rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-directoraat-generaal-belastingdienst-2018/BWBR0041669/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

421 lines
29 KiB
Markdown
Raw Blame History

This file contains invisible Unicode characters

This file contains invisible Unicode characters that are indistinguishable to humans but may be processed differently by a computer. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Mandaatbesluit Directoraat-Generaal Belastingdienst 2018
bwb_id: BWBR0041669
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2018-12-15'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0041669
citeertitel: Mandaatbesluit Directoraat-Generaal Belastingdienst 2018
---
# Mandaatbesluit Directoraat-Generaal Belastingdienst 2018
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
### Artikel 1
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. a.
*het DGBD:* het directoraat-generaal Belastingdienst;
b. b.
*de directeur-generaal Belastingdienst:* de DG;
c. c.
*de plaatsvervangend directeur-generaal Belastingdienst:* de pDG;
d. d.
*algemene leiding DGBD:* de DG en de plaatsvervangend directeur-generaal (pDG); en
e. e.
*directeuren van de topstructuur DGBD:* algemeen directeur, (hoofd)directeur van concerndirecties, shared service organisaties (SSO) of corporate diensten.
### Artikel 2
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:
a) a)
*volmacht:* de bevoegdheid om namens de Minister voor de Staat privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; en
b) b)
*machtiging:* de bevoegdheid om namens de Minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
### Artikel 3
**1.**
Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de gemandateerde worden diens taken volledig uitgeoefend door een aangewezen plaatsvervanger. De aanwijzing van een plaatsvervanger geschiedt door de mandaatgever met inachtneming van het Organisatiebesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2018 en in overeenstemming met de algemene leiding DGBD ten aanzien van de directeuren van de topstructuur DGBD.
De aanwijzing van een plaatsvervanger anders dan plaatsvervanger voor de directeuren van de topstructuur DGBD, geschiedt door de directeur van de topstructuur DGBD van het betreffende organisatieonderdeel met inachtneming van het Organisatiebesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2018.
**2.** Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de gemandateerde en diens plaatsvervanger worden de taken volledig uitgeoefend door de naasthogere leidinggevende functionaris.
### Artikel 4
Indien beslissingsbevoegde functionarissen zoals bedoeld in dit besluit, in een onderdeel niet voorkomen behoren de bevoegdheden toe aan de naast hogere leidinggevende functionaris.
### Artikel 5
Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treden mandaathouders in overleg met de algemene leiding van het DGBD, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt.
### Artikel 6
De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:
DE MINISTER VAN FINANCIËN, resp. DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
namens deze,
(handtekening)
gevolgd door naam en functie van de (onder)gemandateerde functionaris.
## Hoofdstuk 2. Mandaten
### Artikel 7
**1.** De pDG is (beheersmatig) verantwoordelijk voor de directies, genoemd in het organisatiebesluit opgenomen bijlagen A en K tot en met X, voor de samenhang tussen die directies en met inachtneming van de hetgeen bepaald in de artikelen 20, 20a, 20c en 20d van het mandaatbesluit van het Ministerie van Financiën voor de bijbehorende bedrijfsvoering.
**2.** De directeuren van de topstructuur DGBD hebben binnen het kader van de jaarcontracten en binnen eventueel door de Staatssecretaris of namens de Staatssecretaris door de algemene leiding van het ministerie of de algemene leiding van het DGBD gegeven richtlijnen mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
### Artikel 8
**1.** Conform het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015, verleent de DG voor de in artikel 11 en 12 van het voornoemde organisatie- en mandaatbesluit genoemde bevoegdheden ondermandaat aan budgethouders.
**2.** De directeuren van de topstructuur DGBD zoals genoemd in artikel 7 lid 2 worden gemandateerd door de DG om financiële verplichtingen aan te gaan. In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven.
**3.** De leidinggevende functionarissen, zoals genoemd in bijlage 1, die ressorteren onder de directeuren behorende tot de topstructuur DGBD, worden gemandateerd, voor zover het binnen het eigen werkterrein betreft, financiële verplichtingen aan te gaan. Deze verplichtingen zijn beperkt tot de maximumbedragen als genoemd in bijlage 1. Daarnaast geldt de restrictie dat een budgethouder niet meer mag verplichten dan het beschikbare budget.
**4.** Verplichtingen van of boven de € 50.000, exclusief BTW worden alleen aangegaan mits er goedkeuring is van de controller van de concerndirectie Control & Financiën.
### Artikel 9
**1.** Categoriemanagement: De Belastingdienst is belast met het inkopen van categorieën Rijksbreed. Het eigenaarschap van categorieën is belegd bij de DG. De DG is bevoegd te beslissen op het aangaan van financiële verplichtingen hieruit voortvloeiend.
**2.** Raamovereenkomsten/overige verplichtingen: de budgethouder is bevoegd tot het aangaan van raamovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012, alsmede tot het aangaan van andere financiële verplichtingen volgend uit de aanbestedingsprocedures zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012. Het gunningsbesluit wordt door de budgethouder vastgesteld waarbij tevens machtiging wordt verleend aan de functionaris van SSO Centrum voor Facilitaire Dienstverlening conform de bevoegdheden genoemd in het derde, vierde en vijfde lid.
**3.** Overeenkomsten voortkomend uit een Europese aanbesteding (ongeacht het bedrag) worden ondertekend door directeur SSO Centrum voor Facilitaire Dienstverlening, met uitzondering van diegenen die voortkomen uit Categoriemanagement. Het gunningsbesluit wordt door de budgethouder vastgesteld waarbij tevens machtiging wordt verleend aan de functionaris van SSO Centrum voor Facilitaire Dienstverlening.
**4.** Overeenkomsten uit onderhandse aanbestedingen, mini-competities en contractmutaties worden ondertekend door het afdelingshoofd of de teammanager Inkoopuitvoeringscentrum (IUC) na akkoord van de budgethouder. Een teammanager is bevoegd te ondertekenen tot het bedrag van een Europese aanbesteding. Overeenkomsten uit onderhandse aanbestedingen, mini-competities en contractmutaties met een bedrag hoger dan het bedrag van de Europese aanbesteding worden ondertekent door het afdelingshoofd IUC.
**5.** Procesgerelateerde stukken worden door het afdelingshoofd of de teammanager IUC getekend.
### Artikel 10
Het aangaan van verplichtingen tot het leveren van dienstverlening door het DGBD onder de 1.000.000 euro materieel aan derden zijn voorbehouden aan de algemeen directeur directie Informatievoorziening en directeur SSO Facilitaire Dienstverlening, na goedkeuring van de controller van de concerndirectie Control & Financiën. Het aangaan van verplichtingen tot het leveren van dienstverlening door het DGBD boven de 1.000.000 euro, is voorbehouden aan de algemene leiding van het DGBD.
### Artikel 11
Aan de DG is voorbehouden te beslissen over aanbestedingsprocedures, indien een andere dan de procedures als bedoeld in de hoofdstukken 1.2 en 2.1 van de Aanbestedingswet 2012 wordt gevolgd.
### Artikel 12
**1.** Bij het nemen van besluiten, afdoen van stukken en ondertekenen van uitgaande brieven met betrekking tot de in bijlage 2 opgenomen personeelsaangelegenheden is voorafgaand advies van de directeur SSO Organisatie & Personeel (O&P) of een door de directeur SSO O&P aan te wijzen afdelingshoofd, vereist, of is voorafgaand advies van de directeur DLSO vereist indien het de Douane betreft, of is voorafgaand advies van de directeur FIOD vereist indien het de FIOD betreft.
**2.** Bij het nemen van beslissingen op bezwaar met betrekking tot personeelsaangelegenheden is voorafgaande goedkeuring door de directeur concerndirectie Organisatie & Personeel vereist.
**3.** De functionaris die bevoegd is tot het aanstellen, benoemen en plaatsen in een bepaalde functie is ook bevoegd tot het verlenen van ontslag aan de in die functie aangestelde ambtenaar, tenzij deze bevoegdheid vanwege de grond voor het ontslag elders ligt.
### Artikel 13
Onderdeel van deze regeling vormt een mandaatregister dat wordt gepubliceerd. Het mandaatregister bevat handtekeningen en parafen van de gemandateerde functionarissen zoals bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van dit besluit.
## Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen ten aanzien van de uitoefening van taken
### Artikel 14
Met inachtneming van de artikelen 19, 20, 20a, 20c en 20d van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 is de algemene leiding van het DGBD bevoegd namens de Staatssecretaris ten aanzien van het personeel van het DGBD de navolgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen:
1. 1.
Tot het aanstellen, benoemen en plaatsen van ambtenaren met een bezoldiging van schaal 15 of hoger in functies met een lagere schaal dan de voor de ambtenaar tot dan toe geldende schaal;
2. 2.
Het voordragen van functies die ten behoeve van het instellen van een veiligheidsonderzoek voor aanwijzing als vertrouwensfuncties in aanmerking komen;
3. 3.
Het voeren van formele correspondentie met Hoge Colleges van Staat;
4. 4.
Het beslissen tot directie overstijgende groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies;
5. 5.
Het afkondigen van een vacaturestop;
6. 6.
Het aanwijzen van vertrouwenspersonen integriteit;
7. 7.
Het beslissen over de toekenning van een stimuleringspremie op grond van artikel 49tt ARAR;
8. 8.
Het beslissen over de afwijkingen bij de toepassing van het sociaal flankerend beleid op grond van artikel 49aaa ARAR;
9. 9.
Het beslissen over het maken van een buitenlandse dienstreis, uitgezonderd de buitenlandse dienstreizen vanuit de directies Douane en FIOD;
10. 10.
Het beslissen over privéverlenging van een buitenlandse dienstreis;
11. 11.
Het nemen van besluiten ten aanzien van de vergoeding van representatiekosten;
12. 12.
Het aanwijzen van brugdagen voor het DGBD; en
13. 13.
Het beslissen ten aanzien van schadeloosstelling op grond van artikel 69 ARAR (vanaf € 5.000), inclusief besluitvorming over schadevergoeding die voortvloeit uit door de rechter vernietigde besluiten;
14. 14.
Het nemen van besluiten ten aanzien van ontslag:
a.
bij benoeming tot Minister of Staatssecretaris (artikel 96c ARAR);
b.
van een herplaatste ambtenaar die wachtgeld genoot (artikel 98a ARAR);
c.
van een ambtenaar voor wie, nadat hij een functie in een publiekrechtelijk college waarin hij is benoemd of verkozen dan wel de functie van substituut-ombudsman heeft vervuld en tijdelijk was ontheven van de waarneming van zijn ambt, geen passende functie in de dienst meer is te vinden (artikel 96b, eerste en derde lid, ARAR);
d.
uit een vertrouwensfunctie om speciale redenen (artikel 125e, tweede lid, AW); en
e.
in verband met een veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf (artikel 98, eerste lid, letter e, ARAR).
a. a.
bij benoeming tot Minister of Staatssecretaris (artikel 96c ARAR);
b. b.
van een herplaatste ambtenaar die wachtgeld genoot (artikel 98a ARAR);
c. c.
van een ambtenaar voor wie, nadat hij een functie in een publiekrechtelijk college waarin hij is benoemd of verkozen dan wel de functie van substituut-ombudsman heeft vervuld en tijdelijk was ontheven van de waarneming van zijn ambt, geen passende functie in de dienst meer is te vinden (artikel 96b, eerste en derde lid, ARAR);
d. d.
uit een vertrouwensfunctie om speciale redenen (artikel 125e, tweede lid, AW); en
e. e.
in verband met een veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf (artikel 98, eerste lid, letter e, ARAR).
15. 15.
Het aanwijzen van de voorzitter, plaatsvervangend voorzitter(s), leden en plaatsvervangend leden, de secretaris en plaatsvervangend secretarissen van de Centrale Adviescommissie Bezwaren Personeel Belastingdienst (CABP);
16. 16.
Het aanwijzen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden en de plaatsvervangend leden, de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van de Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen;
17. 17.
Handelingen en besluiten verband houdende met de klachtenregeling seksuele intimidatie;
18. 18.
Handelingen en besluiten verband houdende met een adviesaanvraag bij de Commissie gelijke behandeling;
19. 19.
Met inachtneming van de artikelen 20, 20a, 20c en 20d van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 worden de bevoegdheden opgenomen in artikelen 16, 19, 20 en 21 uitgeoefend door de algemene leiding voor zover het rechtspositionele handelingen en besluiten betreft aangaande directeuren van de topstructuur DGBD; en
20. 20.
Het verrichten van handelingen en nemen van besluiten voor zover dit besluit daarin niet voorziet.
### Artikel 15
Met inachtneming van hetgeen bepaald in voorgaande artikelen en in hoofdstuk 5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 is de pDG bevoegd om ten aanzien van de directies als bedoeld in artikel 7 lid 1 van dit besluit namens de Staatssecretaris de navolgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen:
1. 1.
Te beslissen op bezwaren, voor zover die betrekking hebben op handelingen of besluiten waarbij een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig belanghebbende is;
2. 2.
Het beslissen tot groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies;
3. 3.
Het vaststellen van de organisatie op afdelings- en teamniveau, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties van deze onderdelen. Het vaststellen van de organisatie en hiermee samenhangende besluiten tot reorganisatie op het niveau van afdelingen vindt plaats na instemming van de DG.
### Artikel 16
Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen en in hoofdstuk 5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 zijn de directeuren van de topstructuur DGBD bevoegd om ten aanzien van het tot het eigen organisatieonderdeel behorende personeel namens de Staatssecretaris de in het eerste tot en met achtste onderdeel en tiende tot en met dertiende onderdeel genoemde rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen en ten aanzien van het tot het Directoraat-Generaal Belastingdienst behorende personeel namens de Staatssecretaris de in het negende onderdeel genoemde rechtspositionele handeling te verrichten:
1. 1.
Het openstellen van een vacature op grond van artikel 4a ARAR en het besluit Werving en Selectie;
2. 2.
Het wijzigen van een salarisschaal zonder wijziging van de functie op grond van artikel 5 BBRA;
3. 3.
Het besluiten tot disciplinaire maatregelen (hoofdstuk 8 ARAR) aan functionarissen tot en met schaal 14 voor zover het geen leidinggevende functionarissen betreft;
4. 4.
Toekennen van buitengewoon verlof van lange duur op grond van de artikelen 32b of 34 tot en met 34g ARAR;
5. 5.
Het opmaken en bespreken van de personeelsbeoordeling en het indien wenselijk aanwijzen van informanten en adviseurs op grond van artikel 71a ARAR ten aanzien van de direct onder de directeur ressorterend personeel;
6. 6.
Het toekennen van een beloning dan wel non-activiteitswedde in verband met het vervullen van een openbare functie op grond van art 15 of 16 ARAR;
7. 7.
Tijdelijke ontheffing uit de functie in verband met het bekleden van een functie in een publiekrechtelijk college op grond van art 125c AW;
8. 8.
Het toestaan van de door de ambtenaar opgegeven nevenwerkzaamheden op grond van artikel 61 ARAR;
9. 9.
Het afnemen van de eed of de belofte voor medewerkers van het Directoraat-Generaal Belastingdienst;
10. 10.
Over het toekennen van studiefaciliteiten als bedoeld in artikel 59 ARAR ten aanzien van ambtenaren met schaal 15 of hoger BBRA 1984, of vanaf een bedrag van € 5.000,;
11. 11.
Uitvoering geven aan een sociale dan wel medische indicatie op grond van artikel 40b ARAR;
12. 12.
Beslissing tot ontslag op grond van artikel 49z ARAR;
13. 13.
Het beslissen op bezwaren, voor zover die betrekking hebben op handelingen of besluiten waarbij een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig belanghebbende is; en
14. 14.
De bevoegdheden opgenomen in artikelen 19, 20 en 21 worden uitgeoefend door de directeuren van de topstructuur DGBD voor zover het rechtspositionele handelingen en besluiten betreft aangaande de direct onder hen ressorterende leidinggevenden.
### Artikel 17
Met inachtneming van hetgeen bepaald in voorgaande artikelen en in hoofdstuk 5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 zijn de algemeen directeuren bevoegd de navolgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen:
1. 1.
Het vaststellen van de organisatie op afdelings- en teamniveau, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties van deze onderdelen binnen de eigen directie. Het vaststellen van de organisatie en hiermee samenhangende besluiten tot reorganisatie op het niveau van afdelingen vindt plaats na instemming van de DG.
2. 2.
Het beslissen tot groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies;
### Artikel 18
De algemeen directeur van de Douane en de FIOD is bevoegd te beslissen over het maken en verlengen van een buitenlandse dienstreis ten aanzien van het personeel van de eigen directie.
### Artikel 19
Met inachtneming van hetgeen bepaald in voorgaande artikelen en in hoofdstuk 5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 zijn de overige directeuren bevoegd om ten aanzien van het tot het eigen organisatieonderdeel behorende personeel namens de Staatssecretaris de volgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen:
1. 1.
Ten aanzien van de onder de directeur ressorterende teamleiders of vergelijkbare leidinggevende functionarissen:
a.
Het vaststellen van een vacante functie zoals bedoeld in het besluit werving en selectie (AB85/U1833);
b.
Het openstellen van een vacature op grond van artikel 4a ARAR en het besluit Werving en Selectie;
c.
Bij openstelling van een vacature is de directeur ten aanzien van het eigen organisatieonderdeel waar de vacature bestaat bevoegd met betrekking tot het besluit tot aanstelling dan wel plaatsing van de kandidaat die voor de functie in aanmerking komt en het besluit tot afwijzing van de overige kandidaten; en
d.
Het stellen van voorwaarden voor aanstelling zoals bedoeld in artikelen 9, 9a, 10 en 11 ARAR.
a. a.
Het vaststellen van een vacante functie zoals bedoeld in het besluit werving en selectie (AB85/U1833);
b. b.
Het openstellen van een vacature op grond van artikel 4a ARAR en het besluit Werving en Selectie;
c. c.
Bij openstelling van een vacature is de directeur ten aanzien van het eigen organisatieonderdeel waar de vacature bestaat bevoegd met betrekking tot het besluit tot aanstelling dan wel plaatsing van de kandidaat die voor de functie in aanmerking komt en het besluit tot afwijzing van de overige kandidaten; en
d. d.
Het stellen van voorwaarden voor aanstelling zoals bedoeld in artikelen 9, 9a, 10 en 11 ARAR.
2. 2.
Het bepalen van de inhoud en het waarderingsniveau van de feitelijk opgedragen functie binnen de kaders van het functiegebouw Rijk dan wel op grond van de systematiek voor groepsfuncties;
3. 3.
Het benoemen niet op verzoek of op speciale gronden op grond van de artikelen 57 en 58 ARAR;
4. 4.
Het met personeel direct ressorterend onder de directeur en het personeel van schaal 15 BBRA 84 en hoger voeren van voortgang dan wel personeelsgesprekken zoals bedoeld artikel 71 ARAR;
5. 5.
Het opmaken en bespreken van de personeelsbeoordeling en het indien wenselijk aanwijzen van informanten en adviseurs op grond van artikel 71a ARAR ten aanzien van de direct onder de directeur ressorterend personeel;
6. 6.
Het beslissen ten aanzien van schadeloosstelling op grond van artikel 69 ARAR tot € 5.000,, inclusief besluitvorming over schadevergoeding die voortvloeit uit door de rechter vernietigde besluiten;
7. 7.
Het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid, uitgezonderd de toekenning van een stimuleringspremie op grond van artikel 49tt ARAR;
8. 8.
Verzoeken tot uitbreiding tot en met 36 uur per week dan wel vermindering van de arbeidsduur;
9. 9.
Afwijzing van de aanvraag betreffende Partiële Arbeidsparticipatie Senioren (PAS);
10. 10.
Het inhouden van bezoldiging op grond van artikel 14 ARAR;
11. 11.
Ten aanzien van bezoldiging aan de ambtenaar die als militair of als vrijwillig ambtenaar van politie, in werkelijke dienst is als bedoeld in artikel 17 e.v. ARAR;
12. 12.
Ten aanzien van bezoldiging op grond van artikel 102 ARAR in geval van overlijden van de ambtenaar;
13. 13.
Ten aanzien van de bezoldiging op grond van artikel 104a ARAR bij vermissing van een ambtenaar;
14. 14.
Ten aanzien van het geen aanspraak hebben op bezoldiging dan wel het vervallen van aanspraken op grond van artikel 40 of 40a ARAR;
15. 15.
Het uitbetalen van niet genoten vakantie na ontslag;
16. 16.
Het aanwijzen van bedrijfshulpverleners;
17. 17.
Het vaststellen van de personeelsbeoordeling als beoordelingsautoriteit;
18. 18.
Het optreden als beoordelingsautoriteit voor zover dit betrekking heeft op het afwegen van ingediende bedenkingen, het wijzigen van de beoordeling na bedenkingen, en het vaststellen van de beoordeling;
19. 19.
Het toekennen van een diensttijd of ambtsjubileumgratificatie;
20. 20.
Het toekennen van toeslagen op grond van artikel 7, 22a, 22c en 22e van het BBRA 1984;
21. 21.
Het toekennen van vergoedingen op grond van artikel 23 BBRA 1984;
22. 22.
Ontslag op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte;
23. 23.
Handelingen en besluiten met betrekking tot het treffen van ordemaatregelen (al dan niet tijdelijke verplaatsing naar een andere functie, ontzeggen van de toegang tot de dienstgebouwen, schorsing, onderzoek aan kleding en eigendommen van ambtenaren, verval van aanspraak op bezoldiging en verhaal van schade op de ambtenaar);
24. 24.
Vertegenwoordiging van de Minister van Financiën bij de behandeling van een beroep bij de rechtbank, sector bestuursrecht, dan wel bij de Centrale Raad van Beroep; en
25. 25.
De bevoegdheden opgenomen in artikelen 20 en 21 worden uitgeoefend door de overige directeuren voor zover het rechtspositionele handelingen en besluiten betreft aangaande de direct onder hen ressorterende leidinggevenden.
### Artikel 20
Met inachtneming van hetgeen bepaald in voorgaande artikelen en in hoofdstuk 5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 zijn de afdelingshoofden of daarmee vergelijkbare leidinggevende functionarissen bevoegd om ten aanzien van het tot hun afdeling behorende personeel namens de Staatssecretaris de volgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen:
1. 1.
Het vaststellen van een vacante functie zoals bedoeld in het besluit werving en selectie (AB85/U1833);
2. 2.
Het openstellen van een vacature op grond van artikel 4a ARAR en het besluit Werving en Selectie;
3. 3.
Bij openstelling van een vacature is het afdelingshoofd ten aanzien van het eigen organisatieonderdeel waar de vacature bestaat bevoegd met betrekking tot het besluit tot aanstelling dan wel plaatsing van de kandidaat die voor de functie in aanmerking komt en het besluit tot afwijzing van de overige kandidaten, uitgezonderd de teamleiders of vergelijkbare leidinggevende functionarissen.
4. 4.
Het stellen van voorwaarden voor aanstelling zoals bedoeld in artikelen 9, 9a, 10 en 11 ARAR en het vaststellen van het arbeidspatroon;
5. 5.
Het toekennen van buitengewoon verlof op grond van artikel 33e ARAR.
6. 6.
Het toekennen van toelagen op grond van hoofdstuk III BBRA 1984;
7. 7.
Ten aanzien van de goedkeuring van bijzondere beloningsregelingen zoals de vergoeding voor Bedrijfshulpverlening en stagevergoeding;
8. 8.
Het met personeel direct ressorterend onder het afdelingshoofd voeren van voortgang dan wel personeelsgesprekken zoals bedoeld artikel 71 ARAR;
9. 9.
Het opmaken en bespreken van de personeelsbeoordeling en het indien wenselijk aanwijzen van informanten en adviseurs op grond van artikel 71a ARAR;
10. 10.
Goedkeuring dan wel afwijzing van verzoeken tot vergoeding buitenlandse dienstreizen binnen Europa en de bijbehorende reis en verblijfskosten;
11. 11.
Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan wegens ziels- of lichaamsgebreken;
12. 12.
Het toekennen van bezoldiging bij ziekte;
13. 13.
Het uitvoeren van de verplichtingen van de werkgever met betrekking tot de bedrijfsgeneeskundige begeleiding van de ambtenaar bij ziekte en arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 36a en 36d ARAR; en
14. 14.
De bevoegdheden opgenomen in artikel 21 worden uitgeoefend door de afdelingshoofden voor zover het rechtspositionele handelingen en besluiten betreft aangaande de direct onder hen ressorterende leidinggevenden.
### Artikel 21
Met inachtneming van hetgeen bepaald is voorgaande artikelen en in hoofdstuk 5 van het Organisatie en mandaatbesluit van het Ministerie van Financiën zijn de teamleiders of daarmee vergelijkbare leidinggevende functionarissen bevoegd om ten aanzien van het tot hun team behorende personeel namens de Staatssecretaris de volgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen:
1. 1.
Ten aanzien van de toekenning aan ambtenaren van individuele keuzemogelijkheden in het arbeidsvoorwaardenpakket;
2. 2.
Toekennen aanvraag aanpassing van de werktijdregeling in het kader van de regeling Partiële Arbeidsparticipatie Senioren (PAS);
3. 3.
Ten aanzien van vakantie en verlof als bedoeld in hoofdstuk V van het ARAR;
4. 4.
Over het toekennen van studiefaciliteiten als bedoeld in artikel 59 ARAR ten aanzien van ambtenaren tot en met schaal 14 BBRA 1984, tot een bedrag van € 5.000,;
5. 5.
Goedkeuring dan wel afwijzing van verzoeken tot vergoeding van verhuiskosten en -verlof, declaraties woon-werk-verkeer, binnenlandse dienstreizen en de bijbehorende reis- en verblijfskosten;
6. 6.
Het met ambtenaren voeren van voortgang dan wel personeelsgesprekken zoals bedoeld in artikel 71 ARAR; en
7. 7.
Het uitvoeren van de verplichtingen van de werkgever met betrekking tot de bedrijfsgeneeskundige begeleiding van de ambtenaar bij ziekte en arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 36 ARAR.
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
### Artikel 22
Het Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2016 wordt ingetrokken. De besluiten die op grond van Het Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2016 het verlenen van ondermandaat regelen worden eveneens ingetrokken.
### Artikel 23
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
### Artikel 24
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Directoraat-Generaal Belastingdienst 2018.
## Bijlage 1
Maximumbedragen in euros en exclusief btw voor het aangaan van financiële verplichtingen, als bedoeld in artikel 8:
^1 Het maximumbedrag voor de directeur Caribisch Nederland is 200.000 US Dollar (is omgerekend het equivalent van het maximumbedrag in euros, koersbepaling op 31 augustus 2018).
^2 Drempelbedrag voor Europese aanbestedingen inzake dienstverlening.
^3 Bij opdrachten tussen 33.00050.000 exclusief btw dient meervoudige uitvraag plaats te vinden.
Periodiek zal de indexatie van de opgenomen grensbedragen worden bezien.
Daar waar de functionaris niet is benoemd in de organisatie, geldt de regel dat het mandaat hoger in de organisatie is belegd en daarmee voorbehouden aan de hoger genoemde functionaris.
## Bijlage 2
Bij het nemen van besluiten, afdoen van stukken en ondertekenen van uitgaande brieven met betrekking tot de volgende personeelsaangelegenheden is voorafgaand advies van de directeur of een nader te noemen afdelingshoofd van de SSO/O&P vereist, of is voorafgaand advies van de directeur DLSO vereist indien het de Douane betreft, of is voorafgaand advies van de directeur FIOD vereist indien het de FIOD betreft: