rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-bevoegdheid-tot-beëdiging-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0016836/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

1.8 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar BWBR0016836 ministeriele-regeling geldend 2004-06-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016836 Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar

Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar

Artikel 1

1. Het afleggen van de eden, verklaring en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, geschiedt in handen van de als direct toezichthouder aangewezen korpschef van een regionaal politiekorps of de korpschef van het Korps landelijke politiediensten.

2. Indien de te beëdigen persoon behoort tot een dienst die ressorteert onder enig ministerie, geschiedt de beëdiging in handen van het hoofd van die dienst.

Artikel 2

1. De direct toezichthouder kan bepalen dat het afleggen van de eden, verklaring en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, namens hem geschiedt in handen van de plaatsvervangend korpschef, alsmede direct leiding gevenden, in de rang van commissaris van politie.

2. Het hoofd van dienst, genoemd in artikel 1, tweede lid, kan bepalen dat het afleggen van de eden, verklaring en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, namens hem geschiedt in handen van zijn plaatsvervanger.

Artikel 3

Het besluit van 10 december 2003, houdende mandaat van de bevoegdheid tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar, wordt ingetrokken.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.