rijk/ministeriele-regeling/regeling-bekostiging-hoger-onderwijs-2004/BWBR0016056/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.2 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling bekostiging hoger onderwijs 2004 BWBR0016056 ministeriele-regeling geldend 2004-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016056 Regeling bekostiging hoger onderwijs 2004

Regeling bekostiging hoger onderwijs 2004

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *Wet*: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

    *Besluit*: het Bekostigingsbesluit WHW;

    *CROHO-onderdeel*: onderdeel van het Centraal register opleidingen als bedoeld in artikel 3.1 van het Uitvoeringsbesluit WHW;

    *Opleiding*: een opleiding van eerste inschrijving als bedoeld in artikel 1.1, onder j., van het besluit. Indien voor meer dan één opleiding het volledige collegegeld als bedoeld in artikel 7.43 of artikel 7.44 van de wet is verschuldigd: de opleiding die het laatst de opleiding van eerste inschrijving was. Indien geen van de betreffende opleidingen eerder opleiding van eerste inschrijving was: de door het instellingsbestuur of de instellingsbesturen aan te wijzen opleiding;

    *Student*: een student als bedoeld in artikel 1.1, onder k., van het besluit;

    *Peildatum*: 1 oktober van het tweede aan het begrotingsjaar voorafgaande kalenderjaar.

Hoofdstuk 2. Instellingen van hoger onderwijs

Artikel 2.1

De bedragen, bedoeld in artikel 2.22 van het besluit, zijn:

a. a. voor de openbare universiteit te Maastricht: € 1.489.000; b. b. voor de bijzondere universiteit te Amsterdam: € 923.000.

Artikel 2.2

1. De bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van het Besluit worden aangeduid met "laag" en "hoog".

2.

De bedragen, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van het besluit, zijn:

a. a. voor het lage bekostigingsniveau: € 4.390; b. b. voor het hoge bekostigingsniveau: € 5.631.

Artikel 2.3

1. De indeling van de opleidingen naar bekostigingsniveau als bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van het besluit wordt vastgesteld conform bijlage 1 bij deze regeling.

2. De indeling van de groepen van opleidingen als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van het besluit wordt vastgesteld conform bijlage 2 bij deze regeling. Indien een hogeschool is ontstaan uit een fusie van twee of meer hogescholen die na de peildatum heeft plaatsgevonden, worden de groepen bepaald voor de op de peildatum bestaande hogescholen.

3. De indeling van de groepen van opleidingen als bedoeld in artikel 3.3a, eerste lid, van het besluit wordt vastgesteld conform bijlage 3 bij deze regeling.

4. Gelijknamige groepen van opleidingen zoals bepaald in het derde lid worden beschouwd als dezelfde opleiding als bedoeld in artikel 3.3a, derde lid, van het besluit.

Artikel 2.4

1. De factor BNF, bedoeld in artikel 3.3, zevende lid, van het besluit, is 0,35.

2. De factor NBU, bedoeld in artikel 3.3, zevende lid, van het besluit, is 1,35.

3. De factor NBA, bedoeld in artikel 3.3, zevende lid, van het besluit, is 4,5, vermenigvuldigd met de studielast van de opleiding gedeeld door 240. De factor wordt afgerond op twee decimalen.

Artikel 2.5

De bedragen, bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit zijn vastgesteld conform bijlage 4 bij deze regeling.

Artikel 2.6

De ruimtebehoeftenorm per hogeschool, bedoeld in artikel 3.12, tweede lid, van het besluit, wordt vastgesteld conform bijlage 5 bij deze regeling.

Hoofdstuk 3. Tijdelijke en Overgangsbepalingen

Artikel 3.1

Het bedrag ten behoeve van vernieuwingsprojecten, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, van het besluit, is € 14.414.421.

Artikel 3.2

Vervallen

Artikel 3.3

Vervallen

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 4.1

De Regeling bekostiging hoger onderwijs 2002 wordt met ingang van 1 januari 2004 ingetrokken.

Artikel 4.2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 4.3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging hoger onderwijs 2004.

Artikel 4.4

Deze regeling wordt met de toelichting geplaatst in de Staatscourant, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Bijlage 3

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Bijlage 4. Verhoging exploitatiedeel van hogescholen met opleidingen op het gebied van de kunst, lerarenopleidingen op het gebied van de kunst of opleidingen op het gebied van de gezondheidszorg

De bedragen waarmee het exploitatiedeel van hogescholen met kunst- of gezondheidszorgopleidingen in 2005 wordt verhoogd, bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Bekostigingsbesluit WHW, zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Bijlage 5

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Bijlage 6

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Bijlage 7

Vervallen