rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-kennisgroepen-en-commissies-lnv/BWBR0024208/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

19 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit kennisgroepen en commissies LNV BWBR0024208 ministeriele-regeling geldend 2011-06-14 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024208 Instellingsbesluit kennisgroepen en commissies LNV

Instellingsbesluit kennisgroepen en commissies LNV

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

agrocluster: geheel van activiteiten die samenhangen met de productie, verwerking, distributie en het gebruik van agrarische food- en non-foodproducten van binnen- en buitenlandse oorsprong, met inbegrip van toeleverende en dienstverlenende bedrijven; beheeradviescommissie: Beheeradviescommissie Oostvaardersplassen; evaluatiecommissie: Evaluatiecommissie Q-koorts; groene ruimte: niet verstedelijkte deel van Nederland, met inbegrip van grootschalige stedelijke parken en recreatiegebieden; klankbordgroep: Klankbordgroep vermindering regeldruk; kenniskring: Kenniskring weidevogellandschap; kennisnetwerk OBN: kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit; Minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; regiegroep: regiegroep Natuur- en Milieu-educatie en Leren voor Duurzame Ontwikkeling; regiekamer: regiekamer van het Programma Naar een rijke Waddenzee; stuurgroep: Stuurgroep Taskforce Multifunctionele Landbouw; Taskforce: Taskforce biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen; welzijnscommissie: Welzijnscommissie Q-koorts.

2. Paragraaf 5b is vastgesteld in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking.

Paragraaf 2. kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Paragraaf 3. Kenniskring weidevogellandschap

Artikel 8

1. Er is een Kenniskring weidevogellandschap.

2. De kenniskring bevordert de ontsluiting, ontwikkeling, uitwisseling en verspreiding en benutting van kennis omtrent het weidevogelbeheer.

Artikel 9

1. De kenniskring bestaat uit maximaal 30 leden, de voorzitter daaronder begrepen.

2. De Minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van de kenniskring.

3. De voorzitter en de overige leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaren. Na afloop van die periode zijn zij terstond herbenoembaar.

4. De voorzitters en de andere leden worden op persoonlijke titel benoemd.

5. De Minister voorziet in de ondersteuning van de kenniskring.

Artikel 10

Als leden van de kenniskring worden benoemd voor de periode van:

a. a. 1 april 2006 tot en met 31 maart 2010:

      
      mevrouw dr. P.C. de Hullu, tevens voorzitter;
    
    
      
      de heer prof. dr. F. Berendse;
    
    
      
      de heer J.J. van den Boogert;
    
    
      
      de heer M. Douma;
    
    
      
      de heer dr. R.P.B. Foppen;
    
    
      
      de heer G.J. Gerritsen;
    
    
      
      de heer L. de Groot;
    
    
      
      de heer dr. ir. J.A. Guldemond;
    
    
      
      de heer ir. R.J.J. Hendriks;
    
    
      
      de heer N. Jonker;
    
    
      
      de heer dr. Th.C.P. Melman;
    
    
      
      de heer ir. G. Migchels;
    
    
      
      de heer drs. A.G. van Paassen;
    
    
      
      de heer ing. F. van Rossum;
    
    
      
      de heer prof. dr. G.R. de Snoo;
    
    
      
      de heer drs. R. van t Veer;
    
    
      
      de heer ing. E. Wymenga;
    
    
      
      de heer ir. F.F. van der Zee;

mevrouw dr. P.C. de Hullu, tevens voorzitter; de heer prof. dr. F. Berendse; de heer J.J. van den Boogert; de heer M. Douma; de heer dr. R.P.B. Foppen; de heer G.J. Gerritsen; de heer L. de Groot; de heer dr. ir. J.A. Guldemond; de heer ir. R.J.J. Hendriks; de heer N. Jonker; de heer dr. Th.C.P. Melman; de heer ir. G. Migchels; de heer drs. A.G. van Paassen; de heer ing. F. van Rossum; de heer prof. dr. G.R. de Snoo; de heer drs. R. van t Veer; de heer ing. E. Wymenga; de heer ir. F.F. van der Zee; b. b. 1 oktober 2006 tot en met 30 september 2010:

      
      de heer ing. J.L. Dijkstra;

de heer ing. J.L. Dijkstra; c. c. 1 augustus 2007 tot en met 31 juli 2011:

      
      de heer dr. M. Engelmoer;

de heer dr. M. Engelmoer; d. d. 15 oktober 2007 tot en met 14 oktober 2011:

      
      de heer D. Ellinger;

de heer D. Ellinger; e. e. 1 april 2008 tot en met 31 maart 2012:

      
      mevrouw drs. N.H.G. Meijers;
    
    
      
      mevrouw ir. J. Vos.

mevrouw drs. N.H.G. Meijers; mevrouw ir. J. Vos.

Artikel 11

De kenniskring stelt zijn eigen werkwijze vast.

Artikel 12

De kenniskring doet onderzoek naar zijn taakvervulling en brengt uiterlijk 31 maart 2010 een evaluatierapport uit waarin de uitkomsten en conclusies van het onderzoek worden opgenomen en indien nodig tevens voorstellen worden gedaan voor mogelijke veranderingen.

Artikel 13

De voorzitter van de kenniskring is bevoegd anderen dan de leden van de kenniskring uit te nodigen aan overleg van de kenniskring deel te nemen.

Artikel 14

De voorzitter en de overige leden van de commissie ontvangen per vergadering een algemene vergoeding als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Regeling maximumbedragen vacatiegeld 2004.

Paragraaf 4. Stuurgroep Taskforce multifunctionele landbouw

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

Paragraaf 5. InnovatieNetwerk

Artikel 20

1. Er is een InnovatieNetwerk.

2. De missie van InnovatieNetwerk is bevordering van een vitale en duurzame ontwikkeling van het nationale en internationale agrocluster en van de groene ruimte, gericht op de verbetering van de kwaliteit van het leven, en de vitaliteit van ecosystemen.

Artikel 21

InnovatieNetwerk heeft tot taak op het gebied van de groene ruimte en het agrocluster:

a. a. strategische toekomstverkenningen uit te voeren, in het bijzonder het verkennen van toekomstige problemen en kansen, met als doel levensvatbare strategieën en acties voor belanghebbenden te identificeren; b. b. het initiëren van ingrijpende vernieuwingen door het ontwerpen van perspectiefvolle aanzetten voor vernieuwingen en het op hoofdlijnen uitwerken daarvan; c. c. het uitvoeren van de aan de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek opgedragen taken, voorzover deze niet reeds vallen onder de taken, genoemd in de onderdelen a en b.

Artikel 22

InnovatieNetwerk heeft de volgende organen:

a. a. het bestuur, bedoeld in artikel 23; en b. b. het bureau, bedoeld in artikel 24.

Artikel 23

1. Het bestuur bestaat uit minstens 9 leden, de voorzitter daaronder begrepen.

2. De Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter, gehoord de overige leden van het bestuur.

3. De voorzitters en de andere leden worden op persoonlijke titel benoemd.

4. De voorzitter en de overige leden worden benoemd op persoonlijke titel en voor een periode van ten hoogste vijf jaren. Zij zijn na afloop van die periode terstond herbenoembaar.

Artikel 24

1. Het bureau ondersteunt het bestuur en het netwerk.

2. De Minister benoemt, schorst en ontslaat de directeur van het bureau, in overeenstemming met het bestuur.

3. De directeur van het bureau is belast met de leiding van het personeel dat werkzaam is voor InnovatieNetwerk. Hij is tevens secretaris van het bestuur.

Artikel 25

1.

Als leden van het bestuur worden herbenoemd voor de periode van:

1 januari 2011 tot en met 31 december 2011:

de heer dr. J. Kremers, tevens voorzitter; de heer prof. mr. F.H.J.J. Andriessen; mevrouw prof. dr. I. de Beaufort; de heer ir. ing. H. de Boon; de heer ir. A. van den Brand; de heer prof. dr. ir. A.A. Dijkhuizen; de heer mr. G.J. Jansen; de heer ir. J.J. de Graeff; de heer dr. B. Sangster; de heer drs. A.H.A. Veenhof; de heer J.C.P. Vogelaar; de heer prof. dr. A.N. van der Zande; de heer drs. W.J. Deetman.

Artikel 26

1. Het bestuur besluit omtrent de besteding van de middelen.

2. Het bestuur stelt jaarlijks voor de afloop van een kalenderjaar een voortschrijdend werkprogramma voor in ieder geval het volgende jaar vast, nadat het de Minister in de gelegenheid heeft gesteld diens commentaar over een concept-werkprogramma aan het bestuur kenbaar te maken. Het werkprogramma bevat een begroting voor het volgend kalenderjaar.

3. Over de besteding van de middelen legt het bestuur jaarlijks verantwoording af aan de Minister, uiterlijk 4 maanden na afloop van het kalenderjaar waarvoor de middelen beschikbaar zijn gesteld.

Artikel 27

InnovatieNetwerk doet onderzoek naar zijn taakvervulling en brengt uiterlijk in juni 2010 een evaluatierapport uit waarin de uitkomsten en conclusies van het onderzoek worden opgenomen en indien nodig tevens voorstellen worden gedaan voor mogelijke veranderingen.

Paragraaf 5a. Programmaraad Kasteel Groeneveld

Artikel 27a

Vervallen

Artikel 27b

Vervallen

Artikel 27c

Vervallen

Artikel 27d

Vervallen

Artikel 27e

Vervallen

Paragraaf 5b. Taskforce biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen

Artikel 27f

Vervallen

Artikel 27g

Vervallen

Artikel 27h

Vervallen

Artikel 27i

Vervallen

Artikel 27j

Vervallen

Artikel 27k

Vervallen

Paragraaf 5c. Regiegroep Natuur- en Milieu-educatie en Leren voor Duurzame Ontwikkeling

Artikel 27l

Er is een regiegroep Natuur- en Milieu-educatie en Leren voor Duurzame Ontwikkeling.

Artikel 27m

1. De regiegroep heeft tot taak het aansturen van de interdepartementale en interbestuurlijke programmas Natuur- en Milieu-educatie en Leren voor Duurzame Ontwikkeling.

2. De regiegroep vervult haar taak met inachtneming van de nota Natuur- en Milieu-educatie Kiezen, Leren, Meedoen (Kamerstukken II 2007/08, 20 487, nr. 21) en bijbehorend uitvoeringskader Natuur- en Milieu-educatie 20082011 (Kamerstukken II 2008/09, 20 487, nr. 32) en op basis van de nota Leren voor Duurzame Ontwikkeling Van Marge naar Mainstream (Kamerstukken II 2007/08, 31 200 VIII, nr. 163) en het bijbehorende uitvoeringskader Van Agenderen naar Doen! 20082011.

Artikel 27n

1. De Minister benoemt, schorst en onslaat de voorzitter van de regiegroep.

2. De Minister benoemt, schorst en ontslaat de overige leden van de regiegroep in overleg met het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

3. De Minister voorziet in de ondersteuning van de regiegroep.

Artikel 27o

1.

Als leden van de regiegroep worden benoemd:

mevrouw dr. J.W. Kersten, tevens voorzitter; de heer dr. B. ter Haar; de heer ir. W.N. Hazeu; de heer mr. F.D. van Heijningen; de heer drs. T.W. Rietkerk; de heer dr. S. Schaap; de heer drs. ing. D.A. van Steensel; mevrouw ir. A.N. Wouters.

2. Van de leden, genoemd in het eerste lid, wordt enkel de voorzitter op persoonlijke titel benoemd.

3. De voorzitter ontvangt per maand een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.

Artikel 27p

De regiegroep bepaalt haar eigen werkwijze.

Paragraaf 5d. Evaluatiecommissie Q-koorts

Artikel 27q

Vervallen

Artikel 27r

Vervallen

Artikel 27s

Vervallen

Paragraaf 5e. Welzijnscommissie Q-koorts

Artikel 27t

Vervallen

Artikel 27u

Vervallen

Artikel 27v

Vervallen

Paragraaf 5f. Commissie pachtnormen II

Artikel 27w

Vervallen

Artikel 27x

Vervallen

Artikel 27y

Vervallen

Paragraaf 5g. Klankbordgroep vermindering regeldruk

Artikel 27z

Vervallen

Artikel 27aa

Vervallen

Artikel 27bb

Vervallen

Paragraaf 5h. Regiekamer van het Programma Naar een rijke Waddenzee

Artikel 27cc

1. Er is een regiekamer.

2. De regiekamer ziet toe op de uitvoering van het programma Naar een rijke Waddenzee (Kamerstukken II 20092010, 29 675, nr. 92) en geeft sturing aan de uitvoering, zoals in het programma omschreven.

Artikel 27dd

1.

De regiekamer bestaat uit:

a. a. een vertegenwoordiger van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, zijnde de Regiodirecteur Noord; b. b. een vertegenwoordiger van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, zijnde de directeur Water en Scheepvaart van Rijkswaterstaat Noord-Nederland; c. c. drie regionale vertegenwoordigers, zijnde een vertegenwoordiger van de Waddenprovincies, een vertegenwoordiger namens het Eilander College en een vertegenwoordiger namens de Vereniging van Waddengemeenten; d. d. drie vertegenwoordigers van de natuurorganisaties, verenigd in de Coalitie Wadden Natuurlijk; e. e. drie vertegenwoordigers van de gebruikers van het Wad, te weten de sector recreatie, de sector visserij en de sector economie; f. f. een onafhankelijk voorzitter.

2. De Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter van de regiekamer.

3. De Minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van de regiekamer, genoemd in het eerste lid, onderdelen c, d, e en f, in overeenstemming met de organisatie, die zij gaan vertegenwoordigen onderscheidenlijk vertegenwoordigen.

Artikel 27ee

1.

Als leden van de regiekamer worden benoemd:

mevrouw J. Stam, tevens voorzitter; de heer W. Alblas; de heer H. van Kersen; de heer F. Wouters; de heer S. Engelsman; de heer D. van Doorn; de heer D. van Tuinen; de heer D. Hollenga; mevrouw F. Giskes.

2. De voorzitter en de vertegenwoordigers van de gebruikers van het Wad zijn op persoonlijke titel benoemd. Zij kunnen de belangen van deze gebruikers goed overzien en inbrengen in de regiekamer.

3. De heer K. van Es is belast met de ondersteuning van de regiekamer. Hij is tevens secretaris van de regiekamer.

Artikel 27ff

De voorzitter ontvangt per vergadering een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.

Paragraaf 5i. Beheeradviescommissie Oostvaardersplassen

Artikel 27gg

Er is een Beheeradviescommissie Oostvaardersplassen.

Artikel 27hh

De beheeradviescommissie heeft de volgende taken:

de beheeradviescommissie adviseert Staatsbosbeheer uit eigen beweging of naar aanleiding van een voorgelegd beheerplan over het dagelijks beheer door Staatsbosbeheer in de Oostvaardersplassen en in omliggende gebieden binnen de kaders van het rapport van de Commissie evaluatie grote grazers in de Oostvaardersplassen van november 2010 (Kamerstukken II 2010/11, 32 563, nr. 1); de beheeradviescommissie rapporteert aan de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over de adviezen die zij aan Staatsbosbeheer verstrekt, en desgevraagd adviseert de beheeradviescommissie de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over de uitvoering van de adviezen uit het rapport van de Commissie evaluatie grote grazers in de Oostvaardersplassen.

Artikel 27ii

1. Als voorzitter van de beheeradviescommissie wordt benoemd voor de periode van 12 juli 2012 tot en met 30 november 2014: de heer dr. R. Stolp.

2.

Als leden van de beheeradviescommissie worden benoemd voor de periode van 1 december 2010 tot en met 30 november 2014:

de heer ing. J.R.K. Leidekker; mevrouw prof. dr. F. Ohl; de heer ir. H.R. Oosterveld; de heer ir. W.G. de Raad; de heer ing. G.J. Spek.

Artikel 27jj

De voorzitter en leden ontvangen per vergadering een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.

Paragraaf 5j. Adviescommissie versnelling en verbetering besluitvorming infrastructuur

Artikel 27kk

Vervallen

Artikel 27ll

Vervallen

Artikel 27mm

Vervallen

Artikel 27nn

Vervallen

Artikel 27oo

Vervallen

Artikel 27pp

Vervallen

Artikel 27qq

Vervallen

Artikel 27rr

Vervallen

Paragraaf 5k. Commissie van deskundigen natuurwetgeving

Artikel 27ss

Vervallen

Artikel 27tt

Vervallen

Artikel 27uu

Vervallen

Artikel 27vv

Vervallen

Artikel 27ww

Vervallen

Artikel 27xx

Vervallen

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 28

De volgende besluiten vervallen:

a. a. het Instellingsbesluit Kenniskring weidevogellandschap; b. b. het Besluit InnovatieNetwerk.

Artikel 29

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Paragraaf 2 werkt terug tot en met 12 september 2006.

3. Paragraaf 4 werkt terug tot en met 6 december 2007 en vervalt met ingang van 1 januari 2012.

4. Paragraaf 5b werkt terug tot en met 23 januari 2009 en vervalt met ingang van 23 januari 2012.

5. Paragraaf 5c vervalt met ingang van 1 januari 2013.

6. Paragraaf 5d vervalt met ingang van 1 december 2010.

7. Paragraaf 5g vervalt met ingang van 1 juli 2011.

7. Paragraaf 5h werkt terug tot en met 2 februari 2010.

8. Paragraaf 5i vervalt met ingang van 1 november 2010.

9. Paragraaf 5j vervalt met ingang van 1 november 2011.

Artikel 30

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit kennisgroepen en commissies LNV.