rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanvullende-personele-bekostiging-culturele-minderheidsgroepen-en-ander/BWBR0013591/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.7 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanvullende personele bekostiging culturele minderheidsgroepen en anderstalige leerlingen WVO 2002 BWBR0013591 ministeriele-regeling geldend 2002-04-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013591 Regeling aanvullende personele bekostiging culturele minderheidsgroepen en anderstalige leerlingen WVO 2002

Regeling aanvullende personele bekostiging culturele minderheidsgroepen en anderstalige leerlingen WVO 2002

Artikel 1

Artikel 2

1. Aan het bevoegd gezag van een school kan per kalenderjaar een aanvullende personele bekostiging worden toegekend in verband met de bestrijding van onderwijsachterstanden van leerlingen behorende tot culturele minderheidsgroeperingen en anderstalige leerlingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid.

2. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door de som van het aantal formatieplaatsen, vastgesteld volgens artikel 4, te vermenigvuldigen met de voor de personeelscategorie leraren van toepassing zijnde gemiddelde personeelslast van de school ingevolge artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs, waarbij het vierde lid, tweede volzin, van dat artikel niet van toepassing is.

3. De uitkomsten van de vermenigvuldiging, bedoeld in het tweede lid, worden telkens rekenkundig afgerond op twee decimalen.

Artikel 3

1.

De leerlingen uit minderheidsgroepen ten behoeve van wie de school een aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, kan worden toegekend, zijn:

a. a.

    leerlingen van wie beide ouders of voogden afkomstig zijn uit Griekenland, Italië, Kroatië, Slovenië, Bosnië-Herzegovina, Servië-Montenegro (= oud Joegoslavië), Macedonië, Kaap Verdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije dan wel van wie beide ouders of voogden de desbetreffende nationaliteit bezitten:

b. b.

    leerlingen die behoren tot de Molukse bevolkingsgroep;

c. c.

    leerlingen die behoren tot de Surinaamse, Antilliaanse of Arubaanse bevolkingsgroep en die nog geen vier jaar in Nederland zijn;

d. d.

    leerlingen die behoren tot de groep van zigeuners of woonwagenbewoners;

e. e.

    anderstalige leerlingen afkomstig uit een land buiten Europa, die blijkens de verblijfsduur in Nederland het basisonderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het primair onderwijs, niet geheel in Nederland hebben kunnen volgen;

f. f.

    leerlingen afkomstig uit Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Roemenië, Wit-Rusland, Rusland, Oekraïne, Moldavië, Letland, Estland, Litouwen, Bulgarije of Albanië, indien deze leerlingen nog geen twee jaar in Nederland zijn.

2. Het bevoegd gezag van een school heeft geen aanspraak op een bekostiging als bedoeld in artikel 2, eerste lid, ten aanzien van leerlingen uit minderheidsgroepen die een cursus Engels-Nederlandstalig onderwijs of een cursus voor het Internationaal Baccalaureaat volgen, of een andere daarmee vergelijkbare vorm van onderwijs.

Artikel 4

1. Het aantal formatieplaatsen ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in artikel 2, wordt vastgesteld door de in het tweede lid genoemde ratio leraar/leerling te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen van de minderheidsgroep bedoeld in artikel 3, eerste lid, en dat op de teldatum 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld, als werkelijk schoolgaand bij de school staat ingeschreven.

2.

De ratios, bedoeld in het eerste lid, zijn:

a. a. in geval leerlingen behorend tot de minderheidsgroepen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en e, indien deze leerlingen op de in het eerste lid genoemde teldatum:

        1°.
        korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39,
      
      
        2°.
        1 tot 4 jaar in Nederland zijn: 1/29,89,
      
      
        3°.
        4 tot 8 jaar in Nederland zijn: 1/67,26;

1°. 1°. korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39, 2°. 2°. 1 tot 4 jaar in Nederland zijn: 1/29,89, 3°. 3°. 4 tot 8 jaar in Nederland zijn: 1/67,26; b. b. in geval van leerlingen behorend tot de minderheidsgroepen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen b, c en d: 1/67,26; c. c. in geval van leerlingen behorend tot de minderheidsgroep, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, indien deze leerlingen op de in het eerste lid genoemde teldatum:

        1°.
        korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39,
      
      
        2°.
        tussen 1 en 2 jaar in Nederland zijn: 1/29,89.

1°. 1°. korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39, 2°. 2°. tussen 1 en 2 jaar in Nederland zijn: 1/29,89.

3. Het aantal formatieplaatsen dat de uitkomst is van de berekening volgens het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op drie decimalen.

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

De Regeling personele vergoeding culturele minderheidsgroepen en anderstalige leerlingen WVO, kenmerk VO/TAB-97/26327, van 22 december 1997 (Uitleg OCenW-Regelingen 1998 nr. 2/3) wordt ingetrokken.

Artikel 8

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OcenW-Regelingen waarin deze regeling bekend is gemaakt.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende personele bekostiging culturele minderheidsgroepen en anderstalige leerlingen WVO 2002.