rijk/ministeriele-regeling/kaderregeling-subsidies-pilotprojecten-reconstructie/BWBR0011509/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

9.4 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Kaderregeling subsidies pilotprojecten reconstructie BWBR0011509 ministeriele-regeling geldend 2000-07-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011509 Kaderregeling subsidies pilotprojecten reconstructie

Kaderregeling subsidies pilotprojecten reconstructie

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De minister verstrekt op aanvraag subsidies voor de uitvoering van pilotprojecten met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.

Artikel 3

De in artikel 2 bedoelde subsidie wordt slechts verstrekt voor pilotprojecten waarvan het projectplan door de minister, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, is goedgekeurd op basis van de rijksuitgangspunten, genoemd in de bijlage bij het wetsvoorstel.

Artikel 4

De in artikel 2 bedoelde subsidie wordt slechts verstrekt voor die maatregelen en voorzieningen uit een pilotproject, die gelet op de aard en inhoud van de te verrichten activiteiten en de aard van de te maken kosten, in aanmerking zouden kunnen komen voor een subsidie uit hoofde van een bestaand subsidiekader en voorzover niet reeds op basis daarvan een subsidie is verstrekt of, tenzij subsidieverlening nadien is geweigerd, aangevraagd.

Artikel 5

1. Het subsidieplafond voor de uitvoering van deze regeling bedraagt f 60.000.000.

2. Bij een in de Staatscourant bekend te maken besluit kan de minister het in het eerste lid bedoelde subsidieplafond geheel of ten dele nader verdelen in subsidieplafonds per afzonderlijk goedgekeurd pilotproject.

Paragraaf 2. Subsidie aan provincies, gemeenten, waterschappen en landinrichtingscommissies

Artikel 6

De artikelen 7 tot en met 12 zijn van toepassing op de verlening van subsidies die ingevolge het desbetreffendebestaande subsidiekader kunnen worden verleend aan provincies, gemeenten, waterschappen of landinrichtingscommissies.

Artikel 7

1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt door het provinciebestuur dat het projectplan voor het pilotproject waarop de subsidie betrekking heeft heeft vastgesteld, in overeenstemming met de besturen van de desbetreffendegemeenten en waterschappen en in voorkomend geval met de landinrichtingscommissies die het aangaat, ingediend bij de directeur van de Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

2.

De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een uitvoeringsprogramma, waarin de maatregelen en voorzieningen, waarop de aanvraag betrekking heeft zijn opgenomen, alsmede per maatregel of voorziening:

  • een raming van de totale kosten van uitvoering;

  • een overzicht van de voor de uitvoering door de provincie, de gemeenten, de waterschappen of derden beschikbaar gestelde of toegezegde middelen;

  • het gevraagde subsidiebedrag en de beoogde subsidieontvanger;

  • de aanduiding van het bestaande subsidiekader op basis waarvan de gevraagde subsidie zou kunnen worden verstrekt.

Artikel 8

1.

De aanvraag tot subsidieverlening wordt voor elke maatregel en voorziening waarvoor subsidie wordt aangevraagd afzonderlijk, voorzover het betreft de aard van de uit te voeren maatregelen en voorzieningen, de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd, alsmede het gevraagde subsidiebedrag, getoetst aan de bepalingen van het desbetreffendebestaande subsidiekader met betrekking tot:

  • de subsidiabele activiteiten;

  • de subsidiabele kosten;

  • in voorkomend geval het toepasselijke minimum- dan wel maximumsubsidiebedrag;

  • in voorkomend geval het toepasselijke subsidiepercentage.

2. Andere bepalingen uit bestaande subsidiekaders dan die bedoeld in het eerste lid blijven voor de toepassing van deze regeling buiten toepassing.

3. Indien met betrekking tot een maatregel of voorziening, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, toepassing van een ingevolge het desbetreffendebestaande subsidiekader geldende subsidiepercentage ertoe zou leiden dat de subsidie, vermeerderd met de door de provincie, de gemeenten, de waterschappen of derden beschikbaar gestelde of toegezegde middelen, meer dan 100% van de kosten zou bedragen, wordt het toe te passen subsidiepercentage zodanig verlaagd dat de subsidie, vermeerderd met bedoelde middelen maximaal de kosten bedraagt.

Artikel 9

1. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt per maatregel of voorziening waarop zij betrekking heeft de subsidieontvanger.

2. Aan de subsidieverlening kan de minister in voorkomend geval zodanige voorwaarden en verplichtingen verbinden, dat gewaarborgd is dat de subsidieverlening in overeenstemming is met de voorwaarden die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft gesteld in het kader van de goedkeuring van de bestaande subsidiekaders die aan de subsidieverlening ten grondslag liggen. Aan de subsidieverlening kan de minister ook andere verplichtingen verbinden die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 10

1. Na afronding van het pilotproject, maar uiterlijk op 1 oktober 2002, dient het in artikel 7, eerste lid, bedoelde provinciebestuur, in overeenstemming met de overige in genoemd artikellid genoemde organen, aan wie een subsidie is verleend, een aanvraag tot subsidievaststelling in bij de directeur van de Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een overzicht van de in het kader van het pilotproject uitgevoerde maatregelen en voorzieningen, alsmede van een per maatregel of voorziening gespecificeerd overzicht van de gemaakte kosten. Ten aanzien van uit hoofde van deze regeling gesubsidieerde maatregelen en voorzieningen, waarvoor het desbetreffende bestaande subsidiekader voorschrijft dat bij de aanvraag tot subsidievaststelling een accountantsverklaring is vereist omtrent het verricht zijn van de gesubsidieerde activiteiten en de in dat verband gemaakte kosten, gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van een zodanige accountantsverklaring.

Artikel 11

De minister geeft binnen drie maanden na de aanvraag, bedoeld in artikel 10, eerste lid, een beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 12

De minister kan op aanvraag van de onderscheiden subsidieontvangers voorschotten verstrekken tot ten hoogste 80% van de aan de desbetreffendesubsidieontvanger verleende subsidie.

Paragraaf 3. Overige subsidies en middelen voor grondverwerving

Artikel 13

1. Op verzoek van het in artikel 7, eerste lid, bedoelde provinciebestuur reserveert de minister een door het provinciebestuur aan te geven deel van het toepasselijke subsidieplafond ten behoeve van de verlening van subsidies op basis van bestaande subsidiekaders aan natuurlijke en rechtspersonen, niet zijnde de mogelijke ontvangers van een subsidie als bedoeld in paragraaf 2 van deze regeling, waarvan de verlening voor de uitvoering van het pilotproject door het provinciebestuur in het bijzonder aangewezen wordt geacht.

2. Een reservering als bedoeld in het eerste lid heeft uitsluitend betrekking op subsidies die ingevolge het toepasselijke bestaande subsidiekader volledig kunnen worden vastgesteld en uitbetaald voor 31 december 2002.

3. Op verzoek van het in artikel 7, eerste lid, bedoelde provinciebestuur reserveert de minister een door het provinciebestuur aan te geven deel van het toepasselijke subsidieplafond ten behoeve van de verwerving van gronden door het Bureau beheer landbouwgronden, bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer.

Artikel 14

1.

Met betrekking tot een subsidie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, is het desbetreffendebestaande subsidiekader onverkort van toepassing, met dien verstande dat:

a. a. een aanvraag tot verlening of verstrekking van een subsidie niet niet-ontvankelijk wordt verklaard of buiten behandeling wordt gelaten om de reden dat op het moment van aanvraag de mogelijkheid tot het indienen van aanvragen op basis van het desbetreffendebestaande subsidiekader is gesloten; b. b. zolang het overeenkomstig artikel 13, eerste lid, door de minister gereserveerde bedrag niet is overschreden, een aanvraag tot verlening of verstrekking van een subsidie niet wordt afgewezen om de reden dat het voor het desbetreffendebestaande subsidiekader geldende subsidieplafond is bereikt; c. c. de toekenning van een subsidie ten laste van het overeenkomstig artikel 13, eerste lid, door de minister gereserveerde bedrag slechts geschiedt indien toekenning van de subsidie niet mogelijk is ten laste van het voor het desbetreffendesubsidiekader op het moment van de indiening van de aanvraag geldende subsidieplafond; d. d. de toekenning van een subsidie ten laste van het overeenkomstig artikel 13, eerste lid, door de minister gereserveerde bedrag slechts geschiedt indien het in artikel 13, eerste lid, bedoelde provinciebestuur hiermee instemt; e. e. de aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk op 31 december 2002 wordt ingediend.

2. Het provinciebestuur kan de instemming, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, slechts onthouden op de grond dat de verlening van de subsidie niet bijdraagt aan de verwezenlijking van het pilotproject.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als Kaderregeling subsidies pilotprojecten reconstructie.