rijk/ministeriele-regeling/instellingsbeschikking-programmacommissie-determinanten-van-gezondheid/BWBR0004499/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.3 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbeschikking programmacommissie determinanten van gezondheid BWBR0004499 ministeriele-regeling geldend 1989-03-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004499 Instellingsbeschikking programmacommissie determinanten van gezondheid

Instellingsbeschikking programmacommissie determinanten van gezondheid

Artikel 1

Er is voor een periode van 5 jaar een programmacommissie voor onderzoek op het terrein van determinanten van gezondheid, hierna te noemen programmacommissie.

Artikel 2

De programmacommissie is verantwoordelijk voor:

a. a. het opstellen in hoofdlijnen van een onderzoeksprogramma betreffende de determinanten van gezondheid; b. b. het aanbieden van dit programma en begrotingsvoorstel uiterlijk zes maanden na in werking treden van dit besluit aan de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur; c. c. het uitwerken van dit onderzoeksprogramma in concrete onderzoeksprojecten; d. d. het zorgdragen voor de uitvoering van het door de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur goedgekeurde onderzoeksprogramma; e. e. het aangeven van de middelen die voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn; f. f. het zorgdragen voor begeleiding van en het toezicht houden op de voortgang van de uitvoering van de projecten van het door de minister goedgekeurde onderzoeksprogramma en het bestedingsplan op jaarbasis; g. g. het uitvoeren van een evaluatie van het onderzoeksprogramma na het derde jaar en bij beëindiging van het onderzoeksprogramma; h. h. het jaarlijks vóór 1 september uitbrengen van een overzicht aan de minister over de stand van zaken ten aanzien van het uit te voeren onderzoeksprogramma en de daartoe noodzakelijke financiële middelen. In dit overzicht zijn tevens opgenomen voorstellen voor aanpassing van het onderzoeksprogramma en aanbevelingen op basis van de conclusies van uitgevoerd onderzoek.

Artikel 3

1. De minister stelt de programmacommissie binnen 3 maanden na ontvangst van het onderzoeksprogramma in kennis van zijn standpunt.

Artikel 4

1.

De programmacommissie bestaat uit maximaal 12 leden, te weten:

a. a. een onafhankelijke voorzitter; b. b. personen uit de sfeer van het onderzoek op het gebied van determinanten van gezondheid; c. c. een vertegenwoordiger van het directoraat-generaal van de Volksgezondheid van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur; d. d. overige deskundigen met voldoende affiniteit tot het beleidsterrein het onderzoek betreffende.

2. De leden worden benoemd en ontslagen door de minister.

Artikel 5

De programmacommissie kan ten behoeve van de uitoefening van haar taak subgroepen instellen. In deze subgroepen kunnen ook niet-leden van de programmacommissie worden opgenomen. Een zodanige subgroep brengt aan de programmacommissie rapport uit.

Artikel 6

1. De coördinatie van het uit te voeren onderzoek wordt verzorgd door de Vakgroep Gezondheidswetenschappen van Rijksuniversiteit Groningen.

2.

De programmacoördinatie bestaat uit de volgende functies:

a. a. het bieden van ondersteuning aan het werk van de programmacommissies; b. b. het opzetten van een netwerk voor onderzoekers die deelnemen aan het programma; c. c. het onderhouden van contacten met onderzoekers in binnen- en buitenland.

3. De coördinator tevens belast met het secretariaat, is adviserend lid van de programmacommissie.

Artikel 7

1. De minister stelt de programmacommissie een secretariaat beschikbaar, onder te brengen bij het in artikel 6 genoemde instituut.

2. De medewerkers van het secretariaat zijn geen lid van de programmacommissie.

Artikel 8

De programmacommissie kan met inachtneming van dit besluit haar werkwijze naar eigen inzicht nader regelen.

Artikel 9

Aan de niet-ambtelijke leden van de programmacommissie en haar subgroepen wordt uit 's Rijks-kas, voor zover daarin niet uit andere hoofde wordt voorzien, een vergoeding voor reis- en verblijfkosten verleend ingevolge het Reisbesluit 1971, Categorie A. Voor het bijwonen van de vergaderingen worden vergoedingen verstrekt ingevolge het vacatiegeldenbesluit.

Artikel 10

1. De uit artikel 7 en artikel 9 voortvloeiende kosten inclusief de overige secretariaatskosten komen per jaar ten laste van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, na goedkeuring van een daartoe ingediende begroting door de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

2. Voor de uitvoering van het programma zullen ten laste van de begroting van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur financiële middelen ter beschikking worden gesteld.

Artikel 11

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de programmacommissie en haar subgroepen geschiedt door het secretariaat van de programmacommissie met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182). De bescheiden worden bij opheffing van de programmacommissie overgedragen aan het hoofd van het Stafbureau Beleidsontwikkeling van het directoraat-generaal van de Volksgezondheid. Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die van haar plaatsing in de Nederlandse Staatscourant en wordt in afschrift gezonden aan de Algemene Rekenkamer.