rijk/ministeriele-regeling/regeling-loonbelasting-en-premietabellen-1990/BWBR0004482/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

10 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990 BWBR0004482 ministeriele-regeling geldend 2005-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004482 Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990

Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990

Artikel 1

Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 25, 26, 27b en 32a van de Wet op de loonbelasting 1964 en de artikelen 7 en 12 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965.

Artikel 2

Als loonbelasting- en premietabellen en als loonbelasting- en premietabellen voor bijzondere beloningen worden afzonderlijk of gecombineerd vastgesteld:

a. a. de witte tabellen voor loontijdvakken van een maand, een week, een dag, een kwartaal en van vier weken; b. b. de groene tabellen voor loontijdvakken van een maand, een week, een dag en een kwartaal; c. c. de groene tabel voor uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet of artikel 47a, eerste lid, van de Participatiewet; d. d. de tabel voor uitvoerders van aangenomen werk en thuiswerkers, hun hulpen, degenen wier arbeidsverhouding ingevolge artikel 2c van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 als dienstbetrekking wordt beschouwd en sekswerkers op wie artikel 2g van dat besluit wordt toegepast ingevolge artikel 2.2 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011; e. e. de groene tabel voor uitkeringen ingevolge de Participatiewet, met uitzondering van uitkeringen ingevolge artikel 47a, eerste lid, van die wet; f. f. de tabellen voor werknemers van wie geen loonbelasting wordt ingehouden doch die wel premieplichtig zijn voor de volksverzekeringen; g. g. de tabellen voor werknemers van wie geen loonbelasting wordt ingehouden en ten aanzien van wie in het percentage van de premie voor de volksverzekeringen geen premiepercentage is begrepen voor de algemene verzekering voor langdurige zorg; h. h. de tabellen voor werknemers van wie geen loonbelasting wordt ingehouden en ten aanzien van wie het percentage van de premie voor de volksverzekeringen alleen bestaat uit het premiepercentage voor de algemene verzekering voor langdurige zorg; i. i. de tabellen voor werknemers die belastingplichtig zijn doch niet premieplichtig voor de volksverzekeringen; j. j. de tabellen voor werknemers die belastingplichtig zijn en ten aanzien van wie in het percentage van de premie voor de volksverzekeringen geen premiepercentage is begrepen voor de algemene verzekering voor langdurige zorg; k. k. de tabellen voor werknemers die belastingplichtig zijn en ten aanzien van wie het percentage van de premie voor de volksverzekeringen alleen bestaat uit het premiepercentage voor de algemene verzekering voor langdurige zorg.

Artikel 2a

Vervallen

Artikel 3

1.

De witte tabellen zijn van toepassing op:

a. a. loon ter zake van het vervullen van een dienstbetrekking; b. b. loon ter zake van arbeidsongeschiktheid dat niet uitsluitend bestaat uit uitkeringen of een inkomensvoorziening ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, gedurende ten hoogste twee jaren na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid; c. c. loon genoten ingevolge de Wet arbeid en zorg en als aanvulling daarop door degene tot wie de desbetreffende werknemer in dienstbetrekking staat;

een en ander tenzij op dat loon de in artikel 2, onderdeel f, genoemde tabel van toepassing is.

2. De groene tabellen zijn van toepassing op loon uit vroegere arbeid met uitzondering van loon als bedoeld in artikel 2, onderdeel g, en in het eerste lid, onderdelen b en c.

3. In afwijking van het eerste en tweede lid zijn de groene tabellen mede van toepassing op uitkeringen ingevolge de Ziektewet voor zover die uitkeringen niet ingevolge artikel 22a, derde lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964 met loon uit tegenwoordige arbeid worden gelijkgesteld.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 4a

Door vernummering vervallen.

Artikel 5

1. Aan het eind van het kalenderjaar herrekent de inhoudingsplichtige die loon heeft verstrekt waarop de tabel bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van toepassing is, niet zijnde een uitkering op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, de per werknemer over dat kalenderjaar verschuldigde loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen met inachtneming van de volgende bepalingen.

2. Bij de in het eerste lid bedoelde herrekening wordt ten aanzien van de werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt rekening gehouden met de algemene heffingskorting. Bij die herrekening wordt ten aanzien van de werknemer die die pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt rekening gehouden met de algemene heffingskorting en de ouderenkorting en, als deze werknemer een uitkering ingevolge de Participatiewet geniet volgens de normen voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder, bovendien met de alleenstaande ouderenkorting. De heffingskortingen worden in aanmerking genomen naar rato van de periode waarover in het kalenderjaar loon van de inhoudingsplichtige is genoten.

3. Het op de voet van het tweede lid bepaalde bedrag wordt verminderd met het bedrag van de in dat lid bedoelde heffingskortingen voor zover daarmee rekening is gehouden bij de inhouding van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen op ander loon over perioden in het kalenderjaar waarover een uitkering ingevolge de Participatiewet is genoten. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt met betrekking tot beloningen die niet kunnen worden toegerekend aan een loontijdvak waarover geen bijstandsuitkering is genoten en waarop met toepassing van de in artikel 26 van de wet bedoelde tabel geen inhouding van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen plaatsvindt, geacht bij de bepaling van de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen rekening te zijn gehouden met een bedrag aan heffingskorting. De Belastingdienst verstrekt aan de inhoudingsplichtige een rekenvoorschrift aan de hand waarvan hij het in dit lid bedoelde bedrag aan heffingskorting kan bepalen.

4.

De loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen over loon waarover inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet is verschuldigd, wordt berekend over het loon in geld, nadat dit is verminderd met de door de inhoudingsplichtige voor zijn rekening genomen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet, en bedraagt:

(L - H) × P - H, waarbij

L voorstelt: het loon waarover de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt berekend;

H voorstelt: het bedrag aan heffingskorting bepaald op de voet van het tweede lid, verminderd met het bedrag van de heffingskorting bepaald op de voet van het derde lid, en

P bedraagt: 60,19% voor werknemers die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet hebben bereikt en 23,09% voor werknemers die die pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.

5.

De loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen over loon waarover inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet is verschuldigd, wordt berekend over het loon in geld, nadat dit is verminderd met de door de inhoudingsplichtige voor zijn rekening genomen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen en bedraagt:

L x Q, waarbij

L voorstelt: het loon waarover de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt berekend;

Q bedraagt: 55,64% voor werknemers die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet hebben bereikt en 21,73% voor werknemers die die pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.

6. Voor de toepassing van het tweede, vierde en vijfde lid wordt de werknemer die in het kalenderjaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, geacht die leeftijd te hebben bereikt op de eerste dag van de kalendermaand waarin hij die leeftijd werkelijk heeft bereikt.

7. De op de voet van de vorige leden herrekende loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt verminderd met de over de in het kalenderjaar verstreken loontijdvakken reeds ingehouden loonbelasting en premie.

8. De op de voet van het zevende lid bepaalde belasting en premie is verschuldigd over de maand december van het kalenderjaar.

Artikel 5a

Vervallen

Artikel 6

1.

Als loonbelasting- en premietabellen voor de eindheffing worden vastgesteld:

a. a. de eindheffingstabellen voor werknemers die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet hebben bereikt; b. b. de eindheffingstabellen voor werknemers die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt.

2. Voor de toepassing van de tabellen eindheffing geldt als jaarloon het jaarloon in de zin van artikel 26 van de Wet op de loonbelasting 1964, met dien verstande dat voor eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 als jaarloon geldt: het loon over het jaar, onderscheidenlijk de jaren waarop de op te leggen naheffingsaanslag betrekking heeft.

3. Bij het opleggen van een naheffingsaanslag wordt, voor zover de naheffing betrekking heeft op eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964, in afwijking van het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, van dat artikel, in zoverre de verschuldigde belasting bepaald aan de hand van de in die onderdelen voor die eindheffingsbestanddelen bedoelde tarieven.

Artikel 7

De tabellen, bedoeld in deze regeling, worden gepubliceerd op www.belastingdienst.nl/tabellen.

Artikel 8

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1990.

2. Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990.

Bijlage A

Vervallen

Bijlage B

Vervallen

Bijlage C

Vervallen

Bijlage D

Vervallen

Bijlage E

Vervallen

Bijlage F

Vervallen

Bijlage G

Vervallen

Bijlage H

Vervallen

Bijlage I

Vervallen

Bijlage J

Vervallen

Bijlage K

Vervallen