40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
3.9 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Commissie van Toezicht Centrum voor Veilig Wonen | BWBR0036055 | ministeriele-regeling | geldend | 2015-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0036055 | Instellingsbesluit Commissie van Toezicht Centrum voor Veilig Wonen |
Instellingsbesluit Commissie van Toezicht Centrum voor Veilig Wonen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*de minister:* de Minister van Economische Zaken;
b. b.
*commissie:* de commissie bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
1. Er is een Commissie van Toezicht Centrum voor Veilig Wonen.
2. De commissie heeft tot taak onderzoek te doen en te rapporteren aan de minister over de wijze waarop het Centrum voor Veilig Wonen de aan hem door de Nederlandse Aardolie Maatschappij toegewezen taken uitvoert, waarbij eveneens aandacht wordt besteed aan de relatie tussen het Centrum voor Veilig Wonen en de Nederlandse Aardolie Maatschappij.
Artikel 3
1. De commissie brengt ieder jaar twee keer per jaar verslag uit aan de minister.
2.
Uiterlijk 15 januari zendt de commissie een verslag waarin zij:
a. a. verslag doet van het functioneren van het Centrum voor Veilig Wonen in het voorafgaande kalenderjaar; b. b. een beoordeling geeft over de mate van uitvoerbaarheid van het werkplan en, op basis daarvan, van de uitvoerbaarheid van de taken van het Centrum voor Veilig Wonen voor aankomend kalenderjaar.
3. Uiterlijk 1 juli zendt de commissie een verslag met voorlopige bevindingen op de uitvoering van het werkplan in het lopende kalenderjaar.
Artikel 4
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste drie andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd voor een termijn van drie jaar en kunnen worden herbenoemd. De voorzitter en de andere leden kunnen door de minister worden geschorst en ontslagen.
3. De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.
Artikel 5
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.
2. De minister voorziet in het secretariaat van de commissie.
3. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat ministerie.
4. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
5. De commissie stelt een protocol vast over de wijze waarop zij het onderzoek uitvoert.
Artikel 6
Met ingang van 1 januari 2015 worden voor een periode van drie jaar tot lid van de commissie benoemd:
a. a. de heer drs. H.B. Eenhoorn te Wassenaar, tevens voorzitter; b. b. de heer ir. R.W. Bleker te Culemborg; c. c. de heer ing. M. Verwoert te Hedel.
Artikel 7
1. Aan de voorzitter van de commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 0,078.
2. Aan de andere leden van de commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 17, trede 10 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 0,078.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie van Toezicht Centrum voor Veilig Wonen.