rijk/ministeriele-regeling/regeling-schoolzuivel-2025/BWBR0051223/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

15 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling schoolzuivel 2025 BWBR0051223 ministeriele-regeling geldend 2025-07-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0051223 Regeling schoolzuivel 2025

Regeling schoolzuivel 2025

Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • begeleidende maatregelen: begeleidende educatieve maatregelen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder b, en tiende lid van verordening 1308/2013;
  • biologische producten: zuivel die is voortgebracht overeenkomstig de bij of krachtens verordening (EU) 2018/848 gestelde voorschriften;
  • eenheid: 200 ml melk, yoghurt of karnemelk;
  • karnemelk: karnemelk zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, vruchten of cacao van GN-code 040390;
  • melk: gepasteuriseerde halfvolle melk van GN-code 0401 20 11;
  • minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
  • schooljaar: 1 augustus tot en met 31 juli van het daaropvolgende kalenderjaar;
  • verbonden partijen: marktpartijen die economisch, organisatorisch, financieel of juridisch verbonden zijn en waarbij sprake kan zijn van beïnvloeding van de ene partij door de andere partij;
  • verordening (EU) 1308/2013: Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347);
  • verordening (EU) 1370/2013: Verordening (EU) Nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (PbEU 2013, L 346);
  • verordening (EU) 2017/39: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 van de Commissie van 3 november 2016 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen (PbEU 2017, L 5);
  • verordening (EU) 2017/40: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie (PbEU 2017, L 5);
  • verordening (EU) 2018/848: Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150);
  • yoghurt: halfvolle yoghurt met max. 1,1% verzadigd vet, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, vruchten of cacao van GN-code 04031011;
  • zuivelproducten: melk, yoghurt of karnemelk.

Hoofdstuk 2. Erkenning van leveranciers

Artikel 2

1.

De minister verleent op verzoek aan maximaal vier leveranciers van zuivelproducten voor de periode van schooljaar 2025/2026 een erkenning indien de leverancier:

a. a. bewijst dat hij in een periode van tenminste twee jaar vóór de dag van de erkenningsaanvraag zijn hoofdactiviteiten heeft in de productie of verwerking van zuivelproducten; b. b. voldoet aan de voorwaarden van artikel 6 van verordening (EU) 2017/40; c. c. verklaart dat hij kennis heeft van en akkoord gaat met een eenheidsprijs aan steun ten bedrage van 40,7 eurocent per eenheid zuivelproducten; d. d. in staat is landelijk te leveren; e. e. in staat is minimaal 300 scholen te beleveren; f. f. verklaart dat hij overeenkomstig de criteria van de bijlage geen verbonden partij is met een andere leverancier van zuivelproducten die om een erkenning verzoekt; g. g. verklaart alle medewerking te verschaffen bij op grond van artikel 10 van verordening (EU) 2017/39 te verrichten controles ter plaatse; h. h. verklaart akkoord te gaan met belevering van de door de minister toe te wijzen scholen gedurende de perioden van levering als bedoeld in artikel 9, tweede lid; i. i. verklaart zich te houden aan de Richtlijnen voor communicatie met de scholen; en j. j. communicatie met de minister in het Nederlands voert.

2. Een verzoek om erkenning als bedoeld in het eerste lid kan worden ingediend in de periode van 14 juli 2025 tot en met 25 juli 2025.

3.

Een verzoek om erkenning omvat:

a. a. een volledig ingevuld door de minister ter beschikking gesteld middel; b. b. een recent bedrijfsprofiel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel; c. c. de intern meest uitgebreide jaarrekening over 2023 en 2024; d. d. het maximale aantal te beleveren scholen; en e. e. bewijsstukken ter voldoening aan de voorwaarde van het eerste lid, onderdeel a.

4. Indien op grond van de ingediende bewijsstukken het voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, niet afdoende aangetoond kan worden, wijst de minister het verzoek om erkenning als leverancier van zuivel af.

5. De minister besluit na afloop van de in het tweede lid bedoelde periode, indien het aantal verzoeken om erkenning dat voldoet aan de erkenningsvoorwaarden meer dan vier is, op basis van loting aan welke leveranciers een erkenning wordt verleend.

6. De minister bepaalt naar rato van het in het verzoek om erkenning aangegeven maximale aantal te beleveren scholen per schooljaar hoeveel en welke scholen aan de erkende leveranciers worden toegewezen.

7. Indien gedurende het schooljaar 2025/2026 een erkenning wordt ingetrokken, worden de aan de desbetreffende leverancier toegewezen scholen verdeeld onder de erkende leveranciers naar rato van het in het verzoek om erkenning aangegeven maximale aantal te beleveren scholen per schooljaar.

8. Het aantal scholen dat per schooljaar aan een leverancier wordt toegewezen is afhankelijk van het beschikbare budget in het betrokken schooljaar en het aantal scholen dat zich aanmeldt.

Artikel 3

1. De minister schorst een erkenning of trekt een erkenning in overeenkomstig artikel 7 van verordening (EU) 2017/40 wanneer een erkende leverancier niet langer voldoet aan de voorwaarden van verordening (EU) 2017/39, verordening (EU) 2017/40, de erkenningsvoorwaarden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of overige voorwaarden ingevolge deze regeling.

2. Een erkende leverancier die gedurende een erkenningsperiode kenbaar maakt dat hij afziet van deelname aan deze regeling verliest door die verklaring de erkenning en kan geen aanvraag indienen voor een met de onderhavige regeling vergelijkbare voorziening voor de volgende erkenningsperiode.

3. De minister houdt een openbaar register bij van erkende leveranciers.

Hoofdstuk 3. Deelnemende scholen

Artikel 4

1. Een school die wil deelnemen aan de regeling schoolzuivel meldt zich in de periode van 1 september 2025 tot en met 12 september 2025 hiervoor aan bij de minister.

2. De minister besluit na afloop van de inschrijfperiode, indien het aantal aanmeldingen het aantal beschikbare plaatsen overtreft, op basis van loting welke scholen aan de regeling schoolzuivel deelnemen met inachtneming van het beschikbare budget voor zuivel in het betrokken schooljaar.

3. Indien er loting plaatsvindt hebben basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs voorrang boven scholen voor voortgezet onderwijs.

4. Scholen die worden uitgeloot hebben het volgende schooljaar voorrang wanneer er in dat schooljaar weer een loting plaats vindt. Van deze voorrangsregel zijn scholen voor voortgezet onderwijs uitgezonderd.

5. Een school die na toelating tot deelname gedurende een schooljaar kenbaar maakt dat hij afziet van deelname kan geen aanmelding als bedoeld in het eerste lid indienen voor het daaropvolgende schooljaar.

6. In afwijking van het vijfde lid kan een school zich gedurende een schooljaar afmelden in een periode waarin beperkende maatregelen van overheidswege gelden en zich weer aanmelden voor deelname in het daaropvolgende schooljaar.

Artikel 5

1.

Een erkende leverancier en een deelnemende school aan de regeling schoolzuivel sluiten een contract voor een schooljaar, waarin tenminste worden opgenomen:

a. a. de perioden van levering; b. b. de afleverdata; c. c. het aantal leerlingen waarvoor zuivel wordt geleverd; d. d. de hoeveelheden te leveren zuivel; en e. e. een clausule met betrekking tot het door onvoorzienbare omstandigheden niet kunnen leveren of ontvangen van zuivel.

2. Het door beide partijen ondertekende contract wordt uiterlijk vóór aanvang van de leveringen bij de minister ingediend.

3. Het aantal leerlingen bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is maximaal het aantal leerlingen dat bij aanvang van het schooljaar is ingeschreven.

Artikel 6

Alle aan deze regeling deelnemende scholen:

a. a. zorgen ervoor dat de zuivelproducten worden uitgereikt aan en geconsumeerd worden door de leerlingen die zijn ingeschreven in het schoolregister; b. b. kunnen eenmalig tot en met 16 december 2025 het aantal leerlingen als bedoeld in artikel 5, derde lid, wijzigen op basis van de werkelijke mutaties van de school in het betreffende schooljaar, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden, ter beoordeling van de minister; c. c. wijzen een medewerker aan die de verspreiding van de zuivelproducten coördineert; en d. d. vullen de ontvangstbevestiging in waarin wordt aangegeven op welke dagen welke hoeveelheid zuivelproducten geleverd is; e. e. zorgen ervoor dat geleverde zuivelproducten zodanig worden opgeslagen dat de kwaliteit behouden blijft; f. f. nemen het educatieve materiaal af; g. g. brengen een EU-Schoolzuivelposter als bedoeld in artikel 12 van verordening (EU) 2017/40 zichtbaar aan bij de hoofdingang van de school of maken op de website van de school bekend dat zij aan de schoolregeling deelnemen, waarbij de Europese vlag wordt weergegeven en wordt vermeld dat de Europese Unie de regeling financiert; h. h. hebben een verplichting om deel te nemen aan begeleidende maatregelen, gericht op het doel van deze regeling; i. i. werken mee aan controles op grond van deze regeling; en j. j. nemen deel aan monitoring en evaluaties.

Hoofdstuk 4. Subsidie voor zuivelproducten

Artikel 7

1. Eenheden zijn subsidiabel indien in de in artikel 9, tweede lid, genoemde perioden, 20 weken per schooljaar twee maal per week per leerling gratis eenheden zuivelproducten worden verstrekt, waarvan maximaal 25 procent yoghurt, die voorzien zijn van een topkeurmerk voor zuivel zoals aangegeven op de website van Milieu Centraal (Keurmerkenwijzer.nl, overzicht Zuivel) dat geldend is op de datum van inwerkingtreding van deze regeling.

2. In afwijking van het eerste lid zal de erkende leverancier tenminste 25 procent biologische zuivelproducten per leerling per schooljaar leveren en dit bij levering kenbaar maken.

3. Ingeval van niet-naleving van de voorwaarden van het eerste of tweede lid wordt de toekenning van de steunaanvraag naar rato van de hoeveelheid eenheden zuivelproduct waarop de niet-naleving betrekking heeft verminderd.

Artikel 8

Een erkende leverancier van zuivelproducten ontvangt steun ten bedrage van 40,7 eurocent per geleverde eenheid zuivelproduct per dag.

Hoofdstuk 5. Steunaanvraag

Artikel 9

1. Een erkende leverancier van zuivelproducten verzoekt de minister in drie termijnen om betaling van steun over de periode waarin hij de zuivelproducten heeft afgeleverd aan een deelnemende school als bedoeld in artikel 4.

2.

Steunaanvragen van erkende leveranciers worden per periode van levering ingediend waarbij de eerste periode in schooljaar 2025/2026 aanvangt in week

a. a. Periode 1 (2025) Week 46 t/m 51 (6 weken levering); b. b. Periode 2 (2026) Week 2 t/m 9 (7 weken levering, een week vakantie); c. c. Periode 3 (2026) Week 10 t/m 16 (7 weken levering).

3. De steunaanvraag wordt ingediend uiterlijk op de laatste dag van de derde maand na de desbetreffende periode van levering.

4.

De steunaanvraag omvat:

a. a. een volledig ingevuld door de minister ter beschikking gesteld middel; b. b. gespecificeerde ontvangstbevestigingen van de beleverde scholen; en c. c. facturen waarop de hoeveelheid en prijs van de geleverde zuivelproducten is gespecificeerd of een bewijsstuk waaruit blijkt dat de hoeveelheid in het kader van de schoolregeling is geleverd of gedistribueerd.

5. De leverancier houdt ten behoeve van controles ter plaatse in zijn administratie bewijsstukken beschikbaar waaruit blijkt dat alle subsidiabele kosten zijn betaald voordat de subsidie over de betreffende periode is betaald.

Artikel 10

1. De minister kent de steunaanvraag toe indien de aanvrager voldoet aan de relevante voorwaarden van verordening (EU) 1308/2013, verordening (EU) 2017/39 en verordening (EU) 2017/40 alsmede van deze regeling.

2. De minister vordert de steun terug indien uit de ingevolge de artikelen 9 en 10 van verordening (EU) 2017/39 bedoelde controles blijkt dat de in het eerste lid bedoelde voorwaarden voor steun niet zijn nageleefd.

3. De minister legt de sanctie van artikel 8 van verordening (EU) 2017/40 op indien het initieel aangevraagde bedrag hoger is dan het bedrag waarop de leverancier recht heeft.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 11

1. De Regeling schoolzuivel 2024 wordt ingetrokken.

2. De artikelen 6 tot en met 8 van de Regeling schoolzuivel 2024 blijven van toepassing op steunaanvragen voor het schooljaar 2024/2025.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling schoolzuivel 2025.

Bijlage . Verbonden partijen

(bijlage behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel f)

Er zijn vier manieren waarop partijen, waaronder bijvoorbeeld leverancier en ontvanger of leveranciers onderling, met elkaar verbonden kunnen zijn: organisatorisch, economisch, financieel en op basis van juridische grondslagen. Voor elke van deze vorm van verbondenheid volgt hier een definitie.

Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden.

IAS 24.9 Verbonden partij

IAS 28.2

Een geassocieerde deelneming is een entiteit, met inbegrip van een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid zoals een personenvennootschap, waarin de investeerder invloed van betekenis heeft en die geen dochteronderneming of belang in een joint venture is.

IAS 31.3

Een joint venture is een contractuele overeenkomst waarbij twee of meer partijen een economische activiteit aangaan waarover zij gezamenlijke zeggenschap hebben.