rijk/ministeriele-regeling/regeling-onvoorziene-gevallen-bij-invoering-vereenvoudiging-bekostiging-vo/BWBR0018091/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.4 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging VO BWBR0018091 ministeriele-regeling geldend 2005-04-06 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018091 Regeling onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging VO

Regeling onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging VO

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. WVO:

    Wet op het voortgezet onderwijs, en

b. b. Wet vereenvouding bekostiging VO: Wet van 6 juli 2004 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onder meer vereenvoudiging van de bekostigingsbepalingen (Stb. 2005, 14).

Artikel 2

1. Op de bekostiging van scholen voor voortgezet onderwijs over de periode die aanvangt op het moment van inwerkingtreding van de Wet vereenvouding bekostiging VO en eindigt op 1 januari 2006, blijven van toepassing de bekostigingsbepalingen van de WVO en de daarop berustende bepalingen zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van de Wet vereenvouding bekostiging VO.

2. Bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van de bepalingen die op grond van het eerste lid van toepassing blijven, indien dat noodzakelijk is voor een goede toepassing van die bepalingen.

Artikel 3

In afwijking van artikel I, onderdeel K, van de Wet vereenvouding bekostiging VO blijft bij toepassing van artikel 77a, derde lid, van de WVO het begrip ”schooljaar” telkens gehandhaafd.

Artikel 4

1.

In afwijking van artikel II van de Wet vereenvouding bekostiging VO:

a. a. eindigt de in de eerste volzin van dat artikel bedoelde aanspraak op bekostiging met ingang van 1 januari 2006, en b. b. loopt de in de tweede volzin van dat artikel bedoelde periode van 1 augustus 2005 tot en met 31 december 2005.

2. In afwijking van artikel III van de Wet vereenvouding bekostiging VO dient toekenning van de bekostigingvoor administratie, beheer en bestuur te hebben plaatsgevonden voor 1 januari 2006.

3.

In afwijking van artikel IV van de Wet vereenvouding bekostiging VO:

a. a. heeft de berekende bekostiging voor het kalenderjaar, bedoeld in de aanhef van het eerste lid van dat artikel, betrekking op het kalenderjaar 2005, b. b. heeft de berekende bekostiging voor het schooljaar, bedoeld in de aanhef van het eerste lid van dat artikel, betrekking op het schooljaar 2005/06, c. c. heeft in het eerste lid:

        1°
        onderdeel a betrekking op het kalenderjaar 2006,
      
      
        2°
        onderdeel b betrekking op het kalenderjaar 2007,
      
      
        3°
        onderdeel c betrekking op het kalenderjaar 2008,
      
      
        4°
        onderdeel d betrekking op het kalenderjaar 2009, en
      
      
        5°
        onderdeel e betrekking op het kalenderjaar 2010,

1° 1° onderdeel a betrekking op het kalenderjaar 2006, 2° 2° onderdeel b betrekking op het kalenderjaar 2007, 3° 3° onderdeel c betrekking op het kalenderjaar 2008, 4° 4° onderdeel d betrekking op het kalenderjaar 2009, en 5° 5° onderdeel e betrekking op het kalenderjaar 2010, d. d. heeft het tweede lid betrekking op het kalenderjaar 2004, en e. e. heeft het derde lid betrekking op het kalenderjaar 2006.

Artikel 5

1.

In afwijking van artikel II van de Wet vereenvouding bekostiging VO:

a. a. heeft dat artikel eveneens betrekking op de aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a van de WVO voorzover deze bekostiging wordt uitgedrukt in formatieplaatsen, en b. b. kan het bevoegd gezag in de jaarrekening over de jaren 2005 en volgende een vordering opnemen op de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ter hoogte van de op dat moment bestaande schuld aan het personeel in verband met:

        1°.
        de tot en met december opgebouwde bruto vakantie-aanspraken op grond van artikel 11 juncto bijlage 2 van het Kaderbesluit rechtspositie VO, en 
      
      
        2°.
        de over de maand december door het bevoegd gezag verschuldigde afdracht pensioenpremies en loonheffing verbonden aan salarisbetalingen op grond van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

1°. 1°. de tot en met december opgebouwde bruto vakantie-aanspraken op grond van artikel 11 juncto bijlage 2 van het Kaderbesluit rechtspositie VO, en 2°. 2°. de over de maand december door het bevoegd gezag verschuldigde afdracht pensioenpremies en loonheffing verbonden aan salarisbetalingen op grond van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

2.

Een vordering kan slechts worden geëffectueerd indien een school op een ander moment dan 1 augustus van enig kalenderjaar wordt opgeheven zonder dat er sprake is van een samenvoeging. De op het moment van opheffing daadwerkelijk bestaande schuld aan het personeel bepaalt de hoogte van de effectuering, maar bedraagt ten hoogste 7,5% van de personele bekostiging:

a. a. voorzover het betreft 2005: voor het schooljaar 2005/2006, en b. b. voor de jaren daarna: voor het voorafgaande kalenderjaar.

3. Effectuering op grond van het tweede lid wordt meegenomen in verrekening van het exploitatie-overschot als bedoeld in artikel 24 van het Bekostigingsbesluit W.V.O.

Artikel 6

Op geschillen die in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn of binnen de bezwaar- dan wel beroepstermijn dan wel verschoonbaar daarbuiten aanhangig worden gemaakt tegen besluiten die zijn genomen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op grond van bekostigingsbepalingen in de WVO en daarop berustende bepalingen zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van de Wet vereenvouding bekostiging VO blijven de op die datum geldende regelingen van toepassing. De eerste volzin is hangende het bezwaar, beroep of hoger beroep van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid tot het intrekken en vervangen van besluiten die tot de aldaar bedoelde geschillen hebben geleid.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet vereenvouding bekostiging VO in werking treedt.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging VO.