rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-isolatieopgave-nationaal-programma-lokale-warmtetr/BWBR0051686/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

7.2 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering isolatieopgave Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie BWBR0051686 ministeriele-regeling geldend 2025-11-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0051686 Regeling specifieke uitkering isolatieopgave Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie

Regeling specifieke uitkering isolatieopgave Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • accounthouder: aan de regio gekoppelde contactpersoon van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie;
  • budgethouder: gemeente, provincie of omgevingsdienst waarvoor in een in de bijlage opgenomen regio is bepaald dat deze optreedt als budgethouder;
  • isolatieopgave: zorg voor het isoleren van gebouwen, met een focus op activiteiten die worden uitgevoerd met behulp van middelen die door gemeenten in de regio zijn verkregen op grond van de Regeling specifieke uitkering Lokale Aanpak Isolatie;
  • minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
  • NPLW: Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie;
  • regio: regio, genoemd in de bijlage;
  • regiocoördinator: door de budgethouder binnen de regio aangewezen regiocoördinator voor de isolatieopgave.

Artikel 2

1. De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken aan een budgethouder voor activiteiten die ondersteuning bieden bij het uitvoeren van de isolatieopgave in de desbetreffende regio.

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten in elk geval het:

a. a. aanstellen of aannemen van een regiocoördinator, tenzij deze reeds is aangesteld of aangenomen; en b. b. organiseren of inhuren van expertise voor of op andere wijze ondersteunen van de isolatieopgave in de regio.

3.

Tevens kunnen de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten het:

a. a. organiseren van een regionaal afstemmingsoverleg of zorgen dat bestaande overleggen die zich hiervoor lenen worden voortgezet; of b. b. op regionaal niveau naar behoefte leggen van een verbinding met andere bovenlokale opgaven die gerelateerd zijn aan de isolatieopgave.

Artikel 3

1. De regiocoördinator is verantwoordelijk voor het naar behoefte van de regio faciliteren van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b en artikel 2, derde lid.

2.

De regiocoördinator is verantwoordelijk voor het:

a. a. zijn van aanspreekpunt voor accounthouders van het NPLW; b. b. leveren van voortgangsinformatie aan het NPLW; c. c. verspreiden van kennis en het ontvangen van informatie van het NPLW; en d. d. deelnemen aan bijeenkomsten voor het netwerk van regiocoördinatoren en het doorgeven van signalen en lessen aan de accounthouders van het NPLW.

Artikel 4

1. De minister kan een specifieke uitkering verstrekken ter hoogte van het voor de desbetreffende regio in de laatste kolom in de bijlage opgenomen bedrag.

2. De minister verdeelt het totaalbedrag dat niet is aangevraagd gedurende het in artikel 5, eerste lid, bedoelde aanvraagtijdvak over de budgethouders die wel een aanvraag hebben gedaan, naar rato van de bij de desbetreffende budgethouders opgenomen bedragen in de vierde en zesde kolom van de bijlage.

Artikel 5

1. Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend door de budgethouder met ingang van 3 november 2025 tot en met 17 november 2025.

2.

Een aanvraag bevat ten minste:

a. a. een vermelding van de regio waar de aanvraag voor wordt gedaan; b. b. een omschrijving van de wijze waarop de budgethouder bepaald is binnen de regio; en c. c. het bankrekeningnummer waarop de specifieke uitkering dient te worden gestort, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat.

3. Een aanvraag wordt ingediend bij de minister via een formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van het NPLW.

4. De minister neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een besluit over de verstrekking van een specifieke uitkering.

Artikel 6

Kosten voor levering van goederen of diensten door derden komen uitsluitend in aanmerking als deze transparant, niet discriminerend en marktconform zijn bepaald.

Artikel 7

Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden afgewezen, indien de aanvraag onvoldoende gedragen wordt binnen de regio waarvoor de aanvraag is ingediend.

Artikel 8

1.

De ontvanger van de specifieke uitkering:

a. a. rondt de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, af voor 1 januari 2029; en b. b. verschaft op verzoek informatie ten behoeve van door de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van het NPLW en de regionale structuur.

2. Indien de uitvoering van de activiteiten voor 1 januari 2029, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.

Artikel 9

1. De minister kan het restant van een specifieke uitkering terugvorderen als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2029.

2. In afwijking van het eerste lid kan de minister, indien sprake is van een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 8, tweede lid, het restant van een specifieke uitkering terugvorderen als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2030.

Artikel 10

1. De bijlage bij de jaarrekening van de budgethouder over de jaren waarin de specifieke uitkering wordt besteed, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. De minister stelt de specifieke uitkering vast nadat de budgethouder, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de verantwoordingsinformatie aan de minister heeft verstrekt. Indien de uiterste datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, is verstreken en de budgethouder geen verantwoordingsinformatie heeft verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering vast aan de hand van de eerstvolgende verantwoordingsinformatie.

3. Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet of niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling over de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering isolatieopgave Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie.

Bijlage I. Verdeling middelen