rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-maatschappelijke-begeleidingscommissie-platform-perspectief-j/BWBR0045422/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.4 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Maatschappelijke begeleidingscommissie Platform Perspectief Jongeren BWBR0045422 ministeriele-regeling geldend 2021-07-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0045422 Instellingsbesluit Maatschappelijke begeleidingscommissie Platform Perspectief Jongeren

Instellingsbesluit Maatschappelijke begeleidingscommissie Platform Perspectief Jongeren

Artikel 1

a. a.

    *minister:* Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

b. b.

    *commissie:* Maatschappelijke begeleidingscommissie Platform Perspectief Jongeren;

c. c.

    *jongeren:* jongeren die leerplichtig zijn alsmede jongeren die deelnemen aan het MBO.

Artikel 2

1. Er is een Maatschappelijke begeleidingscommissie Platform Perspectief Jongeren.

2.

De Maatschappelijke begeleidingscommissie Platform Perspectief Jongeren heeft tot taak:

a. a. Het adviseren van de minister over de samenhang van beleid tussen brede maatschappelijke relevante ontwikkelingen gericht op jongeren en het Nationaal Programma Onderwijs; b. b. Het adviseren van de minister over het verduurzamen van de beoogde effecten van het beleid voor jongeren binnen het Nationaal Programma Onderwijs; c. c. De commissie zal kwetsbare groepen jongeren identificeren en in het bijzonder inzicht geven in hoe het beleid binnen het Nationaal Programma Onderwijs deze groep jongeren bereikt en ondersteunt; d. d. Het vormgeven van aanbevelingen in samenspraak met jongeren en kwetsbare jongeren in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs;

Artikel 3

1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste negen andere leden.

2. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.

3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

4. De voorzitter en overige leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of wegens andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.

5. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.

Artikel 4

Voor de duur van de expertgroep worden tot lid van de expertgroep benoemd:

a. a. de heer K. Putters, tevens voorzitter, tot 13 oktober 2022; b. b. mevrouw A. van de Maat; c. c. mevrouw T. Schils, tot 1 januari 2023; d. d. de heer S. Annen; e. e. de heer K. Amghar; f. f. mevrouw J. Metselaar; g. g. de heer F. Tabarki, met ingang van 13 oktober 2022 tevens voorzitter; h. h. mevrouw F. Hooglandt; i. i. de heer A. Idrissi; en j. j. de heer M. de Winter, tot 15 oktober 2022; k. k. de heer S. Sieckelinck, te rekenen vanaf 1 januari 2023.

Artikel 5

1. De commissie wordt ingesteld met ingang van 16 juni 2021.

2. De commissie wordt opgeheven op de datum van indiening van het eindadvies. Dat eindadvies zal uiterlijk op 31 december 2023 door de commissie worden aangeboden aan de minister.

Artikel 6

1. De minister voorziet in een secretaris en indien nodig een plaatsvervangend secretaris voor commissie.

2. De secretaris is geen lid van de commissie en is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

Artikel 7

1. De commissie stelt zijn eigen werkwijze vast.

2. De commissie stelt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

3. De commissie verantwoordt zijn werkwijze in een eindadvies. In dit eindadvies wordt verslag gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest.

4. De commissie kan zich door gastdeskundigen en andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van zijn taak nodig is.

Artikel 8

1. De leden de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen een vaste vergoeding waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op salarisschaal 16, trede 10, conform de geldende CAO Rijk, en de arbeidsduurfactor op 1/10 van een 36-urig dienstverband.

2. De voorzitter van de commissie ontvangt een vaste vergoeding waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op salarisschaal 16, trede 10, conform de geldende CAO Rijk, en de arbeidsduurfactor op 2/10 van een 36-urig dienstverband, te rekenen vanaf 13 oktober 2022.

Artikel 9

1. De kosten van de commissie worden, voor zover goedgekeurd, gefinancierd door de minister.

2.

Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, en; b. b. de kosten voor het inschakelen van verdere externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en; c. c. de kosten voor oplevering van het eindadvies.

Artikel 10

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 11

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van zijn werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan de directie Organisatie en Beheer van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 12

Een ieder die betrokken is geweest bij de werkzaamheden van de expertgroep en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 13

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 16 juni 2021.

2. Dit besluit vervalt op 31 januari 2024.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Maatschappelijke begeleidingscommissie Platform Perspectief Jongeren.