rijk/ministeriele-regeling/openstellingsbesluit-ondernemingsgerichte-subsidies-2006/BWBR0019751/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

18 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2006 BWBR0019751 ministeriele-regeling geldend 2006-04-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019751 Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2006

Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2006

Hoofdstuk I. Algemene bepaling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder glastuinbouw: glastuinbouw als bedoeld in artikel 1 van de Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw 2002.

Hoofdstuk II

Artikel 2

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder regeling: Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw.

Artikel 3

Aanvragen tot subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk worden beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de regeling volgens de criteria, bedoeld in artikel 11 van de regeling.

Paragraaf 1. Openstelling biologische landbouw

Artikel 4

1.

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor projecten die gericht zijn op het thema, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling en daarbinnen op één of meer van de volgende subthemas:

a. a. demonstratie van de biologische bedrijfsvoering of elementen hieruit voor gangbare ondernemers waarbij ervaringen over innovaties in de biologische en gangbare landbouw worden uitgewisseld met als doel verduurzaming van de landbouw; b. b. demonstratie van wijzen van communicatie met en verkoop aan de eindconsument; c. c. demonstratie van productie, verwerking of verkoop van biologische producten waarbij kostprijsverlaging of verbetering van de kwaliteit van het eindproduct wordt bereikt.

2. Aanvragen tot subsidieverlening op grond van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 3 oktober 2006 tot en met 30 november 2006.

3. Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de regeling voor dit thema vastgesteld op € 500.000,.

Paragraaf 2. Openstelling energie

Artikel 5

1.

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor projecten die gericht zijn op het thema, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de regeling en daarbinnen op één of meer van de volgende subthemas:

a. a. bloembollenteelt; b. b. paddestoelenteelt; c. c. glastuinbouw.

2. Aanvragen tot subsidieverlening in het kader van de regeling kunnen worden ingediend vanaf 1 september 2006 tot en met 1 oktober 2006.

Artikel 6

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies worden de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de regeling als volgt vastgesteld:

a. a. voor het thema, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a: € 42.000,; b. b. voor het thema, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b: € 61.500,; c. c. voor het thema, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c: € 2.349.000,00.

Artikel 7

In aanvulling op artikel 11 van de regeling worden projecten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van dit besluit hoger gerangschikt naarmate:

a. a. het project een grotere energiebesparingspotentie heeft; b. b. de energiebesparing toepasbaar is op een groter aantal bedrijven of een groter aantal hectares, en c. c. voor zover het een project betreft als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, het project relevant is voor meerdere gewassen of gewasgroepen.

Hoofdstuk III

Artikel 8

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a. a. regeling: Kaderregeling kennis en advies; b. b. NGE: Nederlandse grootte-eenheden als bedoeld in artikel 6 van de Regeling landbouwtelling en de gecombineerde opgave 2006.

Paragraaf 1. Openstelling biologische landbouw

Artikel 9

In deze paragraaf wordt verstaan onder biologische productiemethode: productiemethode als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode.

Artikel 10

1. Aanvragen tot subsidieverlening in het kader van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 18 april 2006 tot en met 13 juni 2006 door ondernemers die overwegen om te schakelen naar de biologische productiemethode of die reeds zijn omgeschakeld naar de biologische productiemethode.

2. Per landbouwbedrijf kan slechts één ondernemer een aanvraag indienen.

Artikel 11

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b, c, d, en f van de regeling, voor zover de activiteiten betrekking hebben op:

a. a. de bedrijfseconomische gevolgen van de omschakeling naar, aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode; b. b. de markt- en afzetperspectieven voor de ondernemer bij omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode; c. c. de implementatie van de regelgeving voor de biologische productiemethode in de bedrijfsvoering; d. d. de aanpassingen in het bedrijfssysteem ten behoeve van de biologische productiemethode; e. e. de financieringsmogelijkheden van de voor omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode benodigde investeringen; f. f. het verwerven van technische kennis en vaardigheden van de biologische productiemethode, of g. g. het verwerven van alternatieve inkomsten opdat de biologische productiemethode op het bedrijf kan worden gecontinueerd.

Artikel 12

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 6.000, per ondernemer.

Artikel 13

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 1.200.000,.

Paragraaf 2. Openstelling jonge agrariërs

Artikel 14

In deze paragraaf wordt verstaan onder vestigen: stichten van een nieuw landbouwbedrijf of het overnemen van een bestaand landbouwbedrijf, waarbij een natuurlijke persoon, die niet eerder een landbouwbedrijf volledig in eigendom, pacht of erfpacht heeft gehad voor eigen rekening en risico het landbouwbedrijf gaat uitoefenen en:

het betreffende landbouwbedrijf in eigendom, pacht of erfpacht verwerft, of met een andere natuurlijke persoon, die niet eerder een landbouwbedrijf volledig in eigendom, pacht of erfpacht van een landbouwbedrijf heeft gehad, gezamenlijk het betreffende landbouwbedrijf in eigendom, pacht of erfpacht verwerft.

Artikel 15

1.

Aanvragen tot subsidieverlening in het kader van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 1 september 2006 tot en met 1 oktober 2006 door natuurlijke personen die:

a. a. voornemens zijn zich te vestigen binnen drie jaar na de datum van het ondernemingsplan, en b. b. op de datum van de subsidieaanvraag jonger zijn dan 40 jaar.

2. Per te stichten of over te nemen landbouwbedrijf kan slechts één aanvraag worden ingediend.

Artikel 16

1. Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de activiteit, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de regeling, voor zover het betreft het opstellen van een ondernemingsplan met het oog op een voorgenomen vestiging op een bedrijf met een omvang van ten minste 16 NGE.

2.

Het ondernemingsplan, bedoeld in het eerste lid, omvat in elk geval:

a. a. de doelstellingen van het landbouwbedrijf; b. b. een sterkte-zwakte analyse van de ondernemer en het desbetreffende landbouwbedrijf; c. c. de voorgenomen bedrijfsvoering; d. d. een overzicht van de benodigde investeringen en de financieel-economische onderbouwing daarvan, e. e. een begroting van de eerstvolgende vijf jaar na overname.

Artikel 17

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.000, per ondernemer.

Artikel 18

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 500.000,.

Paragraaf 3. Openstelling bedrijfsbeëindiging

Artikel 19

1. Aanvragen tot subsidieverlening in het kader van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 18 april 2006 tot en met 15 december 2006 door ondernemers die, vanwege de slechte financiële situatie van het desbetreffende bedrijf, gedwongen zijn het bedrijf te beëindigen.

2. Per landbouwbedrijf kan slechts één ondernemer een aanvraag indienen.

Artikel 20

1. Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de activiteit, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van de regeling, voor zover het betreft het opstellen van beëindigingsplan met het oog op een voorgenomen bedrijfsbeëindiging.

2. Aanvragen tot subsidieverlening gaan vergezeld van een verklaring van een bank waarmee de ondernemer een bestendige relatie onderhoudt, waarin de bank verklaart niet bereid te zijn aanvullend krediet te verschaffen.

3.

Het beëindigingsplan, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval:

a. a. een advies over de datum van beëindiging; b. b. een advies over de wijze waarop de activa worden verkocht; c. c. een advies voor de fiscale afhandeling van de beëindiging; d. d. een advies over de betaling aan de crediteuren; e. e. een advies over de sociaal-emotionele aspecten.

Artikel 21

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 1.000, per ondernemer.

Artikel 22

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 75.000,.

Paragraaf 4. Openstelling vaktechnische kennis mestbeleid

Artikel 23

1. Aanvragen tot subsidieverlening op grond van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 1 mei 2006 tot en met 15 december 2006 door een ondernemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de regeling, met uitzondering van een ondernemer in de glastuinbouw.

2. Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de activiteit, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de regeling, voor zover het betreft het uit het in groepsbijeenkomsten van ten minste 10 en ten hoogste 20 ondernemers verkrijgen van informatie van deskundigen over vaktechnische maatregelen voor de implementatie van de Wet van 15 september 2005 tot wijziging van de Meststoffenwet (invoering gebruiksnormen).

3. Subsidie voor alle aan de bijeenkomst verbonden subsidiabele kosten kan slechts worden aangevraagd door één aan de bijeenkomst deelnemende ondernemer.

4. Per landbouwbedrijf kan slechts één ondernemer een aanvraag indienen.

Artikel 24

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 300, per dagdeel, tot een maximum van € 1.500, per aanvraag.

Artikel 25

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 700.000,.

Paragraaf 5. Openstelling bedrijfsadvisering randvoorwaarden

Artikel 26

In deze paragraaf wordt verstaan onder randvoorwaarden: eisen als bedoeld in artikel 2, dertigste lid, van verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 141).

Artikel 27

1. Aanvragen tot subsidieverlening in het kader van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 1 november 2006 tot en met 23 november 2006 door ondernemers die in aanmerking komen voor een rechtstreekse betaling als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (PbEU L 270).

2. Per landbouwbedrijf kan slechts één ondernemer een aanvraag indienen.

Artikel 28

1. Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van de regeling, voor zover het betreft het opstellen van een schriftelijk rapport inzake de randvoorwaarden.

2. Het schriftelijk rapport, bedoeld in het eerste lid, omvat in elk geval een overzicht van alle op 1 januari 2007 van toepassing zijnde randvoorwaarden, waarbij wordt aangegeven aan welke randvoorwaarden de ondernemer voldoet.

Artikel 29

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.000, per ondernemer.

Artikel 30

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 750.000,.

Paragraaf 6. Openstelling energiebesparing glastuinbouw

Artikel 31

1.

Aanvragen tot subsidieverlening in het kader van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 18 april 2006 tot en met 7 juni 2006 door ondernemers in de glastuinbouw die voornemens zijn op hun bedrijf toe te passen:

a. a. duurzame energie; b. b. energiebesparende maatregelen, of c. c. CO_2-emissie reducerende maatregelen.

2. Per landbouwbedrijf kan slechts één ondernemer een aanvraag indienen.

Artikel 32

1.

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdelen b, c, en d van de regeling, voor zover het betreft het opstellen van een schriftelijk rapport als gevolg van het:

a. a. verrichten van een bedrijfsdoorlichting; b. b. uitvoeren van een haalbaarheidsstudie, of c. c. opstellen van energiebesparingsplannen.

2.

De activiteiten hebben tot doel:

a. a. energiebesparing; b. b. CO_2-emissiereductie, of c. c. het gebruik van duurzame energie.

3.

Het schriftelijk rapport, bedoeld in het eerste lid, omvat in elk geval de:

a. a. actuele situatie op het gebied van energie en/of CO_2 op het bedrijf van de aanvrager; b. b. maatregelen die op het landbouwbedrijf genomen kunnen worden om de situatie, bedoeld in onderdeel a van dit artikellid, te verbeteren; c. c. kosten van de maatregelen, bedoeld in onderdeel b van dit artikellid, en d. d. economische berekening van de terugverdientijd van de te maken kosten; e. e. conclusie en concrete aanbevelingen voor investeringen over energiemanagement in de periode 20062007.

4. In aanvulling op artikel 1, onderdeel e, van de regeling heeft de deskundige die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, uitvoert, ervaring met deze activiteiten op het gebied van duurzame energie, energiebesparing of CO_2-emissiereductie en schriftelijke rapportage op het gebied van duurzame energie, energiebesparing of CO_2-emissiereductie aan ondernemers in de glastuinbouw.

Artikel 33

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 2.000, per ondernemer.

Artikel 34

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 1.000.000, .

Hoofdstuk IV

Artikel 35

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder regeling: Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht.

Artikel 36

1.

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor marktgerichte innovatieprojecten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de regeling, die:

a. a. gericht zijn op innovaties in de varkens-, pluimvee-, geiten- of konijnenhouderij en in het bijzonder op het voldoen aan de maatschappelijke eisen op het gebied van natuur, milieu, landschap, diergezondheid of dierenwelzijn of op het ontwikkelen van nieuwe producten en productconcepten voor nieuwe en bestaande markten, en b. b. met de uitvoering waarvan binnen één jaar na subsidieverlening aangevangen wordt.

2. Aanvragen voor een subsidie op grond van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 10 mei tot en met 28 juni 2006.

3. Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de regeling vastgesteld op € 3.000.000,.

Hoofdstuk V

Artikel 37

Aanvragen tot subsidieverlening op grond van artikel 3 van de Subsidieregeling nieuwe agrarische schadeverzekeringen 2003 kunnen worden ingediend vanaf 24 tot en met 28 april 2006.

Hoofdstuk VI

Artikel 38

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder regeling: Subsidieregeling jonge agrariërs.

Artikel 39

1. Aanvragen tot subsidieverlening op grond van artikel 3 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 september 2006 tot en met 25 september 2006.

2.

Het subsidieplafond voor de op grond van de regeling te verstrekken subsidies bedraagt € 6.700.000,00.

In aanvulling op het subsidieplafond geldt een additioneel subsidieplafond voor de provincie:

a. a. Drenthe ten bedrage van € 180.000,00; b. b. Overijssel ten bedrage van € 735.372,00; c. c. Gelderland ten bedrage van € 812.673,00; d. d. Utrecht ten bedrage van € 500.000,00; e. e. Flevoland ten bedrage van € 400.000,00; f. f. Noord-Holland ten bedrage van € 500.000,00; g. g. Zuid-Holland ten bedrage van € 500.000,00; h. h. Zeeland ten bedrage van € 300.000,00; i. i. Noord-Brabant ten bedrage van € 1.102.000,00; j. j. Limburg ten bedrage van € 265.000,00.

Hoofdstuk VII. Slotbepalingen

Artikel 40

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2006.

Artikel 41

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2007.