. b. bederf (bijvoorbeeld gisting) moet afwezig zijn.
Artikel 4
1. Aangeduid moet worden met de benaming poedersuiker: suiker of witte suiker zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, en geraffineerde suiker of geraffineerde witte suiker zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c, in poedervorm, waaraan zijn toegevoegd levensmiddelenadditieven die ter zake krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven zijn toegelaten onder de daarbij vermelde voorwaarden, dan wel ten hoogste 5% zetmeel.
2. In de in het eerste lid bedoelde waar mogen geen andere bestanddelen aanwezig zijn dan zwaveldioxide, onder de voorwaarden die ter zake gesteld zijn krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven.
Artikel 5
1. Aangeduid moet worden met een der benamingen: witte kandij of blanke kandij: kandij, waarvan het saccharosegehalte ten minste 99% en het asgehalte ten hoogste 0,05% bedragen.
2. In de in het eerste lid bedoelde waar mogen geen andere bestanddelen aanwezig zijn dan die welke verkregen zijn van de plant waaruit de waar is bereid, en zwaveldioxide onder de voorwaarden die ter zake gesteld zijn krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven.
Artikel 6
1. Aangeduid moet worden met een der benamingen: gele kandij, bruine kandij of Boerhaavese kandij, naar gelang de gele, bruine of donkerbruine kleur van de kandij: kandij, waarvan het saccharosegehalte ten minste 96%, en het asgehalte ten hoogste 0,3% bedragen.
2. In de in het eerste lid bedoelde waar mogen geen andere bestanddelen aanwezig zijn dan die welke verkregen zijn van de plant waaruit de waar is bereid, alsmede een geringe hoeveelheid katoenvezel, de natuurlijke kleurstof van gebrande suiker, en zwaveldioxide onder de voorwaarden die ter zake gesteld zijn krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven.
Artikel 7
1. Aangeduid moet worden met een der benamingen witte basterdsuiker of blanke basterdsuiker, dan wel lichte basterdsuiker of gele basterdsuiker, onderscheidenlijk bruine basterdsuiker of donkere basterdsuiker, al naar gelang de witte, lichtgele, onderscheidenlijk lichtbruine of donkerbruine kleur van de basterdsuiker: basterdsuiker, waarvan het suikergehalte, ten minste 90% van de droge stof, het gehalte aan invertsuiker ten minste 0,5% en het asgehalte ten hoogste 2,5% van de droge stof bedragen.
2. In de in het eerste lid bedoelde waar mogen geen andere bestanddelen aanwezig zijn dan die welke in kooksels van planten, waaruit de waar is bereid, plegen voor te komen, en zwaveldioxide onder de voorwaarden die ter zake gesteld zijn krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven.
Artikel 8
1. Aangeduid moet worden met de naam melksuiker: het vaste koolhydraat, verkregen uit zoete wei, van welke waar het lactosegehalte ten minste 99% en het asgehalte ten hoogste 0,1% bedragen.
2. In de in het eerste lid bedoelde waar moeten andere dan uit zoete wei afkomstige bestanddelen afwezig zijn.
Artikel 9
1. Aangeduid moet worden met een der benamingen massé of zetmeelsuiker: het mengsel van vaste koolhydraten, welk mengsel wordt verkregen door hydrolisering van zetmeel en van welk mengsel het extractgehalte ten ten minste 80%, het gehalte aan dextrine ten hoogste 15% van de droge stof, het reducerend vermogen vóór inversie, uitgedrukt als dextrose, ten minste 81% van de droge stof en het asgehalte ten hoogste 1,5% van de droge stof bedragen.
2.
De in het eerste lid bedoelde waar moet voldoen aan de volgende eisen:
a. a. andere stoffen dan afkomstig uit en gevormd bij hydrolysering van zetmeel mogen niet aanwezig zijn, met inachtneming van het bepaalde onder b en c; b. b. in 0,5 g van de waar mag arsenicum niet aantoonbaar zijn. c. c. zwaveldioxide mag aanwezig zijn onder de voorwaarden die ter zake zijn gesteld krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven.
Artikel 10
1. Aangeduid mag uitsluitend en moet worden met een der benamingen vanillesuiker of vanilliensuiker: het mengsel van suiker of van geraffineerde suiker of van beide, als bedoeld in artikel 2 , onder b respectievelijk c, met vanilline (3 methoxy-4 hydroxy-benzaldehyd) of met aethylvanilline (3 ethoxy-4 hydroxy-benzaldehyd) en eventueel enig zetmeel, van welk mengsel het gehalte aan suiker ten minste 97% en het gehalte aan vanilline (3 methoxy-4 hydroxy-benzaldehyd) ten minste 1% dan wel aan aethyl vanilline (3 ethoxy-4 hydroxy-benzaldehyd) ten minste 0,25% bedragen.
2. In de in het eerste lid bedoelde waar moeten andere stoffen dan de daar genoemde afwezig zijn.
Artikel 11
1. Aangeduid mag uitsluitend en moet worden met de naam kandijstroop: de stroperige vloeistof, verkregen als naprodukt bij de bereiding van kandij, van welke vloeistof het extractgehalte ten minste 80%, het asgehalte ten hoogste 1,5% en de schijnbare zuiverheidsfactor ten minste 80% bedragen.
2. In de in het eerste lid bedoelde waar mogen geen andere bestanddelen aanwezig zijn dan die welke verkregen zijn van de plant waaruit de waar is bereid, en zwaveldioxide onder de voorwaarden die ter zake gesteld zijn krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven.
Artikel 12
1. Aangeduid moet en mag uitsluitend worden met de naam suikerstroop, al dan niet voorafgegaan door de naam van de plant waaruit de waar is bereid: de stroperige vloeistof, verkregen uit de kooksels van de plant waaruit de waar is bereid, nadat daaruit suiker in kristallen is verwijderd, van welke vloeistof het extractgehalte ten minste 80%, het asgehalte ten hoogste 4,0% en de schijnbare zuiverheidsfactor ten minste 73% bedragen.
2. In de in het eerste lid bedoelde waar mogen geen andere bestanddelen aanwezig zijn dan die welke in kooksels van de plant, waaruit de waar is bereid, plegen voor te komen, en zwaveldioxide onder de voorwaarden die ter zake gesteld zijn krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven.
Artikel 13
1. Aangeduid mag uitsluitend en moet worden met de naam huishoudstroop: het mengsel van kandijstroop, suikerstroop of melasse en glucosestroop, als bedoeld in artikel 2, onder g, van welk mengsel het suikergehalte ten minste 30%, het extractgehalte ten minste 80% en het asgehalte ten hoogste 5% bedragen.
2. In de in het eerste lid bedoelde waar mogen geen andere bestanddelen aanwezig zijn dan glucosestroop en bestanddelen welke in kooksels van de plant, waaruit de waar is bereid, plegen voor te komen, en zwaveldioxide onder de voorwaarden die ter zake gesteld zijn krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven.
Artikel 14
1. Aangeduid mag uitsluitend en moet worden met de naam keukenstroop: het mengsel van kandijstroop, suikerstroop of melasse en glucosestroop, als bedoeld in artikel 2, onder g, van welk mengsel het suikergehalte ten minste 15% en minder dan 30%, het extractgehalte ten minste 80% en het asgehalte ten hoogste 4% bedragen.
2. In de in het eerste lid bedoelde waar mogen geen andere bestanddelen aanwezig zijn dan glucosestroop en bestanddelen welke in kooksels van de plant, waaruit de waar is bereid, plegen voor te komen, en zwaveldioxide onder de voorwaarden die ter zake gesteld zijn krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven.
Artikel 15
1. Met de benamingen melado of melasse mag uitsluitend en met een dezer benamingen moet worden aangeduid: de stroperige vloeistof, verkregen uit de kooksels van de plant waaruit de waar is bereid, nadat daaruit suiker in kristallen is verwijderd, van welke vloeistof het asgehalte meer dan 4,0% bedraagt.
2. In afwijking van het eerste lid moet de daar bedoelde aanduiding worden aangevuld met de aanduiding "zoute stroop" indien van de in het eerste lid bedoelde waar het extractgehalte ten minste 80%, het asgehalte ten hoogste 7% en de schijnbare zuiverheidsfactor ten minste 73% bedragen en de waar aanwezig is in een verpakking met een inhoudsmaat kleiner dan 2 kg en bestemd voor aflevering aan particulieren.
3. In de in het eerste lid bedoelde waar mogen geen andere bestanddelen aanwezig zijn dan die welke in kooksels van suikerriet of beetwortels plegen voor te komen, en zwaveldioxide onder de voorwaarden die ter zake gesteld zijn krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven.
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
1.
De waren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanwezig in een verpakking, bestemd of geschikt om met de inhoud aan de verbruiker te worden afgeleverd, moeten op de buitenzijde van de verpakking zijn voorzien van
a. a. een aanduiding, aangevende de naam van de waar, welke in artikel 2, eerste lid, voor de waar is vastgesteld, alsmede de overige aanduidingen die ten aanzien van de waar in artikel 2 zijn voorgeschreven; b. b. een aanduiding, aangevende het nettogewicht van de in de verpakking aanwezige waar, met uitzondering van de waren in verpakkingen welke minder dan 50 g bevatten, met dien verstande dat voor laatstgenoemde waren, die worden afgeleverd in verzamelverpakkingen, waarvan het totale nettogewicht 50 g of meer bedraagt, op de verzamelverpakking het totale nettogewicht van de daarin aanwezige waar moet worden aangegeven; c. c. een aanduiding aangevende de naam of de handelsnaam en het adres van de fabrikant, van de verpakker of van een verkoper, gevestigd binnen het gebied, waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap dan wel de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is; d. d. voor wat betreft de waren, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder d, e en f, een aanduiding, aangevende de gehaltes aan droge stof in procenten en aan invertsuiker in procenten van de droge stof; e. e. voor wat betreft de waar, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, die kristallen in de oplossing heeft, de aanduiding "gekristalliseerd".
2. In afwijking van het eerste lid, onder c, mag de aanduiding van het adres worden vervangen door de aanduiding van de plaats van vestiging.
3. De in het eerste lid bedoelde aanduidingen moeten duidelijk zichtbaar, gemakkelijk leesbaar en onuitwisbaar zijn en de in dat lid onder a, d en e bedoelde aanduidingen moeten zijn aangebracht in de Nederlandse taal.
4. Indien de waren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met j, aanwezig zijn in een verpakking, waarin zij aan andere verbruikers dan particulieren worden afgeleverd, en het nettogewicht van de in de verpakking aanwezige waar ten minste 10 kg bedraagt, behoeft ten aanzien van die waren niet aan het eerste lid, onder b, d en e te worden voldaan, indien die waren vergezeld gaan van op die waren betrekking hebbende bescheiden, waarin de voor die waren in het eerste lid, onder b, d en e voorgeschreven aanduidingen worden gebezigd.
Artikel 18
In een winkel, op een markt of op enige andere voor het publiek toegankelijke verkoopplaats moeten, indien het betreft onverpakte waar, de voor die waar van toepassing zijnde aanduidingen zijn aangebracht op het voorwerp, waarin of waarop die waar zich bevindt, of op een onmiddellijk boven genoemd voorwerp geplaatst bord. De aanduidingen moeten voor het publiek duidelijk zichtbaar zijn. Zijn beide kanten van het bord voor het publiek zichtbaar, dan moeten de aanduidingen aan weerszijden zijn aangebracht.
Artikel 19
1. De aanduiding van de hoeveelheid als bedoeld in het tweede lid van artikel 20, juncto artikel 9, lid 3, van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet), moet ten aanzien van de waren als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 15 zijn uitgedrukt in kilogram (kg) of gram (g).
2. In aanvulling op artikel 9, onder a tot en met g, van het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen, behoeft op de waren bedoeld in de artikelen 5, 6, 7, 8, 11, 12 en 15 geen vermelding betreffende de lijst van ingrediënten te worden aangebracht.
Artikel 20
De waar, die door een opschrift of op enige andere wijze wordt aangeduid als, of kennelijk voorhanden is als een der waren, bedoeld in een der artikelen 2, 2bis en 4 tot en met 15, moet voldoen aan het voor die waar bij dit besluit bepaalde.
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
1. Voor de beoordeling of de waren in dit besluit bedoeld, voldoen aan de daarin gestelde eisen, moet worden gebruik gemaakt van de methoden van onderzoek, aangegeven in bijlage I bij dit besluit, en, voor zover de methoden aangegeven in die bijlage daarin niet voorzien, van de van toepassing zijnde methoden van onderzoek opgenomen in bijlage II bij dit besluit.
2. Waar meer dan één methode van onderzoek is voorgeschreven, moet bij de uitkomst van het onderzoek tevens worden aangegeven welke methode is toegepast.
Artikel 23
Het Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) (Stb. 1924, 96) wordt ingetrokken.
Artikel 24
1. Dit besluit kan worden aangehaald als Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977.
2. Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Bijlage I. Methoden ter bepaling van het kleurtype, het conductometrisch vast te stellen asgehalte en de kleur van de oplossing, echter uitsluitend van de waren genoemd bij de onderscheidenlijke methoden.
A. Bepaling van het kleurtype van de waren genoemd in het eerste lid van artikel 2 onder b en c, alsmede in het eerste lid van artikel 2bis onder b, dient te geschieden volgens de methode van het Instituut voor landbouwtechnologie en suikerindustrie te Brunswijk, bedoeld in de bijlage, hoofdstuk A, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1265/69 (Pb. EG L 163) van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 juli 1969 betreffende de methoden welke van toepassing zijn bij de bepaling van de kwaliteit voor suiker gekocht door de interventiebureaus.
B. Bepaling van het conductometrisch vast te stellen asgehalte van de waren genoemd in het eerste lid van artikel 2 onder c, d, e en f, dient te geschieden volgens de methode van de International Commission for Uniform Methods of Sugar Analyses (ICUMSA), bedoeld in de bijlage, hoofdstuk A, lid 1, van vorengenoemde verordening.
C. Bepaling van de kleur van de oplossing van de waren genoemd in het eerste lid van artikel 2 onder d, in het zesde lid van artikel 2, alsmede in het eerste lid van artikel 2bis onder c, dient te geschieden volgens de methode van de International Commission for Uniform Methods of Sugar Analyses (ICUMSA), bedoeld in de bijlage, hoofdstuk A, lid 3, van vorengenoemde verordening.