rijk/ministeriele-regeling/mandaat-bevoegdheid-beëdiging-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0016053/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

27 lines
1.5 KiB
Markdown

---
titel: Mandaat bevoegdheid beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar
bwb_id: BWBR0016053
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2003-12-25'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0016053
citeertitel: Mandaat bevoegdheid beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar
---
# Mandaat bevoegdheid beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar
### Artikel 1
**1.** Het afleggen van de eden, verklaring en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, geschiedt in handen van de als direct toezichthouder aangewezen korpschef van een regionaal politiekorps of de korpschef van het Korps landelijke politiediensten.
**2.** Indien de te beëdigen persoon behoort tot een dienst die ressorteert onder enig ministerie, geschiedt de beëdiging in handen van het hoofd van die dienst.
### Artikel 2
**1.** De direct toezichthouder kan bepalen dat het afleggen van de eden, verklaring en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, namens hem geschiedt in handen van zijn plaatsvervanger.
**2.** Het hoofd van dienst, genoemd in artikel 1, tweede lid, kan bepalen dat het afleggen van de eden, verklaring en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, namens hem geschiedt in handen van zijn plaatsvervanger.
### Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 4 oktober 2002.