40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
96 lines
5.1 KiB
Markdown
96 lines
5.1 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Instellingsbesluit commissie evaluatie pilots publieke en private authenticatiemiddelen
|
||
bwb_id: BWBR0037443
|
||
type: ministeriele-regeling
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '2016-01-01'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037443
|
||
citeertitel: Instellingsbesluit commissie evaluatie pilots publieke en private authenticatiemiddelen
|
||
---
|
||
|
||
# Instellingsbesluit commissie evaluatie pilots publieke en private authenticatiemiddelen
|
||
|
||
### Artikel 1
|
||
|
||
De commissie ziet toe op de uitvoering van zorgvuldig evaluatieonderzoek van de pilots met publieke en private authenticatiemiddelen en heeft tot taak de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te adviseren over:
|
||
|
||
• •
|
||
de opzet van het evaluatieonderzoek inzake pilots met publieke en private authenticatiemiddelen waarmee publieke diensten worden afgenomen. Hierbij worden in ieder geval de volgende elementen betrokken: gebruikers, dienstaanbieders, authenticatiediensten, technische werking, privacy en beveiliging;
|
||
• •
|
||
de na de evaluatie te nemen vervolgstappen, in het bijzonder het wel/niet/onder welke randvoorwaarden verder uitrollen van publieke en/of private authenticatiemiddelen waarmee publieke diensten worden afgenomen.
|
||
|
||
### Artikel 2
|
||
|
||
Het evaluatieonderzoek heeft tot doel:
|
||
|
||
• •
|
||
inzicht te verkrijgen in het gebruik van zowel publieke als private authenticatiemiddelen waarmee publieke diensten worden afgenomen. Hiertoe wordt onderzoek gedaan naar feiten en cijfers alsmede naar ervaringen van betrokkenen;
|
||
• •
|
||
dit inzicht op een zodanige wijze te formuleren, dat onderlinge vergelijkbaarheid bewerkstelligd wordt.
|
||
|
||
### Artikel 3
|
||
|
||
De commissie bestaat uit vier onafhankelijke en onpartijdige leden, met een staat van dienst in de betrokken disciplines: een voorzitter, tevens lid, en drie leden.
|
||
|
||
### Artikel 4
|
||
|
||
De commissie wordt ingesteld met ingang van 16 december 2015 en wordt opgeheven na afronding van de werkzaamheden (naar verwachting: medio 2016).
|
||
|
||
### Artikel 5
|
||
|
||
Tot leden van de commissie worden benoemd:
|
||
|
||
a. a.
|
||
drs. R.IJ.M. Kuipers, tevens voorzitter,
|
||
b. b.
|
||
prof. dr. E.A. van Zoonen,
|
||
c. c.
|
||
mr. H. van der Horst,
|
||
d. d.
|
||
dr. A. Zuurmond.
|
||
|
||
De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie. Indien een tussentijdse vacature ontstaat, vindt een benoeming voor die vacature plaats voor de resterende duur van de zittingsperiode.
|
||
|
||
### Artikel 6
|
||
|
||
De commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met dien verstande dat:
|
||
|
||
• •
|
||
de uitvoering van de evaluaties door een of meerdere onafhankelijke onderzoeksbureaus plaatsvindt. De resultaten worden aangeboden aan de commissie, zodat deze kunnen worden verwerkt in het evaluatierapport;
|
||
• •
|
||
de evaluatie plaatsvindt mede op basis van de door de Programma’s Idensys resp. Publiek middel aangeleverde stukken en voorbereidende werkzaamheden, waaronder in ieder geval de reeds uitgewerkte evaluatiecriteria en de offertes van de uitgevraagde onderzoeksbureau’s;
|
||
• •
|
||
de commissie begeleid wordt door een ambtelijk secretaris, ondersteund wordt door de gedelegeerd opdrachtgever en gefaciliteerd wordt door de stichting Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP).
|
||
|
||
### Artikel 7
|
||
|
||
De commissie stelt uiterlijk in juni 2016 een eindrapport op. Dit bevat een omschrijving van de werkzaamheden alsmede, op basis van de evaluatieonderzoeken geformuleerde, conclusies en aanbevelingen. Het eindrapport wordt uitgebracht aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
|
||
|
||
### Artikel 8
|
||
|
||
De directeur B&I of degene die hem opvolgt, namens hem de gedelegeerd opdrachtgever:
|
||
|
||
• •
|
||
informeert de Tweede Kamer na aanvang van de werkzaamheden van de commissie over de opzet en planning van de evaluatie;
|
||
• •
|
||
maakt afspraken met betrokkenen over de evaluaties die niet door de commissie worden beoordeeld en bewerkstelligt dat zoveel mogelijk onderlinge afstemming plaatsvindt, in het bijzonder dat deze evaluaties zich zoveel mogelijk conformeren aan de evaluatiecriteria van de commissie;
|
||
• •
|
||
coördineert de verschillende pilots en zorgt voor gebundelde communicatie en informatieverschaffing;
|
||
• •
|
||
bereidt namens de Minister het Kabinetsstandpunt voor;
|
||
• •
|
||
legt hiertoe het eindrapport van de commissie, vergezeld van een ambtelijk advies, voor aan de Stuurgroep Idensys/Publiek middel en informeert de Digicommissaris;
|
||
• •
|
||
bevordert dat na besluitvorming door de Tweede Kamer de vervolgstappen ter hand worden genomen en dat de uitkomsten van de besluitvorming worden meegenomen bij de verdere voorbereiding van de Wet generieke digitale infrastructuur (gdi).
|
||
|
||
### Artikel 9
|
||
|
||
De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vaste vergoeding met overeenkomstige toepassing van hetgeen inzake commissies is bepaald bij of krachtens de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies (Stb 2008, 495, zoals gewijzigd).
|
||
|
||
### Artikel 10
|
||
|
||
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2016 en werkt terug tot en met 16 december 2015.
|
||
|
||
### Artikel 11
|
||
|
||
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit commissie evaluatie pilots publieke en private authenticatiemiddelen.
|